Status van de Praktijk van de Vrije Lyriek


Echt aangenaam werk is dit niet, maar het is noodzakelijk: een blik op de Bezoekscijfers van dirkvekemans.com (vilt.wordpress.com), dit eigenste Orgaan van de Vrije Lyriek en daaraan gekoppeld, de status van de Praktijk van de Vrije Lyriek als onderdeel van het Neo-Kathedraalse Onderzoek.

Trek het u niet aan als ge daar niks van snapt nu, het wordt wel duidelijk verderop…

Eerst een hopelijk verduidelijkende ‘historische’ introductie voor niet-ingewijden (ik hoop toch dat het verduidelijkt want het was nogal pijnlijk om schrijven ook) , dan de uiterst summiere cijfers en de analyse van het Heden.

Misschien, als de Tijd dat vereist, later nog ‘s  wat een voorzichtige Prognoses en intentieverklaringen ofzo, maar tja wie heeft er nog Toekomst nodig è, ’t zal allemaal zo al wel rap genoeg komen…

Inleiding

(noot: ik heb in het onderstaande bewust geen links naar  aangehaalde werken of sites opgenomen, men kan die via Google wel min of meer terugvinden mocht men daar nood aan hebben)

Rond de eeuwwisseling stel ik (Dirk Vekemans °Lier, 1962) als zelfstandige IT-er vast dat ik het creatieve ‘prullen’ niet kan laten. Vooral de schrijverij maar ook het oneigenlijk gebruik van de software die ik dagelijks voor professionele doeleinden bezig en het tekenen en ‘kliederen’ houden mij soms meer bezig dan goed is voor de Gang van Zaken.

Ik kwam, wat het schrijven betreft, op dat moment al thuis van de spreekwoordelijke Kale Reis. Van de organisatie van een Leuven Per Vers in 1996 (een gebeuren rond ‘Poëzie, Protest en Performance’ waar op 1 dag op zes locaties in de Leuvense binnenstad  dingen rond die drie P’s gebeurden, het was een behoorlijk succes met meer dan 1000 bezoekers voor ‘poëzie’ in niet eens zo fel verruimde zin) hield ik vooral een niet zo fraai prentje over van de Literaire Wereld in de Lage Landen zoals hij was. En is, helaas. ik zag vooral ontzettend bezielde en gemotiveerde mensen kronkelen in een gedraineerde vijver van commerciële exploitatie. Hoe kleiner het vijvertje werd, hoe meer verbeten het gekronkel, hoe groter de stank van de verrotting. Ik las indertijd bv. de voortreffelijke analyse Whooosh van Dirk Van Bastelaere en kon niet begrijpen dat men van daaruit kon nalaten om conclusies te trekken. Ik was, in al mijn ontgoocheling, want het gezelschap van de Groten der Literatuur had mij in mijn jeugd van de absolute wanhoop gered, nog veel te naïef.

Soit, ik heb er sindsdien een punt van proberen maken om niet het negatieve te willen zien, niet de verrotting of de massale sterfte maar de nieuwe groei, het frêle vruchtbeginsel in de schaduw van de glorieuze Ruïne van de Letteren. Het blijft moeilijk, we doen ons best.

Het blijft moeilijk ook omdat ik weiger mee te doen aan enige vorm van polarisatie. Ik weiger mensen te bekritiseren zelfs maar, die ik zie meegezogen worden in een logica van exploitatie, rendabiliteit, het op puur ideologische wijze in stand houden van een fictieve schaarste, waandenkbeelden van concurrentie, creativiteit gespalkt als een dood vlindertje op het Productenprikbord, en vooral: de droeve noodwendigheden van het eigenbelang. Het is mij te triest, ik keer mij daarvan af, ik doe daar niet aan mee. Het is ongezond, ge wilt u daar niet mee inlaten. Ik zeg ook niet dat ‘mijn manier’ beter zou zijn, ik beweer niet een ‘alternatief’ te bieden, ik heb u, in één woord, niets, totaal niets te verkopen. Ik zwijg daar over, ik doe alleen verder, op mijn eigen, enge, besloten, afgekeerde manier. Ik doe het anders omdat het anders kan, zolang het anders kan. En omdat ik het gezonder vind, ik voel mij daar beter bij. C’ est tout.

Op |www.vilt.net| open ik, in 2000 denk ik, een website die gaat experimenteren met Nederlandstalige Literatuur op Internet. Aftasten wat de mogelijkheden zijn. Veel experimenten, o.a. een multimediaal stukje Hendrik Marsman, en op basis van een gedicht van Didi de Paris, in Flash (soft van Adobe, die toen nog van Macromedia was) geanimeerde tekst in de aard van de mooie dingen waar Tonnus Oosterhoff later mee zou schitteren.

Tof allemaal maar het voornaamste voordeel van de revolutie van het Internet lag wat mij betreft vooral in de opportuniteit voor het quasi kosteloos verspreiden van teksten.
Hoe zou je als auteur die nieuwe mogelijkheden kunnen gaan benutten? Kan je effectief online gaan schrijven? Terwijl ik langzaam ook in de wereld van de Net-Art (Rhizome) werd meegezogen, nam ik mij ook voor om te onderzoeken hoe je een Praktijk van Literatuurbeoefening zou kunnen uitbouwen op basis van de nieuwe mogelijkheden.

En, wonder boven wonder, toen was daar plots de explosie van de blogcultuur, ik hoefde niet langer op mijn eentje zitten prutsen met lauwe experimentjes op een in elkaar geknutselde website! Het kon! De lezers waren er plots massaal!

Op vilt.skynetblogs.be opende ik mijn eerste blog en voor ik het besefte draaide het bezoekerstellertje dol! Ik schrijf en word gelezen, meteen! Mijn lezers leven en reageren, het zijn mensen zoals u en ik, echt! Voorwaar een mirakel.

In de zwaar gesubsidieerde bladen van de Literatuur, ondertussen,  spreekt men over het Internet als de Goot van de Literatuur. Ik redeneer vanuit de hun toch min of meer vertrouwde logica van het Kapitaal en stel vast dat de materiële noodzaak van hun papieren medium (een hoopje marginaal verspreidde proppen en bundels door henzelf beschreven als Imperium) door de komst van het Internet als distributievorm dreigt weg te vallen, wegvalt, dat het maar een kwestie van tijd is, ik schrijf daarover, mijn lezers lezen het in hun, in onze  Goot van de Literatuur en samen met hen vraag  ik mij af  ‘who cares’?

En ik kwam tot de vaststelling dat ik het heel erg vond maar dat ik geen andere optie had, dat ik node alle voordelen van het reguliere publiceren zou moeten missen, de correctoren, de begeleidende redactie, het managen der belangen, het aanzien in de pers, in de media, maar dat ik anderzijds wèl honderd en een voordelen had: ik hoefde de finaliteit, de teleologie  van het schrijven niet langer te volgen, ik kon, net als Huygens in de Gouden Eeuw, het schrijven terug beoefenen als dagelijkse praktijk, als puur surplus, ter vermaak van enkelen maar vooral als zelfonderzoek en als cultivatie van een Groeisel, iets dat een eigen leven gaat lijden, de mogelijkheden waren legio…

Ik won dus ontieglijk veel meer dan ik kon verliezen door mijn werk niet als ‘af’ product aan te bieden aan tijdschriften, uitgevers in de kleine hoop dat men er brood in zag om dat te publiceren. Ik hoefde niet te vragen aan bevriende collega’s in de redactieraad van DW&B of ze niet effen dat en dat wouden opnemen zodat ik die en die uitgever kon plezieren met een ‘publicatie’. Ik hoefde niet de lange lijdensweg af te leggen om door de ‘Gestrenge Kwaliteitscontrole’ aan de zwaar bewapende grensposten van de Nederlandstalige Literatuur te glippen. Een ‘kwaliteitscontrole’ die door het instuiken van de oude ideologieën die  het normatieve oordeel bepaalden enerzijds en door een toenemende gelijkstelling van kwaliteit met verkoopbaarheid anderzijds èn vooral ook door het algehele verval van de normerende literaire orde meer een bizarre vorm van vogelpik werd dan een rationeel benaderbaar proces…

Er zijn momenten geweest dat ik mij bij heel die Gang van Zaken ontzettend triest heb gevoeld, want het bleef dezelfde Literatuur der Groten die mij in mijn jeugd etc….
Trekt uw Plan, dacht ik en ik trok het mijne. Ik draaide de Logica van de Fictieve Schaarste om. Jullie uitgevers zijn de bedrijven die winst willen maken op basis van geschriften, wel hier zijn mijn geschriften, ik nodig u gaarne uit om deze in uw door mij zeer bewonderd Gamma van Producten op te nemen. Ik zelf heb niet die pretentie, maar ik heb wel lezers die er toch wat in zien, dus in hun belang, misschien? In het belang van de Literatuur dan misschien, een Woord dat hoog Wappert in uw Vaandel toch, want euh, de bewaartijd der digitale geschriften hier is maar euh,  slapkens? Niet?

Het was natuurlijk vooral een ironiserende pose want je zag dat van hier, zoals wij plegen te zeggen,  dat iemand daar zou op reageren. De Status van het Erkende Auteurschap was iets dat je als een popster diende te bereiken, een Regulier uitgegeven werk was/is een Aureool, een Diadeem op uw geblondeerd dichterskopke.

In 1996 persifleerde ik de Gang van Zaken al door de namen van de Deelnemende Auteurs aan Leuven Per Vers als popsterren op de affiche te zetten, van klein naar groot. Alleen Didi de Paris merkte dat op, hij kon daarmede niet lachen.

De reactie was naar verwachting  zeer miniem. Soms schreeuwt men al eens, bij gebrek aan kennis van de Feiten, ‘arrogantie’, ‘lafheid’, ‘bekrompenheid’  en andere moordwoorden en koudvuurstichtingen. Onlangs nog iemand die de Feiten wel kent maar ze liever vergeet omdat hij er zelf belang bij heeft dat ze anders zouden zijn. Het is tenslotte Post-Truth tijd. Dat doet dan wel effen pijn, zeker als het van een zogenaamde vriend komt. Soit.

Wat verder volgde zal iedereen nog wel weten, zich kunnen herinneren. Er kwamen diverse initiatieven, Meander, weblogs van Rottend Staal, Tine Moniek, De Contrabas teveel om op te noemen omdat ge bij het opnoemen dingen vergeet die ge niet zou mogen vergeten, want alles ontstond op basis van noeste arbeid van onbezoldigde mensen, geheel uit Liefde voor de Letteren, iets dat verder veeleer via bankrekeningen werd beleden.

De drive die er toen was (2005-2009) zorgde voor een eerste bloei in mijn eigen creatief werk en gaf mij de nodige energie om samen met Grapes of Art en de Bereklauw het KLEBNIKOV CARNAVAL uit de zure Leuvense grond te stampen. Feest van de Vrije Lyriek!

*
* *

2009 was een rampenjaar. De gevolgen van de bankencrisis werden voelbaar, ik onderging, mede door toedoen van het verwaarlozen van mijn financiële realiteit in functie van de creatieve impulsen,  een persoonlijk drama en geraakte meer en meer ‘ aan lager wal’ zoals dat dan heet, de trage vicieuze cirkels van een al jaren sluimerende verslaving brachten mij dichter en dichter bij de letterlijk banale dood. Ik kroop steeds dieper weg, verder in mijn nachtmerrie, met het gevoel van een gekruisigde, belaagd door mijn eigen honden.

