per Spective

listen to RADIO KLEBNIKOV’s reading of Olchar E. Lindsann’s “per Spective“:

the text by Olchar E. Lindsann:

per Spective

~~@~~~~~~~~~~~~~~~~~~

“hen spirits turn themselves
away they become invisible but the hells
are not seen be”
– Swedenborg, Heaven and Hell

~~~~

“joyments of Genius, which to Angels
look like torment and insanity, I coll”
– Blake, The Marriage of Heaven and Hell

~~@~~~~~~~~~~~~~~~~~~

specula utopium:
spirintversion turneth versus
corneal empathy gauze, re-
turns to distal in the moongloam: verses
in jambment of the pneuma gleam: o
sulphur smear of breath fume glass
spear it help as monitor
sight of de, molition psyche ,Dis
solution pit, pan-
opticon upon
it featherstorm in swivels drill
subjective retina ô collander of angels
flameblood cataract honey beam stigmatatism
vertiginous plasm callibrator, up
ward tumblers, worm-
holes trembling divinely, limb
from ape torn limb purse, pective
brain bath vegetative
ô memorable fumage choir, arck of
texture of refractive optic sin:
brief-gleam in the
devileye

heibel in de Coronatiestraat

Integrale Uitzending van Radio Klebnikov op Radio Scorpio van 07/03//2020. beluister ze hier in haar volledigheid:

tracklist:

#20

van de RADIO KLEBNIKOV WEEKBLADEN bevat teksten van Adriaan Krabbendam, Astrid van Rijn, Bernard Réquichot, Bert Schierbeek, Dirk Vekemans, Eva Cox, Lanny Quarles en Olchar E. Lindsann.

daarnaast bevatten deze WEEKBLADEN ook nog volgend uiterst besmettelijk communiqué van de Neue Kathedrale des erotische Elends:

over de Vrije Lyriek

de leesbare uitdrukking van een gevoel is een absurditeit: een gebaar kan een gevoel uitdrukken wanneer het gevoel erin gebeurt.
woorden kunnen hooguit gedachten weergeven die het gevoel heeft teweeggebracht, doen gebeuren.

verbale expressie is een historische deterioratie van de schreeuw, een verregaande verrotting van het vocale gebaar van onmacht, woede en frustratie.een vreugdekreet heeft geen verklaring nodig, geen verdere verbalisering.

daarom gebeurt de vrije lyriek ook nooit in de woorden, in hun betekenissen maar erlangs, ervan weg, er tussendoor. de Stem zingt tussen de woorden, weg van het Rot.

lyriek strandt in de woorden, verkalkt er tot schelpjes, met enkel een spoor van de Stem erin. lyriek lezen, stilletjes in je hoekje is onvoldoende om de vrije lyriek geheel tot leven te wekken. het heeft je adem nodig, het wil klinken zoals je adem, zoals dat waar je leven van afhangt.

je hoeft het niet te zingen als een diva, lyriek mag je stamelen, je mag stotteren, lispelen, kraken, kakelen, schreeuwen, fluisteren, kuchen, schuren, schrapen, horten, je verslikken, je vergissen en vloeken en haperen en wenen.

het is ook jouw leven, overigens, het leven van de lyriek: als je het hoort herken je het vast. tot in de diepste treurnis, de goorste ellende zingt het glashelder de onbereikbare toon van jouw onverwoordbaar, onverwoestbaar geluk.

de vrije lyriek heeft de woorden immers enkel nodig omdat jij die nou eenmaal nodig hebt.

NKdeE 5/03/2020

RADIO KLEBNIKOV 22/02/20

gearchiveerde uitzending op mixcloud:

tracklist:

bijhorende WEEKBLADEN*:

*de “WEEKBLADEN” is een afdrukbaar pdf-bestand met een deel van de voorgedragen teksten

EPILOOG

(vier stemmen in canon)

ik wil vrij zijn ik wil mij zijn
ik wil meer zijn ik wil blij zijn
ik wil ook niet meer alleen zijn

ik moet vrij zijn ik moet mij zijn
ik moet meer zijn ik moet blij zijn
ik mag ook niet meer alleen zijn

ik wou vrij zijn ik wou mij zijn
ik wou meer zijn ik wou blij zijn
ik wou ook niet meer alleen zijn

wil ik vrij zijn? wil ik mij zijn?
wil ik meer zijn? wil ik blij zijn?
waarom moest ik ook weer hier zijn?

