binnenin


Binnenin

bestaat de zanger:
bij de stalen kevers, bij het gruis
bij de vetten.

Monden spuwen bloed
in de bezongen monden.
In de bloedmonden duiken
de zingende monden, de lallende monden
de malende monden, de huilende monden
de happende monden en de sprekende monden.

Aan de walmen tandbederf en mondrot
ontsteekt de stem van de zanger
de vlam van de lyriek. Ook de tong

ontvlamt: zij lilt en trilt gloeiend
tussen de letters van het
ik, zij is versierd met witte spikkels
bevend in het slijm van de belijdenis:

o mond o kaak o tong o wilde zanger
geloofd zij uw klaarte.

Gij stroopt ons het vel
gij splijt ons de lippen
gij sproeit ons volmondig het gas in
dat druipende stolt tot uw kille zaad:

verlos ons heden van het onze
zoals wij u verlossen
van het uwe;

rakel de witte draden op
van onze ontwortelde lusten;

breng ons in bekoring
zoals wij de bekoring in ons brengen;

verspreek onze lijven
aan het donker van uw
nachten, haak het juichen
tussen wee en klachten
aan de ketting naar het hoge licht,
de kletterende ratel

naar de koepel van de dood,
de bel van buiten waarbinnen wij
bestaan aanmaken, het binnen
waarbuiten wij bestaan,

binnenin.

 

zijngordijn
dv 2008 – “het zijn als gordijn” – potlood – A5

l’ homme URInoir


[lyrische reisimpressie Barcelona 2008]

 

rebaixes

Barcelona 2008 : kurkdroog en
door en door bezeken.

Je wou de blauwe stad omarmen
zoals Pablo ze achterliet, blauw
met de tranen hard en droog
in de blauwe ogen, maar de zeik
barst uit de poreuze gevels en druipt
over je handen, je armen, het spettert
met spullen van Zara, Gucci en Gaudi
in je ogen.

Alle wonden klappen open,
er is gratis zout van hogerhand.

Ça pèse, être l’homme URInoir
à Barna ce matin.
ABBA. BAAB. AAB. BBA.

 

Stroomafwaarts we naderen
de oevers van de Styx Minora.
De wijven worden nijdiger.
De honden ruiken bloed.
Recarga aqui tu movil.

 

groen

De ochtendzon plakt aan het zweet
van de nacht. Op de balkonnetjes
neuken de duiven zich de veren van het lijf.
TOKOMUSIC. Tapas. Nits.

 

Barceloneta Beach:

Aqua Beer Water Cola
Aqua Beer Water Cola
Aqua Beer Water Cola

barceloneta

 

Elke stem
is mest
voor

de invallende stilte.

hommeurinoir
dv 2008 – “l’ homme URInoir” -pastel & waterverf – Av

Fictie, ontkennend


“Als de beweging van deze hernieuwde toeëigening inderdaad onbedwingbaar lijkt, dan is haar uiteindelijke mislukking er niet minder noodzakelijk om.”

Jaques Derrida, Hoe niet te spreken.
Vert. Rico Sneller, Kampen, 1997.

 

I

Zelfdruk van een werelddeel: ik had
een vinger in de inkt, legde
hem eruit, rolde met een vinger
die andere vinger, druipende,
over het papier, over

de bleke vrede van het uitgeschepte vel.
Verzwegen had ik weerom het geheim:
een dichte vlek ontnam elk zicht daarop. Plaats,
waar soms het zwart belijnde eenvoud werd,
waar steeds een deel naar niets afrolde.

Wie maakt welk onderscheid? Waarin
schuilt het meesterschap? Een kenner weet:
de zelfdrukkunst kent vele vragen.

 

vingerafdruk
dv 2005 – vingerafdruk

II

Men had haar veel te vaak als niets omschreven,
er was papier dat daar niet meer van hebben wou.
Dit zelfgeschepte slurpte inkt om haar te maken,
vond vermaak in dat beeld, wist zich draagster
van een kerngegeven, moeder van betekenis.

Zij voelde zich per afdruk deel geworden,
sprak tot mij, terwijl de tijd de afdruk mat:
hoe ik haar eerst onwennig, daarna zeker
voor een derde doel misbruiken zou, steeds
meer papier ter loutering éénzelfde bak in wou.