Buiten mij werd de hele blogcultuur in een mum van tijd  onderuit gehaald door de ‘Sociale media’: facebook en consoorten haalden er alle dynamiek uit weg door de diep-menselijke behoefte aan ‘aandacht’ op een veel efficiëntere manier te gaan exploiteren, elke klik werd een eenheid verhandelbare ‘aandacht’ waar je middels commercieel-strategische ‘insights’ winst kon uit puren. Op Facebook scoor je met een foto van een poesje nu eenmaal hoger dan met een gedicht, iets zonder prentje wordt sowieso al niet bekeken. Het eens en al te kortstondig zo opengebloeide Internet was fataal ingesnoerd in de ijzeren wetten van het Verhandelbare.

Ik had het helemaal niet zien aankomen, ik beleefde het nauwelijks, ik was jarenlang (2009-2016) in Vlaamse Filmpkenstaal een ‘gebroken man’. Een waas van instuikende werelden wolkte als dichte mist voor mijn ogen. Ondertussen ben ik dankzij professionele hulp aan de beterhand en kan ik langzaam de draad weer oppikken.

De ‘draad weer oppikken’ komt in de eerste plaats neer op het aanschouwen van het slagveld, de opgelopen schade. Vervolgens kunnen de noodzakelijke gedragswijzigingen worden aangebracht om terug te komen tot een gezonde situatie, een leefbare groei.
Men leze, bekijke hieronder alvast het becijferbare gedeelte van het aanschouwde….

De implosie van het Heden

2008-2017
bezoekersstatistieken voor dirkvekemans.com

Daar hoeft men verder geen tekeningske bij te maken, vermoed ik. Eigenlijk is het merkwaardig dat er, gezien de omstandigheden nog vrij lang stand gehouden wordt. De site behoudt tot in 2013 nog 10.000 weergaven voor meer dan 5000 afzonderlijke bezoekers, voor voornamelijk Lyriek die  toch wel als ‘elitair’ en ‘marginaal’ omschreven kan worden. Tot dan kan je toch spreken van een ‘veelgelezen’ auteur.

Nu ja, ik heb een aanvraag tot erkenning bij de Lijst van Vlaamse Auteurs ingediend, maar of ik mij volgens die brave mensen ‘auteur’ mag noemen valt nog te bezien. Je moet namelijk publicaties hebben bij ‘erkende’ uitgeverijen (en die heb ik natuurlijk niet) anders heb je letterlijk als auteur geen ‘recht van spreken’ in dit land, je komt dan namelijk niet in aanmerking voor de door het Fonds gesubsidieerde steun aan organisators van lezingen. Als je wel voldoet aan de criteria wordt je dan zo bezoldigd voor je lezing (tot wel €100) als de organisatie het nodige papierwerk doet….
Soit.

In 2015 zie je nog een kleine opflakkering tegen de onmiskenbaar dalende trend in, er was toen even een Vrouw in mijn leven.

Maar ziet! er is weer hoop!

2016-2017_maanden

bekijken we namelijk de detailstatistiek van het lopende jaar dan zien we een merkbare stijging van het huidige jaar in vergelijking met dezelfde maanden in het voorgaande jaar. We kunnen heus spreken van een kentering!

Waaraan kunnen wij deze positieve ontwikkeling toeschrijven?

  1. de kwaliteit van het gepubliceerde is groter dan voorheen. Volgens mijzelf is dat zeker het geval (maar wie ben ik…) maar je dient daarbij rekening te houden met de Keiharde Kapitale Wet dat het 100 maal moeilijker is om lezers (klanten) te winnen door beter kwaliteit dan om ze te verliezen door slechte ‘producten’.

    Hier moet ik helaas even uitweiden in de Neo-Kathedraalse Leer, een erg ideosyncratische theorievorming die erg laag scoort in citeerbaarheid omdat ze bedacht wordt terwijl ze geschreven wordt en dus ook beleefd dient te worden in plaats van op ‘normale’ wijze gelezen en begrepen, mijn excuses daarvoor.Het is namelijk zo dat hoewel de Praktijk zelf zich niks aantrekt van het geschrevene als ‘product’ het aanbod toch enkel alleen als te lezen product gehonoreerd zal worden met een bezoek.
    Het is natuurlijk een illusie dat men zich zou kunnen onttrekken aan de logica van het Kapitaal, het Kapitaal is nu eenmaal een natuurwet in de GeldRuimte.

    De humane (seksueel-animale) reflex in een door natuurwetten belaagde omgeving is de Nestdrang: het inrichten van een Beschermde Leefruimte waarin de menselijke activiteit onbedreigd kan plaatsvinden. De meeste Nesten voor NKdeE Creatieve Research & Development worden ingericht als een Bolwerk, een zwam groeiend op het exces van een Kapitale stroom. Eigenlijk kan de gehele Literatuur gelezen worden als zwamvorming: ’t is schoon, maar men is er ook ewa wantrouwig tegen want het groeit vooral op vieze donkere plaatsen en laat overal rare Sporen achter.

    We sluiten deze gedachtengang echter voortijdig af en onthouden bij het insnoeren ervan dat de Praktijk van de Vrije Lyriek zich net als de reguliere Tekstproductie  moet bedienen van dezelfde energie-inputs. Zonder lezers geen Lyriek en lezers moeten iets plukbaars zien of zij komen Niet. En: commerce blijft  commerce, of ge nu iets verkoopt of niet.

    Bovendien mag je niet vergeten dat het publiek door hun jarenlange consumptieverslaving (‘ikke verslaafd, iedereen verslaafd’ zo hoor ik iemand snauwen op de Achtergrond) enkel nog op consumerende wijze kan reageren op de Lyriekgroei en nauwelijks nog beseft dat de Lyriek groeit om gedeeld te worden, beleefd, ervaren. Soit.

