AR: Herlinda Vekemans – Olivier Messiaen


dv 2019 – Asemische lezing van ‘Olivier Messiaen’ : tekst HV (zwarte inkt) + muziek Messiaen (wasco en bister) – A3

Olivier Messiaen


Zijn eerste vogel was een duif
als een heilige geest wiekte ze zacht
zijn tot over de oren bewapende eeuw
zijn oranje en paarsgeaderde slaap binnen

hij ontwaakt in onschuld
een doop van klank en hoop
‘een extatisch lied in een droevig landschap’
‘grijs, mauve en Pruisisch blauw voor begin en einde
het midden is van diamant en zilver’

Koop de bundel!




uit:
Herlinda Vekemans, Kwartet voor het einde van de tijd. Olivier Messiaen (1908-1992), Poëziecentrum, Gent 2015

Advertenties

Duits


Zie je, Schätze, mensen
in dit park van menselijke zaken,
vrome mensen, stemmig en wellicht
eensluidend met het stoffige
van deze zomernacht
hun wulpse conversatie?

Hoor je ritselingen
in dit gras en klavecimbelerig
het knetterende zingen van vuur
dat zich in duizenden vleugels
vliezig vel op vel
tastbaar bewogen verteert?

Voel je strak mijn handen
rond je lijf geklemd, vingers wriemelen
rond eindjes been en ogen priemen
in het weeïge wijken
van je hals, het zilte
parelen van zweet op jou?

Ruik je fijntjes, Liebchen,
giftig geurend gas in deze zak van angst,
wasems in de bloei van barbecues,
leven dat zichzelf verast,
opgewonden water
dat mijn mond, mijn maag uitbraakt?

Likt je tong het poeder
dat ik in de schuren op mijn akkers meng,
nippen je besmeurde lippen wijn
die in mijn aderen kolkt
en eet je mee van mij,
vlees dat in je stad verzengt?

inputtekst (2000)

dv 2019 – AR van ‘Duits’ – A4

evident


Ik, nu ik staar : de wereld
draait mij los van jou
en bij god verdomd in gebreke.

Het licht puft muf
door de gordijnen,
de dag hoeft niet
zo nodig. Baaldag.

Jij, nu je slaapt : de wereld
is jou glad ontgaan, nergens
aan jouw lijf is iets mislukt.

Het geluk is in
jouw dromen daar waar ik
niet ben, maar jij
bent zonneklaar.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

egyptisch


In tegenspraak, uw zinnen tergende,
soit disant als plaag
in duizendvouden dit moment :
hoe langzaam ik je
open, hoe uitgesplinterd in
mijn oor het kirren
van je oudste lach weerklinkt.

Ik, de schender van je opgeruimde
staat, force majeure, riet
dat splijtend naar je diepte dingt :
in vreemde luchten
mond ik uit, stof strandt op mijn tong
van onbesproken
kamers, tomben blauw in jou.

Jij, op barricaden spinnende,
aardse liaison,
omkaderd vlees dat lacht om mij :
langs brede lanen
redt je oog het moeiteloos, deint
je onbewogen
hoofd in wervelingen mee.

Zij, haar museale schoonheid is
vanzelfsprekend nu
in stilstand bevende nabij :
schril tableau vivant,
van hoe je uitverkoren door
haar zee mag komen,
hoe mijn leger sterft in jou.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘egyptisch’ – A4 – potlood, crayon, bister

evasief


Als het blad met mijn gedachten
baldadig luid en vergenoegd,
door misverstand, door overmoed,
de waan die ik in jou verwek
zwart op wit wordt afgedrukt,

als jij mij knelt, woorden radeloos
op mijn lichaam spelt die ik niet
in mij draag, niet dragen wil,
als jij mij sluit, mij neemt,
genadeloos tot vent ontkracht,

dan ben ik dit, dit niet, jouw
diepst bedachte al omtrent.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 -AR van ‘evasief’ – A4

avondlijk


Veronachtzaam mij, ik heb mijzelf
te ijl om jou ontsponnen, ben
als herfstlicht, nu jouw haartooi schittert,
louter vanzelfsprekendheid, lucht
die in jouw adem adem streelt.

Lig roerloos dan, vergeet mij slapende
nu ik jouw slapende het aarzelen vergeef,
laat mij schoonheids onaantastbaarheden
als een laken om jouw schouders slaan,
laat niets van mij nog in jouw dromen heel.

Ontwaak dan straks totaal vervreemd
van mij, opdat ik al het eeuwige ten spijt
mij tijdelijk steeds weer en dichter bij jou
telkens, in jouw puurste onbedachtzaamheid,
jouw achteloos gebaar hervinden kan.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘avondlijk’

ascetisch


kom,
opdat jouw nijd mij vinden zou,
jouw leegte zuigen, honger
stillend die mijn wellust laaft;

kus,
opdat jouw tong mij laken zou,
de maden likken, een slang
die krakend kevers in mij slikt;

knijp,
opdat jouw hand mij wurgen zou,
jouw vingers scherp gebeente
dat nagels in mijn zweren perst;

brand,
opdat jouw haat mij branden zou,
mijn roet verstrooien, vuur
dat vretend al mijn stof verteert.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘ascetisch – A4