wetsversnelling (1)

[ aan dit artikel wordt momenteel  gewerkt ]

Nieuws uit ‘Europa’, de werking van onze Europese instellingen, haalt misschien ook zelden het nieuws omdat het zo pijnlijk onze vooroordelen daarover bevestigt. Het Rathenau Instituut publiceerde gisteren Human rights in the robot age : challenges arising from the use of robotics, artificial intelligence, and virtual and augmented reality‘.  Het is spannend en ook comform de Neo-Kathedraalse Leer om dit prijzige rapport  tezelfdertijd te willen lezen met ‘After the Law’ een essay van Nick Land over de filosofie van de rechtspraak uit zijn verzameling ‘Fanged Noumena. Lees verder

Eeuwigheid

we_r_king
dv – ” we’Rking” – aquarel -A4

Het vlak ligt op de xy-as, de z-waarden zijn immers verwaarloosbaar. Het pad (dit wegeltje) doet zich voor als een rechte tussen het achterliggende A en het zich, naar u aanneemt, in de verte voor u bevindende B.

Een drietal graden rechts van B verheft zich een grillige berg. De berg weet van geen wijken, zo men hem al naderen kán, in het verloop is enig verschil onmerkbaar. Verwaarloosbaar.

Het falen van het geheugen bij gebrek aan gebeurtenis.

U weet het al: de blakende zon. Het blauw van de hemel is dreigend, er gaapt ruimte op u neder met een banaliteit die u enkel na het woord enkele malen bij uzelf herhaald te hebben ‘buitenaards’ kan noemen. Wedergeboorte van het buitenaardse.

Van A herinnert u zich niets meer, B is een veronderstelling.

Het zand is mul, het pad is ooit verhard door een fragiel soort kiezelslag, waardoor het ook nu nog wel enigszins beter begaanbaar is dan de open vlakte.

Enige tijd geleden was er het restant van een door de bliksem getroffen boom. Van de stam stond nog iets overeind, takken en bladeren waren tot een rossige plek rond het zwarte uitsteeksel vergaan.

Als u zich de ogen sluit valt de zonnecirkel nagenoeg samen met de rossige plek die over de binnenkant van je oogleden schuift.

Het pad lijnt zich af door een absoluut gebrek aan begroeiing, daar waar de vlakte eromheen her en der een minimale begroeiing vertoont.

Soms: twee vogels, links, ter hoogte van de bergtop, die van elkaar wegvliegen, samenkomen, wegvliegen.

Wilt u het vlak “Eeuwigheid” laden? (Y/N)

 

 tekst gepubliceerd in De Brakke Hond #95 als ‘Uw vlakte’

zie https://web.archive.org/web/20071021170544/http://www.brakkehond.be/95/vekemd5.html

 tekening van 2008 – ingekleurd in 2017

Het kopersblok

 

 

 

 

 

reeds gepubliceerd in De Brakke Hond #95

zie ook http://www.brakkehond.be/95/vekemd2.html

 

 

 

Het kopersblok

Op de Boulevard des Alliés versmelten de manhaftige
Geschenkenshoppers asfaltig tot het KopersBlok.
Messcherp & pijlsnel doorvlijmen vanuit zwartlederen
etui’s de kredietkaarten de Banksysspleten. Het ratelt euro’s,
de euro ranselt de dollar van de koersborden.

Krepeer toch wat sneller, gij loze Afrikanen, want aan de
andere kant van de stad vervlechten zich alreeds de kordate
Strijders voor het Behoud van Werk en Gratis Sex tot het
Ekstatisch Jobfront. De stad davert, de eisen overstelpen,
wagens rijden volks het volk in.

Dan haalt het KopersBlok uit met een hartverscheurend
Levend Verslag van het Niet-Vijfvoudig Bekerstgeschonken
Kind. Balancerend op de rand van het Moreel Toelaatbare staat
het Kind afgebeeld met in de trillende hand 1 van 2 loopstelten.
De deuren der ondergronds-volzette parkeergarages kletteren
van verontwaardiging, het stadscarillon zwijgt veelbetekenend.

