compulsief


Niet eens beweegt jouw hand.

Het was daarnet een jonge moeder, rank en
zonder werelddeel. Het linkerkinderwagenwieltje
waar een slag aan zat, had zich voor twee maanden
in het voetpad klem gereden : haar vloek klonk
simultaan met mijn geslaakte zucht en het begon.

Haar schouderblad stak uit haar blouse
heel precies en puntig alle lentestralen uit
en brak in de wolken boven mij
een regen aan van weken.

Dag na dag en uur na uur
zag ik in haar blik seconden afgemeten staan
die het moment millennia verdaagden
waarop ik jou het woord kon vragen.

Ik sprak niet aan. Ik zag
mij jou zien, liet haar gaan.

Niet eens jouw hand bewoog.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘compulsief’ – A4

Advertenties

maritiem


Omdat jij toen toch zo doordacht
het kleine meisje speelde
en elkeen die naar je lachte
vol ontzetting na één nacht
nooit meer uit zijn woorden kwam;

omdat de giechel mij beviel
waarmee je om het leven gruwde
en elke waarheid die ik sprak
jou even kostbaar was als het ivoor
dat in jouw mond vergeelde;

omdat er verte in jouw ogen stond
en schoonheid zich die tijd
met jou had aangekleed :

kom en berg nu blozend maar
jouw sterren in hun kastje
gooi onachtzaam al jouw linnen
aan de haak, pulk dat strakke koordje
van je haardot los, snoer je leegte
rond het mastje dat ik maak.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘maritiem’

laconiek


Leef je dagje, zweveteefje,
want ik kleef je lieve lijfje aan
als aarde ’s nachts aan lucht.

Drink je wijntje, fuivetrijntje
want ik zwelg je klanken tot het barst
en knarst van stille pijn.

Lik je ijsje, snoepedoosje,
want ik kauw je zinnen tot het bloedt
uit bleke blaadjes roos.

Lach je lachje, linkepinkje,
want ik maak je sprookjes groot en hol
vol droeve gorgeling.

Moraal :
Strijk je kopje, zwavelstokje,
want ik ben vuur waar jij wil branden
en water waar je zwemt.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘Laconiek’ – A4

Kathaars


Ik
zocht
de bloem die in haar
cirkel brandde (haar naam
is uit elk boek geschrapt).
Een tempel heeft ze niet ;
ze blijft soms even in profiel
op wit berijmde ramen staan,
om dan in ’t ongezien te verdwijnen.

Waarheid is onhoudbaar
en dat wil men niet.

Zij is wellicht sinds lang
in walm en kreten opgegaan
en wat de kerksteen ademt
van geveinsde treurnis om haar dood,
bedekt maar half ’t besef en het afgrijzen
dat in de stad een schuiloord zoekt, gelegenheid
om niet zichzelf te moeten zijn.

Liefde is onschuldig
en dat wil men niet.

Liefde is het niet en waarheid evenmin,
maar als jouw blik, mijn liefste dartel erzatz-ding,
zo godverlaten geil van opgehoopt verlangen
op mijn leegte stuit en ik barbaars gemeen alweer
haar wezen diep in jou bemin, dan weet ik
dat ik snikkend sterven zal en onvoldaan
door het gebrek aan geweld, de tederheid,
waardoor jij nu zo stilletjes en rillend
aan het gillen
gaat.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘Kathaars’ – A4

Italiaans


Unheimliche, van wrok verkrampte teef,
misnoegde enkelinge, van elke zin
onterfde, hoogbejaarde slet, jij,
die van je knekelhuis de grond
verspeelde en mekkert nu, je lot bejammert,

jij, die nu je veer is afgewonden
naar je doden lonkt met open mond
en pruilt omdat je bij de gratie
leven moet van opgeklopt verbeeld
verlangen, vlees dat rot je lijf bespot :

komt nader, schatje, kom en dans
voor mij, mijn byzantijntje,
draai je oude botten lustig
in een farandole, con zelo,
toe maar : languente, dolce,
mesto, patetico, piu mosso,
irato, tempestoso, slentando,
poco a poco meno sentito,
secco, senz’ espressione, morte.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘Italiaans’ – A4

evident


Ik, nu ik staar : de wereld
draait mij los van jou
en bij god verdomd in gebreke.

Het licht puft muf
door de gordijnen,
de dag hoeft niet
zo nodig. Baaldag.

Jij, nu je slaapt : de wereld
is jou glad ontgaan, nergens
aan jouw lijf is iets mislukt.

Het geluk is in
jouw dromen daar waar ik
niet ben, maar jij
bent zonneklaar.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

evasief


Als het blad met mijn gedachten
baldadig luid en vergenoegd,
door misverstand, door overmoed,
de waan die ik in jou verwek
zwart op wit wordt afgedrukt,

als jij mij knelt, woorden radeloos
op mijn lichaam spelt die ik niet
in mij draag, niet dragen wil,
als jij mij sluit, mij neemt,
genadeloos tot vent ontkracht,

dan ben ik dit, dit niet, jouw
diepst bedachte al omtrent.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 -AR van ‘evasief’ – A4