Harusmuze #499

22B72

499 – elke persoonlijkheid is een parade van perversiteiten in het uniform van de rede

hexagram 7 (shī) – “Leiden”

invoer

Harusmuze 203 – verfoei de praal en minacht achting

commentaar

back to basics, zegt de Harusmuze. in onze heftige nood om te kunnen blijven geloven dat er vooruitgang is in de verrotting en een opwaartse trend in de algehele neergang, schuiven we een na een de belangrijkste ontdekkingen van vorige eeuw opzij, we doen alsof we het wel weten, maar uit alles blijkt dat we het enkel willen vergeten.

de basis van elke vorm van rationaliteit is negatie, ontkenning, verhulling, perversiteit. zo ‘is’ het niet, zo werkt het nu eenmaal.
betekenis ontstaat ten koste van het zogenaamd betekenisloze, elke 1 vernietigt een zee van ‘insignificantie’, van verwaarloosbaarheden. het goede is wat de kracht heeft om zich als ‘goed’ te laten gelden, de rede is de meest performante vorm van waanzin net zoals een virus een kwaadaardig programma is voor de verkochte programma’s omdat het de verkoop ervan in gevaar brengt, ‘objectief’ is het code zoals alle code code is.

bij gebrek aan openbaring, woord dat van god tot ons komt en ons zegt wat wat is, ligt alles voorbij goed en kwaad te roesten in de slijkpoelen van het kapitaal. elke kwalificatie is even contingent en even destructief
elk ego is een constructie die zich probeert te handhaven binnen de heersende orde, elke ethiek die het zich aanmeet is a posteriori, een fictie die getekend is, gesigneerd door de ontkenning van de impuls, het onbedachte.

maar we hebben uiteraard ‘slechts’ de rede, er is niks anders om onze samenleving op te baseren. dus moeten we onszelf zien te beredderen met een vorm van begeleiding die het minste schade aanricht, die het meest ‘gezond’ is voor zoveel mogelijk individuen.

het probleem is dat iedereen ‘de’ rede claimt, maar die bestaat dus niet, die wordt net gemaakt in functie van de gezondheid, want zo werkt het nu eenmaal: een ‘zwakzinnige’ rede wordt uitgesloten door de meer krachtdadige die het bedreigt met haar ‘waanzin’.

wat we dus nodig hebben is een programma dat ons begeleiden kan, op basis van prognoses, op grond van ‘wat als we dit en dat zouden doen’.
de kwantificatie door het kapitaal is dan wel de directe spreekbuis van de entropie, de vernietigingsdrang van de natuur, het Al van het Gebeuren, die kwantificatie is wel de basis van de berekenbaarheid van die o zo nodige prognoses.

dat programma komt er wel, het wordt ‘uitgerold’ onder onze voeten en boven onze megalomane hoofden, omdat de ‘natuur’ nu eenmaal zo werkt, maar bon, ondertussen spartelen de mensjes wel alsof zij het gaan maken, en wat zij maken is enkel soep, meer soep.

we kunnen niet terug, nooit kan de ‘vooruitgang’ ongedaan gemaakt worden, je kan geen soep ‘ontkoken’ en weer een veld van prei en selder hebben, dus moeten we blazen en rillen en bidden en tijd zien te winnen.
tijd is geld, geld is mogelijkheid, mogelijkheid is kans op een uitweg uit de impasse, ruimte, openheid, toekomst

maar tijd winnen doe je niet door ‘jobs jobs jobs’ te roepen en je halsoverkop in expansie en verdere groei te storten ten koste van ‘verwaarloosbare’ onfortuinlijken: die weg geeft enkel de zekerheid dat alles binnen 100 jaar zo goed als afgelopen is qua ‘mensheid’ op aarde, die prognoses liggen nu al efkens op tafel.

het eerste wat je moet doen om tijd te winnen in een aflopend scenario is de feiten onder ogen willen zien. en dat willen ‘we’ dus heel er duidelijk maar niet. we stappen elke dag weer op in dezelfde parade, in de media, op het werk, op de ‘sociale netwerken’, overal maken we ons voortdurend blaaskens wijs. laag op laag op laag op laag van blubber, slijm, brol en prul. door dat exces van dissimulatie en de platte egocentrische leugens, door die speklaag van hyper-georganiseerde nijd komt geen speld meer door. onder de nijdigen is er maar één consensus mogelijk en dat is dat het eigen belang belangrijker is dan dat van de andere.

tja, dan zullen ‘we’ het wel voelen è. we bakten er al niet veel van met een onzekere toekomst, met een zekere ondergang als toekomst is er net iets meer nodig dan ‘yes we can’ mompelen. er moeten blijkbaar eerst weer talloze miljoenen vermijdbare slachtoffers vallen. elke wijze in het het oude China wist wanneer het tijd was om stillekens de bergen in te trekken en te wachten tot het Uur van de Waarheid voorbij was.

wat er ons individueel nog rest als leidraad is hetzelfde maar dan dan gezonder, enkel toegepast op wat je kàn veranderen, wat je zelf in de hand hebt. elke geleefde dag is een gewonnen dag. en help en troost de andere zoals ge zelf geholpen en getroost zult willen worden.

en als je iemand ziet paraderen in zijn ontstoken kwabben van gelijk, bedenk dan wat het gezondste is dat jij daar en dan kan doen in de aanwezigheid van terminaal bederf. jouw grootste goed, je eigen mentale gezondheid bewaren is de grootste uitdaging die je hebt. met de rijen leraren, guru’s en wijze zotten kan je makkelijk Mars bevolken, moedig hen vooral aan om de eerste vlucht te boeken. noch ik noch de Harusmuze kan jou daar echt bij helpen, we kunnen je hooguit in een volgens ons gezonde richting zetten, het stappen, kruipen, springen, proberen, kiezen, vechten en lijden moet je altijd zelf doen en op jouw manier die uniek is aan / voor jou.

kijk en luister naar alles wat je bruikbaar lijkt, gebruik wat je wil, maar weet vooral dat je enkel van jezelf iets echt kan leren, al doende, al proberende, al falende, al corrigerende.

en als ’t werkt, is ’t goed.

Harusmuze #494

494 – de k is kwaad en wacht op haar kans

hexagram 5  (xū) –  “Dienen”

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org
– de illustratie bij de output van het MENGprogramma is output van de MENGmethode eerst in het Rodinprogramma, later in het Matisseprogramma

invoer

Harusmuze 198al de dode ikjes schieten op als gele scheuten in een veld vol gouden bloemen

Harusmuze #493

493 – aai de j van jasmien tot ze ja zegt of jazz

hexagram 53  (jiàn) – “Indringen”

invoer

Harusmuze #197 – de handen verlangen, de vingers vertakken

commentaar

Handen verlangen, vingers vertakken,
de zanger lost op in zijn gezangen.
Vingers begrijpen alleen wat ze pakken.
Een donkere bui blijft nooit lang hangen.
Angst zoekt de angst in de eigen rangen.
De vingers verdelen viermaal het paar,
handen verwijten zichzelf aan elkaar.
Het hoofd zegt tenslotte ‘mij om het even’:
de zin gaat verloren in een gebaar,
maar altijd het ritme blijft overleven.

Harusmuze #488

 ἀποσβέννυνται πολὺ μᾶλλον τοῦ Ἡρακλειτείου ἡλίου, ὅσον αὖθις οὐκ ἐξάπτονται

488 – een e heeft altijd wel eventjes tijd, ergens, è

hexagram 42 (yì) – “Vermeerderen”

invoer

Harusmuze #192stilte is het geluid dat stemmen toelaat te zingen

Harusmuze #485

485 – de aard van de a schuilt in haar aanvang

hexagram 60  (jié) –  “Onderverdelen”

commentaar

vervolledig (10 lettergrepen) :

de aard van de a schuilt in haar aanvang
de pit van de b zit in zijn begin
de clue van de c is inchoatief
de drang van de d is daadwerkelijk dat
de essentie van de e was er eerst
de falende f begon fabuleus

Harusmuze #484

22B133

484 – het kwaad gebeurt tijdens het oordeel

hexagram 1 (qián)“Kracht”

invoer

Harusmuze #188: de aard van het gebeuren gebeurt

commentaar

er zijn koeweiden, speeltuinen en autostrades volgeschreven over de ware aard van het kwaad en of dat wel bestaat enzo, maar de Gignomenologie houdt het hier liefst simpel: het is ontegensprekelijk zo dat er allerlei prul gebeurt dat we liever niet zouden zien gebeuren maar het poneren van ‘het kwaad’ of het benoemen van iemand als ‘kwaadaardig’ is in de stelling zelf, in de benoeming een kwaadaardig gebeuren.

het ‘Kwaad’ is wellicht een van de ‘meesterwerken’ van het Zijn, het Zijn heeft het Kwaad zo briljant in de wereld gebracht dat het Zijn zelf er een glans van Noodzakelijkheid door heeft verworven. het Zijn moet zijn omdat het Kwaad er toch is.

met het Goede, zeker het Goede uit de Platoonse grotshit, is het uiteraard idem dito. mensen toch, vrienden, kinders: we hebben dat niet vandoen è! ’t is zo al erg genoeg!

Kierkegaards beschouwingen over de Erfzonde in ‘Het Begrip Angst’ kunnen hier van nut zijn als referentie, al was het maar om het soort redenering ’s vanuit minder dichterlijke bron te horen – hoewel: het proza van K. bevat hoogst sublieme lyrische passages, dus dat klopt niet echt. soit: ‘van een ander’ dan gewoon.

elke benaming van iets of iemand als ‘kwaad’ is een vervloeking en brengt daardoor het kwaad in de wereld door middel van de taal. de wijze zal daarom vertrouwen op zijn intuïtie van het nakende dilemma, het afgedwongen oordeel dat er zit aan te komen en in afschuw de blik afwenden, dan wel dwars doorheen de eisende vraag tot veroordeling als kwaad het gebeuren te bestaren en tot bedaren pogen te brengen zonder ‘het kwaad kwaad te laten zijn’ door het als dusdanig te benoemen.

dilemma’s moet ge voor zijn è, dilemma’s gebeuren als patstellingen, ge moogt het niet zover laten komen.als er zich een dilemma aandient zoals het Kwaad dat wil benoemd worden als Kwaad dan moet ge een uitweg verzinnen voordat ge alleen maar dat pad op kunt gaan. dilemma’s zijn denkfouten, slechte gewoontes, een vorm van vadsigheid eigenlijk.

om een ietwat extreem voorbeeld te geven: een kwaadaardig gezwel onderscheid zich om louter medische redenen van een goedaardig gezwel, maar alles wat er gebeurt dat de dood van een persoon kan veroorzaken, bv ‘kanker’ als ‘kwaad’ benoemen veroordeelt de persoon zelf omdat het dan het ‘kwade heeft’ en het enig mogelijke ‘goede’, de onsterfelijkheid, nooit kan bereiken. kanker is kak, maar kak gebeurt nu eenmaal, elke poging om die ziekte of een andere ziekte te demoniseren is een volstrekt nodeloos versterken van de ‘schuldenlast’ van de zieken, want wie het ‘kwade heeft’, heeft niet het goede (gedaan).

hetzelfde geldt overigens voor de al te vaak gepersonaliseerde ‘dood’, een der meest meelijwekkende manieren om met de onvoorspelbaarheid van de spatio-temporele coördinaten van het onvermijdelijke overlijden om te gaan.
als je een vijand nodig hebt, gaat dan ewa lekker ouderwets fallisch-concurrentieel sporten ofzo è. zweet het uit!

of wacht op uw slechter ik è, dat komt vanzelf wel, nu ge weer zit tegen te pruttelen dat ge toch zo ne goeie zijt…roept er op: “slechter ik! slechter ik!”

Harusmuze #483

22b130 22b131

483 – elke vooruitgang heeft gelukkig ook een achteruitgang

hexagram 51  (zhèn) – “Schokken”

commentaar

het getuigt van een aan het megalomane grenzende verwaandheid om te denken dat de zgn. ‘humane conditie’ fundamenteel anders zou zijn dan die van andere levende wezens die wij kennen, ja zelfs anders dan die van het geheel van het door ons tot één gedraaide universum (Lat. =‘unus’: één + ‘versus’, volt. dw. van ‘vertere‘: keren, draaien).

geheel het gebeuren is onderhevig aan dezelfde ‘condities’, namelijk die van de entropie, de onverschillige en dus ongenadige uitdeining van alles tot het eendere niets, dus als er ergens een specifiek menselijke toestand te ontwaren zou zijn is dat allicht de toe-stand van onze ogen, dat we verkiezen blind te zijn voor het onvermijdelijke.

wat ons goed recht is, we hoeven ons daar hoegenaamd niet schuldig voor te voelen: de ‘waarheid’, de reductie van het gebeuren tot het Zijn daarvan is immers geheel onleefbaar, de rationaliteit ervan is onhoudbaar ook, en in het uur van de waarheid valt het zicht gewoon uit, dus van een keuze is er hoegenaamd geen sprake.

als elke vorm van ‘zijn’ een god is heeft elke god een beperkte houdbaarheidsdatum (onze gemiddelde levensverwachting maal tien), zoals ook blijkt middels het evidente rotten van Zijn Laatste Lijk.

maar niet getreurd: de menselijke ‘aard’ (de genetisch bepaalde ‘hardware’) verander je niet zo meteen dus hoogstwaarschijnlijk zijn we weer op weg naar een nieuwe ‘openbaring’ met alle naarstige gevolgen vandien. het ‘Zijn’ is nu eenmaal, in al haar verscheidene vormen, het OS, het Operating System waarop wij functioneren. zonder fictie, geen realiteit. de oorsprong van de ratio is de waanzin, het goesting hebben in wanen.

de energie die ons aandrijft brengt ons naar de ondergang die in onze doodsangst de energie opwekt die ons in staat stelt de energie die ons aandrijft te gebruiken om ervan te genieten. zolang het (nog) werkt.
op die wijze omsluit elke recursie in haar explicatie twee polen en kan zij op elk moment zowel positief als negatief ‘waargenomen’ worden.

