ut pictura poesis


Het verschil tussen grijs
en zilver
is de opstandigheid
van zwart
in de waan van het wit.

Het verschil tussen geel
en gouden
is de onzichtbaarheid
van zwart
in een geslaagd gedicht.

inputtekst (19-20/06/1993) een kopie is enkel op aanvraag en persoonlijk af te halen gesteld dat u al aan de zeer strenge voorwaarden zou voldoen

Advertenties

evident


Bij oogopslag verdwijnt het, zinkt
slaafs als een afbeelding in de afgebeelde
zee waarmee het zichzelf toe plooit, uit

zet, in het niets uitstrekt. Nochtans
de nacht lang laafde het zich aan
het sijpelen van de roestige kraan,

het druipen van engelenbloed
waarvan elke drup het antwoord
geeft dat in de vraag al was vervat.

Zo versmacht in rook en koffiegeur
vervolgt vergeefs het lichtziek oog
de kracht die daar tot stof verstijft,

dat het vloekt en krimpt en snikt
om hoe onbarmhartig weinig er
geschreven blijft, terwijl het lezen

zich zo evident besluiten laat.

dv 2019 – Asemische Lezing van ‘evident’ – 27,8 x 20,4cm

inputtekst (1993) enkel op aanvraag persoonlijk af te halen enkel indien u aan de zeer strenge voorwaarden voldoet

musette maison


Benodigd zijn: bloed
inkt, papier en daarin
een goed oog. Onder

invloed van het wit
stolt het opgeklopte
gebeuren. Kluts er

desnoods wat eiwit
door, maar het moet
glad wel en diafaan.

Onderaan dichtplakken
met het zwart van je
longen. Koel serveren

onder voorbehoud
en (noblesse oblige)
een glazen stolp.

dv 2019 – AR van ‘musette maison’

inputtekst (1993):

lemmet


zilver draaiend blonk het rond het ijle
van je greep. het viel en zonk de weide in.

het heft was weg, verrot. wat het inhield
had geen angst, het kon zich als vanzelf
in je hand leggen. begrip is relatief. is

het bloed dat nu gestold de snede
tekent, of tekent nog het in de grond
gestokene de zwarte lijn? vloek,

spuug en wrijf je handen, geef
de aarde wat haar toekomt grif
en kom van dat verlangen vrij.

dv 2019 – AR van ‘lemmet’

inputtekst (1993):

woordbreuk (arabisch)


Het opgespannen doek
wordt grijs en zwaar van de dauw
boven de pratende hoofden.

Haar toegewijd reikt je hand
en raakt niet haar,
maar zich in onmacht rekkende
het doek en van de verdonkerde lucht

glijdt op voorspraak der goden
in je handpalm
de druppel vocht, dat breekt

het licht en op haar bovenlip
staat even zilver
als de omkartelde wolk

jouw dag
het kussen toe.

inputtekst (2017)

dv 2019 – AR van ‘woordbreuk (arabisch)’ – A4

inputtekst (1993) :

LAIS XXXI


De man alleen die zo de wereld ziet,
zijn dode god is lomp, zwaar gebod
dat zompig zinkt, vastheid biedt het niet.
‘t Bestierend woord bederft van wil tot
slijm en sliert, klonters  existentierot.
Dit schrijven nu dat hem doorboort
deelt hem iets uit dat hem niet toebehoort,
verschrijft zijn liefde tot geschiedenis.
Uw lezen maakt hem dan gekozen poort
van niets van hem tot iets dat hij niet is.

dv 2019 – AR van LAIS XXXI

LAIS XXX


De stank van god is niet te harden nu
zijn rottend lijf geheel de aarde dekt.
Wie van hem spreekt, spreekt stil en ambigu
alsof men nog zijn dood in twijfel trekt
terwijl het rot zich zichtbaar toch voltrekt.
Soms gaan er ook stemmen op dat gods Zijn
niet nutteloos kan overleden zijn.
Misschien is Geest nu Vader van de Dingen?  
En ’t rottend Lijf voor onze ziel venijn?
Zou er iets dan – vrij van ons – gaan zingen?

dv 2019 – AR van LAIS XXX – A6