het moment (35)

er is een storm, de deuren klapperen. de maan heeft zich verscholen, schichtige flarden wolken fluisteren nog haar naam. het kruipt dieper en dichter bij haar tot het er niet meer is. afwezigheid is al heel wat.

de ramen zijn intact, verzekert het zich. nog een slok en het gaat goed. wat zij doet met het, het hoeft het niet meer te zeggen. het is twee armen om haar heen. het regent en het ziet zichzelf erin verdwijnen, zij leven in een druipend regenwoud.

het telt de resterende dagen op en af. zonder haar wordt het niet oud. in de handen zitten naast de vingers nog de melodieën, die klinken ook bij vegen been, bij brede waaiers schouders, buik en borst. vaag is straks de herinnering, heur haartjes in de mond. onthoud dit: het middelpunt van elke compositie is de stilte, zij die in elkander één zijn bij elkaar.

versuft sluit het de gordijnen. het haalt haar uit de badjas zoals je oesters uit hun schelp bevrijdt. stil dringt door tot haar zijn reden van bestaan.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.