RADIO KLEBNIKOV 22/02/2020 @19u58

leesverslag

// al te voorbarig leesverslag van dit boek met een uitvoerige statusupdate van de Kathedraal als introductie en dan teleurstellend weinig verslag

Google books: https://g.co/kgs/sKezKs

(wat voorafging)


de primaire gedachtebeweging die ten grondslag ligt aan elk ‘essentialisme’, de harde kern van elke ontologie is een denkfout. de NKdeE benoemt deze denkfout als de Zaak van de Noodzakelijke Oorzaak.
Het betreft een meer radicale versie van de ‘fallacy of misplaced concreteness’ in Whitehead’s Process & Reality) en ze kan ong. zo verwoord worden:

‘het benoemde moet iets zijn, dus het is iets’ terwijl er enkel een benoemen gebeurt/gebeurde dat vervolgens om een ‘zijn’ lijkt te vragen – het Zijn wordt telkens opnieuw uitgevonden, simultaan met het Niets waarna het Zijn van het benoemde Ding de echtheid van het gebeuren ervan usurpeert en straal ontkent: het mag niet meer gebeuren want het is (wat het is).

enkele opmerkingen:

  • hoewel er van het het Zijn ook al sporen zijn terug te vinden in de Oosterse Oudheid, kan de origine van de gedachtebeweging chronologisch waarschijnlijk best ergens in de buurt van Parmenides gesitueerd worden, hoewel deze datering onbewijsbaar is.
  • het ontstaan van de Zijnsfictie is in ieder geval minstens ten dele te danken aan de (her)uitvinding van het schrift en de daarmee gepaard gaande mogelijkheid tot kwantificering van de gecodeerde taal middels de Arabisch-Grieks-Romeinse schriftsystemen. in het schrift vind het Zijn immers zijn noodzakelijke materiële grond, enkel in het schrift, de Schrift , kan het Zijn en het Woord op een verifieerbare manier bij God gelegd worden
  • de informatietechnologie van heden is in die zin een rechtstreekse uitloper van de aloude taaltechniek van het schrift dat via het juridisch taalgebruik (een ‘ding’ is vooreerst en ook etymologisch een rechtsgeding, een verdict, een ‘case’) viraal tot in de meest intieme menselijke interacties is doorgedrongen.
  • het Zijn is later via Plato, Aristoteles en via de Arabische ommegang daarvan de basis geworden voor het discours van het monotheisme dat het aldus uitgevonden Zijn met een patriarchale God identificeerde en zo kon instellen als Orde van het Woord (cfr Foucault)
  • sinds Nietzsche (en Freud wiens ontdekking van de onderbewuste sturing van de hoger cognitieve functies door Derrida in de filosofie als fataal virus is binnengebracht) zitten we opgezadeld met het lijk van deze God, een bijzonder geurig Onding dat ook de ‘auteur’ mee in zijn val sleepte en tot een ondode maakte, een niet-levensvatbare invulling van de nabestaande auteursfunctie die vervolgens ten prooi viel aan louter commerciële exploitatie.
  • tot op heden is het ‘Westen’ er, mede door toedoen van de instorting van de moorddadig koloniale basis van onze weelde, niet in geslaagd een afdoend antwoord te formuleren op het overlijden van elke vorm van gefundeerde autoriteit en dat is er met het fiasco van de twee Wereldoorlogen niet bepaald beter op geworden.
