LAIS LVI


voor s.z.

Het is twee heesters in een haag geplant
en het laat de scheuten rondom groeien,
verstrengelt zich in twijgen tot verband.
  Het was het en het moet het doorgroeien
en als twee ineen gaat het dan bloeien.
De zon wil uit de hoogte branden,
vogels zingen van hun verre landen,
het geeft nu schaduw aan een minnend paar.
Zij zien het niet, voelen wel verbanden
tussen zon en tak en liefde voor elkaar.

invoertekst (2011)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS 56
Advertenties

LAIS LV


Het is november en het weer is goed.
Er heeft nog nooit zo’n late zon gestaan,
de markten zakken en de euro bloedt,
dit is een hoogtepunt in ons bestaan:
het kan alleen maar naar beneden gaan.
Ik weet niet goed wat ik nog zeggen kan,
vader. Het was zo simpel daar en dan:
van al het slechte gaf ik jou de schuld
en als het goed ging dan was ik de man.
En nu dit hier. Ik haat mijn ongeduld.

invoertekst (2011)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS 55

13 indringende cirkelzagen (14/14)


KETTING

“God geef ons meer droogte,” bid ik, “dan stinkt uw lijk niet zo”,
maar de hitte verdort ook de droogte en het Er zinkt
in het zinken zoals een do zich herkent in een dalende do.
‘De maan is sonoor gereedschap’ brult Johanna die stinkt

uit haar mond naar het zaad van Maped, de nepnihilist
en ook uit het Wij is gemeenschap hardhandig gewist.
De weg Altijd loopt dood. Olie doet de wanden glanzen.
Geen Er is nog brug. Ik sta te preken als paus bij de ganzen

en ik verstrik mij dusdanig in mijzelf als personificatie
dat de bars in de barst van het ik losbarsten, ophoesten hun rot.
De stortvloed Immens werpt zich walmende op als rectificatie

en krijt beukende op de rotsen: ‘seks alleen is echte communicatie!’
En zo sterft het jongetje Wij dat met aarde de helmen vulde tot
daar waar de gelaten hun toeven verlieten van vader en god.

EXIT


als
ik droom
dat jij slaapt,
droom jij dan maar:
ik sta wel op om de tijd te doden.

invoer: 车遥遥 – Car Far Far – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj036.html

: -loos, missen , niet, gebrek, on-

13 indringende cirkelzagen (13/14)


A4

XIII. en daar ligt het jongetje Wij dat met aarde de helmen vulde

Wij, wij allen vallen maar wij vallen niet samen. Er is galm, Er
is kermen. Niet, zeg ik hoorbaar het niets aan, neen, niet
herhaal ik want het niets is buitenissig, en wij hebben geen
keuze want zie toch de woorden lopen als potvissen de woorden

af en op naar het droge alwaar ze ons opbiechten eb te zijn
en aan hun stinken beginnen waardoor ons bijna het hart
als vermolmd uit de borstbeenderen valt en het stof zelf ons
gebaart niet meer verder te willen. Ziehier nu het mooie

van ons, onze schreiende blinkoogjes die schreien omdat
wij onze verwekkingen in al hun schoonheid zelf niet de baas
meer zijn, dat het ons ook maar overvalt en het vakkundige toch

van het versnijden, wegsnuiven, opschrijven dat niet blijkt te
volstaan noch het afknotten of het de strot toenijpen en evenmin
het met onze stalen tippen tot moes stampen van het jongetje

Wij, wij allen vallen maar wij vallen niet samen. Er is galm, Er
is kermen. Niet, zeg ik hoorbaar het niets aan, neen, niet
herhaal ik want het is buitenissig, wij immers wij hebben geen
keuze want zie toch de woorden lopen als potvissen de woorden
[…]

invoer (2007-2017)

13 indringende sonnetten (10/14)


de waarheid Johanna

X.  dat de barst diep in de barst van het ik losbarst en prijsgeeft haar rot

barst in de gedachten, scheurt in het gemoed, ontsteekt het aanzuigeffect
van de afgrond. Hoopvol stemt ons de groei in de afvalsector, het verhaal,
onaf,met heimwee naar het onbegonnen werk, het niets in de brandkast
van het ontbrekende kapitaal bij de rente op deze aflopende reeks

verraderlijke sonnetten. Zo zomert het midden april, misschien
moeten we ‘s praten jij en ik? het toch zo niet verder, de kinderen.
hoe schrijnend hierboven. hoe pijnlijk de knieschijven hieronder
tegen de tafelpoten geplet. Ons even te ontfermen, opdat één der 

onzen het jongetje toch recht in de ogen zou kunnen kijken en zeggen
dit is de droom, Wij, waaruit je nooit ontwaken zal, je vader, je moeder
wij zijn gestorven, en jij bent het jongetje maar je hebt ons nog
,

de wijzenden die elkaar naar de ander verwijzen en ach kinders
wij zijn het niet,  en, Er, wij hebben het beste … neen best niet te diep
in het verhaal kijken nu, – Johanna, jij loeder maak dat je weg komt, j
ij

barst in de gedachten, scheurt in het gemoed, ontsteekt het aanzuigeffect
van de afgrond. Hoopvol stemt ons de groei in de afvalsector, het verhaal,
onaf,met heimwee naar het onbegonnen werk, het niets in de brandkast
van het ontbrekende kapitaal bij de rente op deze aflopende reeks
[…]

invoertekst (2007-2017)



13 indringende cirkelzagen (9/14)


IX. en ik verstrik mij dusdanig in zelfbereide personificaties

regressie: in de doodsangst die ik onderga herken ik mij
zoals mijn naam ook in het schrikwit van uw ogen lettert:
uitputtende mijzelf sta ik zo in mijn vrees te dingen
naar een einde dat blijft dreigen maar niet komt. kom,

ik roer mij met de gestorven hond Neo tot kalmte om,
die dwangmatig als vanouds de scheve schutting afloopt,
waarbij de stofwolk groter, het gras van droogte scherper
en onze woede zich intenser verenigt ter gemengde bol.

daar, te midden bereikte rust, zit dan weer uitdagend
de poes Tempel ruim twee tuinen verder, een rosse van enige
afkomst. Er zwaait wat met livingduister, kippengaas

en plasverbod. Gespiegeld in de herkenning staat ook
het jongetje Wij, Johanna en een kniezende Maped
ons uit de bewaring weg te schrijven, een eindeloze

regressie: in de doodsangst die ik onderga herken ik mij
zoals mijn naam ook in het schrikwit van uw ogen lettert:
uitputtende mijzelf sta ik zo in mijn vrees te dingen
naar een einde dat blijft dreigen maar niet komt. kom,

[…]

invoer (2007-2017)