het moment (12)

de dag is een blauwe knikker op een zwarte tong. vurig de verhalen schieten kuit in de vijver der verhalen. werktuiglijk de zon stookt zijn fikgrage soefi’s op, hun flitsen doen spiegelscherven vlammen in de zee.

het raakt de einder aan alsof er iets bestond. het streelt er wuivebomen, krijgt wuivetakken in de mond. ernstige bergen berusten in hun glooien, neerwaarts naar het dal waar het zich heeft neergevlijd.

er zit een zwarte panter in, harig en vervaarlijk. het klauwen evenwel is rag, het krast kristal. het scheurt de wereld open tot een nu dat niet wil zijn, maar vonkt, dat bijval regent van de eeuwigheid in blijde schittering.

traag de woorden gaan de trap af naar hun zinloosheid, hun zin een langzaam naakt, hun letters mul als zand. het weet: het wordt een glinster op haar strand.

invoertekst (2015)