27/02/2019

19/02/2019– dagboek data – 05/03/2019

Ik waak, door u en wanen overmand, 
en dan in u ik lees haar geest die zucht, 
verbeelde vlam waaraan ik fel ontbrand, 
een waar verhaal dat van zijn waarheid vlucht, 
een held als hij met mijn venijn verlucht. 
   Genot, denkt hij, heeft hen verbonden: 
zijn geloof geloof ik geen seconde, 
want in haar lichaam jeukt alleen de nijd. 
   Straks verscheuren hem de eigen honden, 
en zij wordt liefde, louter, zonder tijd.

‘afstand bewaren’: de dieren in deze zoo zijn gevaarlijk, het zijn roofdieren van de liefde
‘e pericoloso sporgersi’ : hang niet uit het raam in de rijdende trein of je raakt je hoofd nog kwijt

Lode raaskalt weer: hoe overbrug je de impasse van het postmodernisme? een terugkeer naar de waanzin van het modernisme, die romantische radicalisering van de perfide romantiek is onmogelijk, teveel doden.

maar het kan misschien wel van binnen uit, als je het vanzelf kan laten groeien, als een kanker in metastase die plots omslaat naar een nieuwe levensvorm. het virus afschermen, het een gesloten universum schenken waarbinnen het ongestoord kan muteren, incuberen, zich prepareren voor een uitval, een uitbraak?

we kunnen maar beter van de nood een deugd maken, ik en jij.

jij, mijn oude ik: ik zal je ‘hij’ noemen. neen, ik laat je niet in de steek, ik creêer afstand, dat is beter voor ons beiden.
en kijk: al je liefjes smelt ik samen tot LAIS. ach kom nou, zoiets voorvoelde je toch al, hang nou weer niet het ikje uit. je was een het geworden, weet je nog?

vooruit: aan het werk!

eerste faze: prepareer een universum, modeleer het vaagweg naar een gedateerd groeisel, neem bv. de Délie van Maurice Scève, ja dat is bij uitstek een monstrosum, een unicum in de letteren geheel bepaald door de tumultueuze gebeurtenissen van zijn tijd, een perfecte spiegel voor onze tijd. dat hoor jij nu te doen, tussen het zuipen en het sterven door.

tweede faze: transponeer het model in tijd en ruimte en in taal
injecteer het model dat je gaandeweg beter doorgrondt met het afval, het emotionele débris van je eigen leven, het weerzinwekkende vertoon van je dagelijkse ondergang, je hebt toch niks meer te verliezen, dus je kan je ook perfect inleven in de idiote zelfkastijding van petrarca op weg naar een imaginaire verlossing. kom kom, het is de enige uitweg, je weet het goed genoeg.

derde faze: laat het enkele jaren rusten terwijl je zelf uit de eigen merde heft, en je – eindelijk- wat nuchtere zekerheid verwerft in je taalgebruik. geef je falen toe en leer en faal en geef je faalangst toe en leer. leer eindelijk ’s fatsoenlijk schrijven.

en zet je programma’s klaar, zorg ervoor dat ze ‘werken’, elke dag, want elke dag is eender vanaf nu. vanaf wanneer? goed zo!

vierde faze: nu.

doe verder. laat het los. laat het gebeuren.

lees. schrijf: ik hij, zij en u, het vijandige buiten.

(jij houdt je mond beter, en jou hoef ik ook effen niet, Anke, je bent LAIS nu, diep geborgen in de zichzelf uitrollende code)

ja natuurlijk ben jij de enige ware, Anke...

19/02/2019– dagboek data – 

Advertenties