LAIS XXII


‘t Is een hijghoofd, huig met vlees en bloed
omwonden, verlangend dier dat regels braakt
om droom van daad te scheiden, kwaad van goed
maar met zijn oordeel enkel tijd vermaakt
stervend en strevend ‘t leven zelf verzaakt.
Zijn leven is wat er niet is: LAIS
die bij hem was, is daarvan beeltenis,
van zijn geloof idool, herinnering
waarin hij zin zoekt en vergiffenis
maar waar er is: gemis, verbittering.

inputtekst (2010)

dv 2019 – AR van LAIS XXII


geloof


ach lied, mijn lied
jij helpt de smart
wanneer de rampen raken,
jij kan, o lied, de wond in ’t hart
de droefte tot geluk vermaken

ach lied mijn lied
jij laaft de dorst
jij blust het brandzwart blaken,
jij kan, o lied, de kankerborst
en ’t wee daarin doen staken.

ach lied mijn lied
het zwijgend nat
dat rolt nu langs mijn kaken
jij kan, jouw ware aard is dat,
jij kan ’t naar honing laten smaken…

ach lied, mijn lied


Guido Gezelle – Juni 1860,

rev. dv maart 2019 – inputtekst:

O LIED

o Lied! o Lied!
Gij helpt de smert
wanneer de rampen raken,
gij kunt, o Lied, de wonde in ‘t hert,
de wonde in ‘t hert vermaken!
o Lied, o Lied!
Gij laaft den dorst,
gij bluscht het brandend blaken,
gij kunt, o Lied, de drooge borst
en ‘t wee daarvan doen staken.
o Lied! o Lied,
het zwijgend nat
dat leekt nu langs mijn kaken,
gij kunt het, en uw kunst is dat,
gij kunt het honing maken…
o Lied! o Lied!

dv 2019 – AR van ‘geloof’



Harusmuze #280


//als het kittelt heeft je stem haar oor gevonden

280 – de bron welt op in droogte

hexagram 35 晉 – JIN – ‘vooruitgang’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/12/03/harusmuze-168/

commentaar:

sic transit gloria mundi. het verval evenwel duurt een eeuwigheid en het kan altijd nog een stuk erger, want elk vermeend eindpunt is maar een keerpunt naar een diepere wending, een nieuwe perforatie in het geaccumuleerde rot.

uiteindelijk is het dus de transitie die je dient te accepteren, want daar leef je in: noch de vergane glorie, noch het eindpunt dat misschien nog rust belooft liggen binnen handbereik, en het is enkel met onze handen dat we kunnen denken, schrijven en doen.

onze generatie van gepriviligieerden behelst de erfgenamen van de erfgenamen van de exploitanten die moordden, plunderden, verkrachten en verdrukten teneinde hun erfenis te bewerkstelligen, de weelde van hun goederen tot ons te brengen.
hun moorden, plunderingen, verkrachtingen en verdrukkingen betrof de voorouders van hen die nu aan onze poorten staan met een uiterst rechtmatige claim op deelname aan de kosmopolis, de globale stad die in ons, door ons en rondom ons vervalt tot het gekende rot (zie de onuitputtelijke bibliografie).

het wordt warmer, dat alvast.
het water stijgt, de lippen zakken en de woorden deinen uit tot een oceaan van oeverloos geblaat.

we hebben nog een weg te gaan, tot het weer droog wordt achter onze rode oortjes. misschien kunnen we van de lange, lange weg, beter een aangename wandeling maken waarin we geduldig luisteren naar de noden van de ander.

als de ander dan geheel democratisch stemt op iemand die van de vrouw zegt dat het maar een kutslons is die aan de afwas hoort, kunnen we misschien begrijpen dat het niet de mensen zijn die daarom op die oetlul stemden en die dat zeggen, maar dat zij geheel iets anders willen zeggen aan de geprivilegieerden die zich niet geheel ten onrechte in hun privileges bedreigd voelen.

