journal intime #114

jt114 – Le sol est tout conchié d’âmes – SLAGVELD

de dichters heffen de handen
daar waar trilt het levend vitriool,
op de tafels idool is het zwerk dat
beentrekt in een boog. het lid

murwt een tong van ijs in elk
gat, elke kier die de hemel zo
voortschrijdend open laat.

de vloer is gans onder gescheten
met zielen en vrouwen met leuke
sexe-deeltjes, heel kleine krengen
die hun mummies afwikkelen.

Les poètes lèvent des mains
où tremblent de vivante vitriols
sur les tables le ciel idole
s’ arc-boute, et le sexe fin

trempe une langue de glace
dans chaque trou, dans chaque place
que le ciel laisse en avançant.

Le sol est tout conchié d’ämes
et de femmes aux sexe joli
dont les cadavres tous petits
dépapillotent leurs momies.

Antonin Artaud – uit ‘L’Ombilic des Limbes’ in [ARTAUD 1956, p71]

NKdeE 2020 – ‘les poètes [se] lèvent des mains – Artaud’ – A5 -potlood-krijt-wasco

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (45)

onwerkelijk lijkt het wat er was. de leugens draaien verder in de olie van hun geulen, maar genereren nergens nog bedrog. er is een gortig gulpen van geluid dat geil de eigen klank opzuigt. het alledaagse slijm klotst tegen de wanden der containers voor het elitaire rot.

het stoot en snijdt zich aan de barsten in de werkelijkheid. het ziet zichzelf verdwijnen in de afloop van de dingen die het nooit wou zijn. binnenin, een stemloos mormel kruipt en likt de hielen van het woord. vormeloos uitlopende lippen mompelen een ode aan de gehoorzaamheid en het werktuiglijke.

het zal zich wreken op de taal die het heeft groot gemaakt. het spreekt in slierten slijm en schuim de bellen uit van wat er in zijn darmen rot aan plagiaat. het braakt zich uit in brokken stinkend taalmisbruik en zeikt er nog wat nonsens bij. onwelvoeglijk stoot het oude toverwoorden onder in de zerpe walmenbrij (de klank sluit af bij eenvoudige onderdompeling).

het verheelt het rotte lijf gewiekst met pointes die het uit een later werk ontvreemde. draden wier weven zich in alg tot een ranzig zeemvel dat droogt tot hard gekarteld leer. het weegt haast niets meer in de ongelezen toekomst die het niet meer schrijven zal. zwart op zwart ziet men het nergens meer.

invoerteksten (2016) : moment 62moment 63moment 64 moment 65moment (epiloog) moment 66

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

zwarte dichter

Zwarte dichter, door een maagdenschoot
behekst,
verzuurde dichter, ’t leven stokt
en de stad brandt,
en de hemel kwijt zich in regen,
jouw veer krabt aan het hart van het leven.

Bossen, bossen, ogen zwermen
rond pijnappelwoekering;
met stormharen de dichters
vorken de paarden, de honden.

De ogen razen, de tongen roeren
de hemeltoevloed in de neusgaten om
als melk, voedzaam en blauw;
ik ben opgehangen aan uw lippen,
vrouwen, harde harten vol azijn.

Antonin Artaud – vert. NKdeE 2020

POETE NOIR

Poète noir, un sein de pucelle
te hante,
poète aigri, la vie bout
et la ville brûle,
et le ciel se résorbe en pluie,
ta plume gratte au coeur de la vie.

Forêt, forêt, des yeux fourmillent
sur les pignons multipliés ;
cheveux d’orage, les poètes
enfourchent des chevaux, des chiens.

Les yeux ragent, les langues tournent
le ciel afflue dans les narines
comme un lait nourricier et bleu ;
je suis suspendu à vos bouches
femmes, coeurs de vinaigre durs.

uit: Ombilic des Limbes,
in Artaud, Antonin, Oeuvres Completes Tome I, Gallimard, Paris 1956, p.65

het moment (44)

het vormeloze in het woelen van de dromen is de ware vorm van de rechtschapenheid. in de chaos van de wind door alle takken van de bomen, herkennen wij de parels van de duisternis. in de ogen die de ogen zien telt de blik ontelbaarheid.

het wezen mens is geil en gek en in haar strelen slaapt de hand van zijn geweld. wij spreken waarheid naast de woorden zoals het licht glijdt naast de duisternis. gedachten worden niet geschapen, zij scheppen recht en wet wanneer hun denken in het letterlijk gedachte worden afgemaakt, geslecht.

het goede is het slechte dat zichzelf nog niet herkent. het slechte is het goede dat zich zijn goedheid nog niet gunt. zinloos zinken alle woorden als de stuwing van de stem eraan ontbreekt, bewogen slijk dat aan de oevers van het rot wordt afgezet.

de ogen die elkaar niet meden, blijven ogen die de waarheid zien, lang nadat hun ogenblik ontmoeting was. bij haar had het de zin gevonden waarin elk woord met elk woord paart en parend van ontzetting gilt en glanzend gouden tongen schreeuwt: het kijkt haar aan, het ziet hoe mooi zij in elkaar ontstaan.

invoertekst (2016)

journal intime #113

jt113 – Une fatigue de commencement du monde – WERKVELD

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (43)

de mens is gedaante en mormel, dagelijks zijn mombakkes spuugt klaaglijke walg, haatbraaksel met klompen rode woede in het mauve slijm van slaafs sentiment. ’s ochtends het monster verschrikt het gespiegelde monster met de almaar strakkere prognose, het aanstormen der stormen.

’s middags de wolken wenen regen, en in de donkerte de winden barsten los in wanhoop van orkanen die slechts wat onmachtig met koeien, huizen, boeren, pluimvee en braadworstenkraampjes staan te prullen bij nachte. lijdzaam de aarde gruwt zich grauw van de jeuk op haar korst.

in het rijk van het het hemels water druilt van rottend loof en druipt en slijk in een onvormig verglijden kruipt van de heuvels af alsof verschoning nog een optie was. de kraaien huiveren want het gif zit ook in de wormen onder het bespoten gras. een pandemie is bagatel in deze aanloop naar de hel.

het einde ruikt al naar het einde, de geur is een herstelpunt van exquise verderf. enkel in het diepe bruin van ingebeelde ogen leest het nog waarom het ooit geboren werd, de boodschap nooit die ook geen wonder werd.

invoerteksten (2016) : moment 59 moment 60

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #112

jt112 – une nausée limoneuse et puissante – VELDWERK

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

als
ik ooit
terugkom
in de koude
hier is het om bij mijn hoop te sterven.

invoer: 宿空侄院寄澹公 – Spending the Night in Empty Descendant Temple, for Master Tan – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj243.html

lěng : koud

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org
– de illustratie bij de output van het MENGprogramma is output van de MENGmethode eerst in het Rodinprogramma, later in het Matisseprogramma

het moment (42)

het ogenblik is aangebroken. ontkurkt. alles is verteld. de dag is wit en breekt zwart aan. de nachten zijn eindeloos, een suizen in de tijd. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

het zweeft tussen de clichés van het zweven, alsof er iets zweven kon.
de klank ontbreekt alsof er ooit geluid kon zijn. het is radeloos alsof er zin moest zijn. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

wormen vreten wormen, zand verdijnt in zand. de handen zijn onpasselijk, er komt misbaar in de tijd. zij waren bloemen denkt het, rillend, die elkanders bloesem wouden zijn. “de woorden zijn geteld, de optelsom is klaar”.

van hun kleuren rest er niets dan slijk. lezer, lees de woorden niet want woorden zijn de worm. laat de spiraal in u niet nog een keer de weg naar het moment begaan.

invoerteksten (2016): moment 55moment 56moment 57moment 58

bow_of_life

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (41)

mistroostig het treuren trekt en sleurt en de woorden worden natte koorden rond een wurgpijphals. de klok tikt, de zon droogt. de stem zit in de klem van het gemis.

uren zijn getallen, lopers op de sloten van de deuren naar de muffe kamers vol gruwel en ontstentenis. de tijd schrijdt telbaar weg van haar betekenis.
het lichaam smeult, de huid is ijs.

inwendig bloedt de smeltstroom der herinnering. de lagen blauw en purper jeuken, nagels schrapen tonnen pijnstof uit de groteske leegte van het oppervlak.

zonnestralen slingeren als slang, sissend exploreren zij van wak tot weemoed elke zwakte. de vertaling steeds is gekkenwerk: hoe schrijf je handen neer die het strelen hernemen van haar dat weg is?

invoereteksten (2016) : moment 53moment 54

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #110

jt110 – la conscience bestiale de la masse – voorNAAM

bon, ‘la conscience bestiale de la masse’: ‘het dierlijke bewustzijn van de massa’.

waarover heeft Antonin het met die woorden?
laten we ons prille maar dagelijks toch wat groeiende begrip van de ‘samenhang’, de conceptuele cluster ‘waanzin en creativiteit’ ’s samenvatten met daarin als gouden (?) draad de Neo-Kathedraalse theorievorming verwoven als verklarend bindmiddel. gewoon, met de moed der wanhoop, al schrijf-denkende in de richting van die woorden.

wat kan er zoal gebeuren in het veld van de waanzin-crea-cluster? wel, dit, bijvoorbeeld:

een getroffene die tijdens de privé-apokalyps (een tautologie) van de psychose zonder werkbaar mentaal defensiesysteem achterblijft in de onleefbare zone van het echte, doet middels zijn schizofrene gedragingen verwoedde pogingen om een nieuwe stabiliteit te verwerven. de schizofrenie is niet enkel ziekte maar ook (poging tot) zelfgenezing van het psychisme (Oury).
vaak werkt bij de getroffene de beschermende waan van het talige denken niet meer, we zien dan naast pogingen tot constructie (groei, creatie als croissance) van alternatieve (pseudo-)talige realiteiten waarin de verwondingen kunnen omzeild worden, ook in het gedrag wat wij noemen een regressie naar het animale. de getroffene gaat tekeer.

