5/02/2019

4 februari – dagboek data – 6/02/2019

was het geen winter nog? er is niemand hier om het te vragen.
het moet wel zomer zijn, ik voel geen koude. ik span mij in, zet de tanden stevig in mijn onderlip, maar in mijn herinneringen is niets te vinden dat op een naam lijkt. vaag zie ik het beeld van een hand die letters wist op een met een waslaag bedekt tablet. ik geef het op.

Ik lig hier naakt, en mijn lichaam heeft iets vreemds: het is merkwaardig ongeschonden. zo ken ik mij niet, hoor ik mij denken. nergens een schram of een wondje, niet eens een muggenbeet. langzaam strijk ik nette vingers over uiterst gladde wangen. ik zie mijn schouder en ik word er geil van.

ja.

jan? nee, niet jan.

hoe vaak is dit nu al? dat is toch onmogelijk?

verder. terug heeft geen zin. er is geen schemering, geen overgang. plots sta ik in een kegel van licht. ik schuif een voet verkennend over de planken vloer, die glad geboend is. ik denk boenwas en dan pas ruik ik boenwas.verder is er niets te zien, enkel het duister dat naadloos aan de kegel kleeft.

ik aarzel. durf ik? ik steek eerst een voet en dan mijn hoofd in de donkerte. niets. ik trek mij vlug terug in het licht. er is niet alleen niets te zien, van het ogenblik dat ik in het duister verdwijn steekt een angstaanjagend razen de kop op.

de harsgeuren omvangen mij nu als waren het tastbaarheden.

ik luister aandachtig naar wat je dan maar stilte dient te noemen: de hartslag, het ademhalen en dat monotoon gezoem, de ondoordringbare verwarring van het denken.

4 februari – dagboek data – 6/02/2019

Advertenties