     

  2. er zijn in deze periode maandelijks ingrepen gedaan in het ‘natuurlijk’ verloop de bezoekersaantallen. Via Facebook is er namelijk reclame gemaakt voor enkele publicaties op dit domein.Inderdaad, u leest het goed: reclame!
    Maar mijnheerke: ik lees net dat gij u radicaal (euh, waar hebt ge gelezen dat ik radicaal zou zijn?) afzet tegen de Kapitale vereisten aan de Literatuur als product en heel dienen blabla, die zeurderige antikapitalistische riedel van u en nu doet ge toch net hetzelfde!Wel, sorry maar dat is al te eng-ideologisch gedacht van u. Ik heb namelijk niks tegen het Kapitalisme, het lijkt mij bijzonder onzinnig om ‘tegen’ een natuurwet te zijn. De behoeftes en hun vervulling zijn ingebakken in het proces van de individualisatie van het Leven zelf, ge kunt daar niet tegen zijn tenzij ge voor de Dood zijt of voor het Betere Leven in het Hiernamaals. Waar ik mij wel fel tegen kant is tegen het ongebreideld botvieren van ongelimiteerde consumptiedrang, tegen het neo-liberalisme dat geen graten ziet in de voor de mens fatale nestbevuiling, aan honderd en een menselijk-ideologische manieren van goedpraterij van ongezond en schandalig gedrag. Maar bon, soit, dat is mijn persoonlijke ideologie die hier eigenlijk niet ter zake doet. De Praktijk van de Vrije Lyriek dient ideologie-vrij te zijn, enkel gebaseerd op het in stand houden van  en het op een gezonde manier verder zetten van de Praktijk.

    Ik vind het Hiernamaals bij wijle erg verlokkelijk en ik begrijp de mensen die hun Heil daar zoeken, maar ik kies al sinds jaar en dag voor het Leven Hier, zoals het is, dus inclusief het onvermijdelijke van de Wetten van het Kapitaal. Tja het nare aan ideologie is dat je geen anti-ideologisch standpunt kan innemen zonder aan ideologie te doen. De NKdeE lost dat op door het Standpunt zelf te dynamiseren, maar dat wordt door ideologen buiten de Kathedraal gelezen als Prietpraat of als hyper-ideologie, dus ik kan mijn standpunt-dat-geen-standpunt-is op geen enkele wijze verdedigen. Sorry è.
    Aangezien echter ik  gezellig  warm in mijn Kathedraaltje zit, is dat niet mijn probleem, lost het op, trek uw Plan!

    Dus, au fond, als oorkonde van mijn Oprechte Bescheidenheid en ook ter Bezwering van de Dweepzuchtige Heilzoekers: het enige wat ik doe met mijn Praktijk van de Vrije Lyriek is het hierboven beschreven Vijverke der Vlaamsche Letteren reduceren tot de werkbare, gezonde delen ervan en het als privè-vijverken installeren in het midden van mijn van het Boze Buiten Bevrijde BuitensteBinnen gekeerde Binnen van mijn Kathedraal.

    Waarom? Omdat het iets anders is en omdat het kan. Nu toch al, met vallen en opstaan, zo’n 17 jaar.

    Goed weekend è!

geef er een draai aan


Gisteren naar aanleiding van de uiterst beknopte explicatie van enkele Neo-Kathedraalse spreuken bij de dagelijkse wandeling toch effen stil blijven staan bij het woord ‘inventie’.

Het woord ‘inventie’ ligt meestal zo goed als nieuw ergens in de buurt van de Stinkende Gedachtengracht bij de Offerweide. Ja, ik weet het: de foto van Geugle is nog van voor dat Natuurpunt hier haar Kamsalamanderpuntjes kwam zetten. Ik heb hier een geforward fotoke van Geugle maps uit 2018, ziet:

Offerweide
De Offerweide, ’t Rooi Poepkot en de Stinkende Gedachtengracht op de Dagelijkse Wandeling. Ik zie hier geen ‘inventie’ liggen ze, gij wel?

De inventie herontdekt

‘Inventie’ komt van het Latijnse ‘invenire’ wat zoveel betekende als ‘aankomen, uitkomen bij’. Of ‘uitvinden’, dus.
De blinkende idee onder het stof in  dat woord is dat alle menselijke ‘uitvindingen’ eigenlijk geen dingen zijn die wij maken, verzinnen, bedenken, in elkaar steken en als uit het niets tevoorschijn toveren, maar dat al dat wereldschokkends gewoon oud spul is dat wij ergens vinden, waar we op uitkomen. Met die vondst, die trouvaille, kunnen we dan weer verder. Allez vooruit!

In de door ons verduisterde Middeleeuwen paste dat goed in het kraam van theologen en andere ideologen volgens dewelke alles al (‘always already’, hihi)  in de bijbel geschreven staat en dat ge de waarheid, het ‘nieuwe’, de oplossing alleen maar daar middels de nodige exegese moest ‘vinden’. De Middeleeuwer voelde zich een ‘dwerg op de schouders van reuzen’, zo zegt Paul Verduyckt in zijn boek (zie hieronder) Bernard de Chartres na.

Zeg nu zelf: zoudt gij graag ‘Middeleeuwer’ genoemd worden?

In de vroege Renaissance mochten bij het Boek van God ook de Klassieke Letteren en Filosofie bij en nog effen later werd (gevaarlijk dicht bij de brandstapels) enige Arabische import ook wel oogluikend toegestaan om de waarachtigheid van uw vinding van de nodige autoriteit te voorzien.
De Hermetische geschriften die vele ‘rariteiten’ in het Neoplatonisme en in de nog stevig naar de alchemie geurende wetenschap in spe konden rechtvaardigen, waren eigenlijk veel jonger dan werd voorgewend, net omdat ze die stempel van ‘heel heel erg oud’ heel erg nodig hadden. De woorden, zij deugen niet, zo weet mijn zus ook, tenzij misschien ze de tand des tijds doorstaan hadden.

Bij ontdekkingen (EN discoveries, FR decouvertes) was er ook al niks nieuws onder de zon, je kwam er gewoon (weer) op uit. Het hele geniale uitvindersgedoe, de heroïsche ontdekkingsreizigers en de glorieus scheppende mens,  dat was eigenlijk meer een opgeblazen Romantieke inkleuring van een voorheen vrij bescheiden ‘humanisme’ .

