LAIS CCXXXII

Het schrijft haar neer: zij daalt in binnenrijm,
haar huid is volle glijvlucht vederklank
die stralen spreekt. LAIS is zijn geheim.
Het bergt haar naam in bladen zilverrank,
haar letters lippen nat van minnedrank.
Niemand mag haar lezen hier, de woorden
worden sluiers, knopen letterkoorden
tot zij in zwarte tekst gevangen is.
Later moet Het nog zichzelf verwoorden:
een esoterisch lidwoord in LAIS.

invoertekst (2014)

de
winden
waaien wind
in de winden,
de mensen maken mensen dood en stil.

invoer:洛桥晚望 – Gazing in the Evening from the Luo River Bridge – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj172.html

xià: neer, neerwaarts, onder, lager, later, volgende (week …), tweede (van twee delen), afwijzen, neergaan, komen tot (een beslissing, besluit…), maatwoord om de frequentie van een actie aan te geven.

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen / kwamen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org

LAIS CCXXXI

De verte loopt verloren in het land
dat nergens is, niets dat niets betovert.
’t Beloofde gaat te koop van hand naar hand.
Het. De stilte die Het nu herovert
is geschrift dat enkel schrift verovert.
Het ijle vliedt het lege in, verdriet
lost op in pijn, het denken is een lied
dat niemand zingen wil, dat niemand schrijft.
Zij in Het is niemandsland, stormgebied.
Het in haar is taalkabaal, ingelijfd.

invoertekst (2014)

Barthes over Réquichot (9)

<Barthes-Réquichot (8)Barthes-Réquichot (10)>
Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling vrij autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire vormen voor de dode auteur.

Vandaag: midden in het hoofdstuk over de mythische keuken moet er toch een en ander de afvalbak in…

vuilnis

Rond 1949, helemaal aan het begin van zijn werk, tekent Réquichot een schoen; de gaten aan de wreef zijn leeg; er rest slechts een stukje veter; de tedere vormen ten spijt is deze schoen een verworpen object. Zo begint bij Réquichot het lange epos van het vuilnis (het klopte dat de schoen aan de basis zou liggen van dit epos, Fourier maakt van de slof, dat stuk vuil van de orde van vaatdoek en rommel een flamboyant object). Wat is het vuilnis? Dat is de naam van dat wat een naam had, het is de naam van het ont-noemde; we zouden hier kunnen ontwikkelen wat we later zullen duiden: het werk van de de-nominatie, waarvan het oeuvre van Requichot de scène is; maar het is beter om op dit ogenblik het vuilnis met de voeding in verband te brengen. Het vuilnis bekladt het voedsel omdat het er de functie van te buiten gaat: het is dat wat niet opgenomen is; het is voedsel dat buiten het bereik van de honger is gesteld. De natuur, te weten de omgeving van de boerderijen, is vol met vuilnis, dingen die Réquichot ook fascineerden en die hij in zijn composities bracht (bot van kippen, konijn pluimen van gevogelte, alles wat hij meebracht van de “ontmoetingen met het platteland”). De dingen die in de schilderkunst van Réquichot terechtkwamen (de dingen zèlf, niet hun gelijkenissen) zijn altijd afval, afgewezen supplementen, achtergelaten delen: dat wat zijn functie verloren heeft: verfwormpjes vanuit de tube op het doek gegooid als in een vuilbak, foto’s uit verknipte magazines, geschonden, gedesorganiseerd (de journalistenroeping in de vuilbak) korsten (van brood, van verf). Het vuilnis is het enige excrement dat de anorexialijder zich kan permitteren.

