het moment (22)

het zwijgen heeft haar middelpunt gevonden: woorden slaan de handen in elkaar, zin speelt in de gedachten. het gebaar doorbreekt de pose, bloed wil spatten, vingers grijpen, nijpen en in holtes dringen. zeven maagden doorprikken driftig met hun apparaten de ijdelheid van maagdenvlies.

engelen storten zich als vliegen in ’t verderf. het vloekt en tiert en tatert vol taboe, het wil van wreedheid rituelen en van het vieze liturgie. het torent op een berg van lijken en laat zich vol vertrouwen vallen, achterwaarts de steden in.

het strooit vergevend vlokken tot een laken doodse stilte op het bloot en stomp geraas. het opent vol gena maria’s doosje dat het kreeg. het wijsje gaat van tingeling ting ting. is het wit niet oogverblindend, oorzaak van het kwaad? het is verbaasd dat het ontwaakt.

het lacht en kleedt haar uit. ontdoet haar van het nodige. het wil haar zeggen dat zij het is en het zij maar het is te heerlijk. het komt niet verder dan een kus.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van een ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelfmoord, transgressie van de ik-cultuur, het zwarte gat van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.