croisade


“mon espérance est de non espérer”
Maurice Scève, Délie LXX

punt. point. de lijn wil niet van haar rechthoek wijken.
de bepaaldheid der dingen lost op (dissolves) in de
bepaaldheid der dingen. rook cirkelt weg (swerves)
in kringen van rook. adem raakt adem. maden

vreten uit het rot de stank van de o. eau de
ma vie. alcools célestes dont les  a’s se mêlent
dans une tourbillonnement qui m’ étouffe. jambes
croisées. rien que mon désespoir qui rage en toi.

pas de lyrique. het stroopvel van het genot geniet na
van de zon. de zon droogt de huid uit tot stof. glans.
a hard rain valt als voorspeld, zero visibility. aarde is stront.

lief is wat jij hebben wil en jouw houden van is een hoeve.
bokken balken maar klank en stank staan af. fermette. vlug,
knip: dat schedelstukje had nog een pluk haar. kruin. vlak.

inputtekst: 14/5/2009, zie aldaar

croisade.jpg
dv 2018 – “croisade” -photoshop-pastel
Advertenties

deuk


de dreun. het zwart deint uit in het lege. j’ai tellement faim.
je hebt het uitgedoofd, het vuur geroofd en het is blij
dat alles weg is en gedaan. het maakt cirkels als een zwerm
van zwart verdriet. het klaagt niet.  niemand ontlokt het nog

een lied. werktuigmatig schrijft het al het schone, ware
van zich af. bek. bouche. blauw. af. samen daar staan klaar
als twee stalen taal wat er was. ledig, want jij droomt het uit,
moordt ten volle. een monsterlijk geluid. het mist jouw vingers

op een huid. jouw armen voegen zich bij armen die er niet meer zijn.
jouw vingers krinkelen in vingers die er niet meer zijn. jouw
hoofd rust op een kussen dat er niet meer is. jouw hand

verdwaalt in handen ver van hier. het sluit niet. alles is zo rauw,
zo open. niets is het niets, datum dat het is. laat het. het expireert.
in het gat van de honger hongert de honger enkel nog naar honger.

inputtekst 11/05/2009, zie aldaar

zelf
dv 2018 – “deuk” – crayon, potlood, pastel – A5

niet nu


jouw handen helaas kon ik niet achterlaten. jouw vingers
strelen mij de nek als burundese regen en uit mijn droom
trekken ze meedogenloos de stoppen op ’t verlangen.
herinnering gutst dan in vlagen uit mijn beven. wenend

word ik wakker en ik ween omdat ik wakker word. krekels
zetten vogels naast de schoten in de verte en van de moskee
zet in een klagerige gebedenzang. zij snoeren tanganika vast
en willen van de wereld net als jij het einde zien en daarna pas

de tijden tot een plaats vervoegen waar het goede goed en het
kwade kwaad mag zijn. maar niets daarvan bestaat. de wereld
draagt ons in een diep geborgen bel en in het wiebelende vel

daarvan zien wij enkel onze eigen hel. het schone spiegelt
zich alleen in ogen van hen die in elkaar het schone zien.
wat is er hier toch dat ik ons van daar tot hier verjaagde?

dv, Bujumbura, Burundi 24/04/2009 @6:33

nietNu
dv 2018 – “niet nu” – pastel & photoshop

breugel in burundi


iedereen weet alles.  onherroepelijk echter verglijdt
alles naar  de fictie van fotonen in de tijd. plaats is er
te over voor belevenis en avontuur.  vast, de zon breekt
door de wolken, een druppel valt. plots misschien schuif

ik mijn leegte om tot gele koorts, aids, malaria. het ene
oog van hem is er uit. het andere is stuk. de jongere leidt
de oude door de straat in bujumbura. zijn stok rust met
liefde maar vol van eigen leed op de jonge schouders. zoon.

zon. de link is er. we hebben een besluit. we voeren
ons geluk in pakjes minute soup naar het zwoele arme
zuiden uit. ik zeg dit. jij dat. daarover. hierover. wij

weten alles. onnaspeurbaar zwart verglijdt het geld
als aflaat voor het gebrek aan geweten naar nergens.
hoezo? me tarzan. you jane. you niggers shut the f*ck up.

dv, Bujumbura, Burundi – 21/04/2009

breugelblind
dv 2018 – 

elke geboorte is de maatstaf van het onbestaande


wat verbogen is, verbuigt de dingen naar hun ondergang.
wie gedwee buigt, verandert elke heerser in een streep.
bloed wolkt door witte lakenstof. schittering ontstaat
aan de randen van de voortschrijdende randen. de zon

is  zoenende lippen en jouw tong de maan. met sintels
in het doek wikkel ik je in en uit je ingesnoerde lijf komt
geen druppel meer. je bent nu lichter dan de leegte in
de bewegingsloze ruimte in het doorschijnende cocon.

het genstert en een vlam laait op. je dwarrelt schilferig
neer en zwart. je bent nu dunner dan het dunste haar
en de wind wakkert het niets in je aan. ik zweer je af:
‘jij hebt in ons, in hen, in mij nooit echt als mens bestaan.’

fout. ik. jij: er treedt in het bewegen nu fatale deining op.
jij maakt je op, ik maak mij af. een tong likt slijmen schoon.

Burundese droom  20/04/2009

cocon
dv 2018 – “cocon” – digitally altered drawing

drieslinter blues


de regen valt al dagenlang
de nachten duren veel te lang
mijn vrienden waren vrienden
tot hun vrienden mij vermeden
mijn lief is onvergetelijk
en jarenlang geleden

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd
omdat ik sterven mag

ik buig het hoofd
voor stormen die de mens de mens aandoet
ik buig het hoofd
voor dwaasheid die zichzelf vereert
ik buig het hoofd
omdat wat bloeide ooit
in nijd en waan ten onder gaat
ik buig het hoofd
omdat eerst de stront, de zeik
en dan de zee door alle huizen hier
zal stromen straks

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd

maar niet voor u
en ook niet nu

 

never_enoughIII
dv 2018 – “Never Enough III” – bister, crayon and chalk on paper

 

 

Uit het Booischotse Liedboek (2037)


Lierke Plezierke

 

Zij:

krullengras, krullengras
pikken pakken plukken plakken
dikke plokken in de prullenmand
pluk nog maar een volle hand

straks op weg van huis naar Lier
alleen mijn lief geeft mij plezier

 

Hij:

fietsen fietsen langs ’t kanaal
elke kilometer telt de paal
harder duwen rapper trappen
dieper hijgen adem happen

’t is van Booischot nog zo verre
maar in Lier daar staat mijn Sterre

 

 

fietselieren