journal intime #61

jt61 – Par le geste l’esprit s’éprouve comme un principe rythmique – IE ZO IE LA

“Door het gebaar ervaart de geest zichzelf als een ritmisch principe” : Jean-François Chevrier over de spiraal bij Réquichot. Ik moet het hier helemaal citeren want het is gesteld in een loepzuiver Clauwaerts, de taal die enkel de Groten der Artspeak machtig zijn:

Liant, reliant des lieux séparés, opérateur de continuité, mais aussi mouvement étiré, acceléré et précipité dans le vide, la spirale est l’opérateur exemplaire de l’ “ambiguïté méthodique”. C’est le chiffre d’un accord, diversement modulé, entre deux orientations contradictoires, centrifuge et centripète; l’image d’une technique de navigation, entre deux eaux. Le geste noue et dénoue, condense et disperse. Par le geste l’esprit s’éprouve comme un principe rythmique. Il se règle sur les courants sous-jacents à l’apparence des choses distinctes et séparées, autant que sur un mouvement d’éloignement, de derive. Il noue et dénoue.
[CHEVRIER2019, 48-49]

Juist. Sta mij toe dat ik de vertaling aan Google of DeepL overlaat, ik heb het tenslotte al overgetypt!

Dat is dus wat een spiraal is bij Réquichot. Het is wat het is.
Maar hoe gebeurt een spiraal? in het algemeen? bekijk even onderstaand schema. Het tijdsverloop in het schema is klassiek Westers, van links naar rechts dus:

we kunnen in het gebeuren van een spiraalbeweging drie fasen onderscheiden: de aanloop, het eigenlijke verloop en de uitloop van de spiraal.

in de AANLOOP komt de spiraalbeweging tot stand, aangedreven door interne dwang die bij de uiting op een weerstand botst, terugvloeit en op de oorspronkelijke voorwaartse beweging terugvalt om met vernieuwde impuls weerom de weg naar de weerstand aan te vatten.

voorbeeld: in de handbeweging vervult de perimeter van het bereik van de pen de functie van weerstand bij de opwaartse beweging voorwaarts zodat die zich omzet in een neerwaartse beweging achterwaarts en terugvalt op de oorspronkelijke voorwaartse beweging en creëert zo het grafische spoor van de lus

gedurende het eigenlijke VERLOOP van de spiraalbeweging verloopt de beweging voldoende regelmatig zodat we kunnen spreken van een geldig verloop: de spiraal is als spiraal herkenbaar, we kunnen haar als dusdanig valideren.
die validatie gebeurt aan de hand van een hulpmiddel, de enveloppe van de spiraal. de enveloppe van de spiraalbeweging wordt gevormd door de minima en de maxima van de uitzwaai (de grootte van de lussen). merk op dat de enveloppe bovenaan een golfbeweging maakt en onderaan een rechte lijn aanhoudt, congruent met de bewegingsrichting van de spiraal, die in het schema stabiel is van links naar rechts. da’s omdat we prefereren om een ‘onregelmatige’ spiraal als basis te nemen, want bij een regelmatige kan je uiteraard langs twee zijden eenzelfde golfpatroon in de envelloppelijnen ontwaren (bij een cirkel, als de spiraalbeweging maar in 1 dimensie beweegt, zijn beide lijnen rechten). we zullen dat later dat proberen in verband te brengen met de chiraliteit van natuurobjecten die sporen van spiraalbewegingen zijn, zoals schelpen.

van het ogenblik dat de bovenlijn van een enveloppe van een spiraalbeweging een regelmatige sinusoïde vormt, kan de spiraalbeweging als dusdanig gevalideerd worden. die validatie gebeurt uiteraard in functie van iets, dus binnen vooropgestelde perimeters, criteria, want die kwantificatie (normering) bepaalt dat de spiraalbeweging voortaan aangewend kan worden of dat ze invoer voor het ontstaan van een andere regelmaat kan worden.
hier zie je hoe de spiraal zichtbaar wordt in de GeldRuimte, de spiraal treedt binnen in het Humane Zijn, ze is Geldig.
in haar geldig verloop is de spiraal intern kwantificeerbaar als ritme: haar cadans heeft een vaste frequentie. meestal hebben we enkel oog voor de spiraalbeweging in deze fase, haar Zijnsfase, net omwille van die kwantificerende eigenschap*: je kan er iets mee doen.

in de UITLOOP tenslotte verliest de spiraalbeweging haar geldigheid, de bovenlijn van de enveloppe vlakt uit en de spiraal wordt onherkenbaar, ze verliest haar hoedanigheid. merk op dat de kwalificatie, het benoemen van de beweging, haar bepaling, altijd extern is aan de beweging zelf, terwijl de kwantificatie, haar bepaaldheid, intern is: kwalificatie is afhankelijk van waarneming, kwantificatie gebeurt als dusdanig. da’s euh, nogal belangrijk.

voila: zo hebben we, in het Nederlands, een nette terminologie beschikbaar om over spiralen onder ons eenduidig te kunnen communiceren. we kunnen dat beter in het Nederlands blijven doen, want het Engels is meer Tengels (terminaal engels) dan Taal: elke term heeft daar al honderd andere definiëringen die hopeloos door elkaar lopen in de breinen van haar gebruikers, met een gigantisch kluwen tot gevolg.

eenzelfde eenduidigheid in de communicatie omtrent spiralen is in het Clauwaerts dan weer enkel bereikbaar via het verwerven van satori middels Revelerend Inzicht in de Ogen van Régine Haarzelf, wat helaas slechts 1 persoon per duizend jaar gegund is (gemiddeld).


*als we nu iets moeten zeggen over de spiraal bij Réquichot is het wel dat Bernard enkel oog heeft voor de spiraal in haar geldig verloop. voor zijn psychische constitutie was het blijkbaar een genot om in het Zijn van het verloop te kunnen opgaan. waarschijnlijk omdat hij al spiralerende niet onderhevig was aan de angoisse van het eigen Zijn, de gevangenheid in het immens complexe eigen verloop. maar zulks is, hoe interessant ook, louter hypothese.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960