’t is meestal gezonder om de dingen positief te lezen.

goed, akkoord, de metafoor van het Programma met de Ratio en de Noden als cultureel bepaalde software en het tastbare leven als hardware is een weinig verfijnde metafoor, maar die van het Boek heeft ook eeuwen kunnen dienen, en, hoe simplistisch het ook moge klinken, dit is nu eenmaal hoe wij ‘denken’ nu: wij lezen onze verveelvoudigde werelden als evenveel programma’s waarin wij ‘ageren’ als ‘individu’, een soort profielengekletter van ikjes in cyberspace.

de denkfout die we misschien al te vaak maken is die van een achterliggende ‘controlepost’ een ‘echt’ ik dat alles in handen heeft, net zoals we nog steeds denken dat we als soort alles onder controle hebben, dat we kunnen stoppen met ‘dwaas’ doen en de wereld redden nu het nog niet te laat is. dat het goede in ons zal zegevieren.

tja, als dat de fictie is die je nodig hebt.

de Harusmuze knikt instemmend als ik beweer dat er niets mee gewonnen is om illusies weg te nemen als het enige wat je in de plaats te bieden hebt een andere illusie is.

neen, een theorie is alleen maar goed als ze in de praktijk wat te bieden heeft. de Gignomenologie wil haar studiegenoten de kans geven om meer inzicht te verkrijgen zodanig dat je zelf wat kan verhelpen aan je eigen mentale gezondheid, jouw strikt persoonlijke welbehagen in de eenvoud van het algemene rot.
want wat wij in de praktijk merken is dat veel van de ontieglijke theoretische complexiteit gewoon wegvalt op het ogenblik dat je het inzicht verwerft dat je enkel wat voor jezelf kan veranderen en dat je mensen het beste helpt door hen dat ook te laten doen, door hen in staat te stellen zichzelf gezonder te maken of door hen te troosten wanneer zulks onmogelijk blijkt. mensen helpen zichzelf in de vernieling door een combinatie van gebrek aan inzicht en gebrek aan kansen. de Gignomenologie wil een kans tot inzicht bieden, naast de rest van het aanbod…

en dat is natuurlijk waar heel deze kruistocht tegen het Zijn en de Dingen om draait: een heropwaardering van het tijdelijke, het sterfelijke, het voorbijgaande en een rationele maar gevoelsmatig gebalanceerde omgang met het onvermijdelijke einde dat geen einde is, anee want het Zijn bestaat gewoon niet, dus kan er ook niks eindigen è, slimmeke…

een gezond verstand maakt zichzelf alleen blaaskens wijs als het niet anders kan.


omdat wij zo zijns- en dingverslaafd zijn, zo nijdig altijd te harken om te hebben en te houden ook, is het misschien een goede zaak om de oude ‘memento mori’ prentjes ewa op te poetsen en een positieve glans te geven.
maar met glanzende beeldekens gaan we er niet komen è, wie gelooft daar nu nog in….

omdat het Rot ondertussen weer zoveel verder vooruit gegaan is, kunnen we best effen wat tijd steken, zegt de Gignomenlogie, in het vinden van de achteruitgang, de back door van de instortende werf (jaja Einsturzende…). en dat zal altijd, gezien onze heersende metaforiek, de vorm aannemen van een programma, een dynamisch opgestelde leidraad bij het verlaten van de Road to Nowhere (de Sprekende Hoofden, ook een goed groepke), de afslag die we nodig hebben, de Globale Solden (die ken ik niet).

volgens ons aller Harusmuzeke is dat programma al keilang bezig, en is het enige wat we echt nu nodig hebben een beetje inzicht in hoe het werkt en vooral veel bescheidenheid, want wij schrijven zelf wel mee aan de code ervan, maar het grootste stuk ervan wordt dwars door ons heen geschreven, en onze taak lijkt dus eerder interpretatief dan constructief te zijn, we moeten onze plaats zien te vinden, zo die er nog is, in de voortgang van het onhoudbare, en elkaar zoveel mogelijk bijstaan bij het verwerken van deze euh, Update in het Systeem. want we zijn als soort de controle misschien kwijt, alleen zijn we helemaal niks, nada, zilch, hoewel ik ingetinge nog steeds beter vind klinken :-)

i n g e t i n g e

o

Harusmuze #482

482 – alle wegen komen terug naar het gebeuren

hexagram 13 –  同人 (tóng rén) – “Gemeenschap”

invoer

Harusmuze # 185 – alle wegen leiden weg van het gebeuren

commentaar

de benaming ‘stof’ is dan wel een groffe reïficatie van het gebeuren, het kan net zo goed als enig ander woord dienen om aan te duiden dat de mobiliteit binnen het gebeuren altijd binnen het gebeuren blijft: de terugkeer is eeuwig omdat er geen vast punt van terugkeer ‘is’. elke leer of godsdienst, elk stelsel is een weg naar de eigen ondergang, er zit slechts rek op zolang het programma zich kan voeden met de energie der belijders.

max. 500 jaar, zei iemand ergens.

maar het gebeuren is geen punt, de these van de eeuwige terugkeer verondersteld een afwezigheid in het Zijn. alleen in het Zijn immers kan je een niet-zijn poneren dat dan een punt is, oorsprong.

dat is slechts humane geschiedenis: binnen het gebeuren, wordt zo altijd weer het humane Zijn aangemaakt. de oorsprong is net de fictionalisering, de init-faze van het Zijn, maar die ‘weg’ is een constructie die altijd weer instort. het Zijn is de kapitale omweg die door middel van en dwars door de mens het Rot bestendigt: het Gebeuren sterft in het Rot om zo terug te keren tot zichzelf, eerst in de opgerichte deus absconditus, vervolgens in het Niets, tenslotte in het volstrekt deontologisch gebeuren: het van het Zijn verloste Ene.

elke Erhebung is een platbuikse duik in het water, een slag in het eigen stof, een dwaze kaakslag van megalomane handen in het eigen verwaarloosde gelaat van de mens.

Wachet Auf! kijk in de spiegel, bewijs uzelf en vernietig uw schuld aan beschuldiging. ga dan in vreugde en geniet van uw ondergang.

in bewondering voor de Verbluffende Code van Lao Zi (老子) zeggen we:
de weg die je niet kan benoemen is de ware weg maar de ware weg is weg van zodra hij ter sprake komt.

dag weg.

Harusmuze #481

481 – elke afwijking is een talent

hexagram 63 – 既濟 (jì jì) – “Na de Voleinding”

invoer

Harusmuze #184 – “alles is oorlog”, zei Heraclitus, en hij verloor

commentaar

het woord ‘talent hebben we via het Latijnse ‘talentum’ waar het het gewicht beduidde dat je in de schaal kon leggen, een grote som gelds ook. de Romeinen hadden het van het Grieks waar talenta (mv) de schalen zelf van de weegschaal benoemden.

je hebt met deze uitspraak van de Harusmuze dus de optie hoever terug je wil gaan in de semantische ontwikkeling van de klankengroep die we als ‘talent’ schrijven, of je kan je bij de lezing ervan natuurlijk ook beperken tot de ‘gangbare’ betekenis van een ‘talent’. het kan niet alle dagen Derrida zijn.

in de klimaatproblematiek, het ligt op ieders lippen, legt de ‘afwijking’ , het ‘syndroom’ waaraan Greta Thurnberg ‘lijdt’ duidelijk een decisief gewicht in de balans. haar mentale ‘beperking’ zorgt er letterlijk voor dat alle bullshit die er rond verkocht wordt bij haar gewoon niet registreert, want, dat ziet zij heel klaar en duidelijk, het is gewoon niet zo.

de beperking van Thurnbergs visie tot wat ertoe doet maakt ons gekissebis over wat er ons te doen staat tot waanzin van de dag. als het aan haar lag gingen we met z’n allen aan de haldol of de electroshocks, want, kom nu, heel ons realiteitsbesef is gewoon wèg. we bazelen, noemen dag nacht, water vuur en geven ons zonder enig kritisch besef van verantwoordelijkheid over aan levensbedreigend gedrag.

als we van die objectieve feiten wat verder durven denken zien we ogenblikkelijk ook dat elke ‘afwijking’ waarvoor wij de hulp van medicijnen, therapieën tot gewelddadig dwangmatige behandelingen aangewezen achten op soortgelijke wijze wel ’s als ‘talent’ zou kunnen gezien worden.

