het moment (13)

de planeet dreunt. miljoenen banden drukken op asfalt, drukken, laten asfalt los. onder kraaien lachen de kraaien dat het winter wordt. elk hoofd is een beduimelde bokaal waarbinnen het onafgebroken zoemt. het steekt een vinger op: het zoemen verstilt, een lied vangt aan.

lieve mensen kreunen mede met het dreunen in hun bed van haat en pijn. violen zwellen aan van rozerood tot rottend lila, met een zin erin van bleke marsepein. in de pit van elk woord zit een ander woord verborgen. droef en teder likken de tongen de klanken tot de laatste letter op.

lippen die tot hier geraken dunnen ogenblikkelijk uit tot droge bloem. frêle kelkresten van tulpen, irissen en dahlia’s worden massaal verschroeid. een straaltje water ploft soms in de asse aan de voeten. god is een kind dat met een ratel draait en plast op ons.

het ontwaakt. zonder verwijl de vingers strelen haar dijen, er zijn schermutselingen. er komt een stilstand van sterren in haar ogen, een kosmisch instagram, licht dat licht vindt, trilt en zingt.

invoertekst (2015)