het moment (58)

voor s. l. t.


het droomde dat ze vlogen, hun schouders in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels. twee in elkaar hakende vliegende torren, spier op spier voelden zij elkaar, vel op vel, bot op bot. en onder hen verschroeide de aarde, de mensen verkoolden, de dieren de planten de vissen de vogels. duizenden bomen knakten neerwaarts als evenveel uitgebrande lucifers.

LAIS: haar komst is een schateren van bonte vogels dat opstijgt uit een oerwoud dat al uit die as verrijst, verrezen is. herinnering is geen belofte. herinnering is zekerheid. beloven doet het dit: niemand kan haar raken, noch haar stam. heel haar wezen is te engelachtig dicht en zij zijn samen als een zwerm demonen onbereikbaar ver en vrij.

maar het wil niet dat een ander ziet, wat het ziet. que sera, sera. de vloek die toch al uitgesproken is, brengt bij onthulling enkel woede, onmacht en verdriet (de plaag neemt vele vormen aan, beginnen doet het met een vaudeville). en praten van de komst die niemand helpt wiens lot het onheil treft, en sowieso toch treffen zal, verdaagt alleen het glorieuze klinken, de onvermijdelijke fosforflits van het lied, bij het gestaag gulpende klokken van de slokkende hel. geniet van het pus, rien ne va plus.

bespoedig of verhinder niets, vernietig alle sporen van je zelf. wanneer het niets is, zal het niets zich schamen.

invoerteksten (2016): moment 9495

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (57)

in het spel van licht en donker krijgt het zwart altijd de bovenhand. het is maandag en de maan is weg, het is dinsdag en de dag is weg, op woensdag is er weer geen poen en ook op donderdag geen zoen. niets daarvan is triest, wat kan er triest zijn wanneer alles in niets is vervat.

elk moment is diefstal, streling van het oog. de vrijheid heeft zich als een sater zat gezopen en de zon is kwaad naar huis gelopen. het legt een natte vinger zachtjes op de iris en dreigt met duwen tot het van de vinger schrikt. kijk, het verblijf ondergaat weer een samenpersing van de tijd, een hele maand in de oogopslag van Tralfamadorische aard:

het is een zwarte strook gestrompel in de gang van ’t bed en een schokkerige corridor op de treden van de trap en daar beneden ook een diepe buiging van de zetel naar de tv die uit en aan flikkert in een vaste slag. het is grijze smurrie met ledematenstengels aan het bureau en een knobbel git op de bril van het toilet.

de rest van het huis baadt in het licht van de stervende planten.

invoerteksten (2016) : moment 9192 93


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (55)

de wereld is een tekstverband waaronder liefde woekert. onder de taal is het echte een open wonde, die met haar etter de versteende woorden besmet. elke genezing is een verstarring die het bloeden bestendigt. het regent. het heeft haar niet gezien, ze droeg het gelaat van een ander.

de wereld is een code die het niet lezen kan. ook vroeger deed het maar alsof. de lippen bewogen mee met het onbegrepene. het heeft dan ook geen enkele informatie omtrent de eigenheid, enkel ruwe data die het zelf niet compileren kan. de wereld is de wereld is de wereld die het nooit bereiken kan.

het sprak hen na, maar wat er klonk onthulde node ook hun leugens, dus kreeg het klappen. het leerde snel het ergste te vermijden maar het bleef een lopend gif voor elke eigenwaan. de eigen versplintering maskerend met schermen, kon het parasitair hooguit liefde retourneren die de ander naar hartenlust op de schermen projecteerde.

de wereld is de wereld niet. vergeefs, ver voorbij het punt dat treuren een wellust is, in het donkere hol waaruit niets emaneert, treurt het om haar. het voelt niets want het is niets dan treurnis en de treurnis neemt de vorm aan van haar lichaam dat het zijne is, rein, leeg, bevrijd van kwade wil, louter wens om naakt bij haar te zijn.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (54)

wat voorbij is krast het in de ogen als het omkijkt. het dacht hierdoor een eendere schoonheid te zullen vinden, maar die is er niet, zal er nooit zijn want waar zou ze ooit geweest zijn? sterven is prozaïsch en banaal en kil. het slokt.

niets van wat het denkt (het regent) houdt steek. het komt steeds op hetzelfde punt terecht in de spiraal. de lus rond het punt van de dood. en daar staat het dan te treuren, het boekje bevend in de hand. stil bij het eendere tikken van de scheve klok, nog even zat zigzag strompelend van a naar n. niets denken is beter.

het haat zichzelf bij het zingen van de vogels, bij het razen der prijzige automobielen, neerwaarts, de berg af die niet langer de zijne is, bij de vierde aflevering van het derde seizoen van een reeks zinloze beelden op een irritante klankband. het slokt. niets voelen is beter.

niets voelen is een ui, vertelt het stilzwijgend aan de doven, het is een zwart zweven waarin alle kleuren zijn vervat, de uitwaai van gevoelens, onaantastbare vlindervleugels in een gelaagde zwerm, gelaagd rond de leegte, rond het geduldig wachtende zwart van de angst die alleen maar uit angst bestaat.

invoerteksten (2016): moment 85 86 87

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (53)

het telt. het zal tot ons spreken bij het einde van de telling, belooft het. het gieren van de wind (de wind giert). het razen van de wind (de wind raast). het gillen van de wind (de wind gilt). het woeste van de wind  (de woeste wind). het beuken van de golven (de golf beukt).

het kabbelen der golfjes (de golf kabbelt). het schone schip verleden (de golf beukt). zalm spartelt naar de zee (de golf beukt). de zee stoot diep het land in  (het land wijkt). de klok galmt in de dorpen (het land wijkt). straks lacht het natte land (het land blijft). met de kusjes van de wind (de golf beukt). zonder haar verwelken zelfs de paardenbloemen. deze telling heeft echt plaatsgevonden in april 2016, het herinnert het zich alsof het gisteren was.