is de werkelijkheid niet even talrijk aan werelden als er individuele geesten actief zijn? zouden we de realiteiten van afwijkende individuen niet beter wat meer respecteren in plaats van ze te willen ‘genezen’? heeft iedereen niet van iedereen evenveel te leren? waar is onze bescheidenheid gebleven, onze prudentie, onze zin voor nuance,ons inlevingsvermogen, onze o zo befaamde empathie? in het graf bij het rottende lijk van god?

aja. ‘het schuift niet’

maar is de mens zelf niet met zijn van alle diersoorten verschillend bewustzijn, onze waan van zin en betekenis, onze knotsgekke manier om met keelklanken ingewikkelde constructies te maken om ons de zoutpot te laten aanreiken die op een halve meter van ons vandaan staat, met al onze talige en andere rare maniertjes niet het meest afwijkende dat we ons kunnen voorstellen in heel het ons bekende universum?

dat kunnen we in dit bestel, met onze ‘waarden’ niet geweten hebben natuurlijk, net zo min als het feit dat we ons aller nest de aarde reeds grondig verpest hebben en we er zelfs niet in slagen om tenminste overeenstemming te bereiken over enkele serieuze pogingen om het weer ewa gezond te krijgen.

nu we onze commentaren toch tot de gangbare betekenissen der woorden willen beperken: de meest courante definitie van ‘waanzin’ is nog steeds ‘afwijkend en destructief gedrag waarvan de persoon in kwestie niet wil of kan inzien dat het afwijkend en/of destructief is’.

Harusmuze #479

22B136

479 – de belemmering verwekt de schijn der dingen

hexigram 61中孚 (zhōng fú) –  “Innerlijke Waarheid”

invoer

Harusmuze #182 – het Zijn vermoordt de tijd en geeft ons angst en droeve bitterheid

commentaar

in de Neo-Kathedraalse Bewegingsleer of Gignomenologie gaan we uit van de hypothese van een onverschillig Gebeuren (benoemd met de term het “Onverschil“) waarvan wij enkel de humane schijn van kunnen ervaren.
neen, geen Platoonse grot waarin we gevangen zitten (de verfoeide ‘grotshit’), maar een Gebeuren dat we slechts gedeeltelijk kunnen vatten, al was het maar omdat ons begrip enkel het begrijpelijke produceert qua echtheid . er ‘is’ geen werkelijkheid achter de werkelijkheid en zeker geen hogere, het gebeurt zoals het gebeurt en wij zien van het gebeuren enkel wat wij kunnen zien, begrijpen, verklaren.

de persoonlijke, patriarchale god is dood (het concept blijft echter wonderwel bijzonder bruikbaar in bepaalde clarificatiebewegingen) maar we zitten nog volop opgescheept met zijn Lijk en dat blijft ons denken infecteren met het Zijn en de Dingen. veel van ons huidige onheil zou uitgeklaard kunnen worden mochten we beseffen dat al ons gespartel met niet alleen materialisme, rationalismen, (neo-)positivisme maar ook alle heroplevingen van de veelkleurige spiritualismen evenzoveel mislukte en mislukkende pogingen zijn om ons van ons Godscomplex te ontdoen. we zouden beter eindelijk tot het inzicht komen dat het bestaan niet bestaat, dat het Zijn niet is, dat er nergens ‘existentie’ te bespeuren valt en dat alle ‘dingen’ waarop wij menen te kunnen bouwen en die wij denken te kunnen ‘hebben’ berusten op evenzovele vormen van Zijnsbegoochelingen: ficties en fantasmen, constructies en waandenkbeelden die wij nodig hebben om de pijn te verzachten. want er is gewoon geen zijn, shit happens, het gebeurt gewoon, en wij gebeuren mee met, in, door, op, in, uit het gebeuren.

we vermijden in de Gignomenologie ook het woord ‘realiteit’ omdat dat rechtstreeks verwijst naar de dingen (Latijn: ‘res’): ons begrip reikt wel zover dat we kunnen vatten dat het proces van het humane bewustzijn (dat geen zijn is maar een gebeuren, een agens – we gebruiken liever het woord ‘geest’) de dingen en het zijn produceert in functie van net die begrijpelijkheid en de communicatie. we maken de ficties van het Zijn en de Dingen aan omdat we ze nodig hebben.

de saneringsoperatie van de Kathedraal gaat ervan uit dat hoe minder we nodig hebben hoe gezonder we zijn, dus het poogt de noodzaak aan ontologische structuren zo klein mogelijk te houden. deze deontologie is dus een idealisme in de zin dat we het ideaal van de volledige deontologie of de Oplossing nastreven, maar daarbij beseffen we terdege dat die Oplossing nooit leefbaar kan zijn: los het op maar Het oplossen zal nooit lukken.
de communicatie, de nood aan communicatie is zelf al een symptoon van het ontologische Rot dat door ons en rondom ons de kosmos infecteert. we gaan er immers vanuit dat de visie van de evolutie als een devolutie, een verergering, een beter verklaringsmodel is dan dat van een zich volmakende evolutie: de plant is erger dan het eencellige, het dier is erger dan de plant, de mens is het voorlopig ergste ‘bekende’ stadium van de complexificatiedrang van het Rot: waar de entropie, de eenvormige verspreiding van energie belemmert wordt door het minder rotte, wikkelt het Rot zich in in de ontwikkeling van het verspreide, het verschillende tot het een uitweg vindt uit de belemmering.

zo ontstaat ook de schijn der dingen dus uit de belemmering van de vrije doorstroming van het loutere ‘Gebeuren’ wat wij ervaren en kennen als ‘energie’.

dat klinkt misschien allemaal ewa erg, maar bon, alles wordt alleen maar erger dus dit gaat binnen 100 jaar of zo klinken als naïef idealisme. en plus: de gignomenologie heeft met de filosofie gemeen dat ge die niet moet bedrijven om u beter te voelen, als ge u slecht voelt kunt ge beter wat gaan wandelen of een ander dieet proberen of probeert ’s met een nieuw lief è seg…

het vermeende citaat van Herakleitos is dubieus maar het is wel congruent met de idolatrie van het manhaftige die de denker toch overduidelijk situeert in de volle glorie van het wild om zich heen slaande patriarchaat: hij zou denkelijk iets dergelijks kunnen gezegd hebben. de Harusmuze had geen oog voor mijn cynisch-kritische afbeelding van de oorlogsheld.

“jaja, maar ge vindt het wel plezant tekenen è menneke” smaalde ze.

joa sè.

Harusmuze #478

478 – de lust wil gebeuren en verstrikt in de dingen, de nijd wil de dingen en stremt het gebeuren

hexagram 32 (héng) –  “Volharden”

invoer

Harusmuze # 181 – de nijd betreft de expressie, sintels van gebeuren

commentaar

de Bewegingsleer of Gignomenologie van de NKdeE wil een relatief eenvoudig maar dynamisch verklaringsmodel aanbieden dat kan gebruikt worden in een streven naar het bevorderen van gezondheid en welzijn onder de mensen.
de Kathedraal reduceert daarbij zoveel mogelijk ontologische balast, omdat we vaststelden dat het Zijn en de Dingen als conceptuele code een nefaste virale uitwerking vertonen op het menselijk gedrag en nodeloze complexiteit creëren.
het menselijk denken kan niet zonder de fictieve structuren van het Zijn en het bestaan van de Dingen, maar door het denken zoveel mogelijk te ‘mobiliseren’ en de ontologische structuren die nodig zijn voor de verstaanbaarheid tot een absoluut minimum te beperken proberen we een alternatieve denkwijze* aan te reiken die misschien van nut kan blijken te zijn op een moment in onze geschiedenis dat het nogal spannend lijkt geworden t.a.v. het voortbestaan van onze soort, of tenminste toch bij het afwenden van al te duidelijk dreigende cataclysmen van ongeziene omvang.
de programmatuur wordt daarbij met expliciete ideologische intentie ontwikkelt omdat wij de visie van velen delen dat enkel een verandering in het menselijk gedrag bepaalde dreigingen kan afwenden.
veranderingen in gedrag kunnen pas gebeuren als er diepgaand en klaar inzicht is de nefaste uitwerking van het huidige gedrag en hoe dat gedrag gebaseerd is op schadelijke gedachtegewoontes.
het programma van de Kathedraal vertrekt van de visie dat wanneer men zich niet blindstaart op het zijn van de dingen, maar alles probeert te vatten in de achterliggende beweging, dus als de conceptuele inspanning het gebeuren van het denken als gebeuren poogt te volgen er een louter gebeurlijke onderstroom als ‘structuur’ kan worden waargenomen en gebruikt in functie van vooropgezette doelen.

de asemische lezing (en: Asemic Reading) is zo’n programma dat tekst poogt om te zetten in beweging waarvan het traject in asemisch schrift (‘betekenisloze’ krabbels) kan worden vastgelegd en hergebruikt als input voor een volgende creatieve stap.

in dit programma, het Harusmuze programma, proberen we de onderliggende beweging van een aforistische input via een meditatieve oefening op basis van de I Tching orakeltraditie tot een nieuwe aforistische output te brengen: de uitspraak van de Harusmuze als ‘orakel’

vandaag zegt de Harusmuze ons iets over de twee richtingen waarin de positieve en de negatieve varianten van het verlangen kunnen stromen.
de lust, getuigend van een procreatief verlangen is verlangen dat qua wil verlangen gewoon wil gebeuren, de lust wil niets bereiken tenzij het einde van de lust in het orgasme.
de nijd daarentegen als gefnuikte lust, creëert als object dingen die men wil hebben en vormt zo haast letterlijk obstakels voor de doorstroom van het gebeuren. de lust volhard, wil zich bestendigen in het gebeuren van de lust, de nijd volhard, wil zich bestendigen in het arresteren, het stilzetten van het gebeuren, de mortificatie in het materiële.



*omdat eerdere instanties van dit soort de-ontologisch denken blijkbaar geheel verloren zijn gegaan of onbegrijpelijk geworden zijn, moeten we daarbij noodgedwongen bijna van nul beginnen.
vandaar dat de Kathedraal vooral ook conceptuele programma’s wil creëren die de ontwikkeling hiervan een autonoom karakter kunnen verlenen, autonoom in die zin dat de programmatuur groeit, zich voortplant in de richting waar er resultaten als feedback gebruikt kunnen worden, een viraal groeiproces dus.

Harusmuze #477

477 – zonder tijd is er geen eeuwigheid

hexagram 49 (gé), “Afstropen”

invoer

Harusmuze #180 – alleen de liefde glijdt tot in de eeuwigheid

commentaar

dat het Zijn een foefje is, lulkoek en een fopspeen merk je aan hoe makkelijk het te ontwrichten is.

neem nu de tijd. wij foeteren wat af op de vergankelijkheid en verlangen dan hartstochtelijk naar de eeuwigheid, waar er niet dient gestorven, waar elk afscheid een goedlachs tot seffens is.
maar, liefste vingerveegjes, moest de tijd er niet zijn, en alles bleef eeuwig duren, dan zou er vaneigens geen eeuwigheid meer bestaan want elk verschil daarmee zou opgeheven zijn: we zouden de noodzakelijke identiteit van ‘tijd’ en ‘eeuwigheid’ moeten accepteren, en vervolgens beide begrippen als totaal zinledig moeten verwerpen, tenzij we misschien, als getrainde sofist, het niet-zijn van tijd en eeuwigheid achter de hand willen houden, we beginnen die Vervelende Veek ewa te kennen, ondertussen.

elkwegs: in de eeuwigheid bestaat de tijd niet, maar de tijd bestaat duidelijk wel, of heb je dit in één oogopslag gelezen misschien? dus kan de eeuwigheid niet bestaan tenzij je één soort bestaan hebt voor de tijd, laat ons dat het heggehagge Tijdzijn noemen, en een totaal ander soort bestaan voor de eeuwigheid het euh, schuiverige Eeuwigsheid.

maar, duimeeltigen, als het Zijn zo veelsoortig is dan moet er ook een Zijn zijn waarin zowel het Tijdzijn als het Eeuwigsheid bestaat, het excessieve Carlsbergzijn, zeg maar en dan meteen ook maar het Yoricksein, het wat-heb-je-nu-met-Denemarken-plotsZijn untsoweiter bis Bismarck….*

ging u daar niet een stap te ver, meneerke Erdinges? Zijn er niet al Dinges genoeg? Sterven de kindjes niet wanneer gij hen zo gul met uw Zijn bestrooit? moer er nog woestijnzijn zijn?


Soit. Laat ons het houden bij wat ons Muzeke zegt, namelijk dat er zonder tijd geen eeuwigheid is en dat het Zijn dus een foefje is, lulkoek en een fopspeen voor zuigende proleten.


*vgl. Plato, Parmenides 132a e.v.

Harusmuze 476

22B105

476 – hou niet vast aan je nood aan vasthouden

hexigram 44 – 姤  (gòu) – ‘Paren’

commentaar

Hou niet vast aan je nood aan vasthouden:
gemis dat snijdt heeft een teveel aan nijd.
De nood ontstond toen je ervan ging houden,
maar dat gemis is vast en louter spijt
die bij gebrek aan troost zichzelf benijdt.
Als jij het begrijpt zal het jou troosten,
want het wil voor jou het allermooiste
en dat is mooi niet om vast te houden.
Krijgen immers is niet ’t allerhoogste:
geef jezelf om van jou zelf te houden.

Harusmuze #475

22B79

475 – als het stilvalt moet je wachten tot het stilvalt

hexagram 56  (lǚ) – “Vertoeven”

invoer

Harusmuze #178 – liefde zoekt naar blinde liefde

commentaar

als het stilvalt gebeurt het stilvallen, dan is er nog niets stilgevallen wat het ook is dat er aan het stilvallen was.

zegt ze. maar ff iets anders, een experimentje, een gedachtenexperiment, doet ge mee? jeuh!

in onze opstelling hebben we iets dat stroom krijgt en op een bepaalde moment zet er iemand de stroom af en dat heeft zoveel gevolgen dat we absoluut zeker en 100% exact moeten weten wanneer juist de stroom is uitgevallen. de vraag is dus naar de absolute datering van die gebeurtenis.