  • elke vernieuwde opleving van de oude patriarchale pikorde is moorddadiger dan de vorige (heden is dat de versmelting van het neo-liberalisme met populistisch rechts in een min of meer gefatsoeneerde versie van het fascisme: de slachtoffers vallen quasi-onzichtbaar aan de andere zijde van het zelf-ingerichte strafkamp waarvan wij zelf de bewakers zijn. in het kamp zelf gaat de ‘uitverkoren’ bevolking ten onder aan de eigen nijd)
  • we nemen het woord ‘pikorde’ best letterlijk want het Zijn is in elk opzicht (ook in de Christelijke mystiek) identiek met het bereiken van het orgasme maar dan uitsluitend (behalve in de Christelijke mystiek) via gewelddadige penetratie en onderwerping van het vrouwelijke, een kortsluiting van de rede in de militaristische sluitsteen, het syllogisme van de dood: kill or be killed, fuck or be fucked
  • de Chinese cultuur blijkt veel ‘Zijnsresistenter’ en ondervindt dan ook nauwelijks hinder van onze euh gênante geuroverlast en pijnlijke ideologische leegloop, waardoor wat er nog rest van de Westerse hegemonie op de planeet smelt in een tempo dat enkel het pakijs aan de polen kan evenaren…
  • de NKdeE poneert dat het gezonder (want conform het echte gebeuren en in strijd met de fictie van het Zijn) zou zijn om niet de oude Zijnsorde van de (darwinistische) evolutie naar het hogere, het vooruitgangsoptimisme en de eeuwige groei als basis voor ons denken te nemen, maar wel de realiteit van de voortdurende ‘devolutie’ van de kosmos onder ogen te zien, het Kosmisch Rot dat vanuit de fysische realiteit van de entropie rechtstreeks te vertalen valt in de continue degeneratie van wat wij ‘leven’ noemen.
    in deze Neo-Kathedraalse optiek is de mens een viraal overgangsstadium, een degeneratie van het dierlijke naar het sensibel-machinale. het effect van de ‘humaniteit’ lijkt congruent met het uitdoven van de Zijnsinfectie echter ewa uitgewerkt zoals een bruistablet in een glas water, met een beetje lichtjes misselijk makend doorzichtig vocht als eindresultaat. het eindigt niet met een ‘whimper’ maar met enkele braakspasmen in een zichzelf overbodig makende planetaire infestatie.
  • men hoeft daarbij echter niet te panikeren: hoe erg de situatie ook lijkt, in de natuur kan alles altijd erger. heil de natuurrrrrrr!
  • wij (Laiske, Anke en ik) van de Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende, beschouwen deze waarheden als evident ende vanzelfsprekend, elke discussie daarover is compleet zinloos, het spul bewijst zichzelf, elke dag erger en trouwens Anke wordt daar altijd vreselijk geil van als ik het haar begin uit te leggen, terwijl ze het mij nota bene zelf geleerd heeft, het kieken!

over de waanzin

 nu.

de Neue Kathedrale des erotischen Elends, mijn onderzoeksprogramma dat tot deze vaststellingen kwam, interesseert zich de laatste tijd klaarblijkelijk fel voor de nosografie omdat daar het ontologisch Rot lelijk toeslaat: ik ben als Kathedraalauteur in Voege, ‘Schizofrenie. Een filosofisch essay over waanzin’ van Paul Moyaert aan’t lezen, en de inleiding daarvan leest voor mij als een hachelijke helikoptervlucht boven de hete lava van het losgeslagen Zijn.

Moyaert is daarbij, zo lijkt mij voorlopig, een bijzonder bekwaam en meermaals gebreveteerd piloot, maar onderschat hij de brij onder hem niet een beetje? maar bon ik zit nog maar aan p. 38 dus ’t kan goed zijn dat we dat nooit gaan weten, want boeken uitlezen is zo verdomd lastig in deze interessante tijden, zeker voor een fel door muzen en ander ongedierte geplaagd dichtertje als ik

elkwegs: het Zijnsmaneuver dat we hierboven poogden te omschrijven is natuurlijk ook evident aanwezig in de beweging die mensen als een soort Eerste Oordeel onderverdeeld in de Gezonden en de Waanzinnigen, waarna het ontbreken van elke grond aan de benaming ‘gezond’ moet en zal worden ingevuld door een zo stringent mogelijke benoeming van de ‘waanzin’, waardoor de dichotomie een primair machtsinstrument kon/kan worden dat tot in den treure op de meest grof-humane wijze gebezigd is van Babylon tot Dachau. elk oordeel omtrent de waanzin functioneert louter als een veroordeling van de realiteit van de ander om het fictieve ik te legitimeren.

