eenheid


van alle wegen af, de duinen in,
puntig bijvoorbeeld, of stomp
een keer maar nooit er ergens,
zelfs niet amper, doorheen. stug
zand. striemen van helm. maar

zee dan, ziedende zon ploegt met
godmachtige gloed een dieprode
schittering.  elk oog kijkt rechtdoor
het oog in maar zie nu dit ijslicht 

plots lumieren door de kronkels
van getallen,  de straal straalt
onbekende radialen van ster 
tot ster, totale vertaling in tellen

van het zich aandienende
naar het onbestaande,
van de verpulverde beenderen 
naar de ontvreemde urne. ja

dat ik haar kende, beken ik die
in haar geklemd in het zwart
van de kennis keek en tijdloos

tussen de eenheid van zwijgen
en liefde verdween.

inputtekst (2009)

dv 2018 – “ik leert tellen: 2” – ink – a4
Advertenties

22B11


haar lichaam valt mijn vingers uit en zinkt
het vormeloze in. elke zucht verwijdert
beelden en verdaagt geluid. haar hals
is vaas, een waas van licht, ik durf

de ogen niet te sluiten. er is koude die niet
wijken wil. kale takken tikken op het raam.
de frigo slaat aan, dat ademruisen hoort
hier niet, dat krijsen was geen trein.

verbolgen draait de aarde dol met mij, haar
bergen willen van ons af van snot, haar zeeën
walgen wee van koortsdelier,  de geile zon

doet stiekem teken naar de maan:  geheel
de naam van god mag worden uitgesproken,
drijf al wat kruipt maar voort met vloek en stok.

[deze tekst maakt deel uit van het NKdeE Heraclitusprogramma: ‘Heraclitus lezen’ (1999-heden)]

22B41


haat doorboort.  haat bakt. niets ontsnapt.
een barbecue op het strand is altijd een succes

op het rooster is de offerande 
hard en zwaar en heet aan je vingers, 
de breinaald peilt en prikt, je liet mij rijgen
aan een spit, je haalde draden aan en bond

mijn hals toe en mijn anus. nu kan je pronken. mijn vel
is goud en knisperig,  voorwerp van bewondering. 
in mijn leegte kookt verlangen vet, in mijn navel
pruttelt het. verheerlijking.

voor ieder wat. alleen dat ene deel, dat wil je niet.

een meeuw spreidt hoog zijn wieken uit
en krijst: één is het ware, het weten
dat alles alles met eenvoud bestiert
.


