Harusmuze #367


22B30

367 – alleen kant heeft kant in de hand

hexagram 22 (bì), “Verfraaien”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/06/harusmuze-81/

commentaar

in combinatie met haar input (HM81 – ” alleen de toekan weet dat het toe kan”) heeft de Harusmuze het met heur Spreuksel van de Dag over de specificiteit van alle kennis.

wat je weet is niet iets dat je hebt: wat je weet gebeurt in en om en dankzij jou en jij ‘bent’ evenzeer wat je weet of kent dan dat het gekende ‘jij’ is.

de Harusmuze leest ons echter deze evidentie (voor elke Kathedraalgangster is het een evidentie, anderen kunnen nog te zeer behept zijn met hun ontologische reïficatiedrang: we knikken begripsvol en verwijzen graag door naar de hulpverlening) in een direct verband met de auteursproblematiek en maakt zo ook meteen het onderscheid duidelijk tussen de bewegingen van de specificatie en die van de individualisering.

de individualisering betrekt het individuele gebeuren, het ‘bewustzijn’ zo uw het nostalgisch hebben wil, op de klasse van het individu, de egoconstructie, waar sinds Cusanus door diverse nerds mee op geheel eigen wijze getweekt en gepruld is, door Hegel bv. het zou ons te ver voeren etc.

de specificatie betrekt het Gebeuren als expressie in haar kwalificatie, haar vervorming in het fijnmazige, de uitgroei, het Rot.

de individualisering sorteert en past een ideële codering toe op het specifieke. individuen zijn termen, klassen, categorieën van specificiteiten, fictionalisering van ficties dus, verbeeldingen van verwoordingen. individuen worden gemaakt, het zijn menselijke fabricaten. de ordening zelf creëert een exces aan kwalificatie, een overschot aan ‘gelijk’, aan ‘waarneming’. daaruit volgt dat elke individualisering een miskenning is van het specifieke: het creëert een ‘soort’ en de toekenning van het specifieke aan die soort impliceert een ‘meerwaarde’. de ‘auteur’ is ‘meer’ of ‘beter’ dan de ‘schrijvende’. wat natuurlijk nonsens is: elke lezer is auteur is mens is evenwaardig, er bestaat geen schrijven dat beter is dan een ander schrijven, tenzij de ondode fallocratische godsorde terug wil herstellen (wat gelukkig enkel in de uiterst glibberige slijmlagen van de commercie mogelijk is, zoals elke ziekelijke ontologische reflex).

de specificatie is altijd uniek en beschrijft het echte: als je iets of iemand benoemt als specifiek gebeuren kan je de naam niet uitbreiden naar iets anders zonder de specificatie ongedaan te maken, omdat de specificatie elders anders gebeurt: ‘alleen de toekan weet dat het toe kan’.

aldus is het ook klaarduidelijk dat men een ‘filosofie’ niet kan ‘aanhangen’ of ‘promoten’ of anderszins tot de eigen verdiensten rekenen. je kan niet ‘Kant ter hand nemen’ en ‘de wereld een betere plaats gaan maken’ (oef!).

een filosofie kan enkel gebeuren, door ze te denken, en dat denken is altijd uiterst specifiek en absoluut uniek. voor het overige laat de Harusmuze het gaarne aan uw fantasie over om te bedenken wie of wat er wat of wie in de hand heeft als iemand zegt dat ‘alleen kant kant in de hand heeft’.

hou het wel wat in de hand è.

scève

Asses plus long, qu’un Siecle Platonique,
Me fut le moys, que sans toy suis esté:
Mais quand ton front je revy pacifique,
Sejour treshault de toute honnesteté,
Ou l’empire est du conseil arresté
Mes songes lors je creus estre devins.
Car en mon, corps: mon Ame, tu revins,
Sentant ses mains, mains celestement blanches,
Avec leurs bras mortellement divins
L’un coronner mon col, l’aultre mes hanches.

