journal intime #87

jt 87 – On va donc se servir de néologismes – EE VEN WEL

‘syneidesis’ is een term die door het duo Von Monakow -Mourgue in hun ‘Introduction Biologique à l’étude de la neurologie et de la psychopathologie’ van 1928 werd geïntroduceerd om te kunnen beschrijven hoe een brein zich na een zware beschadiging alsnog weet te herstellen door, heel simplistisch en dus hoogstwaarschijnlijk vreselijk fout gezegd, haar locale functies te herorganiseren.

Oury gebruikt het neologe begrip van dat bio-neurologenduo, gebaseerd op een oude Stoicijnse benaming van bewustzijn (gezien dan met betrekking tot acties in het verleden) – een term die overigens ook door Thomas van Aquino werd opgevist als tegenhanger van synteresis met betrekking tot het geweten als sturende kracht in het oordeel tussen goed en kwaad- om de genezende functie van bepaalde vormen van schizofrenie te verklaren, waarbij een psychose een catastrofale gebeurtenis is die door het schizofrene proces als creatie heel langzaamaan wordt weggewerkt, waardoor een patient soms de begeleiding spectaculair kan verbazen door een prestatie die niemand van dergelijke ‘zieke’ ooit nog had durven verwachten.

Oury haalt dat aan, de noodzaak van dat terugvallen op het differente neologisme, omdat het er in de klinische praktijk op aankomt om de gehanteerde concepten blijvend in vraag te durven stellen, een houding die hij gemeen heeft met de zich tegen elke vorm van institutionalisering verzettende Lacan. als je daarbij dan de dingen niet exact laat gebeuren in je taalgebruik zoals zij zich voordoen, ga je belangrijke zaken gemaskeerd laten. zonder het begrip van de ‘syneidesis’ neem je misschien klakkeloos aan dat de kwetsuur bij de zieke een onderliggende primitieve drijfveer vrij spel heeft gegeven, nu de fragielere bovenbouw daarop is vernietigd (in de vaktaal blijkbaar een ‘jacksonisme’). zo wordt die ”syneidesis’ een werktuig in je werktuigenkoffer, waarvan je weet dat je dat begrip in die en die gevallen zo en zo kan gebruiken.

in het courante taalgebruik zien we dat neologismen maar met mondjesmaat getolereerd worden en we kunnen dat jammer vinden. zo is het bijzonder betreurenswaardig dat men bij de introductie van de persoonlijk computer veelal de nieuw gefabriceerde woorden die in de technologie erachter al gemeengoed waren gingen mijden en dat men zijn toevlucht nam tot heel erg metaforisch taalgebruik waarvan men dacht dat het beter zou ‘verkopen’, dat ‘de mensen’ dat beter zouden begrijpen.
niets heeft voor zoveel begripsverwarring gezorgd als die metaforische bureaubladenkak in de IT wereld. maar goed, dat kost alleen maar handenvol geld om later te herstellen. dat is au fond een verkeerde inschatting van ‘de markt’. en de markt dat is vee, dat blijft toch kopen wat er in de voederbak komt.

het probleem is dan eerder dat dit soort stupiede marktbenadering ook wordt toegepast in het meer en meer door het commerciële efficiëntiedenken gecorrumpeerde domein van de mentale gezondheidszorg: men houdt op om het mentale domein te willen begrijpen zoals het gebeurt om het te laten gebeuren zoals men zou willen, namelijk kostenbesparend. de mentale zorg wordt zo in sneltempo een eufemisme voor herprogrammatie en readaptatie van onproductieve elementen. als het dat niet quasi altijd al geweest is.

de conservatieve neiging om niet moeilijk te doen en zich te houden aan het courante in het taalgebruik is immers niets meer dan een excuus in de reeds overvolle kruiwagen aan excuses waarmee men zich van al die lastige patiënten kan ontdoen. men grijpt dan niet naar een hachelijke vorm van taalvernieuwing die een teken zou zijn van het herdenken van een onopgelost gegeven, maar naar een nieuw product op de medicijnenmarkt dat naar het schijnt heel erg doeltreffend werkt ‘voor die ‘hopeloze gevallen’. want kijk ’s hoeveel perfect herstelbaar vee er nog staat aan te schuiven om door ons opgelapt te worden zodat het weer gemolken kan worden!

hoe graag ik vandaag ook weer met een vrolijke noot wou eindigen: het is blijkbaar in de Geldruimte waarin we onszelf hebben opgesloten te duur geworden om onszelf te willen begrijpen, we passen liever hardhandig de hardware van het individu aan aan de winstgevende gang van zaken, dan de software van onze taal en ons denken in vraag te stellen.

mensen die werkzaam zijn in de sector die na lezing van dit artikel met vragen achterblijven kunnen dag en nacht bellen naar het nummer 1813. de vrijwilligers met een luisterend oor daar zijn allen zeer ervaringsdeskundig.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma