verval (7)

voor c.b.

ALTIJD

het werd al boom voor haar. zijn takken
reikten hoger dan de piramiden en de stam
greep dieper dan het graf. twijgen raakten
’t boesemwiegen en bloesem zoende mond.

proef hoe donker, voel hoe hemels blauw,
hoor hoe geel het zwart nog houdt van haar.
en golven zee bezingen diep haar strand.
en krabben schrijven epen in haar zand.

als ’t hier verdwijnt verschijnt het elders weer.
het wordt de beek die naast haar huisje kabbelt,
het vint gezwind als vlinder uit het ochtendrood.

naamloos is het, het is niets en lucht en ’t zucht.
het legt het leven af en trekt het dan weer aan,
het vindt altijd in haar zijn reden van bestaan.

invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016