Highway to Hell


Ruigoord 2010, Johan Develder, dv, Didi de Paris
Foto: Arnout Camerlinckx

Juicht, aardkinderen, want hier komt weer een hele reeks lichtelijk ge-editeerde opnames van volledige uitzendingen van RADIO KLEBNIKOV.
U ziet ze hier verschijnen naarmate  de upload  vordert.

U vindt alle gearchiveerde opnames in het RADIO KLEBNIKOV ARCHIEF aka RKA.

  • Radio Klebnikov uitzending van 18/05/2010
    • Download URL: RADIO KLEBNIKOV#33
      • Inhoud: Pernath, Apocalyps Now (Plotinus), Nix, de Nekkerman (dv),..

    —————————————————————————

  • Radio Klebnikov uitzending van 11/05/2010

    —————————————————————————

—————————————————————————

—————————————————————————

de angel van mijn ik


Download het audiobestand

LYLIA I

(dizaine 1 t.e.m. 9)

fragment uit
RADIO KLEBNIKOV
uitzending van 14/09/2010

tekst & voordracht: dv
voordracht: Angelika Demulder
mixage & productie: Grapes of Art

tekst:

I

Het  macadam barst uit in zwarte scheuren
& de geulen van de leugens liggen open,
regen voert er schimmel aan:  het Er rot.
Natte pluche puilt purper uit de monden.
Katoen kerft strak in de wrong van polsen
& adem dauwt de blinddoek aan. Daar.
Met de schoenen pardoes plonzen de burgers
in de algen, de vetten, de schuimvijvers. Ik
kijk u aan, mijn ogen staren dof in het glas
van uw tot parelen gedwongen traan.

II

De zee verstijft een tel, haar golven naderen
de vlakke lijn, het einde is er van het deinen.
Zo zat ik in verleden lijven vastgedraaid:
mijn adem zocht verlossing in een melodie.
Opdringerige tongen dongen uit mijn monden
naar uw foto, & van die  letterlijke liefde
smeerde ik de slijmen over dijen uit. Snert siert
zo het goede doel, etter tooit de deerne die
men in de armen gooit. Tot het stille stoot ik
door, het witte uur waarin u eeuwig duurt.

III

Ik waak & sta er hels omrand, de blanke
pit waaraan uw einder is ontbrand, ik
reik, ik ledig in het droeve donker van
uw Karagol mijn kelk, mijn droge zucht
bereikt uw oor maar niet de vrucht. Ik
slik & bind het branden aan de pijn, ik
verenig ons in het drieluik van de tijd:
het gouden kader verraadt de zonde,
het in verlost ons geen seconde & om
de geuren straks verscheuren mij uw honden.

IV

De wrijving, de hoorn & het droeve einde
onttrekken aan het varen het opdoemen
van het schip. Wij jagen elkander door de pijp
van het zijnde, geen klank zit er in dat metaal.
Ik is een gewelf voor het lege dat wij schragen.
Adem: het in waar je in wil, is een in waar je in
wil, je dient het vrij te maken. Licht, zei ik. Zon,
zei u & er droop sinaas van uw lip. Uw ruisen
is van een opgewekte intensiteit, & meer: u
draaft door, een briesend paard zonder ruiter.

V

Het eiland is er, ja (het geel is op, de kraan
lekt, de angel van mijn ik zweert zwart weg
uit het kaduke lied). Zee met landjeuk. Strand.
Ik wentel mij in een stofwolk asteroïden, de
materie is een vlo in de onmetelijke ruimte &
uw  leegte is heelal.  Ik val, uw put is bodemloos.
Uw onbezwaarde energie bevalt mij, magie
zonder stokslagen. Kennis. Je haalt je hand door
het gras & het gras dwingt de sprinkhanen
je naam te tsjilpen, losjes, & dan achterwaarts.

VI

De alsem, de tering, de giftige achterklap,
de put waarin ik werd gedumpt, de stenen
die zij mij wierpen, niets deerde mij, immuun
was ik voor de brullende demon die zij mij
aanmaten & ik wachtte & ik wist dat ik wachtte
op u want u verloste mij,  uw kus zalfde mij,
uw woorden braken mij de ketenen & u bezocht
mij in een droom & u droeg mij op u te volgen
opdat u mij uw gave kon schenken & ik volgde u
& u gaf mij de huiver in het zicht van de dood.

