het moment (18)

in de kinkhoorn reikt de klank tot diep in het verlorene. een lichaam ligt roerloos op een drijvend veer. de hand in het water omspoelt de stille zee zoals de zee de hand, elkaars gelijke. slak in het slaken, grot in de holte: dit is het zieltogen van vingers die niets raken.

de nacht plooit het duister in het zwart van de nacht en het lijf wil het lijf van de koelte. het droomt streling van golven, witte schuim bij het naderen van stranden. onafwendbaar de boeg klieft de weg die al koers was, uitgesproken zin van het zinloze varen.

schepen benaderen schepen met het ruisen van wakkere zeilen. vervolgens is er het schuren van hout op rompen. de nostalgie van dode bomen naar land welt op uit een scheur. de blinde scheepsjongen huilt. genese.

het likt zilte tranen in de plooien van haar huid. handen glijden langs het kronkelen van aders: ‘het lichaam is een plein’, zegt het, ‘plooi het open’. het komt in haar tot eenvoud, het wordt een wil tot besluit.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst maakt deel uit van de serie ‘HET MOMENT‘. ‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’ dizain-programma met haar prequel ‘HET’. de invoer van ‘het moment’ is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.