Harusmuze #333


// een lijn is een woord

333 – voor de verwaarloosbare afwijking is het belang van de regel volkomen verwaarloosbaar

hexagram 54 歸妹 – guī mèi – “Het Huwende Meisje”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/10/harusmuze-115/

commentaar

om de objectiviteit van de waarneming te redden ressorteert men, zo merken wij, nogal wel ’s tot de algehele dehumanisering van het perspectief, de rol, de positie, eender welke kwaliteit van de ‘waarnemer’.
een ‘waarnemer’ kan dan een potlood zijn ten opzichte waarvan de hand van de spreker beweegt [neemt een Rovelli pose aan]
maar in die opstelling is men dan nooit erg consequent want aja voor een potlood mag de spreker nog uren blijven kwebbelen over ‘snelheid’ en ‘lijnen’ en watalniet.
welke betekenis heeft dan nog de vaststelling dat ‘iets’ zich enkel in bepaalde spectra ‘gedraagt’ als een ‘kwantumoppervlak’ als de definitie van een kwantumoppervlak een vergelijking blijkt te zijn die opgebouwd is uit ons begrip van 1 tot zover de stijgende massa van het kleiner wordende deeltje dat we hypothetisch opdelen zolang de cijfers toelaten dat er nog licht ontsnapt aan het hypothetische deeltje?
het is discrete (korrelig), maar korrelig voor wie? en zijn die hypothetische deeltjes daadwerkelijk bouwstenen, is er een tijdsverloop nodig die dergelijke deeltjes doet ‘samenkomen’ tot hun huidige staat? is die tijdsduur groter of kleiner dan 14 miljard jaar? t.o.v. welke ‘waarnemer’?
op een bepaald punt gaat ge toch het zijn van uw dingen moeten opgeven, of doet men dat al, maar is het enkel daar belangrijk en evident en niet meer als er in de ‘echte’ wereld mensen sterven omdat andere mensen hun dingen willen hebben omdat zij zo belangrijk ‘zijn’?
’t zal aan mij liggen. of aan mijn Harusmuzeke. ze wil trouwen vandaag, blijkbaar. wat is dat ‘trouwen’, voor imaginair orakel?

scève

Courantz les jours a declination
Phoebus s’eschauffe en l’ardent Canicule.
Plus croist en moy mon inflammation,
Quand plus de moy ma vie se recule.
Et jà (de loing,) courbe viellesse accule
Celle verdeur, que je senty novelle.
Ce neantmoins tousjours se renovelle
Le mal, qui vient ma playe reunir.
Ainsi (ô sort) l’esproeuve nous revelle
Amour povoir les plus vieulx rejeunir.

Advertenties

Harusmuze #332


// de halvering maakt het ene driemaal door verdeling

332 – als het Ene wil, zal je nooit meer krijgen dan de helft van alles wat je al had

hexagram 33 – 遯 – DÙN –  “Terugtrekken”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/11/harusmuze-116/

scève

Ouvrant ma Dame au labeur trop ardente,
Son luy cheut, mais Amour le luy dresse.
Et le voyant sans raison evidente
Ainsi trouvé, vers Delie s’addresse.
C’est, luy dit elle, affin que ne m’oppresse
L’aiguille aigue, & que point ne m’offence.
Donc, respond il, je croy que sa deffence
Fait que par moy ton coeur n’est point vaincu.
Mais bien du mien, dy je, la ferme essence
Encontre toy luy sert tousjours d’escu.

r.2 : Dé luy: ’t is een mopke è: Délie laat haar vingerhoed vallen (cheut), Cupido (Amour) raapt ‘m op en verwondert zich over de puttekens: waartoe dient dat? Délie: ha, da’s om mijn vingertjes te beschermen tegen de scherpe naalden. Aha, zegt Cupido, ’t is daarmee dat ge zo ongevoelig zijt voor mijn pijlen! Zegt de Amant: bah neen ’t is door mijn ferme essence (Siève?) dat ze een schild (escu) heeft tegen uw Gedoe (encontre toy).

Harusmuze #331


// zij: onbuigzaam ijzer, harde diamant / barsten, plooien, lijnen in mijn hand

331 – ‘hebben’ is een hulpwerkwoord maar bij het werken helpt het vrijwel nooit

hexagram 46– shēng – “Omhoogdringen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/12/harusmuze-117/

commentaar

het ‘hebben’ is na het Zijn de meest kwalijke humane aandoening en het is er ook een direct gevolg van: men meent iets te ‘zijn’ en wat men dan is hoort meteen ook iets te ‘hebben’: men kan niet leven zonder te willen bezitten, men kan niet beminnen zonder te willen ‘liefhebben’ en van zodra men dan denkt iets te hebben (veroverd, gekocht of, alsmaar zeldzamer, gekregen) wil men meteen wat anders hebben want aja, men ziet dat men nog steeds hetzelfde is, niets namelijk, want aja daartoe diende het immers, die illusie van het hebben: om de illusie van het zijn geloofwaardig te maken, in stand te houden in de onophoudelijke molen van het zelfbedrog.

scève

L’humidité, Hydraule de mes yeulx,
Vuyde tousjours par l’impie en l’oblique,
L’y attrayant, pour air des vuydes lieux,
Ces miens souspirs, qu’a suyvre elle s’applique.
Ainsi tous temps descent, monte, & replique.
Pour abrever mes flammes appaisées.
Doncques me sont mes larmes si aisées
A tant pleurer, que sans cesser distillent?
Las du plus, hault goutte a goutte elles filent,
Tombant aux sains, dont elles sont puysées.