nu zijn er twee mogelijkheden: ofwel is de tijd een continuum en is er dus geen absolute datering mogelijk, want ge kunt die dan altijd exacter maken, meer cijferkens na de komma, ofwel is er wel een exacte datering mogelijk namelijk als de tijd discreet is. (ik weet niet hoe dat zit juist, ik vind het ook niet direct of daar absoluut uitsluitsel en algehele consensus over is, maar ik meen begrepen te hebben dat de meerderheid van de wetenschappers naar het discrete kamp neigt )

stel dat de tijd discreet is, dat er dus een minimaal tijdsverloop is waarna er geen kleiner tijdsverloop meer denkbaar is, en ook niet mogelijk. een Planck-constante maar dan temporeel gedacht (jaja, sèg, mag ik: ik weet daar allemaal te weinig van, maar ik wil er toch over nadenken, het is plezant. begot!).
in dat geval zou je denken dat een einde absoluut is, en dus geheel kwantitatief te duiden, exact meetbaar. het ogenblik waarop de transitie van ‘er is stroom’ naar ‘er is geen stroom’ gemaakt wordt is dus in dat geval een exact moment dat geregistreerd kan worden.

dan heb je toch iets, zou je denken. dan heb je een vast moment, een eikpunt, een timestamp, zoals die b.v. in de programmatuur gehanteerd wordt waarbij klokslag middernacht 1 januari 1970 de computertijd is beginnen lopen en het aantal milliseconden dat je moet terug tellen is dan het getal voor ‘nu’. men noemt dat de UTC-tijd en je vindt dat getal voor ‘nu’ o.m. hier: https://currentmillis.com/

laat ons dus stellen dat de stroom is uitgevallen op het moment 1570825448104 dat overeenstemt met vrijdag 11 oktober 2019 om 20u24 , maar we hebben daarvan ook alles gemeten tot aan onze hypothetische discrete tijd, dus daar staat nog een komma achter met ontieglijk veel cijferkens, aja want die h-bar van Planck is 6,626 070 15 × 10−34 (sinds 20 mei van dit jaar, 2019, is dat uitgeroepen tot de exacte waarde, daarvoor was het altijd give-or-take 0,000 000 081 maar nu moet dat ineens niet meer, aja wij zijn wel modern hier è seg. ik vind 0,000 000 081 anders wel gigantisch véél in een context van 10−34 , maar bon, wie ben ik è)

exacter dan dat de tijd bepalen dan tot die precisie zou dus ook al geen ‘zin’ meer hebben want dat is nu eenmaal de ‘bestaansgrens’ als ge het hebt over hoe klein iets kan ‘zijn’. sinds 20 mei 2019 is alles wat kleiner is dan dat verbannen uit het Zijn der Dingen.

(ge voelt mij al komen è, wacht maar ’t wordt schoon!)

soit, kee, goed, maar nu: laat ons nu veronderstellen dat de tijd ‘eeuwig’ verder loopt, en dat, godbeware, wij menskens het al die tijd blijven uitzingen, inclusief dus onze computertijd. ja, kweetet dat is totaal ongeloofwaardig maar ’t is een gedachtenexperiment è, Einstein kwam ook met absurditeiten aanzetten dan, soms. toch. ewa.

als de tijd eeuwig is en blijft doorlopen komt ge op een bepaald moment uit op een situatie waarbij het berekenen, of zelfs maar aanduiden van het exacte moment waarop de stroom uitviel in ons experiment zoveel tijd in beslag gaat nemen dat het niet meer voorstelbaar wordt (de cijferkens voor de komma van onze UTC-tijd zijn teveel geworden om op te noemen, zelfs voor de strafste computer, want zelfs de strafste computer moet ge opzetten eerst vooraleer die kan beginnen tellen en op het moment dat ge die opzet moet ge al een verschil incalculeren tussen het startmoment van de telling en de uitkomst van de telling, maar dat verschil is ondertussen ook al net iets minder dan eeuwig geworden.

bloeb. PEUT. wég ‘exact’ moment.
het bestaat misschien nog wel, maar het is onbepaald, het heeft logische noodzakelijkheid (necessity) maar het is a futuriori onbepaald.

bon, ge zult zeggen, “ja en dan, misschien is de tijd helemaal niet ‘eeuwig’ è en het doet er toch helemaal niet toe of dat exact moment nu ooit ’s onberekenbaar en onbepaald wordt”

joa. ik ben het dan helemaal eens met u. ik heb daar geen probleem mee.
het gedachtenexperiment ging er wel van uit dat het exacte moment en de bepaaldheid daarvan een zaak van leven of dood was, maar bon, zelfs dan: voor mij is het Zijn een fictie, dus ik heb het niet nodig dat als er ‘iets’ exact is, nu, op dit moment, dat het dan altijd en voor eeuwig en in elke mogelijke wereld zo ‘is’. ik fluit van panta rei en pak mijn biezen.

maar iedereen die wel in de existentie van het Zijn gelooft die heeft wel ewa werk, peinsk.
want als het benoemen van het identieke zèlf een onmogelijkheid wordt, waar blijft ge dan met de noodzakelijkheid van het zijn van die identiteit? è?

hihi.

Harusmuze #474

22B70

474 – sta stil en stuur de handel wandelen

hexagram 23 (bō) – “Ontmantelen”

Commentaar

Sta stil en stuur de handel wandelen
negeer de vele vragen om je heen
weiger elke vorm van handelen
want ooit komt nu bij nooit en jou bijeen
en toekomst en verleden worden één.
Je hebt zolang op dit moment gewacht
de werven van jouw hoop vertonen pracht,
jouw wegen vol beproeving imponeren
en deze loodjes zijn niet zwaar maar zacht:
liefde zal zich nu met jou vereren.

Harusmuze #473

22B69

473 – in de afwezigheid verbetert het

hexagram 1 (qián)“Kracht”

invoer

Harusmuze 176 – in het knipperen van de cursor schuilt de afwezige eenvoud van het Gebeuren

commentaar

In de afwezigheid verbetert het
de verdwijning van het ontoereikende.
In het verdwijnen daar verwerkelijkt
van het tekort het onaflatende
van het teveel het daaropvolgende
van tevredenheid het nutteloze
van het rotten ook het weergaloze
en van de dood de oude waardigheid.
In eenzaamheid het kleine hulpeloze
weigert het, maakt zichzelf omstandigheid.

Harusmuze #471

22B8

471 – als je zegt dat je met iemand hebt gevreeën, zal het niet veel soeps geweest zijn

hexagram 58  (duì) – “Openheid”

invoer

Harusmuze #174 – wij beminnen één en dezelfde in velen (en vervelen ons te pletter)

commentaar

nergens komt onze verkramptheid in het Zijn, de Dingen en onze nijdige verknochtheid aan het illusoire ‘ik’ zo pijnlijk en schaamtevol bloot te liggen als in onze houding inzake onze seksualiteit. vooral mannen, nog steeds, helaas, maar ook, en evenzeer helaas, steeds meer vrouwen excelleren in het onder mekaar reduceren van onze belangrijkste biologische taak als levend wezen, onze voortplanting, en alles wat daarmee verband houdt of geheel los van het biologische als verrijkende ervaring kan worden genoten, tot een ‘prestatie’ van het ik, terwijl zowel het louter sensuele intermenselijke contact, het lijfelijk genieten van elkaar, de tedere intimiteit, als het gehele, hopelijk veelgangige, menu van de copulatie met haar veelsoortige bereidingswijzen, al die pluriforme activiteiten zijn net gekenmerkt door een gedeeltelijk of algeheel verlies van de verstikkende gevangenis van het ego. onze seksualiteit bevrijdt ons van het ego met alle grotshit en thuisscenario’s en trauma’s en relatiekweddels en familiedrama’s en politiek en watalniet…

onze lichamen, vooral in wijze, onderlinge aanwending in een sfeer van intiem vertrouwen, maar ook in de meest brute solitaire betrachting, vormen de perfecte medicatie voor de waanzin van het Zijn en werken ideaal als tegengif voor de stugge psychose van het ik. we kunnen in deze tumultueuze tijden maar beter de slogan ‘make love, not war’ oppoetsen en uitbreiden met ‘make love and fuck the money’.

