journal intime #65

jt#65 – enregistrer la dérive des analogies – SNI KO PA

de publieke ‘creatieve ontplooiing’ van Bernard Réquichot beslaat van plusminus 1946 tot aan zijn zelfmoord in 1961 al bij al 15 jaar. je zou willen kunnen beschikken over een methodische, chronologische beschrijving van die ‘ontwikkeling’, die natuurlijk een afloop is, een onvermijdelijke, tragische voortgang naar het uiteindelijke dilemma, waar de mogelijkheden uitgeput bleken. die ga je niet snel onder ogen krijgen, want dat zou te zeer op een pathologie lijken, te weinig Kunst dus onverkoopbaar en wie werkt er nou gratis.

in hoofdstuk zes van zijn boek staat Chevrier [CHEVRIER2019, 95-110] stil bij enkele werken uit de jaren 1950-1952 en daar zien we dat Réquichot de invloed ondergaat van kubistische collega’s zoals Jacques Villon en Juan Gris. hij vult de gangen die deze voorgangers hebben uitgegraven in het duistere onbekende met de agitatie van zijn persoonlijke onrust.

dat resulteert in enkele grandioze monstrosa van architecturale lijven, geslachtsloze humane en animale kolossen met enigmatische handgebaren in het kader van het verduisterde schilderij-object gewrongen. met ook een minotaur erbij, en beenderen en schedels. hij doorleeft de kubistische beeldtaal met de eigen klemtonen op agonie, psychische beklemming, dood, verderf en (lichamelijk) verval. nieuw bloed in dode aderen. verder dan dit zombiestadium komt de hedendaagse ‘Kunst’ niet meer, tenzij dan in de marketing van de zombieKunst, voorwaar een nieuw terrein waar alles uit de kast kan worden gehaald!

Réquichot leeft zich uit op het terrein van wat al voorhanden is, als een kind in een speeltuin. hij laat zijn drift de vrije loop en doet op die wijze het verlaten parcours herleven met zijn eigen intensiteiten, die uitvergroten wat voor zijn expressieve behoeften het meeste genot verschaft. hoewel, ‘genot’ noch ‘voldoening’ zijn correcte benamingen, het is eerder een zich voortslingerend spoor van verlokkingen dat hij volgt, van mogelijkheden die telkens toch weer onvoldoende blijken, en waarvan het genot uiteindelijk teleurstelt.
maar de drift van de jonge hond herkent de analoge gangen van de eigen ‘craving’ en volgt ze uiterst driftig zodat het werk zelf een spoor wordt dat getuigt van die drift der analogiëen.

met de collages, de reliquaires, de papiers choisis, de traces graphiques, breekt het psychisme ‘Réquichot’ als een mol uit het netwerk van het reeds doorploegde en komt zo, tot zijn schaamte, in het volle daglicht, dat al gauw ondraaglijk zal blijken te zijn.

15 jaar is niet erg lang. als ik terugdenk aan mijn eigen turbulente periode toen ik die leeftijd had, flitst het voorbij in minder dan drie seconden.

maar ik voel nog wel hoe het voelde toen, als ik dat toelaat. prettig is dat niet, maar je wenst het soms je leeftijdsgenoten wel wat toe die nu in de media zo weinig schijnen te beseffen hoe het voelt om jong te zijn en om dan 1 uur ‘actie’ te moeten missen, laat staan een dag, een week of aaaargh: maanden…maar het ‘gezonde’ psychisme weert dat, kennelijk, die confrontatie met de agonie van de jeugd, men denkt dat men dat overwonnen heeft, men ‘weet wel beter’.

overwonnen is er nooit iets, er is hooguit een loodzwaar stoffig tapijt op komen liggen zodat je verzwakte geest er niks meer van merkt. het heden is een product, dat wordt ons van kinds af aangeleerd door de reclame. schijnbaar eeuwig uitgesteld in de knusse living van het IKEA-heden wachten onder de tapijten van onze welvaart de duivels van de dood. hoe meer tapijt nu, hoe pijnlijker straks, maar dat is ieders vrije keuze.

en dat de dood taboe is, werd al lang voor jou beslist.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960