R.1: Hydraule : ‘waterklok’

Harusmuze #330


// de leegtekorrels leggen zich in sliert

330 – van alle plankjes die je zagen kan, maak je nooit een boom

hexagram 25 –  無妄 – WÚ WÀNG – “Onschuld”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/13/harusmuze-118/

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): MA CLARTE TOUSJOURS EN TENEBRE.
E-37: MA CLARTE TOUSJOURS EN TENEBRE

Au centre heureux, au coeur impenetrable
A cest enfant sur tous les Dieux puissant,
Ma vie entra en tel heur miserable,
Que, pour jamais, de moy se bannissant,
Sur son Printemps librement fleurissant
Constitua en ce sainct lieu de vivre,
Sans aultrement sa liberté poursuyvre
Ou se nourrit de pensementz funebres:
Et plus ne veult le jour, mais la nuict suyvre.
Car sa lumiere est tousjours en tenebres.

r.6 Constitua: ‘besliste’

Harusmuze #328


// het tellen vertelt zich onophoudelijk

328 – de verteller vergist zich constant

hexagram 31 – XIAN – “Verenigen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/15/harusmuze-120/

commentaar

in elke relationele fysica is het humane perspectief de enige constante die noodzakelijk als constant moet worden gedacht.

scève

Tant variable est l’effect inconstant
De la pensée encor plus incertaine,
Que sur les doigtz deux pour troys va comptant,
Et tient jà près la chose bien loingtaine.
Car estant pris dessoubz sa main haultaine,
Je m’en allois plorant la teste basse:
Et devant elle ainsi comme je passe,
En me voyant me jecte un soubris d’oeil,
Qui me feit rire: & par ce je compasse
Amour leger mesler joye en mon dueil.

Harusmuze #327


// het veld gebeurt

327 – uit het licht komt het licht dat de ogen verblindt

hexagram 46 –  升 – SHĒNG – “Omhoogdringen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/16/harusmuze-121/

commentaar

een inzicht bereik je niet door te staren in de richting van de bron die jou het inzicht verschaffen kan omdat je dan blind wordt voor de talloze verbanden waarop het inzicht van toepassing zou kunnen zijn.
eens het inzicht er is, is het alsof het er altijd al was, het licht ervan verbindt immers al het zichtbare. de evidentie daarvan echter is louter te wijten aan haar verborgenheid in het verleden, zonder enige vorm van duisternis is er immers ook geen licht dat van het andere te onderscheiden is.

wat je zo ongeduldig loopt te zoeken bestaat in het duister dat jouw zoeken is, al evenmin als wat je ziet. wat je ziet, gebeurt, en wat gebeurt is niet wat je ziet.

scève

Delie aux champs troussée, & accoustrée,
Comme un Veneur, s’en alloit esbatant.
Sur le chemin d’amour fut rencontrée,
Qui par tout va jeunes Amantz guettant:
Et luy à dit près d’elle volletant:
Comment? vas tu sans armes a la chasse?
N’ay je mes yeulx dit elle, dont je chasse,
Et par lesquelz j’ay maint gibbier surpris?
Que sert ton arc, qui rien ne te pourchasse,
Veu mesmement que par eulx je t’ay pris?

Harusmuze #325


// de uiting overrompelt wat het zeggen wil

325 – het spreken hoort niet wat het zeggen wil

hexagram 7  師 – SHI – “Leiden”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/18/harusmuze-123/

commentaar

iemand die spreekt valt nagenoeg samen met wat er gezegd wordt als beweging, de motoriek van het spreken bij zichzelf en met het ontvangen van het effect van de geluidsgolven op de (gefantaseerde) toehoorder.
wat er rest aan aandacht wordt , zo lijkt het, volop gebruikt voor foutdetectie.
maar het spreken doorbreekt het zwijgen waarin er ook talig gedacht wordt en het innerlijke spreken staat mijlenver af van de ervaring van het gesprokene zelf in de gedaante van het gehoorde, het gecontroleerde en op het impact bij de aangesprokene geëvalueerde.
wat de spreker zeggen wou is ondertussen al herinnering en als dusdanig vervormt reeds door het herinneren: de woorden zijn al niet meer wat ze waren bij de gedachte toen de intentie om te spreken omsloeg in daadwerkelijk spreken.

een zee van tijd staat aldus steeds tussen ons en onze woorden. het spreken hoort niet wat het zeggen wil. zulks ‘bestaat’ immers ook enkel in de fictie van het Zijn en het woord als Ding.
het schrijven, dit hier, wat u leest, wekt dan wel de illusie dat die tussentijd met al haar complicaties vervangen kan worden door een eenduidig schrijven van het bedoelde woord, dat toch alleen maar zo gelezen kan worden, zoals het er staat. ik schrijf het nu en hier, u leest het daar en straks.

maar hoe ver zijn we dan wel niet verwijderd van het gesproken woord dat onmiddellijk in al haar lijvigheid de weerslag was van onze doorvoelde gedachte? ik zie niet wat u leest, of hoe. en mijn schrijven is geen spreken tot een lezer die niets hoort of ziet van mij. en zoals er nu en hier gelezen wordt, lijkt het vaak alsof men enkel leest wat men zelf al aan het zeggen is, onder ‘vrienden’.

zo blijft de taal in al haar veelzeggendheid een beloven van begrip dat nooit tot enig woord van waarheid komt. en dan hebben we sinds kort het chatten nog, dat van zowel het spreken als van het schrijven een getypte, haastige simulatie is…

scève

D’un magnanime, & haultain coeur procede
A tout gentil de donner en perdant:
Mesme qu’alors tant tout il se possede,
Que sien il est, tout aultre a soy rendant.
Et tu m’as veu, jà long temps, attendant
De ta pitié si commendable usure,
Que sans point faire a ta vertu injure,
Plus, que pour moy, pour toy je m’esvertue.
Et par se nom encor je t’en adjure,
Qui en mon coeur escript te perpetue.