het moment (58)

voor s. l. t.


het droomde dat ze vlogen, hun schouders in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels. twee in elkaar hakende vliegende torren, spier op spier voelden zij elkaar, vel op vel, bot op bot. en onder hen verschroeide de aarde, de mensen verkoolden, de dieren de planten de vissen de vogels. duizenden bomen knakten neerwaarts als evenveel uitgebrande lucifers.

LAIS: haar komst is een schateren van bonte vogels dat opstijgt uit een oerwoud dat al uit die as verrijst, verrezen is. herinnering is geen belofte. herinnering is zekerheid. beloven doet het dit: niemand kan haar raken, noch haar stam. heel haar wezen is te engelachtig dicht en zij zijn samen als een zwerm demonen onbereikbaar ver en vrij.

maar het wil niet dat een ander ziet, wat het ziet. que sera, sera. de vloek die toch al uitgesproken is, brengt bij onthulling enkel woede, onmacht en verdriet (de plaag neemt vele vormen aan, beginnen doet het met een vaudeville). en praten van de komst die niemand helpt wiens lot het onheil treft, en sowieso toch treffen zal, verdaagt alleen het glorieuze klinken, de onvermijdelijke fosforflits van het lied, bij het gestaag gulpende klokken van de slokkende hel. geniet van het pus, rien ne va plus.

bespoedig of verhinder niets, vernietig alle sporen van je zelf. wanneer het niets is, zal het niets zich schamen.

invoerteksten (2016): moment 9495

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.