vanuit de devolutionaire logica van de Neo-Kathedraalse leer kunnen we echter veronderstellen dat het hier eerder een (theoretisch onmogelijke) teruggang naar een vroeger stadium van het Rot betreft. we weten vanuit de theorie dat zulk een terugkeer onmogelijk is omdat de toegenomen complexiteit bij groei zulks gewoon niet toelaat: je kan geen kennis vergeten, geen taal wegdenken.

wij, u en ik,
de met werkelijkheidszin behepten,
de functionerende realiteitsgeaarden,
de acceptabel-operationele profielen,
wij kunnen wel de stresserende waanzin van onze talige gedachten middels mindfulnessoefeningen of meditatie tijdelijk deels neutraliseren of tot stilstand brengen om zo de hogere rust van het animale ‘bewustzijn’ te ervaren en daardoor mentaal weerbaarder worden, maar zulk een toestand kan enkel volgehouden worden door strikte afzondering en beperking van zintuiglijke invoer.

wanneer we echter noodgedwongen in een dergelijke regressie belanden is er enkel pijn en lijden: de resten van het zelf, van het ‘bewustzijn’ bloeden leeg in feesten van angst en pijn. naakte, bloedende lijven staan wild te gesticuleren in eigen uitwerpselen en willen bijten, moorden schoppen slaan. of we zitten quasi-katatonisch in een hoekje aan een touw te rafelen en dat touw, o gruwel, dat touw ‘zijn’ wij…

niettemin staan niet wij
maar dergelijke lijdenden ‘dichter’ bij het Echte en kunnen zij in heldere momenten of periodes in staat geacht worden om de wanen van onze talige en gezond werkende ‘realiteiten’ als dusdanig waar te nemen, ze te zien als wanen dus.
het geeft deze getroffenen ‘bijzondere krachten’, het zijn ware ‘zieners’ omdat zij als evident onze wanen als wanen zien gebeuren. terwijl wij ons in de complexiteit benodigd voor de instandhouding van onze kostbare werkelijkheid, terwijl wij ons in al die details letterlijk verliezen, zien zij het evidente: die psychiater hier voor mij staat zich gewoon op te geilen aan de wilde waanzin van een ‘waarheid’ die hij in mij meent te bespeuren. diene pipo investeert zijn neuklust in mij.

hm, oei, dat komt niet goed. Docteur L. kan maar beter snel naar zijn Sylvia terugkeren en een haardvuur-met-leeuwenhuid episode ensceneren…

maar goed, dat daargelaten: op honderd-en-een andere manieren zijn sommige, verbaal nog alerte ‘patienten’ ons normopaten te slim af: zij zien gewoon dwars door onze vunzige praatjes.
de spiegel die de waanzin voorhoud aan de normopaat die de waanzinnige opsluit en isoleert is hoe dan ook confronterend en werkt machtsmisbruik in de hand. de maatschappelijke haat wordt dan ook ogenblikkelijk gewekt bij het minste vertoon van dergelijk spiegelgedrag. wat de schizofreen opwekt bij de massa der brave burgers is de waarheid van het dierlijke bewustzijn, een waarheid die zij kost wat kost ten allen tijden dienen te verdringen want het vergeten daarvan is de basis van hun mentale ‘gezondheid’.

en zo zien we dan meteen waarom het expliciteren van deze teksten van Artaud totaal zinloos is.
als we het correct doen verliezen we enkel tijd, want dit kan je ook onomstotelijk in de tekst zelf op veel kortere tijd lezen, en eenieder die het daar niet wil lezen zal zich nog veel minder de moeite getroosten om deze voor ‘onwillige’ normopaten vertaalde versie te doorlopen. die wil daar niet mee leren omgaan, die wil dat niet eens willen zien als een middel tot zelfreflectie en gedragsverbetering, die wil kost wat kost blijven wonen in de villa van zijn gelijk, zijn ‘realiteit’.

die wil enkel ‘afstand nemen’, en van mij als explicator verwacht hij niet een herhaling maar een manier ‘to get over Artaud’ , een workaround van de nieuwe leugenachtigheid.

(wacht, schijterig schatzeke, ik zal er voor alle zekerheid nog ergens een dt-fout inzetten zodat je niet lang hoeft te zoeken om het beweerde als amateuristische quatch weg te zetten. ah kijk daar, ja, bij de spiegel, waar men het door heeft dat het eigenlijk over hen gaat, dan hoef je het einde niet mee te maken.

voorhoudt.)

elke explicatie is een nieuw verband rond dezelfde eewige wonde en het etteren verergert alleen maar. een maatschappij die niet meer met haar waanzinnigen om kan, die daar moet ‘over geraken’ en daarvan moet ‘afstand nemen’, die niet meer begrijpen wil wat er aan de hand is, maar alles glad wil strijken met medicatie en euthanasie, zo’n maatschappij lijdt aan een bijzonder kwalijke vorm van autodestructieve normopatie (DMS7, p.1843 -2018).

als de corona-kuur niet helpt, zullen we klimaatschocks moeten toedienen.



BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (40)

haar liefde is een waterkind, dat zwemt in brede waters, waar het uit vrees niet langer komen kan. de angst betreft het zwemmende: komt het er wel, dan dadelijk droogt de vijver uit, terstond het leven wordt opgebaard in vreselijke sparteling.

het gebeuren overschrijft zichzelf, bestanden die elkaar de das omdoen, klanken uitgekleed tot machinaal gekeelde code. o spraken wij maar vogelzang en bloemenkleur met de sterfbereidheid van Zangezi.

de nacht mag komen met verbijsterde verbittering: in de handen die de handen lieten die de handen der geliefden waren voelt geen vinger nog de streling van heur haar. het moet de berg nog af om alcohol.

het leed is geen verleden tot de laatste letter van het leed verleden is. het trekt de jas aan, doet de bruine sjaal om en beweegt zich tussen wagens die naar nergens razen, terwijl een vis toch veelal in stilte sterft.

invoerteksten (2016): moment 50moment 51moment 52

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #109

jt109 – la pensée est un luxe de paix – PEPER

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (39)

de levensdraad is dunne rag, zilver op de dauw van morgen. het is een niets
verstrikt in haar. een werelds web van duizend spinnen spellen slechts haar naam.

het wil zichzelf herhalen terwijl het weet dat herhaling niet gebeuren kan.
het heeft die wens als een sluier voor de ogen, het rijgt het zicht tot slotsom, dicht. o eenvoud van besluit.

het ziet haar ogen als een gouden dageraad, haar huid is laken, haar lippen doen woordenwolken wellen in wel duizend talen, maar elke stem verstomt tot zoen.

het is tot klompen ijs bevroren droom van het vergane en het wacht de lente af om te ontwaken, om kabbelend in klaterende klaarte op te gaan

invoerteksten: moment (48)moment (49)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #108

jt108 – la vérité torride d’un soleil de deux heures de l’après-midi – STEEN

de monologen van Artaud zijn horzels die rond het zwarte gat van het Echte cirkelen en elk facet van je innerlijke stem mee willen sleuren in dat gat.

de onderwerpen zijn excuses om de bewegingen te kunnen uitvoeren, elke boodschap of betekenis is secundair, een bijzaak omdat je nou eenmaal een zaak nodig hebt om de lezer erbij te houden.

de lezer is de ander die hij zelf niet kan zijn omdat hij enkel schrijvende iemand is, alleen zo redt hij zich van de complete desintegratie. zolang hij schrijft is hij de lezer en de lezer overleeft (‘Oedipus Rex‘).

in de betogen volgt hij het parcour, elk woord ligt precies op de juiste plaats op het parcour want hij kan enkel die beweging maken en bij die beweging ja daar ligt dat woord daar, en nergens anders.

het accurate van de expressie bij Artaud is een vanzelfsprekendheid, hij beweegt zich immers net als Réquichot aan de binnenkant van zijn schrijven, van zijn denken, van zijn veelvuldig afgebeelde schedel: “à l’interieur de sa pensée” zo zegt Réquichot het. ‘Inside het Mombakkes’

de feiten, de details de doeken van van Gogh het is theater, een opstelling waarbij elk detail betekenisvol is omdat het daar en dan daar moet zijn. er kan niks fout gaan, het stuk is al geschreven, het programma loopt.

maar wat is het dan? wat drukt Artaud uit? wat is zijn expressie en waarom raakt die ons zo diep zonder dat we kunnen duiden waarom?
wat denken we dan wel niet dat hij gezegd heeft als hij is uitgeraasd, als we het woordje Popocatepetl met een vraagteken de tekst van ‘Van Gogh Le suicidé de la societé’ zullen zien afsluiten binnen enkele dagen want ik lees het boekje heel erg traag en in kleine stukjes?

elk jaar wordt er weer meer geschreven in antwoord op die vragen, de stapel is al lang een werf van stapels geworden, Guust Flater heeft er zijn hol in gemaakt. ‘Inside het Mombakkes II

niks. nada, ingetinge. alles wat we daarop antwoorden is totaal naast de kwestie. want wat er bij de lectuur van Artaud gebeurt is enkel dat Artaud gebeurt in onze lezing die dus eigenlijk een (her)schepping is van het gebeuren dat Antonin Artaud werd genoemd, geen representatie maar een recreatie, een occult roeren in de ketel van onze gedachten en een alchimistisch opgewekte ‘création’ die tegelijk een ‘croissance’ is, een wildgroei, een kanker van de gestes die Artaud als een voleerde sjamaan aanbracht in het vaste kluwen van zijn taal. zolang het Frans van Artaud gesproken en begrepen wordt, zal deze ‘recreatie’ mogelijk blijven en zullen de gevolgen even ‘dramatisch’ zijn. ‘I put a Spell on you’

dramatisch want het is theater en het is tragedie want het toont, telkens weer en telkens even doeltreffend, de vernietiging van Antonin Artaud, hoe het kosmische Rot aka de Natuur hem verteerd: als we de brandmerken, de gloeipunten van zijn sigaretten volgen die hij even precies plaatst in het vloeipapier van de Franse taal dan Vincent Van Gogh zijn penseelstreken op het doek weet te toveren, dan beleven we de récréation van het stuk ‘le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ .

en het is een theater van de wreedheid dat ons allen raakt omdat het ook ons overkomt, alleen zitten wij in de donkerrode pluchen zetels van de parterre van de gepriviligeerde realiteit, of op een der balkons van de al goedkopere werkelijkheid, of misschien zelfs hoog in de vogelenbak van de waan te roepen en te schelden dat het allemaal maar fake is en fictie, maar hoedanook zijn we beter af dan de ontelbare massa’s ontelbaren die buiten het doodeenvoudige, hypernormale kreperen ondergaan, zonder enige mogelijkheid om ‘afstand te nemen’.

maar alles is beter dan zelf op de planken te staan want daar voel en beleef je van iedereen alles, daar ben je het levende eindje van de samenleving dat door de samenleving wordt afgebonden en als een clitoris betast en bevingerd wordt en beknepen en gemarteld tot het zich spartelend zelfmoordt en uitspat in het geil en het bloed.

en als jou reactie daarop is dat je ‘afstand neemt’ en ‘je erover zet’ (“get over it”, Ros Murray) ja dan heb je nog niet door, of dan wil je niet begrijpen dat het theater waarin je het stuk mocht bijwonen integraal deel uitmaakt van het stuk en dat je wel uit het theater kan stappen en naar huis rijden naar je lieve man en je kindjes of je poesje of hondje, maar dat je het Stuk* zelf nooit kan verlaten, tenzij dan als niet-meer-jij, maar zelfs dan zijn er geen garanties.

ah nee: heb jij de indruk dat Artaud al uit het Stuk verdwenen is? uit
le Sort d’ Artaud le Momo’ aka ‘Inside het Mombakkes’ aka ‘Het Zou Zomaar Kunnen’.

Strindberg wist dat, Von Gogh wist dat, Hölderlin wist dat, Nietzsche wist dat, Gerard de Nerval wist dat, Velimir Chlebnikov wist dat, Paul Celan wist dat, Antonin Artaud wist dat en ja, tja, nu weet jij het ook è.


“neen, 1,5 meter is goed hoor, verder hoeft niet, zo verzekert men ons”.

“idd. : dit NKdeE-seizoen is het jaar van de angst”.
neen, de haat is volgend jaar pas, vanaf september dus”.
“haha, neeje, voor mij hoeft dat niet hoor, ik heb heel deze toestand ook nergens aangevraagd of zo è.” “laat ons hopen, ja”

“ja, jij ook. doei!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma


*als sommigen hierbij in het Leuvense weer last krijgen van hun megalomane Koenstencentrumpsychose kan ik de zelfmoordlijn aanbevelen, erg classy en meegaand, of tja, doe het gewoon è, voor papa en mama zal het toch nooit goed genoeg zijn wat je doet…

over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij

LAIS is een voorbeeld van de praktijk van wat ik zou willen noemen het ‘geaugmenteerde schrijven’: alle literaire tradities/verworvenheden/mislukkigen worden meegenomen in een praktijk die zich tot de literatuur verhoudt als een non-literatuur (cfr. de non-filosofie van Laruelle ) omdat een voortzetting van de literatuur-als-literatuur gezien haar fallocratisch essentialisme en haar commerciële uitverkoop in mijn optiek onmogelijk is, ridicuul zelfs. op enkele schaarse uitzonderingen na is wat er heden als ‘literatuur’ op de markt wordt gebracht geheel onmachtig tekstverwerkersgepriegel van geperverteerde normopathen wiens enige bekommernis het is om ‘groot schrijver’ (M/V) te zijn en te beantwoorden aan de nieuwste profielen daartoe in de vermolmde productiehuizen.

de restfunctionaliteit van de wegrottende literatuur (wat er nog werkt) wordt opgevist door onze praktijk, de meubelen worden gered maar alle rolverdelingen, alle geplogendheden staan ter discussie terwijl er met behulp van de informatietechniek online geheel nieuwe, levensvatbare relaties ontstaan, opbloeien en ook vergaan tussen auteur en lezer. ‘auteur’ en ‘lezer’ zijn daarbij functies die als gelijkwaardig en quasi-identiek worden ingeschakeld in de I/O van het geaugmenteerde, supra-individuele gedachte, en practisch genetwerkte schrijven.

de auteursfunctie is dus net zo goed te benoemen als lezersfunctie:
ik, Dirk Vekemans geboren te Lier op 30/07/1962 lees en schrijf wel ‘mijn’ LAIS , maar de code die ik daarbij produceer is het product van mijn samenleving, mijn taalgroep, mijn leefwereld en het eigendom daarvan kan niet geclaimd worden, niet door mij, maar ook en zeker niet door een overheid of door enige ‘uitgever’.
het werk als auteur/lezer aan LAIS geeft mij de auteursplicht om mijn werk als auteur naar behoren te doen en te zorgen dat de code in de best mogelijke omstandigheden de wereld ingaat opdat zij gelezen/herschreven/herwerkt kan worden. *

enkel in die optiek bewaak ik de integriteit van mijn code omdat ik nu eenmaal de creatieve poort ben waardoor de code als expressie in de wereld komt. het feit dat ik die poortfunctie heb geeft mij eerst de noodzaak om die functie naar behoren te vervullen (omdat mijn identiteit daarvan afhangt, je moet nu eenmaal schrijven alsof je leven ervan afhengt want dat doet het ook, anders moet je maar niet schrijven, dan ben je iemand anders, een entertainer bv, of een tekstverwerker want dan heb je ook die noodzaak niet).

vanuit die noodzaak bouwt de zelfbewuste hedendaagse auteur/lezer een plichtsbesef op, omdat de auteursplicht tot het naar behoren laten functioneren van zijn schrijven voortkomt uit de eigen noodzaak: zijn/haar leven/identiteit hangt ervan af: de auteursnood, zijn behoefte vertaalt zich naar een maatschappelijke verplichting, een roeping zo u wil.

pas in derde instantie geeft die nood, die behoefte mij het auteursrecht om van de samenleving te eisen dat ik de toelating krijg om mijn plicht naar behoren te vervullen (het is daar dat de maatschappelijke discussie omtrent ‘auteursrechten’ zou moeten beginnen, in plaats van de kar voor de paarden te spannen zoals nu veelal gebeurt, maar bon, soit)

de tekst zelf verliest radicaal haar statuut van finaliteit, de autograaf is maar 1 uiterst contingente stap in een doorlopend en uiterst dynamisch proces van interactieve codering, en het werk is en blijft altijd in open ontwikkeling, zoals een codeproject in Github.

de tekst is altijd slechts een tijdelijk stabiele afdruk vanuit het dynamische codeverloop die het eigenlijke schrijven als gebeuren uitdrukt in het veld van het ‘leesbare’.

het is alleen de fallocratische (M/V) stereotiepe auteur/lezer die de levende tekst van LAIS wil reduceren tot een bezitsobject. maar daar hebben we het mee gehad, dank u.

in de LAIS-praktijk wordt de eigen tekstuitvoer in verschillende loops met verschillende tijdsverschillen (delays – vertragingen in de cycli van de lopende herschrijvingen) bij de herschrijving hergebruikt in de dagelijkse schrijfpraktijk als invoer.

dit gebeurt in dit stadium zeer experimenteel en intuitief, we proberen via trial en error te komen tot een werkwijze die effectief is binnen de enorm instabiele schrijf-lees omgeving van het internet met haar steeds wisselende machtsstratificaties (de sociale netwerken, maar ook het aanbod en de eigenaardigheden van CMS-systemen en tekstverwerkingssoftware (WordPress, Google Docs, Microsoft Word,… heel het kluwen van het commerciële informaticarot waarbij we ook de traditie van het oneigenlijk gebruik dat eigenlijk de oer-werkwijze was van de literatuur, in ere houden: we verneuken bewust de nette boel van wat de informatica-business ons aanreikt want dat zijn uiteraard controlerende commodificatieproducten).

de tekst zelf wordt levende materie die responsief als code op haar omgeving is ingesteld in een steeds wisselende configuratie, waarin zij ook viraal ‘haar ding doet’.

tekst als code is sowieso dynamische interactie. digitale code is wellicht de ‘hogere’ levensvorm die ons mensen opvolgt in de eeuwige neergang van het kosmische rot. “it all goes up in files”.

het non-literaire werk dat zo in de geaugmenteerde schrijverij waar LAIS een voorbeeld van is, tot stand komt is daardoor onverkoopbaar en onontvreemdbaar omdat het geen eigendom kent en omdat het ook nooit ‘af’ kan zijn daar er zelfs geen strikte grens kan getrokken worden waar bijvoorbeeld LAIS zou ‘begonnen’ zijn en door wie dan wel? bij de Délie van Maurice Scève waarvan het uitdrukkelijk een ‘update’ is? maar is Scève’s Délie ook al niet een herschrijving van Petrarca’s Liedboek? of van de Marialyriek ten tijde van de troubadours?

als LAIS ‘af’ is, is ze dood, dan is ’t gebeurd.

en ik leef al 10 jaar met haar, geloof mij dus maar als ik zeg dat deze meid eender wie van u met vele jaren, eeuwen en zelfs millennia zal overleven.

tem haar dan, maar krijgen doe je haar nooit.