dv 2018 – ‘inept for writing: z” – ink/bister -A4

61 fragmenten


  1. de vlammen in je handen verslinden de geschenken
  2. elke vooruitgang is een degradatie van het Rot
  3. de letters dansen een mazurka
  4. de herhaling herhaalt alleen zichzelf.
  5. het wordt hem oker voor de ogen
  6. eerste links, tweede rechts en dan een kuiltje graven
  7. er komt paarse damp uit de hamvraag
  8. een geruststellende nederlaag met het oor op de grond
  9. zij wil dat het toeval een geleedpotige is
  10. het begin is nog niet in zicht
  11. het vermoeden versterkt de zekerheid, zonder dewelke er geen vermoeden zou zijn  geweest
  12. Hooft was een pottenbakker
  13. de gewassen groeien beter op het kerkhof
  14. de zon heeft een grotere harde schijf
  15. als je bij volle maan tegen een muur plast, maak je de maan blij
  16. vernietigingswapens spreken zichzelf tegen
  17. je kan geen twee keer in dezelfde hondenpoep stappen
  18. er hangt iets aan je onderbuik, maar als je kijkt is het weg
  19. als ik mijn nachtlamp doof, is het buiten donker
  20. de vervanger vervangt eerst zichzelf en dan pas de andere
  21. de boel staat op stelten, we kunnen er niet meer aan
  22. ik ging buiten
  23. nooit leefde er ergens een zanger zonder deze haast
  24. we moeten sterven om te kunnen leven en we maken kinderen om te kunnen sterven
  25. snel, het einde is net vertrokken
  26. het is voor dichters niet zo goed om gelezen te worden
  27. de avond stijgt uit de verzuchtingen van een cactus
  28. warme chocomelk met honing is beter dan koude
  29. zij die blind geboren worden begrijpen beter wat begrijpen is
  30. schenk me je hart en je krijgt mijn tanden
  31. de taal is een luchtballon zonder zandzakjes
  32. de zon brandt het felst in een diamant
  33. het kleine maakt het grote kleiner dan zichzelf en grijpt dan naar het immense
  34. de vogels vertalen ons gebazel voor de wind en de zon
  35. twee plus drie is twee plus drie
  36. het gebeuren is  voortgang van energie met de tijd als dissipatief vermogen
  37. de zang vernietigt het denken, de lichamen draaien als door zichzelf bekeken
  38. de herhaling herhaalt enkel zichzelf
  39. de muziek verzet zich tegen de stilte die ze zelf creëert
  40. de regen valt en valt niet
  41. voor elke levende zijn er evenveel doden als er levenden zijn
  42. de adem [is zichtbaar] in koude, de geest in het vuur
  43. de vrouw vrijt met de man in zich, de man met de vrouw, tot ze één worden in het niets
  44. sinaasappelen zijn het enige fruit [ het andere is afgeleid of cake]
  45. zuiverheid is de stilte van het oog, stilte de focus van het oor, lucht het water van de neus, water de smaak van de dood
  46. van alle woorden is het licht wellicht het snelste
  47. lopend ken je de vermoeidheid, rustend het lopen
  48. als de verhalen beginnen te stinken, moet je de stofzuigerzak verversen
  49. als je een kokosnoot wil verklaren, moet je hem doormidden hakken
  50. we zien wat we willen zien, maar willen niet wat we zien. we willen wat we zien, maar zien niet wat we willen.
  51. je moet er in roeren,  anders proef je de honing niet
  52. de herhaling herhaalt alleen zichzelf.
  53. als je de drek niet ruiken kan, ontgaat je ook de geur van de fajalobi
  54. een boom is een boom als een boom een boom wordt (en niet een badeend). Vervolgens wordt de boom een boom. Daphne & Apollo zijn in afwachting alvast maar getrouwd, gescheiden en hebben volgens de media nog steeds een ‘intieme relatie’
  55. als je meegaat, ben je meegaand; als je niet meegaat, ben je tendentieus
  56. zij die het geluk zoeken kennen het meeste spreuken over het geluk
  57. vrouwen moet je ruiken, mannen proeven
  58. het heelal deint uit tot het ontploft
  59. een steen moet geen seconde nadenken om de wijsheid te bereiken
  60. gewassen groeien beter op een kerkhof
  61. gouden bloemen bloeien waar het grootse faalt


dv 2018 – ‘inept for writing: y” – ink/bister -A4

22B25


van de instortende gangen. een rookpluim siert
de heuvel (het gevederde hoofd), dwarsbalken
branden, een hand tekent een M in het roet 
en valt stil. ‘kom, de zee wacht op ons.’

(de nacht deint op de nachten in haar ogen, er
zitten vele werelden in, haar  ranke lichaam is
een doorsnede, kaart van het Al, versie 2).

slaat over in brullen, schreeuwen, snikken. pal
boven zijn hoofd, op het einde van de hellende
straat, staat de maan, schildert hem af, zwart
op de keien, hobbelende  neergang, een duwtje

volstond. briefjes van 50 wapperen weg.  de kraaien.
dode arbeid, de geur van urine. hoe grootser nu
je sterven, hoe groter toen je aandeel was.
 de tijd

is de eenheid van plaats en handeling, meet het
onvermogen. haar vuur brandt in je vingers.


dv 2018 – ‘inept for writing: x” – ink/bister -A4

alleen


ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben
alleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleen
ikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikbenalleenikben


dv 2018 – ‘inept for writing: u’ – ink/bister -A4

22B99


pfiee-ie-ie-ieuw 
pfiee-ie-ie-ieuw

je ziet een vogel falen die de luchten scheiden wou.
je ogen zijn te traag, op het beeld gaat het sneller. 
de soep staat te dampen op de tafel, de eters
lachen maar er is geen stoel voor jou.
de klinkers u en a verdunnen tot o en au.
de k en de m verbinden zich tot kom
en kam nu eens je haar.  onechte echo draait
de woorden weg en uit elkaar. er is brand.
je stampt de deuren in van brandende huizen.
je spuit de nacht vol met bloed en donkergele gal.

je ziet er niet uit. je zegt ‘verontschuldig mij’.
je buigt voorover, dichter bij de tekst.
je grijpt de lezer bij de haren, drukt
haar met de neus op het scherm.
je sist haar toe: zonder de  zon
is het ook voor alle andere sterren  nacht.

pfiee-ie-ie-ieuw 
pfiee-ie-ie-ieuw


[deze tekst maakt deel uit van het NKdeE Heraclitusprogramma: ‘Heraclitus lezen’ (1999-heden)]


dv 2018 – ‘inept for writing: s’ – ink/bister -A4