op het moment van het inslapen opent het zich, de zwarte leegte die het is, in duizenden onpeilbaar diepe scheuren en elke afgrond is 1 milliseconde lang een blow job van de dood. in het midden van de angstaanval is er voor de angst immers geen tijd meer, de verdrongen herinnering aan de geboorte (de angst voor de dood is de verdrongen angst voor de geboorte, beweert het nu, aan sterven is niks aan, we doen niks anders) loopt vast in de herhaling van het ogenblik en het echte vormt een netwerk, wordt een wurggreep van vernietiging. het besef dat de dood de enige uitweg is uit de lus volgt op het genot van het sterven dat het besef achterna holt.

het schiet wakker omdat het samenvalt met de wil om niet meer te ademen, maar zonder adem vervalt de wil, dus het is welgeteld 1 tel dood van de duizenden tellen die a-lineair wemelen in de ruimte van die ene milliseconde die het ons hier vertelt. al die tellen kennen elkaar, zegt het nog, want zij vallen samen in het tellen, in het getal van de dood.

en toen?

invoerteksten (2016) : moment 81 828384

(de laatste pogingen – ik schreef elke dag hetzelfde stukje tekst op om te zien of het beven minderde)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (52)

eerst was er niets en toen had niets een zwak moment. en floep: zij waren god en zijn geboden. zij lagen naakt op het strand van de zee die zij waren. zij lagen daar diep in elkander te geloven. en god de zee die golfde maar.

er kwam een storm, zij vluchtten weg van de zee die zij waren, landinwaarts. en de eerste huizen scheidden hen tot het en haar. ‘doe de deui toe‘ klonk de stem van god en het, als lidwoord onbepaald, trok gehoorzaam de deur naar buiten toe.

maar waar was zij gebleven? de meeuwen krijsten wei wei wei. het ene dat ooit eenvoud was, werd aldus gespleten in het geluk van haar en verder niets. het begon te regenen. heel de zondvloed lang hoorde men het zingen:

beuk maar, beuk maar
nacht na nacht en nachten lang,
beuk maar godje van mijn kloten,
beuk maar vol uw leeg gebaar.

uw zee is slechts illusie voor zeloten
en in ’t moment hervinden wij elkaar.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (51)

stokstijf en met open monden en pijnlijk gestrekte tong staan wij om toch maar een druppel op te vangen van het kostbare zwart. onze wanhoop is weg. elke weg is een weg naar de hel van de hoop. beiden zijn misschien afwezig in een hemelse toekomst zonder hoop (thomas tu m’emmerde avec tes conneries). de bomen geloven vast in de bomen, zij wiegen hoog hun toppen in de lucht.

vogelgekwetter. henri je t’ aime proet proet. pipelife 40×1.8-pvc afvoerbuis. kiki je t’aime interieurement. woordloos de vinken zingen hun ware liefde. suskewieèt. de duif tortelt. het dak stort in.

ce problème de l’émaciation de mon moi.

henri fait pipi et kaka avec moi. liefde is de weg wég van de hoop. fouf fouf.
j’ aime le chocolat noisette. wolken drijven over. onze huid is zon, het hart is regen (sorry, we zijn alweer weg, daar heb je het al terug).

La Grille est un moment terrible pour la sensibilité, la matière.

bij het orgasme werd het een licht gewaar, een enorm zwart licht met duizend plofsterren erin en haar zuchten aaide het als met strelingen het hoofd met het git uit dat gat, alsof het echt was en heel en alsof het zonder ophouden haar zachte zwart over alle zielen zou kunnen blijven uitstrooien.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (50)

getekend naar het leven staat het van zichzelf te vervreemden. lijnen van monden monden uit in gebaren die niet tot bij de spieren geraken. lippen stuiken in elkander, tongen verslierten, het rotte vlees is walmende sneeuw voor de zon. in een droom kan je het denken maar beter niet toelaten.

buiten, in het vervallen zomerbed trekken slakken sporen slijm in verrafelde lakens en duiven beschijten de molm van het hout. een hond graaft een mol uit in achttien mislukkingen. binnen nieuwslezers maken met duchtig vol gekrijtte luchtfoto’s gewag van volstrekt ontoelaatbare zedenfeiten. erger dat volstrekte zinloosheid is het besef van wat het zeggen wil.

het mag haar kussen op papier maar het papier is vies en van plastiek. het begeleid met oude glorie een laagje rubber in een vagina of twee maar wordt daar niet veel wijzer van. schuld ontstaat door nood aan boete, maar wat kan je innen als het vel het niet voelt?

in de rouw is het huis een huis bezaaid met lijken. alleen de vliegen zien wat er stierf en vormen de vormen die op hen gelijken. beweging, naar het leven getekend. het vlucht in de droom en in de droom ziet het haar en het denkt ja dit is het einde. en het wordt wakker in het huis van de rouw.

invoerteksten (2016): moment 76 7778

cdbv 142 (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (49)

het zien is de wereld en de zee golft in de ogen, golf na golf, het lichaam loopt vol en zinkt in het verdriet. de tranen zijn de noten van het lied van glou glu gloe (wat zou het nog ontkennen, het zicht is evident).

o streling rond het strelen der verstrengeling, ach omarming van de armen bij het geroofde en oei de bloemen die elkaar tot bloei verleidden, verlokten de weg op van het ontluikende rot

wat rest is rust, een onvergeeflijke vrede, verschrikking van geheel de rede,
last post voor heel het menselijk bestand, daadwerkelijkheid met dood omschreven.