Vlotheid van beweging kreeg ik mettertijd, verfijning,
stijl & samenhang, zodat een ziel zich in de inkt
verschool & op het blad haar tupothenta gaf.

 

vingerafdruk2.jpg
dv 2005 – vingerafdruk 2

 

III

Ik rolde en rolde. Op een dag schoof de nagel
eraf. Vel werd vlees. Vlees week in draden voor been.
De afdruk werd stroever, er kraakte al wat, ze
fluisterde scherven, krijste een einde en brak
tot elke vorm onaanraakbaar donker verzonk.

Ik stapelde bladen, haar stem werd een echo.
Ik nummerde dagen, er was geen verband.
Ik telde vlekken, lijnen en gaten, scheurde
en lijmde, brak het zichtbaar verhaalde tot letters
en woorden, zonderde cijfers zwijgende af.

Pulp rest mij nu. Ik hef weer de bijl tussen duim
en een stomp: het raster vooruitgang, gericht
op een pink. Verhef je mijn deeltje, wijs

naar je wereld: jouw zelfdruk begint.

déjà vu


lais3
dv 15-1-2018 – “lais” – potloodtekening -A4 – in vertrouwen geruild

 

LA

Met de lijn van een roos gevorkt in uw schoot, een
punt waardoor in het lege vlak de leegte aanvangt
en weldra er liefde wolkt en haat, waarmee gij
ruimte splijt en rekt de tijd zodat een hand ons

de hand aanreikt, waarmee wij onze vingers
ertoe kunnen bewegen ons de ogen
en de lippen te sluiten, ons tot kalmte te
manen, ons de klederen van angst en nijd
te laten ontvallen en naakt in de zon

het ware te verwerpen:

zodat de traan ons ontrollen kan
waarin onze beeltenis verschijnt.

 

IS

De klank vervalt er
te snel. Het zerpe zeept
het zure in en in het zilte
zeikt verziekt van leed
het lieve godenkind:

“Jullie waren hier eerder al. Ik
zag jullie naamloos staan.

De hazewinden die het licht
najagen in het licht waarin
de winden waaien die enkel
de wanhopigen zien, zij

bliezen het in de sofers
die het zuchtend leeg
en naast hun letters spelden:

jullie doen ons dit in duizendvouden aan,
er komt geen eind aan dat vergaan.

 

lais2
dv 15-1-2018 – “f*ck you gods” – altered book page, unsigned – €1500

opent


haleine avec cygne
dv 13-1-2018 – “Haleine avec cygne” – inkt, houtskool, crayon en waterverf – A5

 

Opent

Het antwoord daar.
De wereld is. Opent.

Brak.  Haar lippen trillen met het misprijzen
donkerrood erin. Onze rijkdom is de haat
een band die je niet zomaar achterlaat.
En onbegrip.

               Haleine,
uw adem is perslucht, elk woord
een nieuw monstertje dat opduikt in de
centimeters opening.

Ik heb minder.
Veel minder.
Hoe minder
hoe meer
ik.

Ja ik schoof uit ik
viel schreeuwend in de slangenkuil.

Het glijden. Het glijden.

Af. Rode ochtendzon. Het angstzweet
parelt. Kom. Vertel mij. Ik
wil verder. Tot de
bloei.

het oneinde


het oneinde komt
de lippen bibberen het speeksel
belt de warmte stort vuile
heetwaterklank op vingerdikke
oliejekkers

er wordt stroomafwaarts afgetakt
meedogenloos het groen
gulpt uit de twijgenzee
galathea lonkt en slokt
volmondig

dragon oppert iemand om de avond te merken
samen zijn we samen samen zijn we sterk

onze armen verarmen, onze rijken reiken ver
vergeet ons niet zoals wij u vergaten wij hadden ook uw tronie
wij hadden uw gave en uw kennis en uw ranzige geloof en

wij brachten u water, water brachten wij u
wij kwamen samen, samen kwamen wij om

blauw (blauw)
ik (wij)
jij (wij)
dit (it)
(om)
u

 


oneinde
dv 2008 – “studente” -ink & water colour – A5