Geef er een lap op

verhuyck
Plezant boekske van de Pol

Zo ook verging het de dichter, het schrijven,  de auteur en haar vindingrijkheid.
De eerste West-Europese dichters, de troubadours, hebben niks ‘uitgevonden’. Of net wel maar dan in de oorspronkelijke betekenis, die ook overeenkomt met hun benaming.  Het Franse ‘troubadour’ komt van het Occitaans ‘trobador’ een afgeleide vorm van het werkwoord ‘trobar’: ‘vinden’ dus.

In het middeleeuws Latijn heeft immers het werkwoord ‘tropare’ het klassiek Latijnse ‘invenire’ vervangen. ‘Tropare’ is eigenlijk een Latinisering van het Griekse ‘trepein’, u hoort er ook ons woordje ‘troop’ in, een zinswending. Want ‘trepein’ betekent ‘wenden, draaien’. Een Latijnse ‘tropus’ kon zowel voor een retorische ‘stijlwending’ gebruikt worden als voor een muzikale ‘wende’, een frase, een melodie in de liturgische gezangen.

‘Geef er een draai aan’ betekende dus letterlijk: kies een bestaande ‘tropus’ en pas die toe op uw ‘materiaal’, wat ge te zeggen hebt. Immers, zo verklaart ons tot glashelder klaterend bergbeekske de troosteloze gang der dingen Paul Verhuyck:

“De poëzie van de troubadours is in hoge mate een formele poëzie. De auteurs waren als kaartspelers: elke speler beschikte over dezelfde kaarten, maar de ene kon er meer mee doen dan de ander.”

Paul Verhuyck, De echte troubadours, The House of Books 2008, ISBN 978-90-443-2065-7, p. 13

Draaien keren kom nie were

De vondst is dus eigenlijk een oude draai. “Maar mijn schitterende verzen dan?”, zo hoor ik hier een Coninckskindje kwetteren. Mag ik dan niet meer effen puur geniaal mijzelf zijn, los van rijm en vorm en spel?

Wel euh, ik ga toch maar weer effen schuilen achter de ‘autoriteit’ van de etymologie:

VERS (DICHTREGEL).
[…]
Ontleend, in latere betekenissen ook via Frans vers ‘lyrisch lied’ [ca. 1164; Rey], eerder al ‘ritmische basiseenheid’ [ca. 1138; Rey], aan middeleeuws en christelijk Latijn versus ‘draai, vers (in de liturgie), regel, lied, korte passage’, een voortzetting van Latijn versus ‘rij, regel, vers, draai, vore’, afgeleid van vertere ‘keren’,
[…]

http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/vers1

Merkwaardig toch è, dat we zo langs twee verschillende invalswegen bij dezelfde beweging uitkomen! En wat voor een beweging dan nog! Welke beweging is er denkbaar als meer fundamenteel aan alle ‘cultuur’ sinds Mesopotamië dan de draai in de vruchtbare vore? Hoe diep verankerd is die beweging niet tot in de diepste intimiteit (de kinders gniffelen, de venten snuiven)?

En ‘formeel’ of niet ‘formeel’, geheel los van elke discussie over de noodzaak of het belastende van de traditie in de dichtkunst, bij elke harde return die ge op uw keyboard mept, herhaalt ge de meest ‘grondige’ beweging van de Lyriek, die van het afsluiten van een ‘wende’, die van het aansnijden van een nieuwe ‘keer’.

Of dat, dus, enig dichtertje te lande hier ietwat heeft uitgevonden? Het is maar hoe ge het leest, è!

POETRY EXPOSEE POEZIE


U P D A T E   U P D A T E     U P D A T E

Iemand ooit van Dirk Braeckman gehoord vòòr 2016? Ik niet hoor. Nochtans zijn u en ik nu in Venetië vertegenwoordigd door ‘levensgrote’ afdrukken van zijn foto’s. Fenomenaal. Ungeluufluk.

Het systeem Art à la Flamande© (AF) werkt zo: enkele banken Belfius (voorheen Dexia) bv, of CERA (ondertussen KBC) (tja die naamsveranderingen hè… is het opdat jij niet meer zou weten wie wie is? wie ben jij? of eerder zodat justitie geen rechtspersoon meer kan vinden die aansprakelijk gesteld kan worden? zo deed mijn nonkel Bruno dat toch, de Putten van Bruno zijn legendarisch in Lier en omstreken, die kreeg altijd lumineuze ideeën en dan begon hij een zaak daarmee en een jaar later was ’t boeken toe en afbolleuh. Den Bruno had ne Put in Duffel, nu Put in Waarschoot, eentje in Mechelen ook en ook in Putte maar daar ben ik nie zo zeker van. En altijd onder nen andere naam ook hè. Soit.

Enkele banken, dus, kopen massaal voor een prikje kunstwerken op, spullen waar de hun adviserende ‘kenners’ wel brood in zien, slaan die dan ver van het publiek op in hun catacomben en op gezette tijden daalt Iemand dan ’s af daarin. Iemand is meestal een tenger manneke met een brilleke dat vloeiend Postmodernaans praat; Hij snuffelt wat rond daar, op de hielen gezeten door twee directeurs en een hijgende investeerder die hem aansporen bij de Keuze. Plots staat hij stil bij een Werk, heft het Bevende vingertje en mompelt : “De wereld bestaat uit heterogene clusters aan articulaties en acties die niet kunnen bogen op een autoriteit die buiten henzelf ligt.”

Dat is het signaal voor de Volgers dat de Jaarkeuze gemaakt is.

dwbraeckman

Vervolgens wordt het leger schrijvertjes in loondienst opgetrommeld en wordt er massaal geschreven over de Revelatie van het Jaar in de Glanzende Restanten van de Literaire Tijdschriftencultuur. Slijm glimt, het is, ik weet het, bij wijle een misselijk makende trope in mijn werk, mijn excuus.

