3/01/2019

<- 1/01/2019 dagboek data 4/01/2019 ->

neen, ik wil niet van jou dromen.

ik droom niet van jou dan maar van het gemis en eindigen doet het steeds weer met een verschrikkelijk ontwaken, recht in van dit echte het onaflatende bedrog.

een intense vochtige hitte heerst er waar ik rondloop daar. vuur en water, geketend in een zaal met ontelbare meterslange doeken.

ja doeken droom ik, doeken, altijd weer doeken. 
lange doeken waar ik inloop urenlang.
doeken die mij schroeien met hun hete druipen en hun hoge dampen, hoog naar een plafond dat niet te zien is.

er is geen uitweg hier, dit is geen weg, ik kom er niet.

donkerrode doeken waarop in het wit tekens staan geschreven, verhalen die mij zouden kunnen leren het waarom, wat doe ik hier, waar kan ik heen nog nu ik jou niet langer voelen kan? waarom kan ik jou niet spreken? jou zien? jouw lichaam strelen en verdrinken in jouw geur van natte haren, zweet en parelend verlangen? waarom blijft mij mijn bestemming steeds ontzegd? en aan jou de jouwe? waar scheelt het nog, welk deel van mij loopt nog in jou verloren?

ik wring in wanhoop mijn afgepeigerde lijf door de doeken heen alsof het lippen zijn die mij jouw ware naam verzwijgen terwijl iedereen toch weet dat jij het bent.

of niet soms? al die jaren dat we ongezien wel bij elkaar maar nooit echt samen waren? dat ik jou dacht, ‘jij’ en hop daar was je weer in al jouw pracht? dat ik weer al mijn moeizaam bij elkaar geharkte liefde bij jou bracht en jij gedwee als gods slavin mijn offerande weigerde. jezelf vermeide in het banale dat ook ik doorstond, met die en die, met een wereld die geen wereld was maar leegte, woestenij? omdat jij zei en jij dacht dat het bij god onmogelijk was.

je spreekt van pijn, dan, verdriet, alsof ik niet…

heb ik jou dan niet de scheuren laten zien waar resten van de pennen in mijn schouders etterden? ben ik dan niet ter jouwer wille afgedaald tot hier? je liep weg, je wou niet weten wie ik was.

hoor je niet mijn schreeuw die de muziek der sterren doet verstommen? voel je niet als ik jou raak het universum kolken om je heen? waar kan je heen, denk je, zonder mij? de letters van je naam verstuiven in de leegte als ik ze niet meer schrijf

ga je nu weer vluchten als ik wakker word uit dit vervloekt begrijpelijke dromen? uit deze neergeschreven, opgehemelde waanzin? ga je weer jouw ogen die als smaragden vol van zwarte smarten in het licht uitbarsten, fijntjes sluiten, jouw lippen stijf van de ontkenning, jouw armen bleke zwaarden van jouw weigering? ga je weer weg zijn, weg van mij?

in mijn dromen is het mijn gemis dat mij vermoordt als engel en als ik waak ontslaap ik platvloers in jouw duivelse afwezigheid.

neen, ik wil niet van jou dromen, Anke


“3 januari” gelezen door karen josso

<- 1/01/2019 dagboek data 4/01/2019 ->

Buy Me a Coffee at ko-fi.com




Advertenties