journal intime #93

93 – ouvrir l’attente dans le fermé – GE NI JAA L

ik heb vandaag mijn dagje niet, het loopt niet echt, maar bon we zullen van de nood een deugd maken en pogen enkele algemeenheden over de opzet van mijn werk te verwoorden, een korte status quastionis van de Gignomenologie, da’s altijd een goede oefening. en de kans is bijzonder klein dat er van de kant der gignomenologen veel kritiek gaat komen over de onvolledigheid hiervan.

het begon al vanochtend. je kan het horen aan mijn uitspraak van het woord ‘geniaal’ dat ik al efkens wakker was: en er zit belachelijk veel theater in die uitspraak, een bruisende zee van ironie waarin de tegenstrijdige zingevingen aan het (voor mij) onzinnige concept van de genialiteit doorklinken in de functionele herhaling van de klanken. tja, als ik al in mijn bed begin te acteren…

elkwegs: er zat, zit ook een onmiskenbaar uniciteit in de uitspraak, want het zit namelijk zo: elke, eender welke uitspraak (vocalisatie) is (achteraf extern bekeken) een keuze uit ontelbare mogelijke manieren waarop een woord kan worden uitgesproken (inclusief alle ‘foutieve’ en ‘onbegrijpelijke’ wijze van uitspraak, dus ook die van mensen die onze taal niet kennen, de uitspraak van zwakzinnigen, van na-apende peuters, van simulerende machines). in de praktijk is het dan en daar altijd de enig mogelijke uitspraak, maar dat is dan weer iets voor de determinatiediscussie die eigenlijk al afgesloten was voordat ze begon (de vrije wil is een illusie, de tijd is een zintuig).

toch, achteraf bekeken, de invoer van het woord zal in een oneindige reeks van ‘uitspraakopstellingen’ nooit tweemaal dezelfde zijn, al was het maar omdat er steeds een minimaal tijdsverschil zal zijn tussen de herhaalde uitspraak van dezelfde uitspraakopstelling.

de term ‘uitspraakopstelling’ is bewust gekozen omdat het woord vermag te verwijzen naar het gebruik van ‘configuratie’ in bv. de configuratie van een computer, waarbij dus verschillende onderdelen een werkend geheel maken, een ding dat werkt.

ik ben als ik ’s ochtends mijn woordjes herhaal zo’n ding dat werkt als uitspraakconfiguratie. we maken van dergelijke aggregaten of configuraties abstractie tot de eenheid van een werkend ding (functionalisme in het denken dat devolueerde naar de concretisatie ervan in de Object georienteerde programmatie (OOP)) omdat we dat gewend zijn, omdat we dat kunnen en we weten dat abstracties nuttig zijn, dat we daar wat aan hebben. we zijn dat zodanig gewend dat we niet meer zonder kunnen in onze voortdurende behoeftebevrediging, dat het een vanzelfsprekendheid is geworden.

wat het ook moge wezen: we hebben dingen nodig, we hebben het begrip van een ding nodig waarin het ding altijd hetzelfde is zodat we er op kunnen bouwen.

we kennen dat ding-dat-werkt al heel vroeg in ons leven: aan de geur van melk in de verte heb je niks, aan een tepel waar melk uitkomt als je zuigt heb je alles. maar die tepel als ding-dat-werkt is al heel wat anders dan het veel complexere ding aangeduid met ‘uitspraakopstelling’ om maar te zwijgen van het concept ‘geniaal’. de tepel is veel ‘echter’, zelfs al werkt het ding soms niet (mama heeft geen melk) want kijk ’s naar die andere ‘dingen’: vooraleer er twee mensen het eens geraken over wat voor ding ‘geniaal’ is, zijn we allicht twee levens verder: we hebben daar geen tijd voor dus laten we die dingen voor wat ze zijn en gebruiken we de woorden in de hoop dat iedereen ze min of meer begrijpt. o jee: we bedoelen een ding maar het bestaat niet echt want iedereen vult het min of meer anders in en iedereen spreekt het woord ervoor dan nog ’s min of meer anders uit.

taal en de dingen die we ermee fabriceren in onze gedachten of via de actieve coderingen in een talig programma genereren op die manier een explosie van complexiteit die oncontroleerbaar is van het moment dat ze hun intrede doen. veel wetenschappelijke activiteit bestaat er net in om die hopeloos complexe taal te omzeilen met gereduceerde taalvormen, formeel taalgebruik, waarvan de wiskunde voor velen het nec plus ultra is dat zelfs de status van enige echte werkelijkheid voor zich kan opeisen.

vanuit de psychologie weten we echter dat elke ‘werkelijkheid’ een constructie is, een fictionalisering, een gemaakt ding dat ons psychisch beschermd voor het totaal onleefbare Echte. alleen zijn we nog niet bereid om daar in de andere wetenschappen de nodige conclusies uit te trekken, omdat de mensen daarvan het belang niet inzien en de psychologen zelf eigenlijk ook niet, misschien omdat , euh, nee dat ga ik nu maar ff niet zeggen :-)


eenheid – meervoudigheid – totaliteit.
realiteit – negatie -beperking.
substantie – oorzaak – wederkerigheid.


