Als
moeder
zong zette
je de muziek
wat luider. Hoe zet je internet af?

dv – Rodin D 5624

invoer: 教坊歌儿 – A Singing-School Song – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj107.html

ér: kind, zoon
r: niet-syllabische diminutieve suffix, retroflexe stop

Advertenties

LAIS CXXXIII


Hand 1 lijkt een klauw op haar reine huid.
Het woord bezweert een onbestaand verband,
het spreekt van wereld, maar het is er uit.
Het bezegelt het rotten van het land,
’t is datum van verval, schrik van de klant.
Hand 2 houdt zich stil, geen greep of geluid,
het wrijft haar niets aan, zo wil het er uit.
De stem spreekt zich dood, de uiting loopt mank,
het voelt hoe het sterft, het er steekt er uit,
het leeft zich niet in, de adem is stank.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXXXIII


ik
ben een
worm die de
woorden woest en
wreed aan de wormenwetten onderwerpt.

invoer: 出东门 – Leaving the East Gate – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj106.html

chū: uitkomen, buiten gaan, verschijnen, voorkomen, overschrijden, rijzen, voorstellen, voorstelling, gebeuren, soortnaam voor podiumkunsten, voorstellingen

LAIS CXXXII


Het licht in heur haar toen het nog was: hij,
een onvolkomenheid, het donkere,
vervalst door vervlechting, het zwart opzij.
Het waait nu weg, los van het hunkeren,
stralen die in gaten verdonkeren,
kwetsuren, luizige tijd in de nerts.
Het graaft naar meer, van nog erger het erts,
zoekt de dood door afwezigheid van lichaam,
vernedering, niets nog van waarde, merz
vastgenageld in schrift, code, haar naam.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXXXII


het
leven
dat niemand
nog betalen
wou, ploft dood neer. je hoort er niets meer van.

D5627 – ‘algvader’

invoer: 寒地百姓吟 – Bitter Cold Among the Common People – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj105.html

dà: groot, enorm, groots, belangrijk, breed, diep, ouder (dan), oudste, (heel) erg, (dialect) vader, oom

LAIS CXXXI


Het heeft de vleugels in de kast gelegd,
dode veren, een na een, laag na laag.
Het heeft de laatste hoop er bij gelegd.
Niets is alles nu, alles niets vandaag.
Het leeft na datum, maar het gaat zo traag.
Het rot. Dit krijgt geen schilder nog verschoond.
Het lijf is slak in ’t krot dat het bewoont.
Het houdt zich recht met letters van de wet.
Het heeft zichzelf met zinloosheid beloond.
Het glijdt gelijk gelei van stoel naar bed.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXXXI

Harusmuze #499


22B72

499 – elke persoonlijkheid is een parade van perversiteiten in het uniform van de rede

hexagram 7 (shī) – “Leiden”

invoer

Harusmuze 203 – verfoei de praal en minacht achting

commentaar

back to basics, zegt de Harusmuze. in onze heftige nood om te kunnen blijven geloven dat er vooruitgang is in de verrotting en een opwaartse trend in de algehele neergang, schuiven we een na een de belangrijkste ontdekkingen van vorige eeuw opzij, we doen alsof we het wel weten, maar uit alles blijkt dat we het enkel willen vergeten.

de basis van elke vorm van rationaliteit is negatie, ontkenning, verhulling, perversiteit. zo ‘is’ het niet, zo werkt het nu eenmaal.
betekenis ontstaat ten koste van het zogenaamd betekenisloze, elke 1 vernietigt een zee van ‘insignificantie’, van verwaarloosbaarheden. het goede is wat de kracht heeft om zich als ‘goed’ te laten gelden, de rede is de meest performante vorm van waanzin net zoals een virus een kwaadaardig programma is voor de verkochte programma’s omdat het de verkoop ervan in gevaar brengt, ‘objectief’ is het code zoals alle code code is.

bij gebrek aan openbaring, woord dat van god tot ons komt en ons zegt wat wat is, ligt alles voorbij goed en kwaad te roesten in de slijkpoelen van het kapitaal. elke kwalificatie is even contingent en even destructief
elk ego is een constructie die zich probeert te handhaven binnen de heersende orde, elke ethiek die het zich aanmeet is a posteriori, een fictie die getekend is, gesigneerd door de ontkenning van de impuls, het onbedachte.