o hemeltje wat zou dat zijn? er is toch aldi, drank en drugs en medicijn? staan wij niet klaar met volle spuiten gratis dood bij psychisch lijden? is het niet heerlijk om naar onze gezangen te luisteren bij de ondergaande zon op de terrassen? trekken wij niet jaarlijks tot drie maal toe dapper ten strijde in onze verre bestemmingen en branden wij niet stralend wit en breed de kerosine over gans het hemelrijk?

voorwaar waaraan hebben wij deze ondankbaarheid te wijten, dat u niet luisteren wil naar onze dagelijkse mompelingen omtrent een goed bestuur maar dat u zich tot zulk sujet gaat wenden die niet eens zijn Nietzsche kent!

AFWEZIG


Ik hou niet van je, ruik
je haren, voel je huid
de hele dag, dus hou
vannacht je benen stil,
je mondje dicht, terwijl
ik graaf en schraap en ril.

Ik ben nog nooit zo niet
verliefd geweest als nu op
jou, maar nu je naam  nog
zwart geblokt mijn kop
naar jou vertekend heeft,
nu duizel ik en fluister :

ontreddering om haar,
afwezigheid in jou.

1995, uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’

dv 2019 – Asemische Lezing van ‘Afwezig’ – wasco, bister – A4

Harusmuze #279



// angst kwalificeert het onbekende om angst op te wekken

279 – angst maakt tijd voor angst

hexagram 24復 – FU – ‘keerpunt’

Lees over het Harusmuzeprogramma

Bekijk alle Harusmuzes

input:

https://dirkvekemans.com/2018/12/04/harusmuze-169/

commentaar:

ex-verslaafden, mensen zoals ik met een blijvende v a t b a a r h e i d voor verslaving (geen ‘kwetsbaarheid’ zoals het Engelse ‘liability’ vaak vertaald wordt in het vakjargon van de verslavingszorg, de vatbaarheid is immers (ook) gewoon een positieve kwaliteit, een vaardigheid en een kunde want ze behoedt ons voor ongezonde stoffen, hardt ons in het consequent ‘nuchter’ onder ogen zien van het reële en is in het algemeen een zegen voor de levenskwaliteit eens je na een jaar of drie die vaardigheid hebt weten te installeren in je leven wat uiteraard alles behalve evident is en waar je alle steun kan en ook dient te gebruiken) wij ex-verslaafden moeten zich in hun nieuwe abstinente leven leren belonen met iets anders dan het ‘oude’ middel, het gebruik.
dat vergt al behoorlijk wat denkwerk en vaak ook al nog wat gedragstherapie om het je echt ‘eigen’ te maken, omdat je eerst al dient in te zien dat je het niet alleen verdiend om beloond te worden door jezelf, je moet jezelf al graag kunnen zien , maar je dient te beamen dat het nodig is om jezelf bewust te belonen, dat jij dat moet doen (niemand anders zal het doen) en dat de beloning ook wèrkt als beloning.
je ziet: niets daaraan gaat echt vanzelf, daar is werk aan, en niemand anders gaat dat werk voor jou doen, je staat daar alleen voor, vandaar ook die noodzaak tot auto-beloning…

Afbeeldingsresultaat voor Kierkegaard Angst

elkwegs: ik beloonde mijzelf gisteren met een boekske van Kierkegaard omdat ik weet uit ervaring dat ik van Kierkegaardboekskens lezen enorm vrolijk word en blij, net zoals van Derridaboekskens en nog een paar ander soorten ook, dus ik koop die dan als snoepjes voor in mijn Enorme Snoepjeskast. eigenlijk is heel mijn appartement, heel het Centrum van het Gekende Universum één gigantische Snoepjeskast.

gelukkig worden snoepjesboeken niet rap slecht en word je er ook niet echt mottig van, laat staan ziek.

elkwegs, dus: het Kierkegaardboekske is zijn Angst-boekske, ‘Begrepet Angst’, gepubliceerd in 1844 onder het pseudoniem Vigilius Haufniensis en het bezit van het boekske maakt mij vreselijk gelukkig. Het stimuleert mij ook om gestaag verder te werken in mijn ontdekkingsreis doorheen de negatieve emoties als kennisverwervingsmodaliteiten van het humane bewustzijn.

