het moment (2)

de toekomst wordt een dagverblijf met accommodatie voor het heden. overnachten kan voorlopig niet, lust kan best zonder dromen. de vrije wil was ooit een waterlelie, want water wil altijd wellen in de bloei die het wou.

maar de bomen kuchen snoepen lachen en wuiven: niets zal hen ontgaan. hun wortels ontaarden in woorden en jonge takken willen in hun stammen bladeren.

taal besmet de materie : elke vogel wordt zijn melodie, een zin. de hemel gaat van wolken dromen, de aarde kreunt en wil nog eens, de zee kolkt over tot in haar oesters. het stormt. alleen de zon is. razende.

het heft haar jurkje op, ontdoet haar van kousen.
“kom”, zegt het ” leg de zwaarte neer, dit is nu, en hier: de wereld is niet meer.”

invoertekst (2015)

NKdeE 2020 – potlood en wasco, A5