het moment (5)

Eufrone* is een atol deinende op de gezangen. maar het getelde uur genereert verbrokkeling: enkele randen buigen al vervaarlijk door naar nergens. het midden laat zich in het midden, het houdt zich stil alsof er ooit.

schuins doorstreept de streep de rekening. ja, het land bevlekt zichzelf met neerslag tot het rot, maar de zomer accepteert gelaten deze vereffening.
de bomen druipen van genot en alle spinnen vangen bot.

gehaaid de mensen draaien mensen spiegels voor de ogen opdat het zicht van hen zou worden afgewend. in hoge nood de regels spreken hun principes aan en worden daarvan slaperig, van zich te tellen moe. foert, zegt het.

het stapt de wereld uit en daalt de 32 treden af in haar: 1. zijn handen splijten duisternis als zee 2. de lijven golven hoogblauw op, langs beide zijden 3. ginds, op de bodem, kronkelt, gitzwart in het droge zand, de toverstaf van het beloofde land 4. …

invoertekst (2015)


*”Night being the appropriate season for these Observances, and being also supposed to have some genial and nutritive influence in itself, was personified, as the source of all things, the female productive principle of the universe, which the Egyptians called by a name that signified Night. Hesiod says, that the nights belong to the blessed gods, as it is then that dreams descend from Heaven to forewarn and instruct men.
Hence night is called ‘euphronè‘ (good, or benevolent) by the ancient poets ; and to perform any unseemly act or gesture in the face of night, as well as in the face of the sun, was accounted a heinous offense.”
Richard Payne Knight, The Symbolical Language of Ancient Art and Mythology, Houton, New York 1876, p.55-56