het moment (43)

de mens is gedaante en mormel, dagelijks zijn mombakkes spuugt klaaglijke walg, haatbraaksel met klompen rode woede in het mauve slijm van slaafs sentiment. ’s ochtends het monster verschrikt het gespiegelde monster met de almaar strakkere prognose, het aanstormen der stormen.

’s middags de wolken wenen regen, en in de donkerte de winden barsten los in wanhoop van orkanen die slechts wat onmachtig met koeien, huizen, boeren, pluimvee en braadworstenkraampjes staan te prullen bij nachte. lijdzaam de aarde gruwt zich grauw van de jeuk op haar korst.

in het rijk van het het hemels water druilt van rottend loof en druipt en slijk in een onvormig verglijden kruipt van de heuvels af alsof verschoning nog een optie was. de kraaien huiveren want het gif zit ook in de wormen onder het bespoten gras. een pandemie is bagatel in deze aanloop naar de hel.

het einde ruikt al naar het einde, de geur is een herstelpunt van exquise verderf. enkel in het diepe bruin van ingebeelde ogen leest het nog waarom het ooit geboren werd, de boodschap nooit die ook geen wonder werd.

invoerteksten (2016) : moment 59 moment 60

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.