Advertenties

Harusmuze #366


22B66

366 – het rot van god roteert in gouden monden

hexagram 63 –  既濟 (jì jì) –  “Na de Voleinding”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/07/harusmuze-82/

commentaar

religieus gedrag verdwijnt niet met de verbeurdverklaring van het sacrale, het doet wat elk gedrag doet wanneer het zich verhinderd ziet in de ‘vrije uitloop’: het muteert.

het muterende gedrag zal alle verhinderde functies pogen over te schrijven naar bewegingen binnen het aanvaardbare. simultaan zal de expressie van het gedrag, het uiterlijke worden gerecupereerd en, hoewel het nu geheel ontdaan is van de eigenlijke functie, worden geclaimd als rechtvaardiging voor de toeëigening van de lonende routine van het afgestorven gedrag.

de patriarchale auteursfunctie, bijvoorbeeld, berustte gans op de aardse distributie van de goddelijke ‘auctoritas‘. als bij een woekerende klimop tegen de gevels van onze samenlevingen zijn de hoofdtakken daarvan bij de wortel doorgeknipt. gezien de omvang van de woeker duurt het wel wat, maar au fond gaat de verrotting vanaf dan vrij snel.

daar waar de wildgroei geïnstitutionaliseerd is, lijkt zij aanvankelijk nog verder te kunnen floreren. ten slotte is er zoveel bloedgeld doorgepompt dat er wel enige vorm van autonome werking is ontstaan. we denken aan onze universiteiten bv, die zich als een duizendkoppig monster in het bedrijfsleven hebben geënt, en nu de culturele gezagsbasis verdwenen is, op eender welke wijze aan bloed tracht te komen. de rotte slierten gezagsspraak floreren dan in gouden monden.

de kwantitatieve reductie van elke kwaliteit die deze ‘organen’ ooit bezaten is meteen argument voor haar fundering als auto-recursief gezag: “wij zijn universiteit omdat we universiteit zijn”. bij onze schrijverkens is de kous even rap af: “wij zijn auteur omdat wij auteur zijn”.

elke bevraging daarvan kan enkel als aanval worden geïnterpreteerd. so it goes: cirkelredeneringen zijn nu eenmaal latent vicieus, en vol-kwaadaardig bij detectie.

soit: de autonomisering van restprocessen is dus typerend voor elke verrotting. zulks continueert tot gans het ‘lijf’ aldus verteerd is en het geheel teruggebracht is tot nutriënten voor andere organismen. lang duurt het nooit.

weet: het is niet ongewoon bij verrotting van een lijk dat men soms denkt de persoon nog zien te bewegen. het betreft dan meestal, verschuivingen, inwendige verzakkingen, die een erger stadium van het rot prepareren.

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): CELE EN AULTRUY CE QU'EN MOY JE descouvre.
Embleem XLI – Leda & le Cygne – motto: ‘Cele en aultruy ce qu’en moy je decouvre’

Nier ne puis, au moins facilement,
Qu’Amour de flamme estrangement diverse
Nourry ne m’aye, & difficilement,
Veu ceste cy, qui toute en moy converse.
Car en premier sans point de controverse
D’un doulx feu lent le cueur m’atyedissoit
Pour m’allaicter ce pendant qu’il croissoit,
Hors du spirail, que souvent je luy ouvre.
Et or craingnant qu’esventé il ne soit,
Je cele en toy ce, qu’en moy de descouvre.

r.6: atyedissoit: ‘maakte lauw’
r.8: spirail = soupirail, luchtkoker

Harusmuze #365


22B65

365 – een gevaar is tijdelijk tot de afstand gemeten is (dan is’t geen gevaar meer)

hexagram 54歸妹 (guī mèi) –  “Het Huwende Meisje”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/08/harusmuze-83/

commentaar

angst regeert de bange harten.

na een jaar tentatief aftasten van de afschuw en het walgen, waardoor we het kennisobject daarvan, de wetten van Rot al ewa merkbaar uit het kluwen der echte en schijnbare causaliteiten hebben gelicht, schuiven we nu met de opbouw van de TIMOSOFIE langzaam op naar het gebied van de angst.

het spreekt dat de gebieden van afschuw en angst naadloos in elkaar overgaan, elke afbakening is een nodeloos en verwerpelijk essentialisme.