het voelt het golven van het water in de golf, het hoor het zingen, de liefde in haar stem, het voelt de warmte en het wil het niets terug, dat nergens is.

invoertekst (2016) : moment 74

AR van het moment 49

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (48)

in het holst van de nacht is het zwart soms zacht, het predikt streling en het streelt met penselen, aait slapen, steelt speels de meest kille, enge gedachten, omzwachtelt ze met honderdduizenden onbegrijpelijkheden en vormt ze zo om tot een schouwspel van ongeziene pracht;

in het holst van de nacht bij de gewoonlijke optocht der gedaantes, de laffe kwijlbekken voorop, en de nijdige druipkrengen erna, soms als bij wonder verschuift er een resem getallen en aurora borealis doemt op in hun ogen en hun stompjes worden zacht en oranje als gestoofde babyworteltjes en ze lijken warempel begaan met elkaar en ze laten zich zien terwijl ze zacht praten met hun spreekmonden (helaas) en ze laten de dieren hun handen besnuffelen die ze toch het ontwortelen moesten toestaan, maar desondanks zij blijven lief en aardig voor elkaar;

in het holst van de nacht gooit een gitzwarte zon soms glorieus oplaaiende tranen in de gesloten ogen van de slapende en een stem die van dieper komt dan van de diepste mijn der gesloten mijnen in Limburg (waar het ooit nog in afdaalde met de kinderen, weet je nog) , die stem vertelt het dan dat dit het mooiste is dat het ooit zal gezien hebben, dit magnifieke zwarte druipen van de zwarte ziel van de rottende kosmos, en dat het daarvan maar genieten moest,

maar dat het wel nu best opstaat en snel nog wat wijn slikt eerst want de weg naar het toilet is lang en vol van gevaren en het leek nu verdomme net echt te slapen met een droom voorhanden en bijna een ik om het te bewijzen.

invoerteksten : moment 72 moment 73

cdbv 136 – 2015

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (47)

geen mens was ooit bij machte. het oordeelt niet de ander, maar niemand heeft het ooit verrast. anderzijds: het hoeft maar te snikken en de kraaien kraaien al, de bomen krommen gelaten de rug, de lente komt aangesloft met een prille zon die in de buidels der zieke diertjes naar brandbaar leven tast.

het doorzicht is een witte schemer, een ellendig laagje licht dat bij gebrek aan tastbaarheid alleen zichzelf belicht. er is geen paradijs, geen appel en geen zonde, alleen de taal volhardt nog in de onmacht van het woord. en schrijft het niet zelf vandaag alsof vandaag al morgen was, en nu alsof er ooit wat is gebeurd, alsof er ooit iets kàn gebeuren?

in het trieste van de treurnis is er geen verhaal. het dal is dalen, dieper, dieper, dal. elke klinker is een open wonde in een kabaal dat van lawaai niet meer genezen kan. wellustig het drieste kolken van de droefenis onthult de kale klippen van de haat.

en rond de etterende wonden kweekt de welp een zachte dons van schapenwol. het is daarin al heerlijk pulken nu, en klauwen tot het bloedt. verbeten draait het zich in het ontvlokte om: vuil bevleesde pluizen van de zure nijd en laffe vegen van de spijt.

invoerteksten (2016) : moment 70moment 71

het moment (46)

zoals het einde eindeloos is, zo is de dood ook doods. de armen wapperen uitgerafeld in de wind, benen omstrengelen bezweette leegte in het laken. het lijk maakt misbaar in een bed dat goden heeft gekend. begin en einde doen dodo. vervloek

de melodie. sla de handen van de pianist tot klompen bloed, stroop tot bovenmonds het slappe vel der zangers, schiet de stadsfazanten in hun kakelgat: wat men verkoopt aan liederen is niets dan opgedirkte geile kwijl en opgespoten varkensgil.

de dag is daar. stap in, stap uit, zak op de werf der wegenwerken door het carrousel. zie het rode in de ochtend van het gloren, hoor de zee die zegt wat werd verloren, voel de maan die trekt en nijpt in’t vel van uw bestaan: ontoelaatbaar is het echte, blinde vlek in ’t ogenblik, bron van staar in het vernietigend moment.

en spreek, gij lafaard, die het moedwillig en welwetende uit het débacle van uw droomcultuur verheven hebt: ’t is tijd dat u de lege huls van uw bedrog verlaat. beaam dat u het bent, die leven wil in dit moment.

invoerteksten (2016): moment 67moment 68

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (45)

onwerkelijk lijkt het wat er was. de leugens draaien verder in de olie van hun geulen, maar genereren nergens nog bedrog. er is een gortig gulpen van geluid dat geil de eigen klank opzuigt. het alledaagse slijm klotst tegen de wanden der containers voor het elitaire rot.

het stoot en snijdt zich aan de barsten in de werkelijkheid. het ziet zichzelf verdwijnen in de afloop van de dingen die het nooit wou zijn. binnenin, een stemloos mormel kruipt en likt de hielen van het woord. vormeloos uitlopende lippen mompelen een ode aan de gehoorzaamheid en het werktuiglijke.

het zal zich wreken op de taal die het heeft groot gemaakt. het spreekt in slierten slijm en schuim de bellen uit van wat er in zijn darmen rot aan plagiaat. het braakt zich uit in brokken stinkend taalmisbruik en zeikt er nog wat nonsens bij. onwelvoeglijk stoot het oude toverwoorden onder in de zerpe walmenbrij (de klank sluit af bij eenvoudige onderdompeling).

het verheelt het rotte lijf gewiekst met pointes die het uit een later werk ontvreemde. draden wier weven zich in alg tot een ranzig zeemvel dat droogt tot hard gekarteld leer. het weegt haast niets meer in de ongelezen toekomst die het niet meer schrijven zal. zwart op zwart ziet men het nergens meer.

invoerteksten (2016) : moment 62moment 63moment 64 moment 65moment (epiloog) moment 66

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (44)

het vormeloze in het woelen van de dromen is de ware vorm van de rechtschapenheid. in de chaos van de wind door alle takken van de bomen, herkennen wij de parels van de duisternis. in de ogen die de ogen zien telt de blik ontelbaarheid.

het wezen mens is geil en gek en in haar strelen slaapt de hand van zijn geweld. wij spreken waarheid naast de woorden zoals het licht glijdt naast de duisternis. gedachten worden niet geschapen, zij scheppen recht en wet wanneer hun denken in het letterlijk gedachte worden afgemaakt, geslecht.

het goede is het slechte dat zichzelf nog niet herkent. het slechte is het goede dat zich zijn goedheid nog niet gunt. zinloos zinken alle woorden als de stuwing van de stem eraan ontbreekt, bewogen slijk dat aan de oevers van het rot wordt afgezet.

de ogen die elkaar niet meden, blijven ogen die de waarheid zien, lang nadat hun ogenblik ontmoeting was. bij haar had het de zin gevonden waarin elk woord met elk woord paart en parend van ontzetting gilt en glanzend gouden tongen schreeuwt: het kijkt haar aan, het ziet hoe mooi zij in elkaar ontstaan.

invoertekst (2016)

het moment (43)

de mens is gedaante en mormel, dagelijks zijn mombakkes spuugt klaaglijke walg, haatbraaksel met klompen rode woede in het mauve slijm van slaafs sentiment. ’s ochtends het monster verschrikt het gespiegelde monster met de almaar strakkere prognose, het aanstormen der stormen.

’s middags de wolken wenen regen, en in de donkerte de winden barsten los in wanhoop van orkanen die slechts wat onmachtig met koeien, huizen, boeren, pluimvee en braadworstenkraampjes staan te prullen bij nachte. lijdzaam de aarde gruwt zich grauw van de jeuk op haar korst.

in het rijk van het het hemels water druilt van rottend loof en druipt en slijk in een onvormig verglijden kruipt van de heuvels af alsof verschoning nog een optie was. de kraaien huiveren want het gif zit ook in de wormen onder het bespoten gras. een pandemie is bagatel in deze aanloop naar de hel.

het einde ruikt al naar het einde, de geur is een herstelpunt van exquise verderf. enkel in het diepe bruin van ingebeelde ogen leest het nog waarom het ooit geboren werd, de boodschap nooit die ook geen wonder werd.

invoerteksten (2016) : moment 59 moment 60

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (42)

het ogenblik is aangebroken. ontkurkt. alles is verteld. de dag is wit en breekt zwart aan. de nachten zijn eindeloos, een suizen in de tijd. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

het zweeft tussen de clichés van het zweven, alsof er iets zweven kon.
de klank ontbreekt alsof er ooit geluid kon zijn. het is radeloos alsof er zin moest zijn. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

wormen vreten wormen, zand verdijnt in zand. de handen zijn onpasselijk, er komt misbaar in de tijd. zij waren bloemen denkt het, rillend, die elkanders bloesem wouden zijn. “de woorden zijn geteld, de optelsom is klaar”.

van hun kleuren rest er niets dan slijk. lezer, lees de woorden niet want woorden zijn de worm. laat de spiraal in u niet nog een keer de weg naar het moment begaan.

invoerteksten (2016): moment 55moment 56moment 57moment 58

bow_of_life

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (41)

mistroostig het treuren trekt en sleurt en de woorden worden natte koorden rond een wurgpijphals. de klok tikt, de zon droogt. de stem zit in de klem van het gemis.

uren zijn getallen, lopers op de sloten van de deuren naar de muffe kamers vol gruwel en ontstentenis. de tijd schrijdt telbaar weg van haar betekenis.
het lichaam smeult, de huid is ijs.

inwendig bloedt de smeltstroom der herinnering. de lagen blauw en purper jeuken, nagels schrapen tonnen pijnstof uit de groteske leegte van het oppervlak.

zonnestralen slingeren als slang, sissend exploreren zij van wak tot weemoed elke zwakte. de vertaling steeds is gekkenwerk: hoe schrijf je handen neer die het strelen hernemen van haar dat weg is?

invoereteksten (2016) : moment 53moment 54

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (40)

haar liefde is een waterkind, dat zwemt in brede waters, waar het uit vrees niet langer komen kan. de angst betreft het zwemmende: komt het er wel, dan dadelijk droogt de vijver uit, terstond het leven wordt opgebaard in vreselijke sparteling.

het gebeuren overschrijft zichzelf, bestanden die elkaar de das omdoen, klanken uitgekleed tot machinaal gekeelde code. o spraken wij maar vogelzang en bloemenkleur met de sterfbereidheid van Zangezi.

de nacht mag komen met verbijsterde verbittering: in de handen die de handen lieten die de handen der geliefden waren voelt geen vinger nog de streling van heur haar. het moet de berg nog af om alcohol.

het leed is geen verleden tot de laatste letter van het leed verleden is. het trekt de jas aan, doet de bruine sjaal om en beweegt zich tussen wagens die naar nergens razen, terwijl een vis toch veelal in stilte sterft.

invoerteksten (2016): moment 50moment 51moment 52

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (39)

de levensdraad is dunne rag, zilver op de dauw van morgen. het is een niets
verstrikt in haar. een werelds web van duizend spinnen spellen slechts haar naam.

het wil zichzelf herhalen terwijl het weet dat herhaling niet gebeuren kan.
het heeft die wens als een sluier voor de ogen, het rijgt het zicht tot slotsom, dicht. o eenvoud van besluit.

het ziet haar ogen als een gouden dageraad, haar huid is laken, haar lippen doen woordenwolken wellen in wel duizend talen, maar elke stem verstomt tot zoen.

het is tot klompen ijs bevroren droom van het vergane en het wacht de lente af om te ontwaken, om kabbelend in klaterende klaarte op te gaan

invoerteksten: moment (48)moment (49)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (38)

de diepte is bekende diepte, het latere kruipt in de hulzen van het eerdere. de ziel is uit het licht geknipt maar de wereld weigert te vergaan. de ochtend braakt. het zonlicht kraakt de oogschellen open, een vette kras erin kraait een der kraaien.

’s avonds slurpt het donker zwarte slurf. de lippen staan bij de tanden in het glas tot kussenstulp verzweerd, in slierten zweeft er gelige treurnis doorheen. het strompelt de trap af waar haar jas nog ligt. het zoekt de zakken door op zoek naar warmteresten, of een peuk. het rillen drijft het dieper in het donker naar de keuken.

het lichaam botst op het gebrek, het is niet het, maar het botsende, dat botst op het gebrek, een perpetuum mobile van de pijn is het. uit de vele hoofden loopt er inkt vermengd met bloed en as. plots het frigolampje vult de duisternis met bliksemflitsen: bij Thor, daar staat nog vol een halve fles!

ja. het zal toch dankbaar het daglicht als een strikdas dragen en in pek en veren stichtend iedereen van hoe het stierf vertellen. het giet garanties in gedane woorden die het zelf niet hoort. de diepte is bekende diepte.

invoerteksten (2015) :/moment-43moment-44moment-45 moment-46moment-47


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (37)

het ontdekt een veelvoud van zichzelf in haar, begint er zowaar van te houden. in strepen, kleuren, het herkent zijn wrevel in haar lach. haar lichaam is gewillig, het vestigt hier en nu zijn hemelrijk.

het randt haar aan. het sleept haar zachtjes bij de haren. het zegt haar alles wat het nooit meer zeggen zou. de stilte is de pluche bodem van haar zucht.
zij wordt geluid van donkerblauwe regenbogen.

ze staat op alsof ze het verlaten wil. niets van dat al. haar ogen krijgen blote fonkels mededogen. het doet er het zwijgen toe. er zit een veelvoud van het zelf in haar. het kleedt zich uit. de dagen vallen er als schubben af.

het vliegt, het is griffioen. het licht wordt roze eerst, en purper dan. stil begint het te rillen, alles is zo vreemd en koud nu alles in hen komt. het is gebeurd, het meervoud is onzijdig enkelvoud

invoertekst (2015)

NKdeE 2020, “inval’, wasco en potlood , A5

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (36)

als het spreken kon, zou het zwijgen. “Het zuchten is aan mij niet echt besteed. God is droefenis, verbaal kabaal. Er wordt verteld. Ik heb de concordantie thuis, en het kapitaal. De draden rekken draden uit. Alles houdt met elkaar verband.

De trap is stijl. Trede na trede komen wij nader tot de verlossing. Er is wat schimmel op de voeten (wrijven we eraf). Ik draag de dagen zoals de dagen zijn, de blijdschap is een rode bes. Het verschil zit in de woorden, in alles wat ik niet zeg.

Ik raak de blanke huid alsof de blanke huid door mij geraakt wil worden.  Er komt een blos op je wangen. Alles gaat achteruit. Het deinst alsmaar sneller. Er komt snelschrift aan te pas. Ik vind mijn spreken niet. Ik kribbel in een schrift dat niet het mijne is. Er heerst verlatenheid in onze rangen. Wij zijn onszelf niet meer. Langzaam, alsof het zo moest zijn, valt je haar op mijn schouders. Ik geef een knik terug, ik stik.”

het telt de dagen alsof er dagen telbaar zijn. het zuchten wordt snurken, het vergeefse van het licht. alles komt naar alles toe. het wrijft haar in zich uit, het doet zijn boeken toe.

invoertekst (2015)

het moment (35)

er is een storm, de deuren klapperen. de maan heeft zich verscholen, schichtige flarden wolken fluisteren nog haar naam. het kruipt dieper en dichter bij haar tot het er niet meer is. afwezigheid is al heel wat.

de ramen zijn intact, verzekert het zich. nog een slok en het gaat goed. wat zij doet met het, het hoeft het niet meer te zeggen. het is twee armen om haar heen. het regent en het ziet zichzelf erin verdwijnen, zij leven in een druipend regenwoud.

het telt de resterende dagen op en af. zonder haar wordt het niet oud. in de handen zitten naast de vingers nog de melodieën, die klinken ook bij vegen been, bij brede waaiers schouders, buik en borst. vaag is straks de herinnering, heur haartjes in de mond. onthoud dit: het middelpunt van elke compositie is de stilte, zij die in elkander één zijn bij elkaar.

versuft sluit het de gordijnen. het haalt haar uit de badjas zoals je oesters uit hun schelp bevrijdt. stil dringt door tot haar zijn reden van bestaan.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (34)

het, ondergetekende, is patiënt, de dragende. zijn liefde is verlaten huis, zijn daden ziektebeeld. elk antwoord is een vraag naar verder onderzoek, de woorden zijn slechts symptomen, maar ook de ware toedracht is en was nooit echt.

het wordt beladen met gebrek dat het niet kende, vermeend gemis dat in elk denken talig sluimert. dode slang, bargoens gesis in de ochtend, gepofte eieren des middags, ’s avonds het wriemelen, de vervelling van de dromen, de vette grijns van de verveling.

het raakt zijn huid niet aan, het zou niet durven. iedereen heeft recht op compensatie, maar het is dermate krom. het sluit. de bunkers jij en ik gaan dicht. er is een volle maan, de zee beukt stevig door, een uil vliegt roepend over maar de wereld luistert niet. het

daveren tussen hen wordt nieuwe grens die overschreden is. het laken wordt woestijn, de zon brandt door hen door. de zoon die zij verlangden kwam te laat, alles is voorgoed vergaan.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (33)

prognose: niets voelt het. het bestand is gedeletet. het zwart omgeeft het als gegoten. de kartels niets rondom grijpen in het niets dat het geworden is. waar de woorden liefde, pracht en praal eerder nog stonden en de beweging van haar ogen plaats vond,

weg van hier, nu, het kind in de toendra van de miskenning. haar licht dat het ontbreken zal, het breken. harde stenen spellen alle veertien letters van haar naam. het spreekt haar aan in een verlaten bed alsof zij het nog horen kan.

er komt een schreeuw, één of ander dier veronderstelt het maar een schorre keel wijst het terecht. het hangt in touwen slijm die het rot ermee verbonden houden. de taal heeft het verlaten, het weet niet wat het zegt.

het voelt niets. het ziet haar frêle plukkehaartjes breken in zijn mond. het kust haar schouders alsof god bestond uit schouders, borsten alsof god … navel alsof … het is alsof.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (32)

geluk bestaat slechts bij momenten. het is geen goed dat ons gegeven is. gelukkig is de mens die zich even weet van plaats en tijd ontheven, en van zichzelf verlost, verloren in de ander, kwijt,

en zalig zwevend in de oksels van de eeuwigheid. daarna komt weer de tijd tapijten rollen, spijt wordt nostalgie, laken met wat pluisjes hunkering.
want niemand kan het streven laten naar herhaling.

maar er is niets dat je herhalen kan. vergetelheid. het staren naar lampen alsof er licht in zat, het iets dat je mist dat nooit ergens was. er is geen duur
in dit leven die zich verhoudt tot de duur van het al.

het zat te wachten, ergens, een café. het satijn van de tijd vergleed en zij was daar, zuiver in het echte, onaangeroerd. haar stem is tijdloos zacht, zij was bereid. het zei vaarwel aan alles en de tijd.

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (31)

uit het ergste leed komt voort subliem genot. uit de wanhoop is de taal verdreven en zo wanhopig leven heeft een zuiver zicht. het ziet zich naakt geboren, sterven, en leest in beelden gans het lot. zo de duisternis offreert het licht aan uitgelezen ogen en in dat licht wordt tijd de duisternis fataal.

het schrijft en wat u leest brengt taal tot leven, het wemelt er van ‘ik’ en ‘jij’. wat binnen is, plooit buiten ons de ruimte om. wat buiten is, wordt binnenin door ons bepaald. nergens is de plaats die er niet is, omdat er niets de plaats naar iets vertaalt. o ledigheid van zin, welk een wrede tederheid verscheurt jouw ‘ik’ daarin!

de tijd vindt altijd woord en plaats. bij ontstentenis van taal zou de tijd zich vrij naar overal verspreiden, één ogenblik van licht waarin hij nu gevangen zit. maar in het Rot de tijd telt als de naam van god de weerstand af naar eenderheid alwaar het niets wordt alomtrent. er is geen hoop.

het richt zich op, en sterft in haar, zijn leven wordt door haar totaal omsloten. de tijd splijt, en maakt dit ogenblik moment van verte, onaangedaan door eindigheid. en uit dat nu rijst dan haar felste licht.

invoertekst (2015)

cdbv 2015

het moment (30)

in de zich tot duur ontrafelende tijdloosheid mengen zich de slierten zaligheid met slijm en slijk tot een slingerende amplitude van genot. niemand, zij of het of wie of wat dan ook, beseft wat zij in hen heeft aangericht.

ooit misschien, wanneer het zwarte deken van de dood ons overvalt, wanneer ons levenloze lijf tot ster en stof desintegreert, wanneer het licht ons algeheel ontbreekt, wanneer

wij ons zelf nergens meer vinden kunnen, kunnen wij iets van hun moment beleven. het weze ons gegund, maar de kans lijkt ons gering dat wij als wij aan zulk een niets deelachtig kunnen zijn.

ze trillen na. in de verduurde woorden die wij meester zijn, mengen zich de genoemde slierten slijm met de slingers van genot tot wat voorheen ondenkbaar was: het leest ons en langzaam glijd het weg uit haar.

invoertekst (2015)

het moment (29)

de tijd heeft meerdere dimensies. geschiedenis herhaalt zich niet. geen lijn verbindt een tijdloos punt aan het vaste van een dode blok gebeurtenis. de kosmos is een schatting die elk moment opnieuw verworpen wordt: god was de rede ingebed in de psychose van de mathesis.

de mens is niet twee hondjes happend naar gekwispel, en ook de slang bijt zich geen tweemaal in de eigen staart. dit alles is illusie, sluier om ons heen: zekerheid omtrent het ene wordt niet geboden door de prognose van geen ander.

voel maar: het beweegt zich weg van haar terwijl het in haar komt, dieper in de vortex van haar zuchten die zich lichtjaren verder uitspreidt zonder hen, terwijl haar tong nog geil de liefdesletters in zijn oren likt.

hoor het ruisen van de zeilen. zout slaat op de tong de spijt. soms haakt een vinger in ’t verdriet, het stokt dan, schreeuwt. en in hun zomerbed doemt aan het voeteneind een zwarte zee van kolkend rot en zuur en ziedend slijm.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (28)

het lichaam dat haar lichaam raakt is algeheel gebrek aan toeval, onafwendbaar als eclips, wet van elke constellatie en in zijn raken reine ballistiek. de tijd verliest haar tel.

haar maan is in zijn stralen goudomrand. kraters verdwijnen, vlekken slaan als duizend tongen om haar heen. als zon en maan omarmen zij innig het ingekeerde binnenlicht: de duisternis. haar vingers in de zijne verstrengelen verscheidenheid tot het ene dat op het tipje van de tongen ligt.

de mens is een beschrijfenis, onleesbaar gekrabbel in de nevels der gedachten. alleen de vogels hebben weet van wat hier echt gebeurt en hier en daar een kind dat alles in de dwaze ogen van een baby-broertje leest.

droef de minnaars dalen af naar het bestaande. het niets verslikt zich hier, in dit moment. een vorm van zinsverbijstering, want het licht is niet van hier, het is onzeker en het draait en twinkelt aarzelend, nochtans men noemt het: ‘alomtrent’.

invoertekst (2015)

cdbv99 -2015

weergaloos

mijn ongeloof is weergaloos.
onthoofding lijkt mij aangewezen.
die blinddoek hoeft dan niet: ‘k
wil ’t zien rollen bij de schoenen

met korrels allah in mijn ogen,
en strepen bloed als loopspoor
voor de schorpioenen. zet
uw post op ‘wereldwijd’, u

weet wel hoe dat moet. en breng
aan ’t eind de lippen in close-up
zodat men goed kan lezen want

met het lijf in sparteling blaas ik
‘maria’ in de bellen van mijn bloed:
haar zaligheid, haar warme gloed.

invoertekst (2015)

het moment (27)

in de verdovende omzwachteling van het verlangen zijn er helaas ook momenten van verplaatsing, afleiding, splijting. vermaledijde dingen die je wel of beter niet kan doen, ogenblikken waarop de tijd zijn stilstand ziet en aan zichzelf begint te vreten. ook de vergetelheid heeft haar prijs.

in de omarming evenwel bevestigt zich het omarmen, in het zoenen de lippen en in de kus is er altijd een kus die alles verklaart. het moment is wat er nooit gebeurt, wat nooit gebeuren kan of kon. waanzin in de waanzin die de waan naar zin vertaalt, die ene zin die je wil horen. op dat moment.

geloof het maar: vogels vliegen, bomen wuiven kale takken, sneeuw valt op de daken, sterren drijven weg van waar zij waren. er is een kracht in jou die niets of niemand evenaren kan. vergeet het, vergeet deze woorden, leef.

het is een druppel in de vijver die zij is, een rimpeling waarmee het oppervlak zich tellend in het zicht verheft. in de derde kring verspreekt het zich aan haar. betovering.

invoertekst (2015)

het moment (26)

pour moi non plus

na en achter de wereld van de anderen, is er het en haar en haar en het en wat voor hen daar alles is, is nergens in de wereld en niets voor iedereen. ‘de wereld is het water in een fles vol vodkaka’. in haar lichaam kreunt de aarde, in haar armen is het vrij.

het bad om stilte en het bad liep vol. het komt uit bad en de kamer treint,  bestemming onbekend. het trilt als een bezetene, de ligplaats bed is door zijn lijk met haar volzet. hun slaap is slaap van job en lot: armen omarmen hun handen als stampers in een bloem.

het droomt galjoen. er sterft per dag een kind of drie in het galjoen. het roeien heeft gebrek aan riemen, touw dat in het water sleept. een onderdekse vader vindt zijn kind niet meer. de moeder weent beschuldigend, zegt hij. de moeder zwijgt en weent.

de drang naar nader, nader, komt weer naderbij. de dwaze ernst van het bewegen snijdt dwars door merg en been. het wil met haar naar ergens eerst en dan terug naar nergens heen.

invoertekst (2015)

het moment (25)

de nacht is hard, koude dringt zich opwaarts in de winterroosjes. zij plooien hunner kelkjes naar het stille sterven toe, hun stengels zwiepen na in het striemen van de regen, en kille wind blaast hen het walmen van humane weelde toe.

er is niets dat zonder eigen wil dit leven heeft betreden, dat zie je ook aan elke vlieg of mug of spin. alle mensen zeggen dat te eren en toch spoelt er keer op keer een lijk of honderd van de armsten aan. er schuilt een diepe wijsheid in de spiegel van de zee.

een baai vol afval.. er is niets dat beter golven kan: het afgeprijsde vuil veelkleurig vlokt rond zwarte lijken, duurzame brol omspoelt hen als een purperkrans. de blanke weelde krult wat hogerop in de betonnen schelp van het bestaan.

er rest de minnaars nog de duinen en een lied van Serge en Jane. helmgras op verwaaide heuvels, zand verglijdend in het grijpen van een hand, land dat niet van hen wil zijn en strand waarop het haar van lust bevrijdt.

invoertekst (2015)

het moment (24)

kijk. de einder is een horizon in lichterlaaie die maar niet tot een besluit kan komen. het gelaat oogt triest en oneindig eenzaam, vervallen in zichzelf, een donkere kapel in het bos. de hemel is onbereikbaar. boomstammen heffen een doodse stilte aan.

er verschijnt een hoofding van geluid en het licht vertraagt, wordt een ijl zingen eerst en een daverend brullen dan. de bomen struinen naar de bomen toe. neerstortende brokstukken verbrijzelen schedels. een reiger richt zich op en krijst, krijst dat het tijd is.

“wij hebben alles al gezien, niets kan ons nog verbazen”, bluft de stevig verankerde nieuwslezer, en: “er was voor iedereen zoveel nog verborgen, sieraden voor alle sensaties, voor vingertoppen buitenaardse extase, voor lippen en tongen de zeskantige klontjes rietsuiker, voor…

maar iedereen is te oud voor wat er komt, jullie zouden het niet…”

hardhandig drijft het de slappere tweespalt naar binnen. het likt gulzig haar doornroosje uit, tast toe in het kelktulpje, trippelt duizendpotig langs de tepelanjer en juicht, uitbundig juicht het want het komt helemaal uit in haar: het is vernietiging.

invoertekst (2015)

het moment (23)

‘wij’. ‘ons’. die gruwelijke woorden. in het letterlijke van de verbanden doet de eenzaamheid haar zin. de liefde was een wolf die zichzelf de poot afknauwde om aan de hel te ontsnappen waarin ‘wij’ gezellig samen waren.

de poot moest over, de deur naar de dood moest toe. het zegt het zo : ‘de afschuw van het leven is het leven, de angst betreft de spiegel, niets van na de dood is echt’. het is verschrikkelijk. het heeft het over ons. wij zijn het waard. al die miljoenen herhalingen hiervan

er was geen ontkomen aan, alleen de vreugde is nooit voorbestemd. het kolken is een klok die tijd aftikt, het klokken een betaalde kracht die sperma slikt. ‘wij’ leggen ‘ons’ neer bij het bekende, wij vlijen ons neder bij de hogere gedachte. hoe hoger de gedachte, hoe dieper het rot.

het handelen moe laat het zijn hand in haar verdwalen. het wemelt van geluk in de krullen van heur haar. het zindert. in de weelde van de opening gaat het lidwoord letterlijk tekeer.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment 34

nog even en het heeft zijn dode toekomst ingehaald. het woord is al weg, de straat ervan is opgebroken. er stijgt nog zang op van voltooiing waarin het zweven kan terwijl de wereld barst van zelfgenoegzaamheid. iemand zeikt het wat complimenten in de mond.

een cluster klanken wil nog iets beduiden. ‘deze winter bloeit de winter open met een naakte rug’, zegt het, en: ‘de koude brengt in iedereen de koude tot zichzelf.’ het leest witte haat in de starre ogen der gestolen gezichten.

de raven staan te pikken op de lege wei. het is november, de eerste scheur in het behang. het legt verklaringen af, een oprisping leek het eerst, met mondjesmaat, maar al snel braakt het zeeën van zurig slijm. er is het onmiskenbare gevoel van totale bladersterfte.

het bracht een ijl en langzaam lied in haar. het bloeden is al niet meer te stelpen. strompelend van duisternis naar duisternis ontdekt het de onbegrensde weidsheid van het ware veld.

invoertekst (2015)

het moment (22)

het zwijgen heeft haar middelpunt gevonden: woorden slaan de handen in elkaar, zin speelt in de gedachten. het gebaar doorbreekt de pose, bloed wil spatten, vingers grijpen, nijpen en in holtes dringen. zeven maagden doorprikken driftig met hun apparaten de ijdelheid van maagdenvlies.

engelen storten zich als vliegen in ’t verderf. het vloekt en tiert en tatert vol taboe, het wil van wreedheid rituelen en van het vieze liturgie. het torent op een berg van lijken en laat zich vol vertrouwen vallen, achterwaarts de steden in.

het strooit vergevend vlokken tot een laken doodse stilte op het bloot en stomp geraas. het opent vol gena maria’s doosje dat het kreeg. het wijsje gaat van tingeling ting ting. is het wit niet oogverblindend, oorzaak van het kwaad? het is verbaasd dat het ontwaakt.

het lacht en kleedt haar uit. ontdoet haar van het nodige. het wil haar zeggen dat zij het is en het zij maar het is te heerlijk. het komt niet verder dan een kus.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (21)

tralalie tralala. swuzie mtake kumbadze. woorden dienen om het moment tot ogenblik te herleiden, schakel in de tijd, berging. de afgeworpene, de ontkoppelde, heeft geen taal meer waar hij thuis is. klanken hameren hol, een eindje rubber kletst in plassen op de grond. instortende nieuwbouw. het lalt.

het heeft uw geisers en vulkanen niet meer nodig. niets hoeft het nog van u. ’t is dubbelweefsel, wel, de scheerslag lichaam dwingt het tot verband. het knipt de band doormidden en schenkt de armen hun anale schuiven in Tomorrowland. kraak de fles, de afdronk lonkt. het vloekt.

geen angst vervalst nog het zwart met een vreemde kronkel. het ziet het deinzen van de mensen, weg van de onzijdigheid. de dagen zijn kortaf als goden in november. letters worden tralies voor de mooiste ogen. wat maakt het uit, het heeft het glashelder in de hand. het lacht.

het is zwart. de nacht is gevallen. geen deken. lanceer het sein, een rilling in de lendenen. het strijkt haar open, zij sijpelt in de opening en het in haar. het is volbracht.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (20)

de schoonheid van een gedachte zit gevangen in het denken van de gedachte, een opgepropte vlinder wachtend op bevrijding uit zijn cocon. voel het weke gefladder dat uitbreekt, zie hoe er wat slijm drupt, schrik dat het draak wordt, plots een gevleugelde

kaart met lijnen en onleesbare cijfers en letters. het moment verschuilt zich en wacht geduldig op jouw afwezigheid, tot je lijf het gebaar vergeten is die de gedachte opwekte, ving in het vervagen van haar herinnering. er is geen verweer mogelijk tegen de uitbraak van het weerloze.

elk begrijpen vernietigt het ontluikende. wij vergeven ons geheugen met harde taal die onze behoefte vergeet, onze nood aan het ondenkbare. dat zijn van je is een sterven en het sterven besmet het levende met de voldoening van de dood.

in het bloeiende rood rilt het, het weet niet meer wat het is. handen strelen armen maar dat zijn de hare, dus wat is het nog? wie is dit geluk?

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.