AS van Huldra van SCHiM (9/9) – Fylgja

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…the images link to a full-rez scan of my artwork.

< track #8: AnjanaKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp

L’ émotion de la complexité ne touche pas davantage que l’émotion de ce qui est simple.

Bernard Réquichot, Ecrits Divers, p. 132

LAIS CCXLI

In de mist, ’t kleffe niets waarin het staat,
ontwervelt Het de rug der gedachten –
het Het fileert zichzelf van eigen graat –
en de zon brandt door tot hoe zij lachten:
bot is alles wat het kon verwachten.
Zijn land is in een waan ontstaan, vergaan,
Het hecht niet meer zo fel aan dit bestaan.
Het had haar vast in ’t licht van ’t moment
Het laat haar straks in haar, in jou ontstaan:
’t gekende schone is altijd present.

invoertekst (2014)

AS van Huldra door SCHiM (8/9) – Anjana

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…the images link to a full-rez scan of my artwork.

< track #7 : RusalkaKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #9 : Fylgja >

Dieu est une idée simple qu’utilisent les gens qui ne se posent pas de problèmes.

Bernard Réquichot, Ecrits Divers, p. 117

LAIS CCXL

Dit licht dat is, dat elders niet gebeurt
dat hier tot hier maakt, niet-hier er voorbij,
verzegelt hen met zwijgen om de beurt:
twee herten in elkander, niet onvrij
hoe zij zich raken, niet, met hun gewei.
Zo fel wordt nog het licht, dat het dag wordt,
en zij daar liggen met hun lust omgord,
dat lijven in elkaar verlopen traag
en niets zichzelf nog vindt en alles stort
vanzelf tot rot en slijm ineen gestaag.

(invoertekst (2014)

LAIS CCXXXIX

Als de maan zich schikt in het verlangen
en komt der meiden lust tot diepe rust,
als de wind weer vol is van gezangen
en golvenzee haar stranden streelt en kust;
als laaiend vuur door liefde is geblust,
en alle nijd door ’t land is heengegaan
en ’t lijden uit is, om en afgedaan
als woord en daad hetzelfde zwijgen is,
en letters in hun klanken zijn vergaan:
nóg schrijft Het neer hoe waar en schoon zij is.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXXVII

’t Mist haar lijf, haar adem in de zijne
en ook de eenvoud der verstrengeling,
’t samenzijn waarin het kon verdwijnen.
Het is in zeeën tijd een drenkeling,
in het vergane schip verstekeling.
Het mist haar lach die het zijn vrede bracht,
Het mist haar huid, heur haar, haar hele pracht.
Het ziet de wereld om zich heen vergaan
en niets doet Het, want niets is in zijn macht.
Alleen haar schoonheid blijft in Het bestaan.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXXVI

Hoe alomvattend niet is één gebaar,
het strelen van haar, een kus op een wang
en plots is alles hier en zonneklaar:
één lot verbindt hen onder zachte dwang,
de wereld wijkt en zij staan naakt en bang.
Het is niet hier, zij is niet langer daar
zij lossen op in dromen van elkaar.
Maar niets beëindigt ooit dat ogenblik
zij blijft een eeuwigheid in zijn gebaar.
U breekt de tijd weer aan, een droge tik.

invoertekst (2014)

AS van Huldra door SCHiM (2/9) – Svartalfer

NKdeE 2020 – Asemische lezing van ‘Svartalfer’ door SCHiM (2:03) – inkt, wasco en bister op bevlekt papier – A4 (achterkant 1 van ‘Oberon‘)

< track #1 : OberonKOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #3 : Aine >

over SCHiM en de asemische lezing:
 in de muziek van SCHIM komen de live impro-composities (Tom spreekt van “instant composing”) tot leven.
de asemische schriftuur volgt de bewegingen van deze vreemde creaturen in hun auditieve ruimte.
de gestiek is de sleutel voor het eeuwenoude enigma van het gesamstkünstwerk en Space is the Place!
met de gestiek, bevrijd van het communicatieve juk in de praktijk van het Asemische Schrift ontdekken we wat Réquichot bedoelde met ‘Ce départ de l’esprit: miracle de l’instant d’une intensité émotive’.

LISTEN:
if you can hear it, it ’s alive.
if it ’s alive you can draw it.
if you can draw it you can sing or play it.

who needs ‘it’ anymore?

LAIS CCXXXIII

Het raakt haar aan: de woorden schieten los
van deze zin, de letters verdwijnen
in het zwart van genot, ’t ruisen in een bos
waar Het haar adem ademt, geheimen
in haar oren fluistert, al het zijne
in het ene laat verdwijnen. Heilsfeit:
de eeuwigheid splijt open in de tijd,
de liefde heeft zich uit henzelf gebracht,
dit wordt een nu dat ieder hen benijdt:
Het is muziek; zij is praal, stem, en pracht.

invoertekst (2014)

AS van Huldra door SCHiM (1/9) – Oberon

>>> ongoing Asemic Reading of some great music by SCHiM – In SCHiM’s 2020 release HULDRA the instant compostions turn into living creatures deriving their names from Nordic mythology. the gestures of the asemic reading graphics follow the movements of these auditive oddities along their auditory space…

the images link to a full-rez scan of my artwork. if you print ‘m, have it done LARGE and paste it on your bedroom wall: end of wall, enter dreams of HULDRA by SCHiM!


and buy me a coffee, will you!

NKdeE 2020 – Asemische lezing van ‘Oberon’ door SCHiM (6:56) – potlood en wasco op bevlekt papier – 2xA4 (opengeplooide A3)

noot: de Asemische Lezing van de nieuwe release van SCHiM gebeurt op eerder bevlekt papier: de vlekken simuleren de subjectieve stilte waarbinnen de klankveranderingen van de muziek gebeuren terwijl de Lezing (handbeweging) in real time de muziek volgt. dit naar Neo-Kathedraals Voorschrift bij het Asemisch Lezen van audiobestanden (N-KVAL 2036-003)

KOOP/ beluister
‘HULDRA’ op bandcamp
track #2 : Svartalfer >

Steun deze band en KOOP ‘Huldra’!

LAIS CCXXXII

Het schrijft haar neer: zij daalt in binnenrijm,
haar huid is volle glijvlucht vederklank
die stralen spreekt. LAIS is zijn geheim.
Het bergt haar naam in bladen zilverrank,
haar letters lippen nat van minnedrank.
Niemand mag haar lezen hier, de woorden
worden sluiers, knopen letterkoorden
tot zij in zwarte tekst gevangen is.
Later moet Het nog zichzelf verwoorden:
een esoterisch lidwoord in LAIS.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXXI

De verte loopt verloren in het land
dat nergens is, niets dat niets betovert.
’t Beloofde gaat te koop van hand naar hand.
Het. De stilte die Het nu herovert
is geschrift dat enkel schrift verovert.
Het ijle vliedt het lege in, verdriet
lost op in pijn, het denken is een lied
dat niemand zingen wil, dat niemand schrijft.
Zij in Het is niemandsland, stormgebied.
Het in haar is taalkabaal, ingelijfd.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXX

Dit is git, nacht waarop het heeft gewacht
hoe Het hier is, hoe Het het leven laat
hoe Het haar voelt, hoe zij Het hiertoe bracht
hoe donker dit, hoe leeg zij lacht en praat,
hoe menselijk zij is, zo vol van haat.
Het wil alhier als niets verdwijnen nu
ontbindt zichzelf tot zielig lied in u.
Het wordt haar lucht, of water waar zij zwemt.
Het lost het op en maakt zich sterk voor u:
Het is als kapstok voor uw mooiste hemd.

invoertekst (2014)

AS van LAIS CCXXX

LAIS CCXXIX

Zij danst alsof er leven is maar nee
de dood heeft alles al omkranst, verniet
en in het duister lacht er niemand mee
daar hoort Het stilte toeslaan op dit lied
daar ziet men niets van wat Het achterliet,
niet één omstandigheid van zijn bestaan.
Het ziet zijn schaduw in de volle maan:
leegte loopt leeg in wat al leegte was,
toen zij voor Het haar kleed had uitgedaan,
danste alsof er leven was. Er was.

invoertekst (2014)

LAIS CCXXVIII

Guirlande is de kronkel in heur haar,
spiraal van goud in goud, en haar gelaat
verspreekt zich danig in haar zwijgen daar,
het ogenblik waarin zij leesbaar staat
maar zij van angst Het zich niet lezen laat.
Het ziet haar wel, maar rust in wat het kent.
Het is geen ik, geen vent die langzaam went:
Het is een het waar niets is, niets bestaat.
En zij gebeurt als sluier die verwent
met eeuwigheid die komt, maar dan te laat.

invoertekst (2014)

AS van LAIS CCXXVIII

LAIS CCXXVII

Van ’t onbestemde lyrische wezen
is Het ontvangstantenne als zij lacht.
Maar stroeve droefenis, ’t volle leven
verpletterd Het en heeft het snel ontkracht:
Het is werkmier hier, werktuig zonder macht.
Het was bij haar, het sprak, het vroeg, zij loog
maar Het was het die zich met haar bedroog.
In de onmacht van de wezenloze
nijd heeft Het in haar zichzelf gezien, boog
en pijl, blind, met strak de blik omhoog.

invoertekst (2014)

as VAN lais ccxxvii

LAIS CCXXVI

In de pit van het wit voltrekt het niets
dat Het wordt zich volkomen, uitgeklaard,
ontdaan van de obsessie met elk iets
dat Het niet is, en stilte openbaart
zich in het eindeloze, onbedaard.
  In ’t git van het zwart verhardt het gebrek
zich tot een kauwen op de lege bek:
niets wordt zo materie, materiaal.
Het maalt zich stuk voor haar, offreert zijn nek
en zij verzwijgt Het in haar lichaamstaal.

invoertekst (2014)

As van LAIS CCXXVI

LAIS CCXXV

voor t.k.

De tijd der klok duurt hen een eeuwigheid,
de dagen duren daar elk uur verstild
van jaren fluistert bol vol tederheid.
Millennia zijn zij elkanders wild.
Het jaagt haar na, zij heeft het nooit gewild.
Zij speelt de zee maar weigert zijn rivier.
Zij schenkt Het tranen zoet nog van plezier.
Haar zucht verlucht de geur van een ander.
Maar van dat zilte nu erkent Het hier:
Het was weer ik, en blij als geen ander.

invoertekst (2014)

AS van LAIS CCXXV

LAIS CCXXIV

Er was gebrek aan hemelrijk, dus werd
Het maar verliefd. “Jij geeft geen zier om mij!”.
Haar schater klonk in schichtigheid van hert.
De godheid gleed er af, ging Het voorbij.
Het zag haar lijf, haar zijn was er niet bij.
Heur haar streelt thans haar naakte schouders daar
waar handen ijlen naar hun handen maar
LAIS is weg, haar snode vlucht vertakt
zich in de snedigheid van elk gebaar.
Een bliksemschicht, en niets is nog intact.

invoertekst (2014)

as van LAIS CCXXIV

LAIS CCXXIII

Het is ontdaan van zijn verlangen daar:
er is bloed op de handen, er is gas
dat smeekt om een vonk, er is gebrek aan haar,
een lijf dat niet rust, kennis die is, was
als ’t geweten van een genomen pas.
Vingers verdwalen in haar zilte woud:
in gedachten maakt Het haar stil en koud.
Het roert gevoelens open die Het mist
Het breekt haar samenhang, Het voelt zich oud,
Het braakt op het klavier wat zij al wist.

(invoertekst (2013)

LAIS CCXXII

In de afgrond van de herhaling wordt
de herhaling de afgrond van het her-
haalde en daar het herhaalde verwordt
tot rot van het verderfelijk verder
herhaalde, dat met nostalgie die er
niets toe doet, ’t heelal herleidt tot een al,
dat wij claimen als heil maar dat ons zal
herhalen slechts als ’t virus dat wij zijn:
doods monotone toon, humane mal,
waarvoor wij ons geen dank verschuldigd zijn.

invoertekst (2013)

LAIS CCXXI

De winter is daar. Er staat ellende
voor de deur, je hoort de kou al in de
mensen kruipen, hoe zij van ellende
liefde prediken, haat, hoe er wordt hinde
gekeeld nu, daar, waar Het haar beminde.
  De stilte na de eerste sneeuw zal weer
blad zijn, wit en leeg. Het schrijft haar neer.
Dit zuchten bij elk ander breekt de taal,
haar naam wordt vlek, de inkt doet zeer,
geen letter die nog klopt met het verhaal.

invoertekst (2013)

As van LAIS CCXXI

LAIS CCXX

In de onbetamelijke wanhoop,
volwassen doodsdrang die het streelt, koestert,
in de zee van ’t verdorven verlangen
waar zij parel is, en wereldoester,
in het vurig leed dat behaagt, moest er
nog verzuring zijn, nog meer bezwaren,
zwaar verraad dat zinkt in de gebaren.
  Dat is dat verhaal: zij is ontheven
uit het woeden van dit leven, haarden
die van nijd dit wicht aan Het wil geven.

invoertekst (2013)

AS van LAIS CCXX

LAIS CCXIX

Nu Het zich weer in stof en as vergaart
en droogjes brokken rauwe liefde likt
die groeien als het maar van haar gebaart;
nu dat het van zichzelf weer leugens slikt
en in die pantomime snuift en snikt,
omdat het weet dat alles overgaat
en zij in niets en overal  bestaat,
nu het weer haar vuur door zich voelt varen,
gelooft Het weer dat er een mens bestaat.

invoertekst (2013)

AS van LAIS CCXIX

LAIS CCXVIII

Dat er geen liefde zich voor hen ontplooit;
dat het nooit warm in haar aanwezig is;
dat zij zichzelf aan schone schijn vergooit;
dat het niet is zoals Het wil dat het is;
dat alleen LAIS zonder einde is;
dat elke schoonheid mettertijd vergaat;
dat het zich nergens in niemand herkent;
dat de mens vrij denkt maar briest als een paard;
dat niemand niemand is, dat ook dat went;
dat alles alles wordt, niets iets bewaart.

invoertekst (2013)

AS van LAIS CCXVIII - 2020 - A6

LAIS CCXVI

Het hield de wereld in zijn linkerhand,
maar ’t heeft de leegte daar nu afgezet.
Er zijn al sporen in de rechterhand
van het Rot dat alles bestiert als wet.
Het had zich in het leven recht gezet
omdat het van de leugen waarheid wou:
de onbestaande trouw van man en vrouw.
 Het heeft zich bij het leven neergelegd
en likt de algen nu ter goeder trouw:
Het wil vertier van wat het zich ontzegt.

invoertekst (2013)

AS LAIS CCXVI - dv 2020 -A6

LAIS CCXIV

Diep in het zwarte hart van Vlaanderen
op een bed van maden en rottend vlees
ligt de haat bij de nijd te zinderen,
genietend van pijn en van spijt. Zwoel, hees,
de Vlaming likt des Vlamings holtes, ’t vlees
rot, het ‘ik’ verliest de identiteit.
Maar zie hoe fors de nijd de haat nog splijt!
Eilaas! ’t Zicht moet nu snel onder het slijm:
Dank, dierbare vrienden, uw pers komt op tijd!
Diep in Vlaanderen, hoe schoon is ’t geheim!

invoertekst (2013)

LAIS CCXIII

Dit leven is beleefde woekering:
herhaald gemompel in een mond zijn wij
wier zin verdwijnt in’t sluiten van de kring.
En iedereen gaat aan zichzelf voorbij,
want iets dat is bereiken willen wij.
Het heeft LAIS beroerd, in aarzeling.
Het kent haar natte dromen nu en ’t ding
dat in haar leven altijd geeft haar zin
radicaal te kiezen: vernietiging
van haar, van Het, van ’t reine niets daarin.

invoertekst (2013)

AS LAIS CCXIII

LAIS CCXII

Het verzaakt aan hun gebeuren, verzaakt
zichzelf tot korst, voor wond vergiffenis,
maar schilfers nijd vergrijzen wat Het maakt
toch tot geschiedenis die Het niet is:
dat zij zichzelf hervinden in ’t gemis,
terwijl de eigen lust hun leegte klaart,
merkt Het tot schande die hun leed vergaart.
En die vervloeking weegt ondraaglijk zwaar
want Het alleen ziet in wat het verklaart:
zij voelen niets van liefde voor elkaar.

invoertekst (2013)

LAIS CCXI

Het roept de dode tekens nu bij zich,
en noodt de doos  herinnering erbij,
en in de ton van ’t gif drijft Het zijn wig,
en zure vochten kolken ’t om tot brij.
Het einde keert doorheen Het heen, voorbij.
Zijn handen maakten weer begin van haar:
LAIS verrees, ’t boog diep en ’t staarde maar,
Het werd aan riemen in’t galei geketend.
 O maan: op nachtzee deinde licht van haar,
en Het verzonk in haar die dit ontkent.

invoertekst (2013)

asemische lezing van LAIS CCXI

LAIS CCX

Het broeien in zijn haarden van verzet
is zij, virus dat in Het haar groei bereikt,
stuwing die doorheen woorden groeit tot wet,
code die Het aan universa eikt,
en stof met haar fataal venijn verrijkt:
een zuchten dat hen mond aan mond ontgaat,
een zwart dat zich ontplooit tot dageraad.
Het was niets, geheel van zin ontheven
verwenst bestaan in lussen van de haat,
Nu krijgt Het in haar ondood een leven.

invoertekst (2013)