het Harusmuzeprogramma is bij die opbouw de motor, de virale kiem van de theoriewoeker. omdat de onderzoekster met haar onderzoeksobject vereenzelvigd wordt is het raadzaam om de rustieke omgeving van de programmatorisch geleide voortgang op te zoeken. die vereenzelviging is overigens de hoofdoarzaak van onze afgrijselijke, ja weerzinwekkende onwetendheid omtrent de negatieve emoties als kennisverwervend gebeuren. welk een onheil we in de geschiedenis niet hadden kunnen vermijden door niet steeds weer de paden der vreugde, begeerte en devotie te bewandelen en ons blind te staren op het onbereikbare Schone, het Ware en het Transcendente. verslaafd aan eigen naam en faam leiden wij onze medemensen blindelings in de vallen van het Lelijke, het Valse en het Vernietigende!

maar ja, ge gaat er niet veel prijzen mee winnen, met Rotonderzoek, of Schrikexpertise

afschuw zorgt voor een instinctieve verwijderingshandeling, een ‘terugdeinzen’ of een verschrikt afstoten: er zit dus sowieso een vette klieder donkerrode angst in de afschuw.

het gevaarlijk, zo oppert echter de Harusmuze thans, vertoont merkwaardige regelmatigheden die ons weer van filosofische fysicaverten en goedklinkende vaagheden doen dromen. de virtuele kassa’s rinkelen vol jolijt als wij merken dat de meting van de afstand tot een onderkent gevaar, het gevaar qua gevaar opheft.

zolang immers als die afstand ons onbekend is, is het gevaar een amorfe dreiging, een zwarte potentialiteit, een aporie van het terzelfdertijd alreeds altijd al zichzelf ontkennende derridadaïsme. Eens de afstand tot het onderkende gevaar gemeten is, slaat het gevaar echter om in een Geruststelling: een Weten (stelling) dat de fatale limiet zich tot die en die afstand van ons bevinden: de kwantificatie veroorzaakt een kwalitatieve hysterèsis: de Dreiging slaat op in het Geruste, een muur die het Onbekende buiten houdt.

Het is uiteraard net die dynamiek die ook de drijfveer is in het Rot en hoe dat alsmaar Verergert

voorwaar, beslagen met mijn nieuwste Bleke profetische Gaven, ik zeg u: over het Gevaar als Derridadaïsme zullen nog menige volgekribbelde volumes worden vernietigd in onze van angst doorzeken superfluente Samensterving!

scève

La Lune au plein par sa clarté puissante
Rompt l’espaisseur de l’obscurité trouble,
Qui de la nuict, & l’horreur herissante,
Et la paour pasle ensemble nous redouble:
Les desvoyez alors met hors de trouble,
Ou l’incertain des tenebres les guide.
De celle ainsi, qui sur mon coeur preside,
Le doulx regard a mon mal souverain
De mes douleurs resoult la nue humide,
Me conduisant en son joyeux serain.

r.3 herissante : ‘waarvan de haren ten berge rijzen’

Harusmuze #364


22B64

364 – de Wijzer staat op zwijgen: giet de bloemen, zalf de kelen, smeer de huid en kleed het ware met uw strelen

hexagram 40 –   (xiè) –  “Oplossen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/09/harusmuze-84/

commentaar

op het hoogte-/dieptepunt van elke cyclus valt er niks te zeggen, de taal geraakt zover niet.
ge kunt ewa zingen: Dominique heeft een dizaineke van Maurice op muziek gezet…

scève

L’Esprit vouloit, mais la bouche ne peut
Prendre congé, & te dire a Dieu, Dame:
Lors d’un baiser si tresdoulx se repeut,
Que jusqu’au bout des levres tyra l’Ame.
L’oeil a plorer si chauldement s’enflamme,
Qu’il t’esmouvroit a grand’ compassion.
Quand est du Coeur, qui seul sans passion
Avecques toy incessamment demeure,
Il est bien loing de perturbation,
Et rid en soy de ce, de quoy l’oeil pleure.

