het moment (24)

kijk. de einder is een horizon in lichterlaaie die maar niet tot een besluit kan komen. het gelaat oogt triest en oneindig eenzaam, vervallen in zichzelf, een donkere kapel in het bos. de hemel is onbereikbaar. boomstammen heffen een doodse stilte aan.

er verschijnt een hoofding van geluid en het licht vertraagt, wordt een ijl zingen eerst en een daverend brullen dan. de bomen struinen naar de bomen toe. neerstortende brokstukken verbrijzelen schedels. een reiger richt zich op en krijst, krijst dat het tijd is.

“wij hebben alles al gezien, niets kan ons nog verbazen”, bluft de stevig verankerde nieuwslezer, en: “er was voor iedereen zoveel nog verborgen, sieraden voor alle sensaties, voor vingertoppen buitenaardse extase, voor lippen en tongen de zeskantige klontjes rietsuiker, voor…

maar iedereen is te oud voor wat er komt, jullie zouden het niet…”

hardhandig drijft het de slappere tweespalt naar binnen. het likt gulzig haar doornroosje uit, tast toe in het kelktulpje, trippelt duizendpotig langs de tepelanjer en juicht, uitbundig juicht het want het komt helemaal uit in haar: het is vernietiging.

invoertekst (2015)