LAIS LXXXV


In ’t eigen beeld ziet het de ondergang
bewegen als verlangen naar de dood.
De stilte sneeuwt een wonderlijke zang,
stuift, dwarrelt dicht ’t gebrek en ook de nood.
Mist beparelt leegte, hoop zinkt als lood
en handen kneden rust in de handen.
De aarde onttrekt zich aan de landen
en zeeën ruisen als een vallend kleed.
Gehavend licht verbrijzelt de stranden,
glans wordt donk’re gloed, zacht zwart op het leed.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAISLXXXV

Advertenties


als
ik schrijf
laat ik het
poortje open:
ik laat je zien hoe ik verdwenen ben.

invoer: 遣兴 – What I’m Thinking – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj066.html

shēng : klank, stem, toon, lawaai, soortnaam voor geluid

Harusmuze #455


22B67

455 – als er niks nog lukt probeer dan ’s aan iets anders dan jezelf te denken

hexagram 62 小過 (xiǎo guò) – “Overtreffend Klein”

invoer

Harusmuze #158 – de eenvoud herhaalt de eenvoud: het gebaar verlost de eenzaamheid van het ene

P.o.H. #2 : Drive your cart and your plow over the bones of the dead.

LAIS LXXXIV


Hier heb je nu, mevrouw, dat ‘het’ ook zelf,
een soort platvis, het vint op het droge.
Sterft het van dorst? Dorst het naar zichzelf?
Zoals wij kreunden, zo ligt het verbogen.
Zoals het liegt, hebben wij gelogen:
nietsontziend, helemaal wij, ik op ik,
elkaar ontkennend tot de laatste snik.
Ontzetting brengt het deze sparteldood
en smeekt het om gena: u geeft geen kik.
‘Het is maar woord’, zegt u, en: ‘Het wil dood’.

invoertekst (2012)

dv2019 – asemische lezing van LAISLXXXIV

Harusmuze #454


454 – het weerleggen van de leugen kan je beter aan anderen overlaten

hexigram 4  (méng) –  “Verhullen”

invoer:

Harusmuze 157de eenvoud gebeurt ingewikkeld in de dingen, hoe anders kan de eenvoud eenvoud zijn?

PoH #1: “In seed time learn, in harvest teach, in winter enjoy”.

LAIS LXXXIII


Ijswind op de lippen, kusmonden aaien
de stilte, wildgroei van ontsteltenis
in een decor van licht dat wil laaien.
  Ogen verdwalen in de gelijkenis,
armen benen zwart uit hun duisternis.
  Nimfenbloed ruist diep in de geluiden
“aan de dood zal ’t zich in leven stuiten”.
  In spanning elk bewegen wordt een streep,
klanken komen los van ’t lijf als huiden,
rauwe lust krijgt het zingen in zijn greep.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS LXXXIII