de originele Franse tekst van Barthes in  R. Barthes, M. Billot, A. Pacquement: Bernard Réquichot, Bruxelles 1973 p. 17

commentaar

kijk, ik zei het gisteren nog maar net en hier heb je Fourier al, de utopist uit Barthes’ magistraal drieluik ‘Sade, Fourier, Loyola’ van 1971.
en ja hoor , de man loopt straal verloren hier : het verband met de schoen van Réquichot is simpelweg van de pot gerukt. de schriftuur van de meester in deze paragraaf is ook gewoon slordig in taal en in denken te noemen (“La nature, à savoir les abords des fermes, sont plein de…”). Op het eind van de paragraaf vinden we de tweede* verwijzing naar het veronderstelde mentale ziektebeeld van Réquichot, zijn vermeende anorexia. Als je dat soort diagnose suggereert moet je die meteen èn hard maken èn duidelijk maken waarom het vermelden van de diagnose relevant is voor je bespreking van het werk, anders ben je niet veel beter dan Hubert, een sloffige roddelnonkel van bepaald kwalijke inslag die ik ken van ergens waar ik ooit gewerkt heb, helaas …Barthes doet geen van beiden en suggereert alleen maar een belangwekkend inzicht dat hij zelf duidelijk niet ervaart.


*de eerste zie het stuk gisteren : “il n’aimait pas la viande rouge et se laissait mourir de faim” (“hij hield niet van rood vlees en hongerde zichzelf uit”): ik heb het vrij proper vertaald maar ‘zich laten sterven van honger’ getuigt niet dadelijk van veel begrip voor een medemens met eetstoornissen. soit, en oké, dit was 1973, maar dat wil niks zeggen: de toestand in de geestelijke gezondheidszorg is heden veel erger…

Dit artikel maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot. Een NKdeE-Lezing is een programma dat de nalatenschap van een dode auteur bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

traag
schuiven
de wolken
over de stad:
een ambulance zwaait wat pijn en spoed.

invoer: 旅次洛城东水亭 – Stopping at Luoyang’s East River Pavilion – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj171.html

shuǐ: water, rivier, vocht, drank, toeslag of bijkomende inkomsten, soortnaam voor kleuringen (?) van klederen

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen / kwamen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org

LAIS CCXXX

Dit is git, nacht waarop het heeft gewacht
hoe Het hier is, hoe Het het leven laat
hoe Het haar voelt, hoe zij Het hiertoe bracht
hoe donker dit, hoe leeg zij lacht en praat,
hoe menselijk zij is, zo vol van haat.
Het wil alhier als niets verdwijnen nu
ontbindt zichzelf tot zielig lied in u.
Het wordt haar lucht, of water waar zij zwemt.
Het lost het op en maakt zich sterk voor u:
Het is als kapstok voor uw mooiste hemd.

invoertekst (2014)

AS van LAIS CCXXX

Barthes over Réquichot (8)

<Barthes-Réquichot (7)Barthes-Réquichot (9)>
Afbeeldingsresultaat voor Barthes Réquichot

De tekst die Roland Barthes schreef voor de Catalogue Raisonée (La Connaissance – Weber, Brussel 1973) van het oeuvre van Bernard Réquichot is geen betoog of essay uit 1 stuk maar bestaat uit een verzameling autonome bestanddelen, gedachten bij het werk in de tekstuele gedachtenbak gegooid alwaar zij zelf een soort Reliquaire vormen voor de dode auteur.

In het tweede deel over de keuken als mythische oorsprong van de schilderkunst leren we dat het Réquichot niet om het eten te doen was maar om waarheen het eten ging…

geen metafoor

We zouden altijd kunnen beweren dat de voeding het neurotische centrum van Réquichot was (hij hield niet van rood vlees en hongerde zichzelf uit), maar dat centrum is onzeker. Want van het ogenblik dat de voeding in zijn traject wordt verbeeld, van inname tot excrement, van de mond (degene die eet maar ook degene die gegeten wordt, de snuit) tot de anus, verplaatst de metafoor zich en verschijnt er een ander centrum: de holte, de innerlijke schede, het reptiel van de ingewanden is een immense fallus. Ook, tenslotte, wordt het thematische onderzoek vergeefs: we begrijpen dat Réquichot maar één ding zegt en dat is de ontkenning van elke metafoor: het gehele lichaam is in zijn binnen; dat interne is dus tegelijk erotisch en digestief. Een inhumane anatomie beheert het orgasme en het werk: deze anatomie vinden we terug in de laatste abstracte objecten die Réquichot produceerde: het zijn (elke abstractie lijkt ergens op) schelpen die in zich de grafiek van de spiraal (thema van het schrift) en de digestieve dierlijkheid verenigen, want deze weekdieren (napslakken, fissurella’s, ringwormen voorzien van locomotorische borstels) zijn buikpotigen: als ze lopen is dat met hun maag: het is het interne (het interne, niet het intieme) dat doet bewegen.

