CCLXXX

Het is de bodem buiten het bereik.
Het is het vallen vallend in het zwart.
Het was gebaar, maar smelt als sneeuw in slijk.
Het werd een woord, dat dra tot naam verhardt.
Het wordt gezegd, gezicht, het boek is hard.
Zij vinden slechts elkaar nog in’t bestaan:
de taal heeft hen met blindheid aangedaan.
Zij zochten iets dat nooit begonnen was.
Het is geheel tot niets in haar vergaan:
Het was zichzelf nog toen het nergens was.

invoertekst (2015)

journal intime 32

jt#32 – ça ne vaut que pour moi – weu wee wo wàaaaa

elke poging om een ‘schrift van het reële’ tot stand te brengen is gedoemd om strikt individueel te blijven, zo lijkt het.

dat is ook wat Moralès vaststelt in zijn behandeling van Réquichot.

maar is dat wel zo? is het niet net ons noodlijdende vastklampen aan de constructie van het Zelf die ons blind maakt voor het communicatieve aspect, het verbindende van de geste, het gebaar.
tenslotte hebben we allemaal min of meer dezelfde ‘hardware’, alles aan ons is herkenbaar in de Ander.

de praktijk van het Asemische Schrift die sinds 2000 op de meest diverse manieren wordt uitgebouwd door een kleine groep van via de sociale netwerken verbonden enthousiastelingen toont aan dat het schrift door het naast zich neerleggen van haar communicatieve vereisten, eerder wint aan expressiviteit, aan verbinding scheppend uitdrukkingsvermogen.

kunnen we in de diepten van onze gebaren enkel uitdrukkingen vinden die uitsluitend gelden voor het individu dat de gebaren stelt? nee toch, want voel ik niet wat (het lichaam van) Réquichot ‘wil zeggen’ in zijn spiralen, zijn vergaarbakken van papiertjes, verf en rot? misschien moeten we de Fictie, die harde Realiteit van onze enkel schijnbaar rationele, zelfzekere maar voortdurend aan verslavingen en noden onderhevige ego wat meer durven prijsgeven, uitstellen om belangeloos het Moment van het Reële te delen in plaats van likes te verzamelen voor onze glanzende profielen. misschien moeten we gewoon in vertrouwen kunnen geven terug in plaats van altijd maar te willen hebben hebben hebben….

het is en blijft een kleine minderheid die zich wil bezighouden met deze maniakale zoektocht naar de expressie van het onzegbare, ook al omdat je onvermijdelijk in het obscene veld terechtkomt, en omdat je moeilijk kan hard maken wat niet bestaat in een Realiteit die enkel aan het Zijn waarde hecht en blind wil/moet zijn voor het Gebeuren. maar het onbestaande gebeurt wel degelijk, net zoals het ondenkbare momenteel de wereld in haar greep houdt
enkel daardoor zal het geloof in een verbinding door het gesturale, in de letterlijke incorporatie van het gemeenschappelijk onverwoordbare elke dag veld winnen, de toekomst daarvan deelt voor mij al in de nieuwe status van de wetenschappelijkheid van het future waarmee virologen ons momenteel de juiste beslissingen aanreiken om het aangewezen gedrag af te dwingen.

soit. weu wee wo wàaaaa. het is onze verwachting dat de vraag naar een werkbare methode hiervoor enorm groot gaat worden nu elke ‘gewone’ lichamelijke aanwezigheid het gevaar van een besmetting inhoudt, dus vergeef mij als ik mijn onderzoekingen in deze verbijsterende tijden hardnekkig en schijnbaar onaangedaan, ongestoord verder zet. het heeft allemaal net een urgente gekregen die niemand had kunnen voorzien.

want de straten mogen dan evident leeg zijn, er is momenteel wel degelijk massaal veel vraag naar meer Lyriek in de straat

BRONCODE van hetjournal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • teken je de geste
  • je signeert en dateert het resultaat
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma: een gesigneerde en gedateerde tekening met een titel in een vreemde taal

journal intime is een gratis NKdeE-programma

LAIS CCLXXIX

Het wil schoonheid schoonheid laten raken
wimpers laten langs lippen glijden, ’t oog
stormstil, ’t lichaam zee zijn, de ziel een baken:
beweging wil bereiken zijn betoog.
Zij is moment waarin het nu bewoog,
straal waarin het licht zichzelf betekent,
stroom die zich in de stroom vanzelf herkent,
parel in het weke van ’t verlangen,
geheim dat met een zucht haar naam bekent.
De wereld bulkt, breekt, brult haar gezangen.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXVIII

Op een veld van afgeknotte stengels,
bevroren aarde stuift de zon en verblindt.
Verkleumd, ’t is kraaiencrowd, het braakt Engels:
breed bread bred. Klank brokkelt af, niets verbindt
het stelsel nog, eyes break, het ik verzint.
De deed crumbles to its code, het brood
loopt dood in java. It halts. It weds its naught,
it simulates a love inside its hate,
its ashes fly, de dood wordt bedgenoot.
’t Falen rot fragiel, en wat blijft is spijt.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXVII

Kille promenade, noorderwind. Schriel
de meeuwen krijsen aan het strand. Nijd brandt
in de magen der verdoemden, de hiel
is naaldhak, bijtend zuur, het droge zand
verglijdt in de klemmende hand, de wand
is leegte naar de andere wand, niets
is volledig, het licht is van kant. Iets
heeft het in Het als van papier verbrand.
Het wil haar lezen en het zie het Niets,
zwarte brij, zwaarte, inkt op inkt, zijn land.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXV

Als de dag sterft, in de dood van de nacht
zal het als een ster verschijnen, minnaar
van haar al. Het kleurt haar wangen rood, zacht,
het licht wordt jurk, glijdende zijde daar
waar haar oker zich onthult: huid, gebaar
van haar, een glimp van nieuws in d’eeuwigheid.
Het laat zich door haar leden leiden, scheidt
Hemel van aarde, water van hel, vuurt
de tongen aan van het bestaan: waarheid,
kilte in de klaarte, een zien dat duurt.

invoertekst (2015)

LAIS CCLXXIV

Er is geen god die slechts voor ons bestaat
Er zijn geen wetten die ons leiden kunnen.
Er is geen vijand, geen duivel die ons haat.
Er zijn geen woorden die ons redden kunnen.
Er is leed dat wij met wrok verdunnen.
Er is nijd die nijpt in onze billen.
Er is weelde die wij blind verspillen.
Er is schoonheid, diep in de lelijkheid.
Er is een zucht die spraak doet verstillen.
Er gaat aan ons voorbij, het heeft geen tijd.

invoertekst (2015)