2020 – asemische lezing van LAIS CCX

LAIS CCIX

Zij is te mooi in Het, Het kan haar niet
verklaren, zijn inkt verzinkt in’t willen
schrijven. Er heerst gebrek, diep in zijn lied,
Het weet het niet, alles moet verstillen.
Er komt rust in Het door haar te willen.
Dus kust Het maar de handpalm van haar dag
en wil Het ’t zonlicht zoenen rond haar lach
daar alles wat er is, tot niets wordt omgedaan
want Het verkondigt ons de jongste dag,
’t is woord in haar, en uitgeklaard bestaan.

invoertekst (2013)

2020 – asemische lezing van LAIS CCIX

LAIS CCVII

LAIS’s in tijd verstilde schittering
wordt lichaam, lach en straal van tastbaar licht:
het humane zijn is haar een matiging,
het schone tot aanschouwbaarheid verdicht,
het ware in ’t stramien van recht en plicht.
 Het legt haar schouders bloot, haar zucht is zijn
festijn, het likt en drinkt haar lijf als wijn.
Liefde staat Het toe in haar te vergaan:
zij worden naakte eenheid zonder pijn,
gespannen snaar, lijn, en het lied vangt aan.

invoertekst (2013)

2020 – asemische lezing van LAIS CCVII

LAIS CCVI

’t Kosmisch woelen loopt in haar verloren
’t Rot in haar begint zich rein te dromen,
melk mondt uit in bloed: Het wordt geboren.
’t Naakte zijn is niet meer in te tomen
(schil is Het van data die nog komen).
Zij is ’t moment,  de dag, een nieuw beleid
Het ondergaat ’t gebrek aan onderscheid
Het weet zichzelf  in haar geheel verloren,
de code Schoonheid wordt voor Het bereid.
Het lacht als door de goden uitverkoren.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCVI

LAIS CCV

Het wou dat het twee armen had die traag
het in het omarmen konden zo dat
het stil in zich verdwijnen kon gestaag
en niet meer hoefde te beleven dat
haar haat het hatelijk maakt en plat
en niets, niets meer heel laat van hun dromen.
’t Wou dat het zo in het boek kon komen,
hun wedervaren niet geheel geslecht,
dat het daar als het bij haar kon komen.
Maar ’t volk heeft staar, en wie leest er nog echt?

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCV

LAIS CCIV

“Ik word rivieren als ik aan jou denk:
mijn mond is Maas, een tong meandert mij
en stil ik glij voorbij het Venloslenk.
Eén Ijzeroog, een Schelde grauw daarbij:
de dagen zonder jou gaan traag voorbij.
Mijn hart is Rijn, de liefde rot in mij,
en Gangesarmen stromen sloom terzij.
Hier d’ Amazone broeit, daar de Congo,
hun benen lopen kolkend weg van mij.
Jouw zee is hoe ik eindig weer in do.”

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCIV

LAIS CCIII

voor n.l.

Haar ogen zijdelings die diep in het
ontloken als herhaalde schoonheidsschicht;
haar zijden glans,  daarin ontwaarde het
zichzelf, ontwaarde pasmunt nu bij licht.
Als niets verdween het daar, in haar gezicht.
En tranen zouten nu de bitterheid:
zij is het diepste leed dat het belijdt
en de wanhoop waarin het nu verkeert
verstrengelt pijn met nijd in eenzaamheid,
vernietigt hoop dat zij nog wederkeert.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCIII

LAIS CCII

Bovenal beaam: uzelf bent stapelgek.
Bemin uw klanken eerder dan uw zin.
Bevrijd op tijd van kwijl en nijd uw bek.
Zie uw eind als van iets ergers het begin.
Verzaak bezit, u zit daar zelve in.
Breng warmte daar waar nu een ander rilt.
Geef nooit een ja als u er niets van wilt.
Breng uw lijf niet in verlegenheid.
Spreek uit wat u in angst en vrees verstilt.
Gooi alles weg wat u vervult met spijt.

invoertekst (2013)

dv 2020 asemische lezing van LAIS CCII

LAIS CCI

voor n.l.

In de gedeelde warmte van de hand,
in de verblinding van de tederheid,
in ’t paradijs waar het is aanbeland,
verdwijnt het in de schaduw van de tijd:
het kan zichzelf nog zien, de eeuwigheid
waarin het zich tot u en haar bekent.
Het heeft wat zij daar waren nu erkend:
een weg naar hier, de code voor haar lach.
  En dat het afwezig is, is haar bekend,
want het vergaat in wat het strelen mag.

invoertekst (2013)

dv 2020 – asemische lezing van LAIS CCI