aja è.

als je dus iemand luide hoort beweren dat hij/zij ‘gevreeën heeft met die of die’, of erger nog “het ’s goed gedaan te hebben met X”, aarzel dan niet om zo die X jou enigszins bevalt hem/haar een euh, troostend gesprek aan te bieden. en probeer het dan ’s niet over jezelf te hebben è…

Harusmuze #468

22B91

468 – het zijn is inconsistent

invoer

hexigram 61中孚 (zhōng fú) –  “Innerlijke Waarheid”

Harusmuze #171 – het volmaakte heeft geen bewustzijn nodig

commentaar

de Russellparadox, vertaald naar de Gignomenologie komt neer op het verbod op eerstegraads recursie. ik zondig er soms zelf nog tegen, met mijn verwarde geest, maar als er een werking recursief beschreven wordt (bv.: ‘een Kathedraal is een verzameling aggregaten waarvan er minstens één een Kathedraal bevat’) mag je de recursie van de definitie nooit laten plaatsvinden op het eerstvolgende niveau (dus in ons voorbeeld kan je niet zeggen : ‘een Kathedraal is een verzameling aggregaten waarvan er minstens één een Kathedraal is’)

enfin ja: ge moogt dat, en het kan zijn, maar ’t werkt niet, omdat het zo niet gebeurt. wiskundigen, nog veel meer dan logici, hebben de naarstige gewoonte om zich bezig te houden met spul dat wel kan zijn, maar dat nooit kan werken. zij merken daar niks van omdat zij geheel ingekapseld in het fictieve zijn zitten te spelen in de zandbak van het Deiktisch Oponthoud waar elke bewerking onmiddellijk ‘is’ (“ziet, het staat op ’t bord!”)

joa. als’t maar plezant is è.

maar goed: de verzamelingenleer is niet inconsistent maar het gebruik van de existentie-functie erin is ongeldig omdat ge uw recursieve definitie (verzamelverzameling) geen bestaan kunt toekennen dat los staat van de recursie (bv via existentiële instantiatie) en ze dan terug in de definiëring binnen te foefelen. nogmaals: ge moogt dat, en ’t kan (plezant) zijn, maar ’t gaat nie werken, want het kan niet in ’t echt, en dan staat ge daar è…

het werkt niet omdat het bestaan zelf gewoon niet bestaat (ge maakt het aan om het uit te leggen, maar als gij niks wilt uitleggen gebeurt het zijn gewoon niet. m.a.w. : ’t zit in uw kopke. (vandaar dat wij dat verbieden aan onze Neofieten. )

(we verbieden dat omdat ze dat beter snappen, ‘het mag niet’ dat kennen ze al, later als ze gevorderd zijn, leren we ze ook het verbieden af.)

een simpele manier om hier over na te denken is ewa koan-achtig en bestaat erin om uzelf te verplaatsen als subject in de recursie: een recursie kan alleen maar recursief zijn als ze niet beseft dat ze recursief is.
maar doet dat alleen maar als er iemand bij u in de buurt is è.

Harusmuze #467

22A6

467 – de locus amoenus is de stille kern van het woelige centrum in het tumultueuze midden van de eeuwige oorlog tussen plaats en tijd

hexagram 30 –    (lí) – “Stralen”

invoer

Harusmuze #170 – maak van de weg een woonst en van de woonst een weg

commentaar

de locus amoenus, de trope van de bekoorlijke plaats, het Eden dat meestal pas Eden is als het onbereikbaar is, de plaats die net dé plaats is omdat ze nergens is, nee, noch erger, het is zelfs nergens Nergens, is een opgediept verleden: de onmogelijke toekomst wordt beladen met alle projecties van het verleden, het moet al zowat een baarmoeder zijn wil het zelfs maar in de buurt komen, want alleen in de herinnering (of in de beschrijving) is het echt.

elke localiteit is een tekort aan plaats t. o. v. het verloren paradijs, elk moment is een verduren in het Buiten van het met verlangen beklede Binnen, elk moment is er teveel aan. de locus amoenus is, verwoord in de kwalificatie van de localiteit, in de pure hoedanigheid van plaats, het zinnebeeld in het exces van het bewustzijn van die plaats-zonder-tekort, de harige foef van het zijn, de Godin.

de bekoorlijkheid, de locus amoenis in haar temporele kwalificatie, in functie van de gedrevenheid (lat. ‘mino’: ‘ik drijf’, vgl. NL ‘mennen’) is de plaats die telt, die ‘er toe doet’, de som maakt, de plaats van het kapitale belang, de huurprijs van vermelde foef. in de beleving is de l. a. dan louter temporeel het moment van het orgasme waarvan de beleving onmogelijk is.
LAIS, maar vraag niet wat er is.

aja: temporele kwalificatie stort altijd in tot loutere kwantificatie omdat elke kwalificatie een recursie is van het tellen met een teveel* omdat het telbare van in den beginne en alsmaar sneller vermeerdert dan het getelde: elk tellen produceert exces waarin de kwaliteit zich kan nestelen om in die hoedanigheid tot bewustzijn, tot subjectieve appreciatie van zichzelf te komen.

it has always been about the money, honey.

in de locus amoenus bevindt zich zo (gebeurt het Gebeuren in het gebeuren als) de kern, de oerzaak, het In-Ding van de Tweespalt, de eeuwige (re)flux tussen het tekort van de plaats en het teveel van de tijd

de locus amoenus van binnen bekeken met de waarnemende blik van het buiten, is de hel, de locus terribilis.

om aan deze durige oorlog te ontkomen kan de mens, zo lijkt het, enkel negatief ‘ontmensen‘, dehumanisering op de gekende wijzen: dood, gedrogeerde waanzin of onthechting als pad naar de verlichting, of positief op de nog ongekende paden naar de ‘verening’, de opheffing van de tweespalt, die misschien samenvallen met de eerder bewandelde en uitvoerig beschreven paden naar de mystieke verlichting maar dat hoeft niet zo te zijn.

* de Kathedraal, recursief gedefinieerd als ‘een Kathedraal is een verzameling van allerlei aggregaten waarvan minstens er één een Kathedraal bevat’ is de paradoxale kwantitatieve generatie van het kwalitatieve: de Kathedraal verschilt van het eender welke door het in het tellen te laten verschillen van het eender welke: de kwalificatie telt zichzelf tot ze telt. net zo leeft het leven zolang het leeft. de instorting tot louter kwantiteit is in elke tijdsbestek (heden, verleden, toekomst, waargenomen duur, imaginaire eeuwigheid,…) een feit en genereert zo de kwaliteit, de dood ‘maakt’ het leven.