wasda? ‘da’ zijn drie reeksen van categorieën van Kant. dat zijn dingen die werken die we volgens Kant a priori kennen en gebruiken, zegt Kant. u, ik en iedereen, want het zijn universele categoriëen. hm. wel wel.

van de enkelingen die Kant gelezen hebben komt er misschien nog 1 iemand heel toevallig ooit ’s op deze tekst van mij uit en die persoon zal zich dan misschien vaag kunnen herinneren wat Kant nou ook weer bedoelde met één van die categorieën. ikzelf vergeet dat soort indelingen prompt na lezing, mijn geheugen is zaligmakend zeefgelijkend. maar daar gaat het niet om.

het punt is dat deze kennisobjecten enkel functioneren binnen een theorie waarin zij welomschreven zijn, binnen een werkend systeem, een programma. het programma van Kant is, dat wordt alom gezegd, en ik neem dat aan, van een indrukwekkende grootsheid. op basis van dit systeem, een kritiek van onze manier van denken, komt Kant uiteindelijk tot een ethiek, een kritische bezinning over het juiste handelen (die iedereen om een even indrukwekkende manier volslagen naast zich neer legt, tenzij dan de professoren en studenten in de Kantenklos en de heilige die het eindelijk ’s van een ander hoort).

dat is een beetje de traditie in de (westerse/academische) filosofie: je bouwt een kennistheoretisch systeem waarmee je aansluit bij een van de lopende ismes (realisme, idealisme, rationalisme, vitalisme,…) en daaruit distileer je dan uiteindelijk een ethiek waar je de lezer duidelijk maakt dat we allemaal beter zo en zo zouden handelen en dat en dat zouden doen, maar ja, ’t was maar een idee hoor en nu ga ik sterven. als je wat verdwaalt in al die stelsels en ethieken en groots opgezette denksystemen krijg je echt een verbluffende kijk op wat een menselijk brein allemaal kan verzinnen. de filosofie is een onuitputtelijke bron van zelfbewondering van en voor de gedevolueerde mensaap.

d’r is maar 1 minpuntje aan: ’t zijn allemaal mannelijke systemen en overal staat het Zijn centraal (de ontologie) en elke versie van het Zijn is ontworpen voor de accomodatie van dat ene Ding, waarvan we ondertussen gezien hebben dat het een fictie is die we enkel gemakshalve een bestaan toekennen omdat we geleerd hebben dat dat nuttig was.

en we belijden dan wel de letter van de wetenschap die zegt dat God eigenlijk dood is en het Zijn een fictie, maar we luisteren nauwelijks naar de Geest van de wetenschap laat staan dat onze acties haar Ziel veruitwendigen. (grapje onder deontologen) (sorry).

omwille van dat ene schoonheidsfoutje op het blazoen van de filosofie wil de NKdeE een non-filosofie nastreven die het Zijn overbodig verklaart en het Ding slechts wil gebruiken als het zich nuttig weet te maken (stofzuigen? ’t afwasmachien leegmaken?). want als er één fictie mogelijk was die zoveel kan verwezenlijken als het Ding en het Zijn, dan ligt het in de aard van het concept ‘fictie’ dat er meerdere mogelijkheden moeten bestaan en dat we die andere mogelijkheden niet hebben onderzocht, dat is makkelijk verklaarbaar door de afhankelijkheid die we in de loop der eeuwen hebben opgebouwd van het Zijn en de Dingen in hun steevast mannelijk perspectief. onze beginvraag bij dat alternatief onderzoek was aanvankelijk moeilijk te stellen, zonder enig Ding om te beginnen. maar uiteindelijk vonden we toch een eerste formulering die ons vruchtbaar leek: wat gebeurt er als we niet meer vragen naar het wat van de dingen, hun existentie (die dus verworpen wordt) maar naar de hoedanigheid van hun gebeuren. hoe werken deze fictieve dingen (als fictie), hoe gebeuren zij als ding binnen de fictie van hun zijn? deze methode is uiteindelijk een geradicaliseerde fenomenologie in de traditie die door Husserl is ingezet, vandaar dat we onze opzet ook een ‘gignomenologie’: de leer die onderzoekt hoe het gebeuren verschijnt aan onze waarneming. de filosofie zelf wordt in die optiek een soort van historische narratologie, een praktijk die eigenlijk al door Derrida en Deleuze beoefend werd, al waren geen van beiden bereid om die laatste stap te zetten.

vanuit die gignomenologische opzet die we heel stilletjes aan verder willen uitbouwen en intern meer consistent maken, proberen we nu de mogelijkheid van het onmogelijke te verkennen: een methode om tot een schrift van het (op z’n Lacan’s te begrijpen) Reële te komen, een manier, om het in de bewoordingen van Oury te zeggen, om een gesturale communicatie te ontwikkelen die geënt is op de site van de emergentie, een site die Oury aanduid met de verwijzing naar het boek van Francis Ponge, de Fabrique du Pré, een temporele virtuele locus, als het echt moet een Heideggeriaans Oord te situeren voor alle logica en voor de werking van de Freudiaanse verdringing, maar daarvoor moet ik nog behoorlijk wat bijlezen in de bepaald uitgebreide stallen van Sigmund en Jacques.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma