niet nu


jouw handen helaas draag ik overal nog mee. jouw vingers
strelen mij de nek als burundese regen en uit mijn droom
trekken ze meedogenloos de stoppen van het verlangen.
herinnering stroomt dan in vlagen uit mijn beven. wenend

word ik wakker en ik ween omdat ik wakker word. krekels
zetten vogels naast de schoten in de verte en van de moskee
zet in een klagerige gebedenzang. zij snoeren tanganika vast
en willen van de wereld net als jij het einde zien en daarna pas

de tijden tot een plaats vervoegen waar het goede goed en het
kwade kwaad mag zijn. maar niets daarvan bestaat. de wereld
draagt ons in een diep geborgen bel en in het wiebelende

omspansel daarvan zien wij enkel onze eigen hel. het schone
spiegelt zich in de ogen van hen die in de ogen stonden toen die
nog keken naar het schone dat wij in elkander zagen. nu dus niet.

 

dv, Bujumbura, Burundi 24/04/2009 @6:33 rev. 19/09/2018

 

 

 

 

nietNu
dv 2018 – “niet nu” – pastel & photoshop

 

Advertenties

breugel in burundi


iedereen weet alles.  onherroepelijk echter verglijdt
alles naar  de nare deeltjes van de tijd. plaats is er
te over voor belevenis en avontuur.  de zon breekt
door de wolken, een druppel valt. plots misschien schuif

ik mijn leegte om tot gele koorts, aids, malaria. het ene
oog van hem is uit. het andere is stuk. de jongere leidt
de oude de straat in  bujumbura uit. zijn stok rust met
liefde vol van eigen leed op de jonge schouders. zoon.

zon. de link is er. we hebben een besluit. we voeren
het geluk in pakjes minute soup naar het zwoele arme
zuiden uit. ik zeg dit. jij dat. daarover. hierover. wij

weten alles. onnaspeurbaar zwart verglijdt  het geld
als aflaat voor het gebrek aan geweten naar nergens.
hoezo? me tarzan. you jane. you niggers shut the f*ck up.

dv, Bujumbura, Burundi – 21/04/2009 @23:42 rev. 16/09/2018

 

 

breugelblind
dv 2018 – 

elke geboorte is de maatstaf van het onbestaande


wat verbogen is, verbuigt de dingen naar hun ondergang.
wie gedwee buigt, verandert elke heerser in een streep.
bloed wolkt door witte lakenstof. schittering ontstaat
aan de randen van de voortschrijdende randen. de zon

is  zoenende lippen en jouw tong is de maan. met sintels
in het doek wikkel ik je in en uit je ingesnoerde lijf komt
geen druppel meer. je bent nu lichter dan de leegte in de
leeggezogen ruimte binnenin een flinterdun cocon.

het genstert en een vlam slaat in. je dwarrelt schilferig
neer en zwart. je bent nu dunner dan het dunste haar
en de wind wakkert het niets in je aan. ik zweer je af:
‘jij hebt in ons, in hen, in mij nooit echt als mens bestaan.’

mis. ik. jij: er treedt in de beweging een dodelijke deining op.
jij maakt je op, ik maak mij af. een tong likt het slijmvlies af.

 

Burundese droom  20/04/2009 – rev. 14/09/2018

 

 

 

cocon
dv 2018 – “cocon” – digitally altered drawing

drieslinter blues


de regen valt al dagenlang
de nachten duren veel te lang
mijn vrienden waren vrienden
tot hun vrienden mij vermeden
mijn lief is onvergetelijk
en jarenlang geleden

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd
omdat ik sterven mag

ik buig het hoofd
voor stormen die de mens de mens aandoet
ik buig het hoofd
voor dwaasheid die zichzelf vereert
ik buig het hoofd
omdat wat bloeide ooit
in nijd en waan ten onder gaat
ik buig het hoofd
omdat eerst de stront, de zeik
en dan de zee door alle huizen hier
zal stromen straks

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd

maar niet voor u
en ook niet nu

 

never_enoughIII
dv 2018 – “Never Enough III” – bister, crayon and chalk on paper

 

 

Uit het Booischotse Liedboek (2037)


Lierke Plezierke

 

Zij:

krullengras, krullengras
pikken pakken plukken plakken
dikke plokken in de prullenmand
pluk nog maar een volle hand

straks op weg van huis naar Lier
alleen mijn lief geeft mij plezier

 

Hij:

fietsen fietsen langs ’t kanaal
elke kilometer telt de paal
harder duwen rapper trappen
dieper hijgen adem happen

’t is van Booischot nog zo verre
maar in Lier daar staat mijn Sterre

 

 

fietselieren

uit het Booischotse Liedboek (2037)


in ’t donker dal
het licht valt diep
door ’t bladerdek

de witte vogel fladdert weg

de gorzen en de rallen
en de schrille karekieten
zingen bij de  rotte stam

in ’t donker dal
het licht valt diep
door ’t bladerdek

wij zwoegen hier en zingen
zweten bij de rotte stam
wij zwoegen hier en zingen luid:

op schorsen slaan en stengels splijten
niemand heeft een beter kleed
alle naden soepel slijten
niemand heeft een beter kleed

witte vogel, witte vogel
vlieg en zoek mijn Minnelief
zeg haar dat ik bij haar kom

op schorsen slaan en stengels splijten
niemand heeft een beter kleed
alle naden soepel slijten
niemand heeft een beter kleed

in ’t donker dal
het licht valt diep
door ’t bladerdek

de witte vogel fladdert weg

 

suicidaalPrentje
dv 2018 – “suicidaal prentje dat zich misbruikt voelt als lokmiddel bij oubollige liedjes uit een niet eens zo verre toekomst”

makkelijk


jouw ogen heb ik in mijn linkerhand jouw adem
ruikt naar mij jouw lichaam trilt in een vreemd
oorzakelijk verband jouw lach is diep jouw haren
wild en weemoed zwemt in jouw strelende handen.

ik ben geen ik, er is geen reden tot paniek. ik knik
beleefd en samen vreten wij elkander kaal de lente
heeft jouw tepels naar mijn hand gezet en wat je zei
daar roert mij met mijn hemelrijk ten gronde. ik zeg

je bent zo mooi je maakt het mij zo makkelijk , ik hoef
maar jij te zeggen en jouw ziel zit eeuwig vast in mij.
spartel maar en klik mij uit en weg en lang voorbij: eens
je hier bent raak je uit mijn woorden nooit meer vrij.

 

 

wegweg
dv 2018 – “weg” -crayon –