Moyaert (zo lijkt het, ik moet voorzichtig blijven) ontwijkt die discussie (niet evenwel zonder ze te duiden) door zijn kernvraag ‘wat is waanzin?’ niet t.o.v. de mentale gezondheid te stellen maar door de verklaring in de ‘interne dynamische samenhang’ (p.36) te willen gaan zoeken, waardoor er natuurlijk al ‘bestaan’ en ‘zijn’ van de waanzin aangenomen wordt :

“Waanzin (schizofrenie/paranoia) vertegenwoordigt een aparte werkelijkheid, een werkelijkheid met eigen dynamiek en problematiek” (p36-37)

hij pleit dan, (omdat die aparte werkelijkheid natuurlijk niet echt apart kan ‘zijn’) en dat vind ik dan, sorry è, bepaald koddig, voor een ‘immanente wezensanalyse’ van de waanzin waarvan hij in één zin het ‘wezen’ heeft geponeerd, bewezen en onmisbaar gemaakt.

deze gedachtebeweging zou zo uit Cuseaanse theologie kunnen komen waar de zinnen op identieke wijze stijf staan van het opgeklopte ‘esse’. God bestaat omdat god niet kan niet-bestaan want dan zou hij god niet zijn.
Het is natuurlijk de stokoude fallus die zichzelf enkel stijf en penetrerend en als agerend en vigerend Zijnde kan denken, en vooral niet responsief-clitoraal gebeurlijk.

de crisis van het post-modernisme blijkt zich thans te (gaan) herhalen in de van de filosofie afgescheiden psychologie met wat voorheen ondenkbaar leek: een nog meer immense explosie van geschriften waarin de waarheden zich sneller opvolgen dan hun schaduw. niets minder dan een volatiele publicatiediarree.

maar bon, ziet ge, ach toch, ik ken te weinig van die terminologie en van de geschiedenis ervan om dit punt elders dan hier (in de marge van de zijlijn van de marginaliteit van het braakland waarin elk intellectueel discours tegenwoordig vergeefs want ongelezen wordt gevoerd) te maken.

zo ik dat ‘elders’ al zou kunnen localiseren è, hihi, want hoe korter je bij elders komt hoe luider het advies ‘ga hiemee maar elders’ weerklinkt, dus je moet al wat expert in de negatieve theologie zijn om dat legendarische Oord van enig woord te kunnen voorzien…

en plus: ’t is weeral een eind na middernacht en ik had alleen vandaag verlof van mijn dagtaken in de Vrije Lyriek! sorry è.

Bommen komen altijd op hetzelfde neer

RADIO KLEBNIKOV SINGLE 2019 – #002
uit de uitzending van 28/12/2019 ‘de doden sterven niet’

tekst: Paul Snoek (De Zwarte Muze, Manteau, Brussel-A’pen- Den Haag 1967, p. 36)
muziek : Max Richter – On the Nature of Daylight (Entropy) – https://www.youtube.com/watch?v=b_YHE4Sx-08
voordracht: Dirk Vekemans
zangintro: Sylvia Wezemael
techniek en mixage: Zaahne Houbrechts

Boodschap – Paul Snoek

Niemand gelooft mij. Het is te eenvoudig.
Elke dag ik ontwaak uit mijn slaap, verdoofd
als na een explosie, met lood in de lippen,
met stof en drukwerk in mijn haar.

En het gaat verder en het blijft gevaarlijk.
Ik klauter nooit uit de kuil, doch bewonder
hemelwaarts het alledaagse landschap:
de blauwe lucht is blauw, zo blauw.

Ik maak het mij geriefelijk. Ik arbeid
en gooi wat aarde in de hoogte, zo maar.
En ganse dagen zing ik voor de vrede,
zo graaf ik mij dieper naar de bescherming.

Ik zing en graaf tot ik er moe en hees van word,
want wat je wil vergeten, moet je veel herhalen.
Zolang mij niemand hoort ben ik veilig.
(Bommen komen altijd op hetzelfde neer.)

RADIO KLEBNIKOV 30-11-2019

Beluister hier de integrale uitzending van RADIO KLEBNIKOV op Radio Scorpio van afgelopen zaterdag.

Met teksten van o.m. Adriaan Krabbendam, Astrid van Rijn, Lucebert, Kees Ouwens, Segher Diengodgaf, Ida Gerhardt, Anke Veld, Marije Langelaar en Gaston Burssens én een live-vertolking van een song van Geert Huybens door de man zelve.

Tracklist:

Een deel van de voorgedragen teksten vind je terug in de RADIO KLEBNIKOV WEEKBLADEN #9 – De Molman van Hackney: