31/01/2019

30/01/2019 – dagboek data – 1/02/2019

ik heb me laten vangen, ik was naïef. dat wist ik nochtans. heb ik dit zelf gewild, dan?
ik lig op m’n buik, ik proef bloed, ik voel niet aan die tand minder (dat had ik niet zo verwacht), ik zoek zicht, lucht.
wat een intense strijd. ik wil dit niet, ik wil naar huis, ik wil dat alles weer wordt zoals het vroeger was, nooit meer mogelijk.

ja wat zijn mijn mogelijkheden nog, erg beperkt. weerstand bieden of niet. 
dat is t voordeel van zo gebonden te zijn. vrijheid. ik moet niets, tenzij dat wat Hij me zegt.

ik vroeg n zak over zn hoofd, zodat ik zou kunnen denken dat Hij t is. maar denken lukt nauwelijks nog, de slangen gieren door mn lijf, ze vreten me hol, en open.

ja neem mij, serieus, ik ben t wachten beu. ik zie je niet zitten, zie u daar nu zitten, alsof je controle hebt. alsof ik niet weet hoe je nachten door doolt. 
ik zoek bevrijding ja, van verlangen, van gebrek, ik besef nu pas dat dat niet hetzelfde is. erger nog, ik vind t hier.

ik geef me over, ik ben moe. ik kan niet meer. ik lig met wang in nat koud zout, al mijn lippen koud nu, en droog, en tocht.
het wordt ochtend, een schemering. ik wil me wassen, n douche ja, nee niet in bad. niets zo koud en kil dan de lucht net na een bad.


wees niet zo lief voor me, dat is verdacht.
ik heb mezelf al zo vaak verkeerd vertrouwd. 
ga weg, ik mis je, ik wil je slaan.

meer heb ik niet te zeggen. 
of toch, een danku (dat je bleef), een sorry (voor de pijn),
kreeg ik er als een achterstevoren monster uit gebeiteld, uit die dichte keel van me.
ja ik blijf bang, demonen weet je, they hunt me, haunt me. vergif, vergeven.

het orkest zwelt aan, het trekt ten aanval, 
de knieval. 
nee ik vraag je geen vergiffenis. 
het is wat het is, of ok, wat het kan of mag zijn.
zoals liefde, bah. 
zoals gemis liever niet steen is.
laat me (niet alleen).

30/01/2019 – dagboek data –  1/02/2019