VII

& Ik brak & de wachtende mormels stortten
zich in grote getale op mij & braken mij open
& ik viel & ik  werd krijsend leeg gezogen &
mijn resten blakerden  in de woestijn & ik
werd vergeten & in de vergetelheid ging u
mij zoeken want u wou de echo van uw naam
nog vangen die mij op de lippen had gestaan,
u wou het verdwijnen daarvan nog kussen,
de glijdende korrels in het glijden van korrels
vatten, dat wat u lief had in woord & in daad.

VIII

& Zeven dagen en zeven nachten zwierf u
door de woestijn & u zocht er mij & mijn
woorden maar u vond er slechts de zon &
ook u bezweek & u aanriep al stervende
de Godin & de Godin daalde over u neer
& met de oplichtende parels in uw adem
vormde zij Haar naam & toen u de naam las
werd het reusachtige vuur ontstoken die
over de planeet raasde & alles & iedereen
werd vernietigd & u & ik & ik werd wakker.

IX

Dat het hem beloofde zou beginnen, zei ze,
alsof zij het niet was, maar iemand vreemd,
veraf van het begin. Hij vond het woord
niet meer dat warmte gaf. Een schaars geklede
dame knipte een poster in reepjes van 10
centimeter: een woestijn stond er op, twee
mannen aan een tafel & verder niets. Hij leunde
over onze tafel & gaf haar een kus alsof hij
een boek sloot dat hij toch nooit zou uitlezen.
Het  macadam barst uit in zwarte scheuren

nada


download het geluidsbestand

tekst & voordracht: Malherbe, dv
mixage & productie: Grapes of Art

tekst (deels):

L’enfant désherité s’enivre de soleil
een voetafdruk geluid in grint
& maanlicht op de wagen viel
tot het lichaam zich weer sloot,
tot het lichaam zich weer sluit.
kleur bedacht ik om het haar
& om het vlak der ogen te betasten,
warmte om het einde van mijn koude
op haar poorten voelbaar stuk te slaan.
een korte nacht wellicht is dit bestaan.

Envoie-toi bien loin de ces miasmes morbides;
vel op derrie, roos in slijk,
op vegen nacht een vaal gezicht
tot het lichaam mij bekoorde,
tot het lichaam mij bekoort.
vlees verhaalt de zeeën
hoe het vocht vergaat in grond
& mijn onkruid brandt in monden
die mijn aandrift nimmer schonden.
tekort aan haar wellicht is wat ik deed.


Et vous, femmes, hélas! pâles comme des cierges

eender licht door kathedralen
als door ijs dat wellust ving
tot het lichaam ons bedaarde,
tot het lichaam ons bedaart.
onbewogen zie ik strakke koorden
van haar ogen naar mijn dood :
net zo zag ik haar dijen op & af mij glijden
van het glimmend branden naar de kille moord.
tekort aan niets wellicht gebiedt de kus.

Geluidsarchief – Han van der Vegt – Ratel


Over dit Geluidsarchief:

Veel is verloren, maar enkele terabytes aan bestanden, een gruwelijk kluwen verspreid over interne en externe harde schijven, dvd’s, tapes en cd’s, is nog in mijn bezit. Ik ga daar nu door, ten einde een degelijk archief van het KLEBNIKOV CARNAVAL online te krijgen, maar af en toe kom ik ook andere dingen tegen die m.i. best ‘bewaard’ zouden mogen blijven.

Nu, als die bestanden online staan, biedt dat allicht meer garanties dan de fragiliteit van mijn configuratie. Enfin, garanties:  overlev(er)ingskansen. Omdat ik hier op WordPress in een dwaze bui nog wat webruimte heb aangekocht (een hele winkelkar in de Aldi, dedju) en die binnen het jaar moet opgesoupeerd zijn, gebruik ik dat daar maar voor. Met de overige stroom van mijn letteretter & beeldeelt kom ik toch nooit aan het Beschikbare Quotum.

Al deze bestanden ressorteren, met toestemming van de auteur(s),  onder de CC by-nc-sa 3.0 licentie. U mag ze dus vrijelijk downloaden, verder verspreiden en gebruiken zolang u er maar geen commerciëel profijt (hihaho) uit poogt te halen én zolang u de auteur(s) van de bestanden vermeldt met het feit dat uw releases óók onder deze licentie vallen.

& O ja: er is net een nog ongepubliceerd gedicht van Han van der Vegt geplaatst op PK-LP.