De rest is Kinderspel. Doorbellen naar de Contacten, een Delegatie preppen en hop ’t is weer in de sjakosj voor dit jaar. Het netto resultaat van deze kleine AF-actie is niet min: de marktwaarde van de opgeslagen werken is minstens vertienvoudigd. In deze tijden van Post-Truth moet ge zoiets niet aan het toeval overlaten hè, Koenst = Markt en de Markt moet ge Bespelen.

Aja, en die embetante schrijvertjes die op de sociale fora luide lopen te kelen over  Ons, de Cultuurminnende Banken die geeft je vlug een Fintro literatuurprijs en ge zijt er vanaf. Diene loopt vanaf nu met ne Fintro T-shirt rond. 
27.500 eurokens, wa ’s da nu? Hahaha!


 

Soit. Waar het in feite over ging vandaag: op zaterdag 27/05/2017 geef ik op De Bereklauw in Herent, in het kader van SKILLTREE, een iets genaamd  ‘DE BOSBRAND‘, een Workshop Poëzie voor ’t Jong Volk. Dit ten einde onze kinders tijdig te infecteren met het Virus van de Vrije Lyriek.

Er is ook iets voor volwassenen later op de dag. Om dat ewa op te fleuren dacht ik naast het inviteren van al mijn Muzen ook aan het volgende:

Stuur AUB zo snel mogelijk de tekst van Uw Favoriete Gedicht over de Poëzie naar mij op, via Facebook of via dirkvekemans_at_yahoo.com. Ik maak daar met mijn antiek HP-printerke een afdruksel van, plak dat op triplex, kieper daar wat bister over en dan ewa vernis en dan krijgt ge van die schoon ‘Gedichten over Gedichten’-plakkaatjes. Zoiets:

plakkaatjes
Mensen die eigen gedichten opsturen mogen ‘hun’ plakkaatjes meepakken, de rest verkoop ik dan ten voordele van het Onderhoudsfonds van mijn Kathedraal (tja, het dak boven de sacristie lekt weeral enzo en de banken willen niks voorschieten precies).

Allez Vooruit!
Leve de Vrije Lyriek!

P.S.: sssssst hou het stil, maar op den achterkant van de plakkaatjes staan Schandalig Subversieve Kathedraalse Spreuken (SSKS’s). Tegen als ik dood ben is da geld waard man, niet te schatten! Koopt da vlug op voor uw kinders, voordat de Banken d’r mee weg zijn!

achterkant

twee bedenkingen


1. Geen nieuws goed nieuws

“Literatuur is nieuws dat nieuws blijft”, zo deelt ons mede de oude waarzegger Ezra Pound.  Een uitspraak die als Facebookstatus al meermaals bedolven werd onder de likes: zolang het onderwerp van Pound’s bruinigheid vermeden kan worden,  wordt er  massaal instemmend cognacbelgeklonken en dikke sigaargetrokken bij Vijveruitlatingen als deze. “Hoor, hoor”.

Goed, maar hoe speelt de literatuur dat klaar, zo’n evidente tegenspraak? Pound lost het op door het ‘nieuws’ in de bijzin te (her)configureren als ‘iets dat interesse wekt’.  Nieuws kan nieuws blijven als het morgen op evenveel interesse kan rekenen. Een waarzegger pur sang als onzen Ezra weet dat ie zich dan sito presto uit de voeten moet maken en zo snel mogelijk een nieuwe waarheid ‘zeggen’, anders dreigt het net voor waar gezegde in de schrijfhand te exploderen.

Want heeft Pound met zijn explicatie iets van zijn waarzeggerij effectief ook uitgelegd? Ach, hij zit al lang weer in één zijner Cantotanken citatenschrapnel in het rond te schieten, want natuurlijk niet: hij heeft de innerlijke tegenspraak enkel ietwat naar buiten geduwd om zo met een aangetoonde waarheid te kunnen pronken. Geen Vijverlezer die nu weet hoe de literatuur er in slaagt om als oud nieuws interessant te blijven. Dat is gewoon zo.

shrapnel
citatenschrapnelrecouchet

Laat het gewoon zo zijn, ik wil gewoon weten waarom het gewoon zo is. Wel, een figuur zoals de innerlijke tegenspraak is een tovertruuk die, dat is onder welopgevoede mensen genoegzaam bekend, de aandacht afleidt van een evidentie die niet mag gezien worden. De vraag wordt dus (ha ik zie dat de rondborstige derridaderivaten zich beginnen te roeren onder de dakpannen): welke evidentie wil Pound hier verbergen?

Pound gooit zijn schone majamantel over de vanzelfsprekendheid dat literatuur geen nieuws is. Niet nu, niet ten tijde van Homeros, niet morgen na de schielijke dood van de zombie van de post-Post-literatuur. Literatuur kan en zal ook nooit interesse wekken omdat het zoals krantenartikelen of tv-journaals of newsfeeds recente gebeurtenissen, nieuwe feiten of het nieuws van nieuwe ontdekkingen verspreidt. Het gaat, volgens de Neo-Kathedraalse visie op literatuur (waarover zo dadelijk meer, want ik heb niets te verbergen), ook niet op om te beweren dat de literatuur nieuwe kennis bevat of wil doorgeven, dat schrijvers van literaire werken ‘ontdekkingen’ doen of anderszins ‘vooruitgang boeken’. Dat is larie en apekool u ingelepeld door meelopers met de kampioenen van de literaire waan, de voor internering met stip genoteerde leden van de zogenaamde literaire Avant-Garde. Voorhoede van welk leger? In welke veroveringstocht dient men deze Onverschrokkenen te zoeken?

majamaanjaske
majamaanjaske

Neen, beminde Kathedraalgangers, de nieuwswaarde der literatuur is netto afgewogen nihil, nada, zilch. Zeker er zijn, naast eerder behoudsgezinde ook notoire ‘vernieuwers’ onder de literaire auteurs. Maar die brave mensen brengen ons niets nieuws zoals een fysicus ons een nieuw inzicht in het ontstaan van het heelal kan schenken, zoals een astronoom ons nieuw ontdekte planeten kan offreren of zoals een ingenieur ons een nieuwe constructiemethode kan bezorgen of zelfs maar een bakker ons met een verdomd lekker nieuw koekje kan komen vermaken. Het enige wat vernieuwende literatoren doen is hetzelfde als de anderen, maar dan anders. “Ha die pipo van Ostaijen schrijft zijn verzen holderdebolder over de pagina’s van zijn boekske in plaats van netjes rijmend op een rijtje van boven naar onder. Da’s iets nieuw!”. Neen: da’s iets anders. De reclame van dienen tijd deed dat ook, dat valt op, dat maakt indruk, dat ressorteert effect…

De ‘verworvenheden’ van de literatuur blijven dus voor eens en voor altijd hetzelfde. De enige  ‘verworvenheid’ (voor één keer verkiezen we het enkelvoud boven de pluraliteit) van de literatuur is dat het literatuur is.

