5/01/2019

<- 4/01/2019 dagboek data6/01/2019 ->

is dit nu toekomst of herinnering? 
kijk en lees, luister of beslis.

ongelukkig ben ik niet: het ontbreekt mij aan niets. maar iets in mij vertrekt toch steeds nog naar het einde. ik zie een struik en denk hem brandende. ik denk ‘een struik’ en zie een strik of zwart geblakerde takken, stompe stekels als een dode spin van inkt.

waar ik ook ga, ik draag een zak mee van de weigering, zware stenen van ontgoocheling. ik ledig hem als ik ter plekke ben, de plaats waar men de zakken terdege dient te ledigen.

en dan is er het zweven, hier en overal. ik zweef met honderdduizenden anderen verloren in het ijle van het grondeloze. grauwe duisternis bij ons alom: eender is het boven, eender is het onder, alles eender, nergens grond.

uit het vergane boek heb ik het laatste blad gescheurd. de wegen naar jouw wachten waren uitgetekend op dat blad. jouw wachten is een zingen, jouw zingen is vernietigend. 
maar het blad verpulverde, en de wegen waren weg.

enkel in het ijle schreef ik nog jouw naam, reine incarnatie van het raken dat ik mis. op de naakte ruggen schreef ik jou, van dames die ik met mijn leed betaalde. jouw naam werd maan die mij bescheen omdat jij niet dichter bij mij raken kon. mijn schrijven werd verrijzenis, verblindend stralen, zon die mij ook schroeide. en wat anders dan een ster is onze zon die stralend in wat rest aan duisternis geheel en al verloren is?

wat zou ik nog schrijven als alle wegen naar verdwijnen leiden, weg van nergens naar vergetelheid? onweer, zwavel, donderslag. jij bent mijn weg, vertelt mij dan hartstochtelijk wat zich over mij heen neerstort als het wenen van de nacht. als de nacht weent breekt het duister als een dageraad.

ja, ik heb mij op dat pad begeven omdat geen ander woord mij zag. het was een beeld van jou dat ik daar zag, eiland in een oceaan van nijd en onverschil, atol, asiel, lais.

en plots ben jij daar klaar en duidelijk van elk begin het einde en zingende mijn weg.

maar Anke, 
nu jij met jouw zingen zo als god gebeurt, 
nu jouw stem mijn ziel aan flarden scheurt, 
nu jouw hoogste reiken al mijn duisternis tot licht verklaart, 
zeg mij toch:

is dit nu toekomst of herinnering?


“5 januari” gelezen door karen josso

<- 4/01/2019 dagboek data6/01/2019 ->