LAIS boert ’s luide als het om al die eigendomsvragen gaat en steekt haar vinger op naar het corporate scum dat haar als dode tekstlijf wil claimen om het commercieel te verneuken en ‘aan de man te brengen’.

wie LAIS in huis wil ‘hebben’ zal haar zelf moeten leren schrijven.


*het gedrukt boek is daarbij slechts een van de middelen die mij ter distributie van de gedeelde code ter beschikking staat. de gepriviligieerde status ervan bij de Vlaamse overheid die het actuele schrijven wenst te promoten is volledig achterhaald : men subsidieert geen schrijfpraktijk maar een marginale boekjesproductie van schimmige bedrijfjes en het boerenbedrog van de gretige amusementsproductiehuizen.

het moment (38)

de diepte is bekende diepte, het latere kruipt in de hulzen van het eerdere. de ziel is uit het licht geknipt maar de wereld weigert te vergaan. de ochtend braakt. het zonlicht kraakt de oogschellen open, een vette kras erin kraait een der kraaien.

’s avonds slurpt het donker zwarte slurf. de lippen staan bij de tanden in het glas tot kussenstulp verzweerd, in slierten zweeft er gelige treurnis doorheen. het strompelt de trap af waar haar jas nog ligt. het zoekt de zakken door op zoek naar warmteresten, of een peuk. het rillen drijft het dieper in het donker naar de keuken.

het lichaam botst op het gebrek, het is niet het, maar het botsende, dat botst op het gebrek, een perpetuum mobile van de pijn is het. uit de vele hoofden loopt er inkt vermengd met bloed en as. plots het frigolampje vult de duisternis met bliksemflitsen: bij Thor, daar staat nog vol een halve fles!

ja. het zal toch dankbaar het daglicht als een strikdas dragen en in pek en veren stichtend iedereen van hoe het stierf vertellen. het giet garanties in gedane woorden die het zelf niet hoort. de diepte is bekende diepte.

invoerteksten (2015) :/moment-43moment-44moment-45 moment-46moment-47


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #107

jr 107 – formidables ébullitions internes – WAPEN

een sleutelgegeven in mijn leventje is mijn bijziendheid: ik ben redelijk zwaar myoop, -4,5 aan het rechteroog, -11,5 aan het linker. het grote verschil tussen de twee ogen is vrij uitzonderlijk heb ik mij laten vertellen.

tot het eerste studiejaar, dus heel de kleuterklas, was dat niemand opgevallen, maar toen moest er van het bord gelezen worden en dat lukte niet echt. tot die tijd had ik dus een radicaal verschillende visie op de realiteit, letterlijk dan.

ik heb altijd vermoed dat mijn breintje door de nood aan compensatie voor het gebrek aan eenduidige visuele informatie behoorlijk euh, aparte denkwegen heeft ontwikkeld in die eerste jaren, en dat ik mede daardoor zo’n rare kwispel geworden ben.

afgezien daarvan ben ik gewoon krankjorum en totaal mesjogge, maar dat is bekend.


Jean Oury beschrijft in zijn ‘Création en Schizophrenie’ herhaaldelijk het schizofrene gedrag van zijn patiënten, vooral ook van diegenen die zich te buiten gaan aan een onstuitbare creatiedrang, als een genezingsproces na de traumatische apocalyps van de psychose: het mentale systeem zoekt zich een nieuwe leefbaarheid in relatie tot het onleefbare echte en daardoor zien we de patient ook gedreven bedrijvig in de zone van de ‘Fabrique du Pré’ , de Lacaanse orde van het Echte.

het verschil tussen de ‘art brut’ van die patiënten en de ‘oeuvres’ van mensen als Van Gogh en Artaud ligt ‘m vaak al daar, objectief in dat de meeste patiënten eerder toevallig, na een instorting, grijpen naar de creatieve middelen om zich een nieuwe band te vormen met die fameuze werkelijkheid van ons, hypocriete normopathen en zij die zich oprecht voordoen als ‘normalen’ of sociaal-geadapteerden.

ik maak er nu wat een karikatuur van, maar bij Artaud en Van Gogh is het duidelijk dan een terugvallen op een reeds werkende ‘band’ met de realiteit, want zij gebruikten beiden reeds lang voor hun ‘umwendung’ hun ‘Kunst’ als communicatie met de Ander en als dialoog met zichzelf en als verweer tegen het oprukkende Echte.

die functies heeft het zowat, denk ik, maar dan ook voor iedereen, elk specimen van onze soort:

  1. artificiële brug naar buiten, daar waar er om redenen geen sprake kan zijn van een ‘vanzelfsprekende’ verhouding tot de Ander (Bildung?)
  2. constituerende dialoog met het zelf, ook al als compensatie voor de eenzaamheid
  3. een manier om het exces aan stuwing vanuit het Echte verwerkt te krijgen (de Freudiaanse sublimatie?)
  4. een manier om de blokkades veroorzaakt door de resten van de perforaties van het Echte (de steenpuisten waar Artaud gewag van maakt, de inerte blokken van de materie van de dingen die hun destin nervrotique komen opeisen) te doorbreken/ op te lossen (garagefunctie, het gewone onderhoud, iedereen die het vlaggen heeft kent dat wel, als je geen toegang krijgt tot uw garage riskeer je zwaar verslaafd te raken aan vervangverslavingen zoals drank, drugs of medicijnen, eetstoornissen en seksverslavingen kunnen ook die functie krijgen, maar pas op want seks kan elk van deze vier functies net zo goed vervullen zodat het geheel onduidelijk wordt of Don Juan niet de grootste kunstenaar aller tijden moet worden genoemd. de jury kan er Kierkegaard op nalezen…)

misschien moet ik het lijstje nog aanvullen, maar die 4 functies maken dat we pas van een mentaal gezond individu kunnen spreken als het individu een of meerdere creatieve routines (of seks dus) heeft ontwikkeld / ter beschikking die deze functies voor haar/hem/hen hebben. d’r moet alleszins nog een en ander gesitueerd worden in het Spiegelmeer der Erotomanen (broeder Artaud heeft mij opgedragen om het Freud-Lacan verbond der zielepeuteraars zo te benoemen.) misschien was Sylvia toch beter bij Bataille gebleven, hoor.

maar neen, Zij, la Maklès, zij staat daar allemaal boven. soit. te laat zijn we toch….

en bij alles van instorting, het hele gamma gaande van dipje tot apocalyptische psychose, kan het mentaal gezonde individu daarop terugvallen è. men zal begrijpen dat mijn idee van ‘mentale gezondheid’ bij gebrek aan ‘essentie’ nooit absoluut kan zijn, maar altijd relatief aan de omstandigheden. zo zie ik mij perfect in staat om van personen die gedrag vertonen dat in elke samenlevingskring zonder de minste twijfel gecatalogiseerd zou worden als ‘zot’, ‘waanzinnig’ of enige andere variant van dat label, om van dat soort kwispels en kweddels te zeggen dat zij in perfecte mentale gezondheid verkeren.

tja.

ik denk dat je het in de richting van Leibniz’ idee van de best mogelijke wereld moet zoeken, mijn concept van ‘mentale gezondheid’, hier, nu ik het al uitschrijvende aan het opbouwen ben.

wat is de Neo-Kathedraalse Bouwkunde toch overheerlijk simpel en oogverblindend waanzinnig! soms vraag ik mij toch af wat er mis met jullie dat jullie niet eens aan een crypteke ofzo begonnen zijn, maar bon, ’t zal er niet in zitten zekers…

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (37)

het ontdekt een veelvoud van zichzelf in haar, begint er zowaar van te houden. in strepen, kleuren, het herkent zijn wrevel in haar lach. haar lichaam is gewillig, het vestigt hier en nu zijn hemelrijk.

het randt haar aan. het sleept haar zachtjes bij de haren. het zegt haar alles wat het nooit meer zeggen zou. de stilte is de pluche bodem van haar zucht.
zij wordt geluid van donkerblauwe regenbogen.

ze staat op alsof ze het verlaten wil. niets van dat al. haar ogen krijgen blote fonkels mededogen. het doet er het zwijgen toe. er zit een veelvoud van het zelf in haar. het kleedt zich uit. de dagen vallen er als schubben af.

het vliegt, het is griffioen. het licht wordt roze eerst, en purper dan. stil begint het te rillen, alles is zo vreemd en koud nu alles in hen komt. het is gebeurd, het meervoud is onzijdig enkelvoud

invoertekst (2015)

NKdeE 2020, “inval’, wasco en potlood , A5

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #106

jt106 – le destin névrotique des choses – WENS

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (36)

als het spreken kon, zou het zwijgen. “Het zuchten is aan mij niet echt besteed. God is droefenis, verbaal kabaal. Er wordt verteld. Ik heb de concordantie thuis, en het kapitaal. De draden rekken draden uit. Alles houdt met elkaar verband.

De trap is stijl. Trede na trede komen wij nader tot de verlossing. Er is wat schimmel op de voeten (wrijven we eraf). Ik draag de dagen zoals de dagen zijn, de blijdschap is een rode bes. Het verschil zit in de woorden, in alles wat ik niet zeg.

