croisade


“mon espérance est de non espérer”
Maurice Scève, Délie LXX

punt. point. de lijn wil niet van haar rechthoek wijken.
de bepaaldheid der dingen lost op (dissolves) in de
bepaaldheid der dingen. rook cirkelt weg (swerves)
in kringen van rook. adem raakt adem. maden

vreten uit het rot de stank van de o. eau de
ma vie. alcools célestes dont les  a’s se mêlent
dans une tourbillonnement qui m’ étouffe. jambes
croisées. rien que mon désespoir qui rage en toi.

pas de lyrique; het stroopvel van het genot geniet na
van de zon. de zon droogt de huid uit tot stof. glans.
a hard rain will wipe us out. zero visibility. aardvacht.

zien doen we slechts wat je hebben wil en jouw houden
van is een hoeve. bokken balken maar de klank staat af.
fermette. dat schedelstukje heeft nog een pluk haar. kruin.

 

14/5/2009  rev. 1/10/2018

 

croisade.jpg
dv 2018 – “croisade” -photoshop-pastel
Advertenties

deuk


de dreun. het zwart deint uit in mij. j’ai tellement faim.
je hebt mij uitgedoofd, het vuur geroofd en ik ben blij
dat alles weg is en gedaan. ik maak cirkels als een zwerm
van zwart verdriet. ik klaag niet.  niemand ontlokt mij nog

een lied. werktuigmatig schrijf ik al het schone, ware
van mij af. bek. bouche. blauw. af. samen daar staan klaar
als twee stalen taal wat wij waren. ledig, want gij droomt mij uit,
moordt ten volle. een monsterlijk geluid. ik mis jouw vingers

op mijn huid. jouw armen voegen zich bij armen die er niet meer zijn.
jouw vingers krinkelen in vingers die er niet meer zijn. jouw
hoofd rust op mijn kussen dat er niet meer is. jouw hand

verdwaalt in handen ver van mij. ik sluit niet. alles is zo rauw,
zo open. niets is als het niets dat er nu is.  laat mij. ik ben te stuk
om jouw geluk te laten rijmen op de deuk in mij. ki, kaduuk.

11/05/2009 – rev. 1-10-2018

 

zelf
dv 2018 – “deuk” – crayon, potlood, pastel – A5

 

 

 

 

niet nu


jouw handen helaas draag ik overal nog mee. jouw vingers
strelen mij de nek als burundese regen en uit mijn droom
trekken ze meedogenloos de stoppen van het verlangen.
herinnering stroomt dan in vlagen uit mijn beven. wenend

word ik wakker en ik ween omdat ik wakker word. krekels
zetten vogels naast de schoten in de verte en van de moskee
zet in een klagerige gebedenzang. zij snoeren tanganika vast
en willen van de wereld net als jij het einde zien en daarna pas

de tijden tot een plaats vervoegen waar het goede goed en het
kwade kwaad mag zijn. maar niets daarvan bestaat. de wereld
draagt ons in een diep geborgen bel en in het wiebelende

omspansel daarvan zien wij enkel onze eigen hel. het schone
spiegelt zich in de ogen van hen die in de ogen stonden toen die
nog keken naar het schone dat wij in elkander zagen. nu dus niet.

 

dv, Bujumbura, Burundi 24/04/2009 @6:33 rev. 19/09/2018

 

 

 

 

nietNu
dv 2018 – “niet nu” – pastel & photoshop

 

breugel in burundi


iedereen weet alles.  onherroepelijk echter verglijdt
alles naar  de nare deeltjes van de tijd. plaats is er
te over voor belevenis en avontuur.  de zon breekt
door de wolken, een druppel valt. plots misschien schuif

ik mijn leegte om tot gele koorts, aids, malaria. het ene
oog van hem is uit. het andere is stuk. de jongere leidt
de oude de straat in  bujumbura uit. zijn stok rust met
liefde vol van eigen leed op de jonge schouders. zoon.

zon. de link is er. we hebben een besluit. we voeren
het geluk in pakjes minute soup naar het zwoele arme
zuiden uit. ik zeg dit. jij dat. daarover. hierover. wij

weten alles. onnaspeurbaar zwart verglijdt  het geld
als aflaat voor het gebrek aan geweten naar nergens.
hoezo? me tarzan. you jane. you niggers shut the f*ck up.

dv, Bujumbura, Burundi – 21/04/2009 @23:42 rev. 16/09/2018

 

 

breugelblind
dv 2018 – 

elke geboorte is de maatstaf van het onbestaande


wat verbogen is, verbuigt de dingen naar hun ondergang.
wie gedwee buigt, verandert elke heerser in een streep.
bloed wolkt door witte lakenstof. schittering ontstaat
aan de randen van de voortschrijdende randen. de zon

is  zoenende lippen en jouw tong is de maan. met sintels
in het doek wikkel ik je in en uit je ingesnoerde lijf komt
geen druppel meer. je bent nu lichter dan de leegte in de
leeggezogen ruimte binnenin een flinterdun cocon.

het genstert en een vlam slaat in. je dwarrelt schilferig
neer en zwart. je bent nu dunner dan het dunste haar
en de wind wakkert het niets in je aan. ik zweer je af:
‘jij hebt in ons, in hen, in mij nooit echt als mens bestaan.’

mis. ik. jij: er treedt in de beweging een dodelijke deining op.
jij maakt je op, ik maak mij af. een tong likt het slijmvlies af.

 

Burundese droom  20/04/2009 – rev. 14/09/2018

 

 

 

cocon
dv 2018 – “cocon” – digitally altered drawing

drieslinter blues


de regen valt al dagenlang
de nachten duren veel te lang
mijn vrienden waren vrienden
tot hun vrienden mij vermeden
mijn lief is onvergetelijk
en jarenlang geleden

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd
omdat ik sterven mag

ik buig het hoofd
voor stormen die de mens de mens aandoet
ik buig het hoofd
voor dwaasheid die zichzelf vereert
ik buig het hoofd
omdat wat bloeide ooit
in nijd en waan ten onder gaat
ik buig het hoofd
omdat eerst de stront, de zeik
en dan de zee door alle huizen hier
zal stromen straks

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd

maar niet voor u
en ook niet nu

 

never_enoughIII
dv 2018 – “Never Enough III” – bister, crayon and chalk on paper

 

 

Uit het Booischotse Liedboek (2037)


Lierke Plezierke

 

Zij:

krullengras, krullengras
pikken pakken plukken plakken
dikke plokken in de prullenmand
pluk nog maar een volle hand

straks op weg van huis naar Lier
alleen mijn lief geeft mij plezier

 

Hij:

fietsen fietsen langs ’t kanaal
elke kilometer telt de paal
harder duwen rapper trappen
dieper hijgen adem happen

’t is van Booischot nog zo verre
maar in Lier daar staat mijn Sterre

 

 

fietselieren