Oei. Gemor in de zaal. Aja, natuurlijk, ik hoor het al: “wat is dan, gij waarzeggerke van mijn kl., voor u de literatuur?” Wel voor mij is er niks, mijn lieve medemensen, niet eens een warm lief om bij te kruipen sebiet, maar de literatuur in de huidige Neo-Kathedraalse Optiek (een Iets met nen Dikke Bril) is alles wat er op een gegeven tijdstip als Literatuur gelezen wordt.

Denkt daar alvast maar ’s goed over na, over die fantastisch Waargezegde, en bijzonder bruikbare Nieuwe Definitie (tja, als ge iets uit de Vijver haalt, moet ge iets anders in de plaats zetten, da’s nu eenmaal de Vijverwet).

En spoedt u, want het gaat waarschijnlijk niet lang nieuws blijven!

2. Niet Art

Een overpeinzingske. Over totaal onbelangrijke dingen, het is tenslotte weekend.

Over lectuur van online teksten: door het gebrek aan concentratie (gevolg van het lichtbakstaren) verdwijnt (of krijgt niet de kans om te zich hoorbaar te maken) de innerlijke stem. Je kan die wel oproepen, maar dat is moeite doen. In de Geldruimte moet ‘moeite doen’ opleveren, dus quasi niemand doet dat.

Als je een boek koopt, koop je die potentiële innerlijke auteurstem. De leeservaring binnen handbereik. Je hebt daar dan wel geen tijd voor (voortdurend gebrek aan tijd in de Geldruimte, tijd is geld, dus het tijdsgebrek moet indien nodig kunstmatig hoog gehouden worden, door onzinnige behoeftecreatie bv.), maar het bezit is genoteerd, er is aantoonbare aanwezigheid. De verkoop van e-books is dan ook aan de gemiddelde literatuurkoper niet besteed. Literatuur is immers in de eerste plaats kastvulsel, nieuws dat braafjes nieuws mag blijven in de leeskasten der Tijdlozen. Er staat zo’n 200 GB aan schalks gesprokkelde digitale tekst op één van mijn harde schijven, maar mocht ik ooit nog ’s bezoek hebben, niemand daaronder zou geïmponeerd door onze ‘bibliotheek’ het Centrum van het Gekende Universum verlaten…

auteursinkijk
fichenbak van de Centrumbibliotheek

Net Art, daar denk ik dan plots aan, omdat het de vinger legt op een persoonlijk dilemma, een gapende wonde in de strakke huid rond mijn bestanden, was nooit levensvatbaar omdat je het niet kon kopen.

Kunst is verhandelbaar Creatief Afval. Net Art produceerde alleen maar het lijfje van de netartist als afval. Als je het niet kan kopen, is het geen Kunst. Uiteraard vond ik Net Art héél plezant, hoewel mijn pogingen om mijn collega’s op de innerlijke tegenspraak te wijzen niet erg werden geapprecieerd (zo heb ik ooit het domein ‘netartdoesntexist.org‘ naar mijn Kathedraal laten verwijzen, ze konden er op de discussiefora van Rhizome.org, het virtuele club house der netartigen,  niet om lachen …).

Ge begrijpt waarom ik mijn teksten liever niet laat/liet verspreiden door bedrijven die zich ‘Uitgever’ noemen. Tant pis voor de Stem in mijn geschriften. ‘Ze’ (de arme argeloze lezers) moeten maar moeite doen (niemand doet moeite in de Geldruimte als het niet opbrengt…). Ik heb immers Kunstvrees, Dégout d’ Art, een Fatale Walgkanker die flink gemetastaseerd is naar mijn schrijven.  Bon, soit: ge wordt daar niet echt ziek van ofzo, van Kunstvrees, maar als ge bijna niks anders doet dan schrijven en tekenen en prutsen, is dat wel slecht voor uw huwelijk, om maar een iets te noemen. “Wat voor ne zot zit er hier in mijn kot!?”

Daarom was ik ook maar al te blij dat mijn kandidatuur voor deelname aan de eerstkomende Open M tentoonstelling niet weerhouden werd. Mijn kandidatuur beantwoorde geheel aan de formele regels die ertoe waren uitgeschreven, dus heb ik nu  een valabel bewijs in handen dat mijn Neue Kathedrale des erotische Elends, mijn Neo-Kathedraals hangkastje en de fabelachtige kliederwerken die ik met CB realiseerde, dat quasi alles wat ikzelve memorabel acht geen Kunst is. Open M richtte zich immers specifiek tot Kunstenaars uit Vlaams-Brabant en vroeg om de voorgestelde werken als Kunst te beschrijven. Aan de memorabiliteit van de ingediende werken kan onmogelijk worden getwijfeld, derhalve kunnen we enkel besluiten dat deze werken niet als Kunst werden ervaren!

Pfjew, dat was close!