Harusmuze #466

22B48

466 – het laatste oordeel vel je zelf (niemand verplicht je om daar zo lang mee te wachten)

hexagram 22 (bì) – “Verfraaien”

invoer

Harusmuze #169 – elke vlucht begint met vallen in de lucht

commentaar

je kan tevreden sterven, blij of verbitterd, jij hebt daarover alleszins het laatste woord. het laatste oordeel is geen dramatische ontknoping met links en rechts van je andere lijken die uit de grond komen gekropen waar je zelf net uit komt stinken. de scène staat misschien nog in sommige scenario’s maar wie gaat er al die figuranten betalen?

oordelen, overigens is enkel gezond als het vereist is, je kan het oordelen best zoveel mogelijk vermijden want elk oordeel creëert schuld en aan schuld heeft niemand wat.
we laten niet voor niets het oordelen over aan daartoe opgeleide rechters die ‘objectief’ oordelen in functie van hun rechtersrol in het juridische programma (dat meer en meer een ‘echt’ programma wordt).

niemand heeft immers als individu het recht om een ander individu te veroordelen, alleen de rechtspraak kan, mag en moet dat doen. maar ook daar zou de richtlijn moeten zijn dat het oordeel zoveel mogelijk dient vermeden te worden, door de relatieve instorting van de toekomst als toekomst die ons te wachten staat is dat nu al een nijpend ethisch dilemma waaruit hoog dringend een uitweg moet bedacht worden. we mogen het niet zo ver laten komen, dat oordeel over het oordelen…

maar we hadden het over het individuele oordeel. weg ermee, elk individueel oordeel over de medemens kan enkel ingegeven zijn door wat wij zelf nodig hebben, door onze nijd.

je zelf behoorlijk wat vragen stellen bij je eigen gedrag is wat je van elke volwassen mens mag verwachten, maar het zichzelf (ver)oordelen kan je daarbij best zo snel mogelijk proberen achterwege laten, zegt ons de Harusmuze.
wat met onze opvoeding en concurrentiecultuur niet bepaald eenvoudig is. er is geen zijn, jij ‘bent’ niks, maar je bent zeker niet schuldig. shit happens en jij en ik, wij doen ons best, dus het gaat goed, want beter kan het niet.

of wel?

Harusmuze #465

22B102

465 – ’t is niet omdat het verergert dat het vroeger beter was

hexagram 31  (xián)“Verenigen”

invoer

commentaar

hoewel het wereldbeeld van de Neo-Kathedraalse Bewegingsleer aka de ‘Gignomenologie‘ ons voorhoudt dat de evolutie die wij waarnemen in feite een devolutie is, een deterioratie die aansluiting zoekt en vindt bij de algehele kosmische entropie (‘alles wordt brol’) op onontkoombare wijze gekoppeld aan het unidirectionele van de tijd (‘brol ontbrolt niet’ , ‘ge kunt geen soep ‘ontkoken”), impliceert dat niet zomaar dat het vroeger beter was. die schijnparadox wordt veroorzaakt door de generatiefazering van het Rot, een recursie van de humane differentiëringsdrang.

elke beleving is subjectief en gebonden aan de initiële staat van het subject, elk kind wordt even levenslustig geboren en accepteert de toestand waarin het arriveert zoals die gebeurt, het is zijn/haar toestand, het ervaart niets anders, wat het van daarvoor te weten komt is secundair (bewust in de verhalen of onbewust in de epigenetische laag, het geheel van gebaarlijke en sensorisch-intuitieve kennisgeving (het ziet en kopieert ouderlijk gedrag/motoriek/gebarentaal/attitudes).

het ondraaglijke is absoluut relatief, dwz. : de grens van wat draaglijk is aan leed wordt in elk individu opnieuw en anders gelegd, zodat er geen absolute pijngrens bestaat. dus de ervaring van het ondraaglijke schuift gewoon mee op met het progressieve Rot.

en plus: moesten we in de tijd terug kunnen reizen en in het Romeinse Rijk de mensen gaan vertellen wat er allemaal zat aan te komen, het perspectief zou hen totaal de moed en levenslust tot eender wat ontnemen. nou en, denk je dan misschien, dat toont toch dat het voor hen béter was. Hm, in hoeverre kan je objectief gezien een toestand waarin het ergste nog moet komen beter vinden dan de toestand waarin dat al achter de rug is?

Harusmuze #463

22B111

463 – ‘Eeuwigheid’ en ‘oneindigheid’ zijn enkel nodig voor ons begrip van plaats en tijd.

hexagram 59渙 (huàn) – ‘oplossing’

invoer

commentaar

eeuwigheid is onbetaalbaar en toepassingen op basis van oneindigheid zijn enkel op korte termijn rendabel

Harusmuze #461

22B13

461 – het verdeelde herneemt het ene als het eigene en creëert zo het gebrek in het andere

hexagram 37 家人 (jiā rén)“Gezin”

invoer

  • Harusmuze #164 – elke tweesprong begrenst en dwingt het verlangen tot een sprong uit de eenvoud
  • Proverbs of Hell #8: A fool sees not the same tree that a wise man sees.

Harusmuze #460

22B9

460 – de gave geniet pas van het geven in de overgave

hexagram 34大壯 (dà zhuàng) –  “Stimulerend Groot”

invoer

commentaar

elke ‘gave’, elke emissie, elk proces dat (energie) geeft is een streven naar overvloed, een mededeling van het exces.
elke beperking, reductie daarvan tot het eng-menselijke, de ‘ren’ of het ‘ego’, (het zelf als Ding, die fictie van ‘er te zijn’ die wij denken te kunnen bezitten) is een ontkenning van de gave, een misbruik van het vertrouwen dat de gave in haar overgave ten toon spreidt.
wat wij ervaren als genot is slechts een zwakke recursie van het genot dat de Gave van het Gebeuren vindt in zichzelf in het geven dat gebeurt.

hoezeer verleidelijk het ook is om de Gave te vereenzelvigen met wat men in welk opzicht dan ook ‘liefde’ noemt, dat soort identificatie is reeds een miskenning van de Gave die nooit geheel omsloten, benoemd, geduid kan of mag* worden.
de menselijke liefde heeft een subject (de liefhebbende), een voorwerp of object (de geliefde) en een creatieve intentionaliteit die een recursieve productie insluit (het verlangen.

de Gave heeft niet van dat alles nodig, zij gebeurt gewoon.

*’mag’ in de zin van ‘straffeloos kunnen’: er is uiteraard geen bestraffende controlepost ergens die misbruik van de Gave gaat beoordelen, veroordelen en bestraffen, dat is een kinderlijk-teleologische of ideologisch gekleurde hineininterpretatie van een volslagen ‘onverschillig’ proces: er gebeurt geen ‘goed’ of ‘kwaad’ buiten de humane ficties/constructies daarvan, die ethische waarden zijn derivaten van het fictieve Zijn, arrestaties van gefnuikte of zegevierende intentionaliteiten.

maar als men zich ‘schuldig’ maakt aan dergelijke reductie laat men de humane Nijd toe de gebeurende Gave in te perken, te beknotten, te reduceren tot het bruikbare.

al het bruikbare is immers slechts bruikbaar als katalysator van het Rot. elke aanname van de Gave als gift van het bruikbare vergiftigd de Gave, verontreinigt haar met destructieve nijd.

wil men de Gave gaaf houden dan zal men de Gave ondergaan in een algehele deelname aan het geven, in de overgave. al het humane, het bruikbare, het nuttige, het benoembare wordt surplus, exces, overtollig.

men kan de Gave enkel ontvangen door haar (een) weg te geven. in deze tijden van tumult is de enige weg voor de Gave die van de Vrije Lyriek, het Pad van de Wenende Nacht.

Harusmuze #459

22B78

459 – de afwezigheid van het rot veroorzaakt het rot

hexigram 16 –   (yù) – “Geestdrift”

invoer

commentaar

zonder het Zijn is er ook geen afwezigheid;
zonder afwezigheid stopt het verlangen;
zonder verlangen eindigt het rot;
de afwezigheid van het rot veroorzaakt het rot

(het rot ‘is’ de informatie van het rot).