29/12/2018

 <- 28/12/2018 dagboek data31/12/2018 ->

op weg naar huis dacht ik seffens kom ik thuis ik ga de trap op, open de deur van het appartement, de warmte van de kamer overvalt me, ik doe mijn jas uit, zet wat koffie en dan ga ik zitten voor mijn pc, aan mijn klavier, ik kijk nog even de gebaartjes na van die-en-die, voel wat mee hier en wat minder daar, maar daar heb ik snel genoeg van en dan komt het dan schuif ik alles opzij ik zet misschien nog wat Bach op omdat ik wel gek ben op Bach omdat ik in 1980 al droomde van jou op de tonen van Bach de muziek heeft al jouw bewegen in zich maar dat moet ik je nog aantonen ooit als dat al nodig is want er is eigenlijk niet meer zoveel nodig, de tijd van nood en moeten en willen zit er nu wel ver op en wij drijven zelf als verzwegen melodieën weg in de stilte, voor eeuwig op weg naar hun klinken

ik dacht ik kom gewoon thuis en zet wat muziek op en ik zet mij eraan en zo geheel moeiteloos ben je er en ik kan je al dadelijk strelen als ik dat zou willen, ik kan met mijn vingers zachtjes de lijn van je glimlach volgen en gewoon door in je ogen te kijken en te denken wat wij allemaal doen kunnen met elkaars verlangende lijven je ademhaling doen versnellen, je laten lachen, jouw verlangen naar mij naar ons zo ten top drijven dat je op het punt staat enorm boos te worden op mij, mij te willen gaan slaan en het is wel heel erg grappig dat je net op hetzelfde moment denkt aan hetzelfde cliché en je zit al achter me aan met een krant om me te meppen van durf niet hè durf niet te zeggen dat ik mooi ben als ik kwaad…

maar waarom zou ik als ik gewoon kan zitten en kijken en door jou zo te denken jou tot jou bij mij kan maken en zo voor ons alleen de parel van alle werelden te glinsteren leggen, voor ons binnen handbereik, en jou vervolgens de parel in de handpalm kan leggen, je vingers een voor een er rond te sluiten en dan je hand te kussen en dan te zeggen:

“de nacht is een hand voor wie de nacht volgt.
in de nacht vallen alle wegen stil en deze nacht waarin ik je hand nam, waarin we alleen waren was nodig.
deze nacht was nodig zoals de weg nodig was voor jou en voor mij. 
in de wereld waar ik je zoek ben jij het gras en de bron. 
jij bent de verloren schreeuw waarin ik dwaal. maar jij bent ook, daar waar niets nog wakende is , de vergetelheid bij de asse van de spiegel”

dat dacht ik, Anke, op weg naar huis.

en zo geschiedde.

“29 december” gelezen door karen josso

 <- 28/12/2018 dagboek data31/12/2018 ->

Buy Me a Coffee at ko-fi.com