maar we hebben uiteraard ‘slechts’ de rede, er is niks anders om onze samenleving op te baseren. dus moeten we onszelf zien te beredderen met een vorm van begeleiding die het minste schade aanricht, die het meest ‘gezond’ is voor zoveel mogelijk individuen.

het probleem is dat iedereen ‘de’ rede claimt, maar die bestaat dus niet, die wordt net gemaakt in functie van de gezondheid, want zo werkt het nu eenmaal: een ‘zwakzinnige’ rede wordt uitgesloten door de meer krachtdadige die het bedreigt met haar ‘waanzin’.

wat we dus nodig hebben is een programma dat ons begeleiden kan, op basis van prognoses, op grond van ‘wat als we dit en dat zouden doen’.
de kwantificatie door het kapitaal is dan wel de directe spreekbuis van de entropie, de vernietigingsdrang van de natuur, het Al van het Gebeuren, die kwantificatie is wel de basis van de berekenbaarheid van die o zo nodige prognoses.

dat programma komt er wel, het wordt ‘uitgerold’ onder onze voeten en boven onze megalomane hoofden, omdat de ‘natuur’ nu eenmaal zo werkt, maar bon, ondertussen spartelen de mensjes wel alsof zij het gaan maken, en wat zij maken is enkel soep, meer soep.

we kunnen niet terug, nooit kan de ‘vooruitgang’ ongedaan gemaakt worden, je kan geen soep ‘ontkoken’ en weer een veld van prei en selder hebben, dus moeten we blazen en rillen en bidden en tijd zien te winnen.
tijd is geld, geld is mogelijkheid, mogelijkheid is kans op een uitweg uit de impasse, ruimte, openheid, toekomst

maar tijd winnen doe je niet door ‘jobs jobs jobs’ te roepen en je halsoverkop in expansie en verdere groei te storten ten koste van ‘verwaarloosbare’ onfortuinlijken: die weg geeft enkel de zekerheid dat alles binnen 100 jaar zo goed als afgelopen is qua ‘mensheid’ op aarde, die prognoses liggen nu al efkens op tafel.

het eerste wat je moet doen om tijd te winnen in een aflopend scenario is de feiten onder ogen willen zien. en dat willen ‘we’ dus heel er duidelijk maar niet. we stappen elke dag weer op in dezelfde parade, in de media, op het werk, op de ‘sociale netwerken’, overal maken we ons voortdurend blaaskens wijs. laag op laag op laag op laag van blubber, slijm, brol en prul. door dat exces van dissimulatie en de platte egocentrische leugens, door die speklaag van hyper-georganiseerde nijd komt geen speld meer door. onder de nijdigen is er maar één consensus mogelijk en dat is dat het eigen belang belangrijker is dan dat van de andere.

tja, dan zullen ‘we’ het wel voelen è. we bakten er al niet veel van met een onzekere toekomst, met een zekere ondergang als toekomst is er net iets meer nodig dan ‘yes we can’ mompelen. er moeten blijkbaar eerst weer talloze miljoenen vermijdbare slachtoffers vallen. elke wijze in het het oude China wist wanneer het tijd was om stillekens de bergen in te trekken en te wachten tot het Uur van de Waarheid voorbij was.

wat er ons individueel nog rest als leidraad is hetzelfde maar dan dan gezonder, enkel toegepast op wat je kàn veranderen, wat je zelf in de hand hebt. elke geleefde dag is een gewonnen dag. en help en troost de andere zoals ge zelf geholpen en getroost zult willen worden.

en als je iemand ziet paraderen in zijn ontstoken kwabben van gelijk, bedenk dan wat het gezondste is dat jij daar en dan kan doen in de aanwezigheid van terminaal bederf. jouw grootste goed, je eigen mentale gezondheid bewaren is de grootste uitdaging die je hebt. met de rijen leraren, guru’s en wijze zotten kan je makkelijk Mars bevolken, moedig hen vooral aan om de eerste vlucht te boeken. noch ik noch de Harusmuze kan jou daar echt bij helpen, we kunnen je hooguit in een volgens ons gezonde richting zetten, het stappen, kruipen, springen, proberen, kiezen, vechten en lijden moet je altijd zelf doen en op jouw manier die uniek is aan / voor jou.

kijk en luister naar alles wat je bruikbaar lijkt, gebruik wat je wil, maar weet vooral dat je enkel van jezelf iets echt kan leren, al doende, al proberende, al falende, al corrigerende.

en als ’t werkt, is ’t goed.