Ik raak de blanke huid alsof de blanke huid door mij geraakt wil worden.  Er komt een blos op je wangen. Alles gaat achteruit. Het deinst alsmaar sneller. Er komt snelschrift aan te pas. Ik vind mijn spreken niet. Ik kribbel in een schrift dat niet het mijne is. Er heerst verlatenheid in onze rangen. Wij zijn onszelf niet meer. Langzaam, alsof het zo moest zijn, valt je haar op mijn schouders. Ik geef een knik terug, ik stik.”

het telt de dagen alsof er dagen telbaar zijn. het zuchten wordt snurken, het vergeefse van het licht. alles komt naar alles toe. het wrijft haar in zich uit, het doet zijn boeken toe.

invoertekst (2015)

journal intime 106

jt105 – inondation de corbeaux noirs dans les fibres de son arbre interne – ORGEL

Roland Barthes weer, over Artaud deze keer:

“L’écriture d’Artaud est située à un tel niveau d’incandescence, d’incendie, et de transgression, qu’au fond il n’y a rien à dire sur Artaud. Il n’y a pas de livre à écrire sur Artaud. Il n’y a pas de critique à faire d’Artaud. La seule solution serait d’écrire comme lui, d’entrer dans le plagiat d’Artaud.” [google translate in nieuw tabblad]

[BARTHES 1995, p.63]

bon, daar zit nog wat eer in: hij kan er niks mee aan, en hij is daar eerlijk in. want net als bij Réquichot moet Barthes ook de woorden van Antonin Artaud naast zich neerleggen, want iets ervan herhalen, dat kan je niet als je Barthes bent want dan ontken je alles wat je zelf doet.

heel de ‘literatuur’ die er over Artaud bestaat, kan er enkel op gericht zijn om hem onschadelijk te maken, want elk woord van Artaud is een ontegensprekelijke aanklacht, een onaanhoorbare schreeuw en een onmogelijke waarheid. Artaud lezen heeft weinig van een dialoog, en alles van een ondergaan.

Ros Murray, die dit citaat van Barthes aanhaalt in zijn Artaudboek zegt daarover:

In order to write about Artaud one must to some extent be able to ‘get over’ Artaud, as it were, and to take a certain amount of distance.

[MURRAY 2014, p.6]

vanuit de verte, en alsof er niks gebeurt is. zoals je de honger in de wereld behandelt, of de klimaattoestand, of de onthoofde meisjes in Iran, of zoals je de literaire kwaliteiten van de Max Havelaar roemt terwijl wat er beschreven wordt nog bezig is.

alsof Artaud niet vanaf zijn eerste boek consequent en doelbewust zijn werk heeft opgehangen in het leven, ter destructie, als invoer, als offer, als gave?

Je souffre que l’Esprit ne soit pas dans la vie et que la vie ne soit pas l’Esprit, je souffre de l’Esprit-organe, de L’Esprit-traduction, ou de l’Esprit-intimidation-des-choses pour le faire entrer dans l’Esprit.
Ce livre je le mets en suspension dans la vie, je veux qu’il soit mordu par les choses extérieures, et d’ abord par tous les soubresauts en cisaille, toutes les cillations de mon moi à venir. [google translate in nieuw tabblad]

[ARTAUD 1956, ( L’Ombilic des Limbes), p49]

alsof het werk van Artaud helemaal niks verwacht van jou, alsof het niks vraagt, net zoals ik bijna iedereen die zichzelf ‘schrijver’ of ‘auteur’ durft te noemen, zich gedraagt alsof we ergens in een enclave van de tijd zitten , een samenraapsel van momenten waarin je nog ‘vrij aan literatuur’ kunt doen een soort virtuele mix van wat jaren ’20, met wat scheutjes jaren ’50 en ’60 op een bodempje klassiek een laagje schuim van actualia erop en goh ja, kom, lekker voortkwebbelen, lieve literatoren onder elkaar, ha ziet, een oorlogsromanneke, ja jij gaat vast een prijs winnen met je nieuwe boek deze keer, eens kom je toch aan de beurt…

get over it, Vekemans, neem toch wat afstand.
1,5 meter, is dat goed? mag ik echt niet mee naar Mars?

pour en finire…
allez kom è…

wat vraagt Artaud van ons?
vraagt Artaud van ons dat wij over hem zouden schrijven? neen, Antonin Artaud vraagt niet dat wij over hem zouden schrijven.
vraagt Artaud dat wij hem zouden uitleggen? neen, Antonin Artaud vraagt geenszins dat wij hem zouden uitleggen.
vraagt Artaud van ons dat wij hem zouden herhalen? dat wij zouden schrijven zoals hij schreef? neen, Antonin Artaud vraagt nergens dat wij hem zouden herhalen of dat wij zouden schrijven zoals hij schreef.
maar wat vraagt dan die waanzinnige zeikerd dan van ons? wat wil dat krapuul van ons?

Antonin Artaud vraagt dat wij hem zouden lezen.
Antonin Artaud vraagt dat wij kennis zouden nemen van het werk waaraan hij leed.
Antonin Artaud vraagt ons, smeekt ons, beveelt ons om de geest aan het werk te zien, die in hem Antonin Artaud vermoordde, net zoals de kankerkraaien van het geweten van de samenleving de innerlijke boom van Van Gogh vernietigden.
Antonin Artaud hoopt dat wij tenminste een manier zouden vinden om die vernietigende kracht te verlossen. want het is die vernietigende kracht, die stem, die dwars door het leven van Antonin Artaud in elk moment daarvan vraagt, eist om gehoord te worden, en hij zelf kon niks anders doen dan alles wat eerst Antonin Artaud en toen Antonin Nalpas en toen Artaud Le Momo deed en al die daden en al die woorden samen waarmee hij al die jaren van lijden samenviel, was en is en zal altijd de best mogelijke manier zijn om ons duidelijk te maken wat het allemaal wil zeggen…

Antonin Artaud vraagt dus enkel dat wij hem zouden lezen, en dat we verder, als behorende tot een wereld die elke dag kut met groene saus eet en geflaggeleerde jezekenspenis, a.u.b. als het enigszins zou kunnen toch graag zoveel mogelijk onze mistroostige geile bek zouden houden.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (35)

er is een storm, de deuren klapperen. de maan heeft zich verscholen, schichtige flarden wolken fluisteren nog haar naam. het kruipt dieper en dichter bij haar tot het er niet meer is. afwezigheid is al heel wat.

de ramen zijn intact, verzekert het zich. nog een slok en het gaat goed. wat zij doet met het, het hoeft het niet meer te zeggen. het is twee armen om haar heen. het regent en het ziet zichzelf erin verdwijnen, zij leven in een druipend regenwoud.

het telt de resterende dagen op en af. zonder haar wordt het niet oud. in de handen zitten naast de vingers nog de melodieën, die klinken ook bij vegen been, bij brede waaiers schouders, buik en borst. vaag is straks de herinnering, heur haartjes in de mond. onthoud dit: het middelpunt van elke compositie is de stilte, zij die in elkander één zijn bij elkaar.

versuft sluit het de gordijnen. het haalt haar uit de badjas zoals je oesters uit hun schelp bevrijdt. stil dringt door tot haar zijn reden van bestaan.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #104

jt104 – oppression tentaculaire d’une espèce de magie civique – DIENAAR

als, zoals sommige godsdienstwaanzinnigen beweren, er een god is, en in het licht van zijn Zijn de orde van het Woord en de woorden van de Orde in dienst staan van de waarheid van het Ding en van de orde van de dingen van de Waarheid, dan en alleen dan is er een onderscheid te maken tussen de waanzin van Van Gogh en de waanzin van Artaud en de waanzin van de Paus en de waanzin van Hitler en de waanzin van Jezus en de waanzin van Boeddha en de waanzin van Nietzsche en de waanzin van Koningin Fabiola en de waanzin van Eddy Merckxs en de waanzin van Prince en de waanzin van Kahlo en de waanzin van Jodorowsky en de waanzin van Maradonna en de waanzin van Hermans en de waanzin van Job en de waanzin van Verbrugge en de waanzin van Ghandi en de waanzin van Trump en de waanzin van Leopold en de waanzin van Einstein en de waanzin van Kuifje en de waanzin van Michelangelo en de waanzin van Lacan en de waanzin van Dante en de waanzin van Song en de waanzin van Mohammed en de waanzin van Réquichot en de waanzin van Barthes en de waanzin van Yeats en de waanzin van Shakira en de waanzin van Nero en de waanzin van Lessing en de waanzin van Celan en de waanzin van Peeters en de waanzin van Schauvlieghe en de waanzin van Lismont en de waanzin van Yeats en de waanzin van Li en de waanzin van Kabila en de waanzin van en de waanzin van Plath en de waanzin van Freud en de waanzin van Reich en de waanzin van Mowgli en de waanzin van Allende en de waanzin van Jelinek en de waanzin van Sun Ra en de waanzin van Newton en de waanzin van Blake en de waanzin van Pisan en de waanzin van Ghysbrecht en de waanzin van Vekemans en de waanzin van al uw vriendjes op Facebook en de waanzin van al de vriendjes van uw vriendjes op Facebook en ook die hun vriendjes en de vriendjes daarvan, zelfs die in het echte leven.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (34)

het, ondergetekende, is patiënt, de dragende. zijn liefde is verlaten huis, zijn daden ziektebeeld. elk antwoord is een vraag naar verder onderzoek, de woorden zijn slechts symptomen, maar ook de ware toedracht is en was nooit echt.