Enfin soit, wat het ook is, Kunst is het niet en  het is vooral ook, zo heb ik meermaals mogen ervaren,  mottigmakend slecht voor de commerce!

dag van de week


“de dag van de week is …
MAANDAG!!!!!!”

de verkiezing van de dag van de week kwam tot stand dankzij de geheel onbaatzuchtige steun van de Vintrobank, uw Huis van Schaamteloos Geschonden Vertrouwen! Elke dag een nieuwe dag van de week steunen, je moet het verdienen, elke dag!

wit

moi non plus

moi_non_plus_daglicht

 

“Scoonre wijf was noyt gheboren
(het standbeeld van de Kathedraal,
zich hullende in
neo-kathedraalse taciturniteit)”

dv 2017, ink & water colour on paper, A3

wit

Achterbergverprutsing

noot: daar waar een ‘verhaspeling’ nog een discutabele meerwaarde geeft aan de verhaspelde tekst (‘update’), is een ‘verprutsing’ een rabiate aanval op de integriteit van de bewonderde tekst. De grens tussen een verprutsing en ongewenste intimiteiten op de werkvloer is dan ook heel dunnetjes en soms geheel afwezig, waardoor sommigen het verprutsen van teksten bij  respectloze, laakbare feiten zoals lijkenpikkerij en zelfs plagiaat willen onderbrengen. Het plegen van een verprutsing is dan ook niet aangewezen (“slecht voor de commerce”) voor een noviet in de letteren…

De verprutsing van deze gefêteerde maandag zit in dit hoekje te wriemelen met ‘Graf’ van Gerrit Achterberg

wit

bergop

gij laat mij tot de stenen toe
met hetzelfde gebrek aan geweld
als eenmaal tot uw huid, gij

die heel mijn lied bevat
& de woorden wij weigert
te noteren in faveure
van het ogenblik

nu is ons

grint waar geen klank in aard
blind zand ontvangt
neergezegen lijfelijk restant

de dood is
de dood is
de dood die
in een haak bewaard

dood is

(de vingeren wapperen alsof)

Christine D’haen over Achterberg: http://www.dbnl.org/tekst/_die004195101_01/_die004195101_01_0032.php, verschenen in  DW&B jaargang 9, 1951, een tijdschrift dat u heden voor € 52 per jaar in vier voorgeprogrammeerde afleveringen (‘tijdschrift’? de tijd verloopt dan wel erg discreet tegenwoordig, met te behappen en te vomiteren brokken van een  jaar voordien bereidde kwartalen) de alternatieve feiten van de haar sponsorende bank serveert. Smakelijk!

Aja, natuurlijk! de oerbetekenis van ‘kwartaal’ dringt tot mij door! DW&B staat driemaandelijks vol met voortreffelijk ingeboekte taal!

het oorspronkelijk gedicht van Achterberg:

Graf

 Gij laat mij tot de steenen toe

met dezelfde teederheid,

als eenmaal tot uw huid.

Mij is te moede of de dood

u maar verwisselde van kleed.

De plaats, die gij geworden zijt:

grint,

blind zand,

kruid:

gebenedijd.

Gebenedijd.
Gerrit Achterberg, Cryptogamen, ‘S-Gravenhage 1946, p.196

Bewaren

Bewaren

compare this, kieken


de zee is de zee niet meer. wees gestrand.
de woorden breken af aan woorden, mijn arm is  een stomp
geef mij een hand. leidt mij naar een land.
u beeft, mijn heiland. geef

duisternis, vloed, een emmer beton.

ik zie gaten waar ogen waren, brokkelige dingen.

de zee is vertrokken in lijnen. er lag een schelp
tussen de takken, afgebroken takken. fucking holderlin,

dat komt ervan, ik had het kunnen weten. als het schilfert,
net voor het schilfert, de schittering.

 

auteursplicht (1)


  • Halleluja Haïti: geef ons heden onze jaarlijkse natuurramp opdat wij onze schuld kunnen wegkwelen. “Het nummer gaat heel diep en klinkt universeel”, vindt Natalia. “Mensen kunnen zich optrekken aan zo’n nummer”. Met de opbrengst kunnen we heel Haïti volpoten met heel diep verankerde paaltjes (uit aluminium best, dat roest niet). We zetten er zo’n universeel luidsprekertje op en elke dag bij zonsopgang knallen we er die humanitaire hit door. Kom slachtoffertjes, trekken jullie je maar vlug op aan het paaltje, ’t is weer tijd om uitzichtloos te hongeren.
  • [zucht]
  • 50 Jaar na de ‘onafhankelijkheid’ van Congo: de kritische stemmen van deskundigen en hulpverleners ter plaatse worden nog steeds probleemloos overgoten met tonnen slijm van de Broederlijk Verenigde Media (BVM,  maar in feite staat dat voor Bond voor Verbloeming van  Misdaad).
  • Noodhulp is een plicht, lieve kwelertjes, wij betalen daar belasting voor. Als dat onvoldoende is, niet tijdig ter plaatse komt, in de verkeerde handen terecht komt, dan heeft geen kat iets aan al dat geweten sussend gekwijl, aan die morbiede vertoning van schaamteloos entertainment bovenop de monstrueuze berg lijken die er blijkbaar nodig was om deze permanente schandvlek op onze aardkloot in het ‘nieuws’ te brengen. Dan dient er massaal geprotesteerd te worden, dan moeten jullie met zijn allen stilzwijgend, bedeesd en schuldbewust de straat op. Want de centen daarvoor zijn er bij de ‘bevoegde’  instanties, die liggen daar te rotten voor net dit soort ‘onvermijdelijkheden’: één van die kritieke momenten wanneer de concentratie van  lijken net effie boven de grens van het ‘ toelaatbare’ gaat. Die ( steeds hogere)  drempel ligt namelijk daar waar het voor de ‘publieke opinie’ niet langer te verbergen valt dat de internationale gemeenschap er zo vele jaren na het zogenaamde einde van het koloniale tijdperk nog steeds niet in slaagt om uit de vicieuze cirkel van economische afhankelijkheid, commerciële uitbuiting, criminele leegroof en respectloze verknechting te raken. Mocht dat wél zo zijn, dan waren er op 12/01/2010 wellicht óók slachtoffers gevallen, maar dan waren ze alleszins  niet met genoeg om u aan het kwelen te krijgen.