Vierstemmig op muziek gezet door Dominique Phinot (Second Livre, 1548, p.11) zegt McFarlane. ’s Kijken è: ah bain oui, le voila:

https://books.google.be/books?id=3mD5RtGZY7IC&lpg=PP100&ots=xN443rb1fV&dq=Dominique%20Phinot%20Second%20Livre&hl=nl&pg=PP11#v=onepage&q&f=false

Harusmuze #363


22B125

363 – de denker denkt maar het gebeurt niet

hexagram 35 – 晉 (jìn) – “Floreren”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/10/harusmuze-85/

commentaar

de ogen kijken, maar het ziet niet
de oren horen, maar het luistert niet
de neuzen snuiven, maar het ruikt niet
de monden eten, maar het proeft niet
de vingers raken, maar het voelt niet
de denker denkt, maar het gebeurt niet.

scève

Estant ainsi vefve de sa presence,
Je l’ay si vive en mon intention,
Que je la voy toute telle en absence,
Qu’elle est au lieu de sa detention.
Par divers acte, & mainte invention
Je la contemple en pensée rassise.
Cy elle alloit, là elle estoit assise:
Icy tremblant luy feis mes doleances:
En ceste part une sienne devise
Me reverdit mes mortes esperances.

r.1: vefve : het woord werd ook gebruikt om de weduwnaar aan te duiden
r.2: intention: ‘geest, gedachten’
r.6: en pensée rassise : in ‘gerustgestelde’ gedachten, hij heeft tijd want ze is toch altijd bij hem
r.9: une sienne devise : McFarlane wil ‘devise’ hier ‘conversatie’ laten betekenen, maar Defaux heeft wellicht gelijk om dit een jammerlijke verwarring te vinden: ’t betekent wel degelijk ‘devies’ in de zin van lijfspreuk. Men kan daarbij denken aan de anagrammen die Pernette in haar Epigram 5 heeft bekokstoofd

Harusmuze #362


22B53

362 – uw leven is uw werk: vertier, plezier, labeur, Ellende voor de kerk

hexagram 59 (huàn) – “Oplossen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/11/harusmuze-86/

commentaar

voor de Neue Kathedrale des erotischen Elends, de kerk waarvan de Harusmuze spreekt, heeft iedereen een oeuvre, een levenswerk, aja, want iedereen is evenzeer auteur of knutselaar.

ons levenswerk verloopt breed genomen in vier fazen: in de lente is’t vertier, in de zomer plezier, in de herfst labeur en in de winter tja, sterk erotisch gekleurde ellende.

en: it all goes up in flies/files : heel uw oeuvre wordt na uw dood verbeurd verklaard en eigendom van de kerkfabriek.

aja è, meepakken kunt ge al dienen brol niet hoor…

scève

Ne du passé la recente memoyre,
Ne du present la congneue evidence,
Et du futur, aulcunesfoys notoyre,
Ne peult en moy la sage providence:
Car sur ma foy la paour fait residence,
Paour, qu’on ne peult pour vice improperer.
Car quand mon coeur pour vouloir prosperer
Sur l’incertain d’ouy, & non se boute,
Tousjours espere: & le trop esperer
M’esmeult souvent le vacciller du doubte.

Duits


Zie je, Schätze, mensen
in dit park van menselijke zaken,
vrome mensen, stemmig en wellicht
eensluidend met het stoffige
van deze zomernacht
hun wulpse conversatie?

Hoor je ritselingen
in dit gras en klavecimbelerig
het knetterende zingen van vuur
dat zich in duizenden vleugels
vliezig vel op vel
tastbaar bewogen verteert?

Voel je strak mijn handen
rond je lijf geklemd, vingers wriemelen
rond eindjes been en ogen priemen
in het weeïge wijken
van je hals, het zilte
parelen van zweet op jou?

Ruik je fijntjes, Liebchen,
giftig geurend gas in deze zak van angst,
wasems in de bloei van barbecues,
leven dat zichzelf verast,
opgewonden water
dat mijn mond, mijn maag uitbraakt?

Likt je tong het poeder
dat ik in de schuren op mijn akkers meng,
nippen je besmeurde lippen wijn
die in mijn aderen kolkt
en eet je mee van mij,
vlees dat in je stad verzengt?

inputtekst (2000)

dv 2019 – AR van ‘Duits’ – A4