De goden snellen stilzeisend door de lucht. Aders verklonteren.
Weer donkert het leven blauw & bloedeloos boven de versteende
nevelen.

(Uit: Het Pad van de Wenende Nacht, een Chlebnikov-herschikking)

Het lijf sprint

 

reeds gepubliceerd in De Brakke Hond #95

zie ook http://www.brakkehond.be/95/vekemd3.html

 

 

Het lijf sprint

Het is maandagochtend op het Aquarel. In de barakken onderaan wordt er gerookt, gedoucht, radio geluisterd & thee gedronken. De race gaat zo dadelijk beginnen & het Lijf stelt zich op. Het schot klinkt. Het Lijf sprint naar de zandheuvel, klimt. De naakte benen zakken diep in het mulle zand. Uitgeput bereikt uiteindelijk het Lijf de top, waar een metershoge gong staat opgericht. Het Lijf legt het Hoofd nog met een doffe bots tegen het hangende koper…

“Tja”,
oppert Nayland-Smith, “als dit al zou lukken dan hadden we ook die barakken niet hoeven te bouwen”.

Bidprentje

 reeds  gepubliceerd in De Brakke Hond #95

 zie ook http://www.brakkehond.be/95/vekemd4.html

 

 

 

 

Bidprentje

 Kalm, een lichaam in rust.

Een arm glijdt het water in, ze glimlacht. Er nadert een truck, de truck stopt, een man stapt uit. Hij is vrolijk, zo lijkt het wel. Hij doet vijf stappen in haar richting, draait de linkerhand hoog de lucht in, alsof hij in de wolken een gloeilamp aandraait.

Dan ploft hij het gras in.

verhalen

‘verhalen’ in pdf formaat als bijdrage voor uw literair tijdschrift


wij gebruiken verhalen wij produceren verhalen
we zijn verhalen maar we denken onszelf niet
als iets dat bezig is


wij wikkelen ons in de fantasmata van het zijn,
kata aoristin phantasma (plotinus) het ondoordringbare verleden
maar in (de) feiten zijn we enkel de namen die we prevelen



we hameren op onze klavieren om ons het stof uit de mond te letterbekken
we schrijven alleen wat er na onze dood zal verschijnen
we spreken van de doden voor de maskers van de stervenden
die de aoristische origine van de nieuwspraak bedekken

meer verhalen
meer Titel
meer Body

het lijf is u op het lijf

MONADOLOGISCH

Or cette liaison ou cet accommodement de toutes les choses créées à chacune, et de chacune à toutes les autres, fait que chaque substance simple a des rapports qui expriment toutes les autres, et qu’elle est par conséquent un miroir vivant perpétuel de l’univers.

Leibniz, Monadologie §56

zo het lijf is u op het lijf
op het lijf is u dit lijf

het tekstuele tintelen
van spieren in de aanloop
naar hun spierzijn, bv.

het loopt zich loops aan ieder
te verzwijgen zoals het heden
aan weldra daarvan herinnering

zo dit lijf zo evenmin
zo aarzelt niet de fauverij
het oude zich zet zich erin
alsof het zich een hansvers

feller wenstte, schrijft, geschreven, alles
is wat issen moet & dat wat o het dat wat
ik u ook

onthou

dat alles is & dit
u ingeschreven ook

uitloopt, nog, uit [waarlijk] zie
het mij als bloed mij het hoofd uit
gutsen, toen ik mij, nu ik mij

over de reling boog
de reling buig
de reling
boog

& viel, het vallen
dat de regen aandeed
& het jurkje zomerschijn & alles &

wat dan nog want
zo is het lijf u op het lijf
zo steeds de leien op de leien af
geschreven zoals ik mij

in dit u hoor
de metterzeese tijd in schelpberekeningen
de uitdraai van de huiswens van een weekdier
in het continuum van de niet-materiële materie

zoals ik mij in dit u van u hier hoor
te verhullen & daarin u dan
daarvan de witte pluisjes blaas,

zo is het lijf u op dit lijf
terdege ingeschreven.

dv 2007, uit “101 Eigentijdse aanroepingen van de Muze”, terzijnertijd beschikbaar in de handel.