de originele Franse tekst van Barthes in  R. Barthes, M. Billot, A. Pacquement: Bernard Réquichot, Bruxelles 1973 p. 17

Commentaar

bon, we begrijpen het wel: het is 1972-73, Barthes heeft net met “Sade, Fourier, Loyola” een meesterlijke studie over de buitensporigheid van de schriftuur afgeleverd: als er iemand het enigma van Réquichot kan verklaren voor zijn tijdgenoten moet hij het wel zijn. het is onder die druk, in die bewonderenswaardige ijver om te verklaren, én op dat moment geheel onmogelijk voor hem om te zien wat zich nu en voor ons zo evident aandient; de reductie tot de gereïficeerde mythen van de psycho-analyse, de pogingen om de artistieke status van de vertoonde walging te redden van haar eigen gebeuren, de vlucht in de verleidelijke maar o zo verderfelijke weelde van de eigen taalbeheersing, we kunnen het Barthes zeker niet aanrekenen. overigens: hoe meer onnutte verdingelijkingen hij op en rond het snel wegdeemsterende gebeuren van Réquichot legt en bouwt, hoe beter hij het gebeuren zelf bewaard, want het gebeuren van Réquichot is viraal van aard en heeft een stevig onderstutte incubatieperiode nodig. gehad.

eens we de worm van het gebeuren terug kunnen activeren zal Réquichot al deze vergeefse craquelure als zanderige korsten van zich af doen stuiven, maar we moeten Barthes wel dankbaar blijven dat hij zijn onmachtige ‘begrijpen’ van de werking van Réquichot zo nauwgezet en minutieus heeft verwoord.

toch moeten we ook expliciet zijn in de negatie: Réquichot produceerde niet, Réquichot zei geen ding, il n’a jamais dit aucune chose.
want wat hebben we hier?
we hebben hier een man die van kindsbeen af leefde in het onbegrip van de ander, die enkel in zichzelf vertrouwde als onderzoeksbasis en als onderzoeker van het gebeuren dat hem beheerste, dat hij ‘was’.
we hebben hier een man die zich schaamde voor wat er restte van zijn orgastische geschilder, iemand die op de vooravond van de opening van een belangwekkende expositie van zijn ‘productie’ liever uit het raam sprong dan iets als ‘artistiek succes’ te moeten ondergaan.
we hebben hier een door walging gedreven gebeuren dat leed en wanhopig werd aan en van het gebeuren, een gebeuren dat aan zichzelf ten onderging omdat er nu eenmaal aan het Gebeuren geen ontsnappen is.
we hebben hier een uitdrukking, de heel erg tijdige (niet premature zeker niet maar ook voortijdige, of ‘visionaire’ of enige andere tijdsverdraaiing uit de Hegeliaanse bezemkast van onze rotromantiek, nee Réquichot kwam gewoon op tijd zoals alles altijd ‘op tijd komt’: alles komt op haar tijd), maar deels nog onbewuste expressie, het relaas-van -het-gebeuren-terwijl-het-gebeurt (Barthes zegt het zelf nochtans: de worm uit de verftube die spoor, expressie van zichzelf is) van wat wij nu als soort beleven: de beweging van het binnenstebuiten gekeerd te worden, de grote (flip-)FLOP van de mensheid…

we moeten Barthes dus enorm dankbaar zijn dat hij zo meesterlijk faalde om te zien wat er werkelijk met Réquichot gebeurd is, hoe Réquichot nu voor ons gebeurt, want, dat is althans mijn intentie, wij zullen dankzij dat falen kunnen zien op welke manier de manhaftig doorstane lijdensweg van Bernard Réquichot ons een troost en inspiratie kan zijn in wat er ons allen heden en morgen te beurt valt…

Dit artikel maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot. Een NKdeE-Lezing is een programma dat de nalatenschap van een dode auteur bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.