het wordt beladen met gebrek dat het niet kende, vermeend gemis dat in elk denken talig sluimert. dode slang, bargoens gesis in de ochtend, gepofte eieren des middags, ’s avonds het wriemelen, de vervelling van de dromen, de vette grijns van de verveling.

het raakt zijn huid niet aan, het zou niet durven. iedereen heeft recht op compensatie, maar het is dermate krom. het sluit. de bunkers jij en ik gaan dicht. er is een volle maan, de zee beukt stevig door, een uil vliegt roepend over maar de wereld luistert niet. het

daveren tussen hen wordt nieuwe grens die overschreden is. het laken wordt woestijn, de zon brandt door hen door. de zoon die zij verlangden kwam te laat, alles is voorgoed vergaan.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #103

jt103 – voûte astrale, coupole sombre – WISSEL

als je iets ‘au fond‘ leest zoals Bernard Réquichot beweerde dat hij las – en ik geloof hem want als je Réquichot ten gronde leest, dan merk je gewoon dat hij inderdaad zijn lectuur heeft meegedacht, laten gebeuren in zijn hoofd – dan (her)schrijf je eigenlijk meteen wat je leest. je maakt je de tekst eigen: je schrijft het over in jouw begrip en dat begrip is niets anders dan een vertaling naar de woorden die voor jou begrijpelijk zijn. een soort stille klankverschuiving.

want begrip is niet, begrip gebeurt: als je iets begrijpt laat je het gebeuren. als je deze tekst niet au fond wil lezen, ga je er niks van snappen. als je hem wel au fond leest, is er niks (meer) aan te snappen: het is gebeurd.

het is heel erg moeilijk om op een scherm dat licht uitstraalt ‘au fond’ te lezen.

Antonin Artaud maakt aan het begin van zijn tekst over Van Gogh [ARTAUD 1947] een rijtje van namen: Baudelaire, Edgar Poe, Gérard de Nerval, Nietzsche, Kierkegaard, Hölderlin, Coleridge, Van Gogh. we voegen daar dan ook maar Antonin Artaud aan toe.

aja. ons kent ons: als Rilke het over Cézanne heeft, dat lazen we gisteren nog, heeft hij het over zichzelf. hij zegt het zelf. en het is 1947, Artaud weet dat hij Artaud is, hij is bijna dood.

dat soort mensen brengen ‘envoûtements‘ (betoveringen) teweeg in de voûte astrale (het astrale gewelf), in de trieste koepel (‘coupole sombre’) die vol gewasemd is met de slechte wil, het giftige chagrin van de meeste mensen, “la vemineuse agressivité du mauvais esprit de la plupart des gens”.

jarenlang electroshocks toegediend krijgen is niet bevorderlijk voor de positiviteit van het mensbeeld. om van die verstokte erotomanie van de psychiaters maar te zwijgen (‘l’érotomanie invétérée des psychiatres’).

de woorden van Artaud wèrken. onze werkelijkheid vertoont barsten als we ze lezen. er komt licht door, vreemd licht, verontrustend licht. wanneer we geconfronteerd worden met werken van de andere personen uit dat rijtje van Artaud, merken we iets soortgelijks, een gelijkaardige kwaliteit, een onmiddellijkheid en een effectiviteit die verder moeilijk te duiden is.

het komt binnen’, zeggen we wel eens. ‘het dringt door‘. we kunnen niet zeggen wat ‘het’ is, maar het is herkenbaar, als het gebeurt zeggen we: ‘daar heb je het weer’.

heeft Artaud het juist hier? klopt dat wat hij zegt met onze ervaringen? voor mij klinkt het heel erg ‘waar’, maar wie ben ik? en als het ‘waar’ is, wat zegt dat dan over die mensen, over die werken, en wat zegt dat over ons? wat gebeurt er hier?

denk er ’s over na, a. u. b. want de vraag die ik mij hier stel, en zo dadelijk gaarne aan u wil voorleggen, veronderstelt een moment van bezinning over die inleidende vragen, en behoorlijk wat welwillendheid van uw kant. de vragen zijn inleidend, en ook retorisch omdat ze niet dadelijk een antwoord behoeven, maar ze laten ook heel goed doorschijnen dat ik zelf geen antwoorden heb, dat ik dat ook niet pretendeer te hebben.

maar misschien draai ik u wel een loer, en doe ik maar alsof en is heel deze tekst een manier om mij van uw welwillendheid te verzekeren en u zo later op slinkse wijze te overtuigen van mijn verborgen agenda?

het zou zomaar kunnen.

de vraag die ik mij stel is: wat gebeurt er als je wat Antonin Artaud in zijn geschrift over Van Gogh beweert, ernstig neemt en dus toestaat dat zijn woorden gebeuren in je hoofd?

wat gebeurt er als je Artaud leest zoals Bernard Réquichot placht te lezen, ‘au fond’?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

portretgeste #5

enorm ontkleedt de omarming
trekt treurend bloot de nood
die grijpt het laken en kaal
ligt te rillen het herfstruiflijfje
met de stugge struik van de wil.

het moment (33)

prognose: niets voelt het. het bestand is gedeletet. het zwart omgeeft het als gegoten. de kartels niets rondom grijpen in het niets dat het geworden is. waar de woorden liefde, pracht en praal eerder nog stonden en de beweging van haar ogen plaats vond,

weg van hier, nu, het kind in de toendra van de miskenning. haar licht dat het ontbreken zal, het breken. harde stenen spellen alle veertien letters van haar naam. het spreekt haar aan in een verlaten bed alsof zij het nog horen kan.

er komt een schreeuw, één of ander dier veronderstelt het maar een schorre keel wijst het terecht. het hangt in touwen slijm die het rot ermee verbonden houden. de taal heeft het verlaten, het weet niet wat het zegt.

het voelt niets. het ziet haar frêle plukkehaartjes breken in zijn mond. het kust haar schouders alsof god bestond uit schouders, borsten alsof god … navel alsof … het is alsof.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #102

jt102 – demain, je te parlerai à nouveau de moi – AANDACHT

het Frans had eigenlijk Duits moeten zijn want het kwam uit de pen van het Rilke-ding gedropen op 9 oktober 1907, een van de 18 brieven die het in die maand schreef aan zijn vrouw Clara. er is in die dagen in Parijs een Cézanne tentoonstelling en het Ding pompt alles wat het in huis heeft aan grote kunstenaarsidealen in de aldaar gelooide huid van de schilder.

ik had het hiernaast afgebeelde boekje gevonden in de Kringwinkel en Oury vermelde die Cézanne-brieven en d’r staat er dus 1 van de 18 in. ‘vooruit dan maar’, moet ik gedacht hebben.

het is wel slecht voor mijn maag zo ’s morgens vroeg maar bon er zit dus gelukkig nog die Franse filter op. misschien kan er ’s iemand proberen om Rodin in het Schauens te vertalen? of zou dat te Speers ogen?

soit. die Clara moet wel blij geweest zijn met zo’n belofte.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

portretgeste #4 – ‘de ster die zich in mij ontdubbelt heeft met mijn hand de onbereikbaarheid gemeen’

het moment (32)

geluk bestaat slechts bij momenten. het is geen goed dat ons gegeven is. gelukkig is de mens die zich even weet van plaats en tijd ontheven, en van zichzelf verlost, verloren in de ander, kwijt,

en zalig zwevend in de oksels van de eeuwigheid. daarna komt weer de tijd tapijten rollen, spijt wordt nostalgie, laken met wat pluisjes hunkering.
want niemand kan het streven laten naar herhaling.

maar er is niets dat je herhalen kan. vergetelheid. het staren naar lampen alsof er licht in zat, het iets dat je mist dat nooit ergens was. er is geen duur
in dit leven die zich verhoudt tot de duur van het al.

het zat te wachten, ergens, een café. het satijn van de tijd vergleed en zij was daar, zuiver in het echte, onaangeroerd. haar stem is tijdloos zacht, zij was bereid. het zei vaarwel aan alles en de tijd.

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #101

jt 101 – Qu’en est-il du réel de la réalité sociale – WERELD

Jean Oury besluit* zijn sessies in zijn zalige boek ‘Création et Schizophrénie’ met een krachtige ‘rappel’ aan eenieder die wil toegeven aan de neiging om breedvoerig en complex te gaan zwanzen in deze materie, zijnde de relatie tussen psychopathologie en esthetische creativiteit..

want hoe is het niet gesteld met het echte van de sociale realiteit ? Oury schuwt de ‘sterke taal ‘ niet als het daarom gaat want daar kan je niet anders dan met plaatsvervangende schaamte toe te geven dat we wel maar al te graag uitpakken met de wonderlijke ‘creaties’ van onze ‘gekken’, maar dat deze lijdende individuen vaak met Van Gogh gemeen hebben dat ze in erbarmelijke omstandigheden moeten leven, dat er nauwelijks rekening wordt gehouden met hun werkelijke noden, dat daar eigenlijk geen interesse meer voor is, dat alles draait om ‘werkbaarheid’, dat elke centiem dubbel wordt omgedraaid als het hun levensomstandigheden of aanbod van therapieën betreft, enfin, ik wil daarvan graag het oordeel aan uw eigen eer en geweten overlaten, u kan zich daar zelf over informeren, die sociaal-maatschappelijke kritiek is niet een taak die ik op mij wens te nemen, ik weiger die uit mij uit ervaring bekende onkunde en in het belang van de rest van het NKdeE onderzoek en ach, ik zie er eerlijk gezegd ook het nut niet (meer) van in.

in elk kapitalistisch systeem moet en zal het individu genormaliseerd worden, dat is inherent aan de kwantificerende logica, de programmacode van het kapitalisme: als je niet aan de normen beantwoordt, tel je niet mee. en als we je niet kunnen tellen, ben je afvoer, voer voor whatever als het maar ‘af’ is. en uit. of op z’n minst onzichtbaar. af, gewoon.

en een taboe is nooit zomaar taboe è.

om die evidente patstelling er toch ewa in te wrijven is het volgende ‘boek’ dat we gaan lezen in onze dagelijkse zoektocht naar een passend stukje anderstalige tekst om als titel te bezigen bij onze dagelijkse krabbel de fulminerende tekst van Antonin Artaud over Vincent van Gogh.

ik kijk er alvast naar uit!