zo begon ik vanochtend bij het ontwaken al bij mijzelf de hypothese naar voren te schuiven dat de dynamiek van de angst in kwantificerend opzicht op een lagere frequentie werkt dan de afschuw: de afschuw is eerder direct-visueel en overvalt, de angst daarentegen sluipt, dringt door, sijpelt binnen, breekt door en overweldigt dan pas, hoewel ze ons natuurlijk ook als een tsunami kan verrassen, maar dat is dan eerder te wijten aan onze onoplettendheid dan aan de dynamiek zelve: we hadden het kunnen weten dat die verlammende angst er weer zat aan te komen.


(ja als ge met iemand als de Søren in dialoog wilt gaan moet ge u toch ewa prepareren è, dat verhoogt alleen maar het genot)


kwantitatief is de dynamiek dan ook meer vatbaar voor associatieve recursie (het sneeuwbaleffect): angst verschilt niet van afschuw in die zin dat ook afschuw teruggrijpt op eerdere afschuw tot de afschuw voldoende ‘begrepen’ is, maar ziet ge daar is’t al gebeurd è: ge zijt al aan het terugdeinzen, ‘instinctief’.
De angst werkt veel trager, ontwikkelt zich en op het moment dat de angst ‘doordringt’ wordt er een keerpunt van angst aangemaakt, een soort herstelpunt voor het bewustzijn zo lijkt het wel (vergeef mij deze platte computermetafoor, ik had ook kunnen stellen ‘een eerste druk’ maar da’s mss toch ewa traag nu, al).
eigenlijk kan je dan stellen dat de angst het individu tijd geeft, aja het verhevigt ook de perceptie, het windt op het zet alles op ‘red alert’ en daardoor krijgt de ‘kapitein’ tijd voor ‘evasive maneuvers’. Bij afschuw is het kwaad al geschied (de mogelijke contaminatie) en krijgt het bewustzijn de boodschap vooral van ‘maak het nu niet erger dan het al is è, trap het hier af’.
angst daarentegen kleurt vooraf al de perceptie (de terreurdreiging is immer present) en eens de dynamiek zich ontwikkelt sleurt het meer en meer van die perceptie mee in de noodwendigheid van de nakende ondergang: angst kwalificeert van in den beginne het onbekende (dat veiligheidshalve met het ergste wordt geïdentificeerd, bij ‘angstige’ personen dan toch) en die kwalificatie heeft als ‘doel’, de vector daarvan is het opwekken van angst, zo werkt nu eenmaal de recursie.

ge ziet dat aldus de angst perfect voldoet aan de Eerste Wet betreffende de Recursie van de NKdeE, namelijk dat recursie niet werkt in de eerste graad: een werkende recursie is nooit een herhaling van dezelfde beweging, er moet ‘iets anders’ bijkomen, er moet een ‘extern’ niveau zichtbaar zijn, een verschil dat het verschil maakt.
ge krijgt geen angst van de angst, dat mist een reële bodem, d’r moet altijd iets tussen zitten: de angst creëert op basis van het onbekende gekende ficties (‘herinneringen’ maar niet het vatbare, verwoorde soort) die angst ‘oproepen’.

maar bon, we gaan zien wat Kierkegaard ons te vertellen heeft è, als de tijd daar is voor het moment…

LAIS XXI


Zich hiervan bewust met nijd in zijn kop
doemt zijn schim vaak op, weerspiegeld op straat
in ramen, of in een plas wolkt hij op
dreigend en vuil, vol onrust en haat,
afwezig bewegend, zijn dat bestaat.
De dagen zijn vreemd sinds hij in LAIS
het ware ontblootte, ’t lijk dat hij is:
vormloze gruwel dat haakt naar zichzelf
in slijmen met vleesklompen, druipende vis,
brokken die rotten van vloer tot gewelf.

inputtekst (2010)

dv 2019 – AR van LAIS XXI