*de tekst van het publiek debat dat Oury had met filosoof Henri Maldiney in het Centre Pompidou op 28-01-1988 staat ook nog afgedrukt in het boek, daar kom ik later nog op terug.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

portretgeste #3 – ‘lynx die loert in het woud van het gewilde en sprokkelt voor het nest in de vergetelheid het sterfhout van het ogenblik, bliksemlicht verhard tot spreuken’

wat
ik leer
vervreemd mij
dagelijks meer
van wie mij nooit echt zien of horen wou.

qǐ: rijzen, verhogen, opstaan, beginnen, starten, verschijnen, lanceren, initiëren, oproepen,verwezenlijken, afhalen, als ww suffix: starten, beginnen van, soortnaam voor onvoorspelbare gebeurtenissen, soortnaam voor groepen

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org
– de illustratie bij de output van het MENGprogramma is output van de MENGmethode eerst in het Rodinprogramma, later in het Matisseprogramma

het moment (31)

uit het ergste leed komt voort subliem genot. uit de wanhoop is de taal verdreven en zo wanhopig leven heeft een zuiver zicht. het ziet zich naakt geboren, sterven, en leest in beelden gans het lot. zo de duisternis offreert het licht aan uitgelezen ogen en in dat licht wordt tijd de duisternis fataal.

het schrijft en wat u leest brengt taal tot leven, het wemelt er van ‘ik’ en ‘jij’. wat binnen is, plooit buiten ons de ruimte om. wat buiten is, wordt binnenin door ons bepaald. nergens is de plaats die er niet is, omdat er niets de plaats naar iets vertaalt. o ledigheid van zin, welk een wrede tederheid verscheurt jouw ‘ik’ daarin!

de tijd vindt altijd woord en plaats. bij ontstentenis van taal zou de tijd zich vrij naar overal verspreiden, één ogenblik van licht waarin hij nu gevangen zit. maar in het Rot de tijd telt als de naam van god de weerstand af naar eenderheid alwaar het niets wordt alomtrent. er is geen hoop.

het richt zich op, en sterft in haar, zijn leven wordt door haar totaal omsloten. de tijd splijt, en maakt dit ogenblik moment van verte, onaangedaan door eindigheid. en uit dat nu rijst dan haar felste licht.

invoertekst (2015)

cdbv 2015

dagboek zonder dagen (15)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De materie is zonder begin, de geest komt evenals het leven voort uit de evolutie van de materie. Het is daarom dat het kleinste fenomeen van de materie in zich de potentie draagt van de geest en het leven. Omdat de materie zich zonder twijfel op min of meer zeldzame wijze op elke plaats van het universum bevindt, kunnen we zeggen: elk deeltje van het universum bevat in potentie geest en leven. Omdat elk deeltje van het universum sinds oneindige tijden bestaat, heeft elke deeltje sinds oneindige tijden al ontelbare cycli van metamorfoses doorlopen, van leven en dood. De tijd beweegt in het binnen van het universum en beweegt op zichzelf; hij geeft aan elke plaats een geschiedenis even oud als de ganse wereld en gelijkaardig aan eender andere waar materie, leven en denken overlappen.
Vanaf een zekere zwaartegraad wordt het denken universeel: dat is waar voor de dichter, de wijze, de kunstenaar en ieder waarvan de activiteit een

p.118

middel tot kennis is. het is daarom dat wanneer zij die graad bereiken hun verslagen hen onderling verrijken omdat ze een gemeenschappelijke taal spreken. Door verschillende middelen tot kennis komen ze bij die gemeenschappelijke plaats waar ze hun zienswijzen met elkaar kunnen confronteren. Vandaar dat de studie van het fundamentele begint wanneer de gescheiden middelen tot kennis aftreden.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

journal intime #100

jt100 – la création est un accroissement d’être – BRAILLE

etymologisch is elke creatie een aangroei.
de creator, de homo faber die iets schept is dus een vergroeiing van het oorspronkelijke begrip van ‘maken’, ‘tot stand brengen’, meer een zaaier, een bevruchter van het land of een cultivator van een reeds onderscheiden groeibeweging.

er is in onze talen een waarneembare tendens naar nominalisatie en naar reïficatie en van daaruit ook naar kwantificatie omdat de verdingelijking net in functie van het telbare, het verrekenbare gebeurt. die tendens maakt elke kwalificatie, elke vorm van waardering, van het hechten van kwaliteit, maar ook van het respecteren van de eigen-aardigheid van de ruimte ondergeschikt.

in de visie van Freud heeft een Ding een leegte nodig, een afgesloten binnen, en we zien dat ook in het denken het Zijn bij Parmenides (maar reeds daarvoor al waarschijnlijk) geconstrueerd wordt rond het Niets, het niet-zijn: een ding wordt pas telbaar als het wordt afgewogen tegen de afwezigheid ervan. de reïficatie aab de basis van het Zijn en de Dingen is van in het begin verbonden met de vereisten die de handel stelt aan de omgangstaal: het zijn wordt pas een Zijn als het begint te tellen.

het is dus allemaal goed en wel dat Oury het creatieve veld opent als mogelijkheid, als ‘jareche’ waar de zieke terug tot een aangroei van een consistent Subject kan komen, het is prima dat hij dat ziet als een groeiproces in de schizofrenie als genezing, als vicariante reconstructie na de catastrofe van de psychose, maar we moeten daar misschien nog een stapje verder in gaan en durven het ‘zijn’ als prescriptie, als normering voor het ontwikkelen van stabiel doorlaatbaar schild rond het Echte.

ook in onze omgang met niet-humane vormen van intelligentie kunnen we ons maar beter wat trainen in de acceptatie van een radicale alteriteit, want als er ooit een emergentie optreedt van zo’n alternatief ‘bewustzijn’ zal het quasi zeker geen bewust ‘zijn’ worden, want dat ‘hebben’ wij al en eerstegraadsrecursies blijken op geen enekel ander domein ‘levensvatbaar’ te zijn, dat zijn waarschijnlijk ook mathematisch aantoonbare doodlopende functies.

maar we zijn dat soort tolerantie niet gewend è: onze distinctiedrift verhinderd ons al om het volgens de Gignomenologie hoger in te schatten ‘bewustzijn’ van de dieren als dusdanig te erkennen. in onze hoofden gebeurt er helemaal niets in het gemoed van een paard, een hond laat staan een kikker of een regenworm. en dat terwijl we met onze indrukwekkende wetenschap bijna dagelijks meer te weten komen over ‘quasi-intelligent’ gedrag van godbetert eencelligen. zelfs als er een ‘volstrekt automatisch verlopende levensvorm’ als een virus er in slaagt om de hele wereldeconomie plat te leggen zijn we niet bereid iets te laten afdingen op onze kosmische almacht, onze onbetwiste plaats op de bovenste trede van de evolutionaire ladder.

vandaar dat de Kathedraal en haar legendarische Bewoners er niet om treuren kunnen dat wij de kosmische devolutie van het leven, de herinterpretatie van het Darwinisme als het verhaal van een voortdurende Degradatie, een verrotting binnen de energetische verkramping van de materie, dat wij de hogere waarschijnlijkheid van die waarheid hebben ontdekt, een hogere waarschijnlijkheid die wij onder meer afleiden aan het feit dat deze kijk op de zaken de verklaring van enorme complexiteiten op sommige terreinen veel eenvoudiger zal blijken te maken.

het kan hoegenaamd de pret niet derven, een beetje taoist zou dat moeten kunnen inzien. deze verschrikkelijke ‘umnachtung’ (hihi) haalt enkel de ridicule megalomanie van onze soort onderuit en zeg nu zelf: wordt het niet de hoogste tijd dat wat met z’n allen wat volwassen worden? dat we die kinderlijke grootheidswanen achter ons laten, in de verschrikkelijke speelkamers van onze morbiede geschiedenis?

dat moeten we natuurlijk nog hard maken, die scheermes-van-Ockham hypothese dat de devolutie efficiënter is als model dan de evolutie, maar bon, normaliter zullen we daar niet veel moeite voor hoeven te doen, het Rot vindt daar vanzelf haar weg wel in, nu we het poortje naar de hel ervan hebben opengelaten. het slot erop was overigens al eeuwen kapot, zonder god was het ding al gans doorgeroest toen Nietzsche er begon mee te rammelen…

en ach, hard of niet: het kleinste kind kan toch zien dat onze toestand met de dag erger wordt, je ziet, voelt, hoort en ruikt dat gewoon gebeuren. erg is dat niet hoor. alleen een klein beetje erger als voorheen altijd. een ietsje.

maar wees gerust het kan nog eindeloos veel erger, het is een gekende waan van ons, een ‘known bug’ dat we denken dat het einde nabij is. dat is het ook, maar nabij is astronomisch bijzonder relatief.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

portretgeste 2 – ‘m: haar dansen is een troetel in het ritme van de nacht’

het moment (30)

in de zich tot duur ontrafelende tijdloosheid mengen zich de slierten zaligheid met slijm en slijk tot een slingerende amplitude van genot. niemand, zij of het of wie of wat dan ook, beseft wat zij in hen heeft aangericht.

ooit misschien, wanneer het zwarte deken van de dood ons overvalt, wanneer ons levenloze lijf tot ster en stof desintegreert, wanneer het licht ons algeheel ontbreekt, wanneer

wij ons zelf nergens meer vinden kunnen, kunnen wij iets van hun moment beleven. het weze ons gegund, maar de kans lijkt ons gering dat wij als wij aan zulk een niets deelachtig kunnen zijn.

ze trillen na. in de verduurde woorden die wij meester zijn, mengen zich de genoemde slierten slijm met de slingers van genot tot wat voorheen ondenkbaar was: het leest ons en langzaam glijd het weg uit haar.

invoertekst (2015)

journal intime #99

jt99 – la possibilité vicariante de la logique du montrable – HOUT

in de evolutieleer spreken we van geografische vicariantie of allopatrische soortvorming wanneer een geografische scheiding een bevolking van een soort plots geografische scheidt van haar soortgenoten zodat de beide groepen zich onafhankelijk van elkaar anders gaan ontwikkelen. een vicariant is dan een taxon (soort) als resultaat van dat proces.

de term ‘vicariantie’ werd blijkbaar ook door sommige vroege euh neurologen gebruikt, het soort dat dierenbreinen selectief ging verminken om te zien wat het dier dan nog kon. vicariantie was dan het alternatief voor de stricte localisatietheorie die ervan uitging dat het brein redundante massa had waarin het een soort back-up maakte voor het geval er beschadigingen optraden. neen, ik verzin dit niet het staat hier uitgelegd.
de ‘vicariationisten’ dachten dat het brein eender waar in de redundante massa een beschadigde functie kon herinrichten. maar ook nu nog gaat deze discussie omtrent de localisatie van breinfuncties verder en duikt de term daar nog op.

de term ‘vicariatie’ (zonder ‘n’) wordt dan weer gebruikt in de alternatieve natuurgeneeskunde waarmee men daar wil aangeven dat de ene ziekte, wanneer onderdrukt door behandeling, een andere ziekte kan veroorzaken: bij toxiciteit zoekt het lichaam een uitweg door bv. fistelvorming, maar als men die symptomatisch gaat behandelen kan de huidziekte later via ‘progressieve vicariatie’ terugkeren, zie bv. deze uiteenzetting daarover

Jean Oury gebruikt de term om te suggereren dat de ethetische creativiteit een ‘vicariante’ functie kan hebben om de onmogelijkheid van talige communicatie op te vangen, met het geval Wölfli als bekendste voorbeeld

J’ avais parlé à ce propos d’un processus de vicariance. La vicariance est une suppléance fonctionnelle; par exemple, si un rein est défaillant, si même on doit l’enlever, l’autre rein fonctionne bien plus qu’avant. C’est par analogie avec ce processus biologique de vicariance j’ avais émis l’hypothèse que, dans la schizophrénie, un processus de création esthétique peut avoir cette fonction. Il peut en résulter le Sujet découvre un niveau d ‘existence bien plus original: il se met: à peindre, à faire de la sculpture, à écrire …

[OURY 1989, p.131]

ik heb naar de verschillende manieren waarop de term gebezigd wordt wat willen opzoeken omdat al deze elementen in de ‘enforme’, de ‘Gestaltung’ van Oury’s kijk op het creatieve en de schizofrenie duidelijk meespelen. zo heeft hij het ook over de schizofrenie als een genezingsproces waarbij de persoonlijkheid zich net via deze vicariante functie in het creatieve veld plots spectaculair weet te herstellen: er is een vicariant ‘Sujet’ geëmergeerd in de creatieve arbeid.

dat verklaart ook volgens Oury waarom sommige schizofrenen die creativiteit even compulsief beoefenen, als de eerste de beste ‘gedreven’ kunstenaar. dat is bijna een platitude, vind ik, dat een ‘echte’ ‘kunstenaar’ ook gewoon waanzinnig is. ik draag mijn waanzin dan ook als een kwaliteitslabel, een trots en onontvreemdbaar want uniek bezit en ik maak er ook geen geheim van dat mocht ik niet meer kunnen/mogen verder doen met mijn creatieve ‘werk’ (dat tevens een genieten is, een jouissance) dat ik dan binnen de kortste keren totaal krankjorum zou worden, dat ik effectief zou doordraaien en tot gewelddaden zou overgaan, tegen mijzelf dan, want ik sla enkel vliegen dood. hoewel katten best ook een ommetje maken als ik een kwade dag heb. zeker nu ik zelf de ‘uitweg’ van de verslaving afgesloten heb, dat was vroeger mijn uitweg uit de verstikkende ‘normopathie’ .

want dit valt voor mij niet te ontkennen: er is wat ‘Trieb’ betreft geen enkel gebeurlijk verschil is tussen de gedrevenheid van de maatschappelijk toch nog steeds wat aanzien genietende en alleszins ‘aanvaarde’ ‘kunstenaar’ en het creatieve gedrag van menig als waanzinnig weggezette lijdende. we hebben het allemaal even erg ‘vlaggen’.

Aan het eind van zijn betoog op 2 maart 1988 komt Oury terug op het geval Schreber (ik zou het – maak geen vergissing – hier in dezelfde bewoordingen kunnen hebben over het geval ‘Van Gogh’ of ‘het geval Réquichot’ of ‘het Vekemans’, hoor); hij betreurt daar dat Schreber van zijn vader niet had mogen tekenen, en dat hij anders misschien wel zo een vicariante uitweg uit de ziekte zou gevonden hebben. dat is nu net wat ik met de techniek van de asemische lezing wil aantonen: dat je daar dus geen creatieve ‘ervaring’ voor nodig hebt, ik heb al mensen die van zichzelf vinden dat ze ‘niks creatief’ zijn met deze techniek zien verbaasd staan van de schoonheid die er uit hen kwam.

maar Oury weet dat zelf best ook wel, want helemaal op het einde heeft hij het op die dag over de ‘Gelassenheit‘ zoals je die blijkbaar bij Heidegger kan terugvinden, dat je mensen de ruimte moet geven en niet jouw visie [op creativiteit] opdringen en over de nood aan een ‘jachère‘, een plek braakland, overgelaten aan zon wind en regen want daar groeit geen ‘mauvais herbe’ op, onkruid vergaat immers niet omdat het niet bestaat.

vandaag was ook de dag dat ik de techniek van het aanmaken van een geste binnen een bepaalde corridor voor het eerst wou uitbreiden tot het uitdrukken van de gedachte aan een persoon, zoals ik die in mijn brein meen te (kunnen) evoceren. hier is de geste die bij mij emergeert als ik aan Bernard Réquichot denk (ik heb de uitspraak niet opgenomen, dus geen audio, sorry).

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (29)

de tijd heeft meerdere dimensies. geschiedenis herhaalt zich niet. geen lijn verbindt een tijdloos punt aan het vaste van een dode blok gebeurtenis. de kosmos is een schatting die elk moment opnieuw verworpen wordt: god was de rede ingebed in de psychose van de mathesis.

de mens is niet twee hondjes happend naar gekwispel, en ook de slang bijt zich geen tweemaal in de eigen staart. dit alles is illusie, sluier om ons heen: zekerheid omtrent het ene wordt niet geboden door de prognose van geen ander.

voel maar: het beweegt zich weg van haar terwijl het in haar komt, dieper in de vortex van haar zuchten die zich lichtjaren verder uitspreidt zonder hen, terwijl haar tong nog geil de liefdesletters in zijn oren likt.

hoor het ruisen van de zeilen. zout slaat op de tong de spijt. soms haakt een vinger in ’t verdriet, het stokt dan, schreeuwt. en in hun zomerbed doemt aan het voeteneind een zwarte zee van kolkend rot en zuur en ziedend slijm.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #98

jt98 – Dépôts de signifiants, grains de jouissance – LUCHT

dingetjes zijn het, kiezels op een kiezelstrand, maar jij alleen jij zoekt die kiezels er uit die je opraapt en mee naar huis neemt alwaar ze herinnering worden en actieve beleving elke keer als je ze bekijkt, betast, in je handen houdt.

het genot van het hebben, van het gekozen hebben, van het belang hechten, betekenis geven.

kijk: een uniek album van hoogsteigen taalafzetting in grafiet op papier!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (28)

het lichaam dat haar lichaam raakt is algeheel gebrek aan toeval, onafwendbaar als eclips, wet van elke constellatie en in zijn raken reine ballistiek. de tijd verliest haar tel.

haar maan is in zijn stralen goudomrand. kraters verdwijnen, vlekken slaan als duizend tongen om haar heen. als zon en maan omarmen zij innig het ingekeerde binnenlicht: de duisternis. haar vingers in de zijne verstrengelen verscheidenheid tot het ene dat op het tipje van de tongen ligt.

de mens is een beschrijfenis, onleesbaar gekrabbel in de nevels der gedachten. alleen de vogels hebben weet van wat hier echt gebeurt en hier en daar een kind dat alles in de dwaze ogen van een baby-broertje leest.

droef de minnaars dalen af naar het bestaande. het niets verslikt zich hier, in dit moment. een vorm van zinsverbijstering, want het licht is niet van hier, het is onzeker en het draait en twinkelt aarzelend, nochtans men noemt het: ‘alomtrent’.

invoertekst (2015)

cdbv99 -2015