wij


verbannen goden:
het sterven zuivert ons lied,
genstert wit op staal.

inputtekst: Meng Chiao – Mourning Lu Yin 10 – vert. David Hinton, ISBN 0-691-01237-7, p.14

dv 2019 – “ik kwam, ik zag, ik viel” – potlood – A6
Advertenties

Duits


Zie je, Schätze, mensen
in dit park van menselijke zaken,
vrome mensen, stemmig en wellicht
eensluidend met het stoffige
van deze zomernacht
hun wulpse conversatie?

Hoor je ritselingen
in dit gras en klavecimbelerig
het knetterende zingen van vuur
dat zich in duizenden vleugels
vliezig vel op vel
tastbaar bewogen verteert?

Voel je strak mijn handen
rond je lijf geklemd, vingers wriemelen
rond eindjes been en ogen priemen
in het weeïge wijken
van je hals, het zilte
parelen van zweet op jou?

Ruik je fijntjes, Liebchen,
giftig geurend gas in deze zak van angst,
wasems in de bloei van barbecues,
leven dat zichzelf verast,
opgewonden water
dat mijn mond, mijn maag uitbraakt?

Likt je tong het poeder
dat ik in de schuren op mijn akkers meng,
nippen je besmeurde lippen wijn
die in mijn aderen kolkt
en eet je mee van mij,
vlees dat in je stad verzengt?

inputtekst (2000)

dv 2019 – AR van ‘Duits’ – A4

evident


Ik, nu ik staar : de wereld
draait mij los van jou
en bij god verdomd in gebreke.

Het licht puft muf
door de gordijnen,
de dag hoeft niet
zo nodig. Baaldag.

Jij, nu je slaapt : de wereld
is jou glad ontgaan, nergens
aan jouw lijf is iets mislukt.

Het geluk is in
jouw dromen daar waar ik
niet ben, maar jij
bent zonneklaar.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

winter


uit de Poëtische Schetsen van William Blake

O Winter! bareer uw adamanten poort:
’t Noorden is van u; daar bouwde gij uw donker
diep-gevesten habitat. Stoot uw daken niet
En buig niet uw pilaren met uw kar van ijzer.

Hij hoort mij niet, maar scheert vervaarlijk
over ’t gapend diep, zijn stormen los, in scheden
van geribbeld staal; ik durf niet op te kijken
zo zwaait hij over de wereld zijn scepter.

Ziet! ’t vreselijk monster aan wier sterke botten
kleeft de huid, schrijdt over kermende rotsen
in stilte smoort hij ze en in zijn hand ontkleedt
hij d’ aarde en bevriest er het tere leven.

Hij zet zich op de klippen neer, de zeeman
roept vergeefs. Och arme stakker die de storm
trotseren moet; maar d’hemel lacht en ’t monster,
schreeuwend, wordt beneden Hecla dan gedreven.

TO WINTER


O Winter! bar thine adamantine doors:
The north is thine; there hast thou built thy dark
Deep-founded habitation. Shake not thy roofs
Nor bend thy pillars with thine iron car.

He hears me not, but o’er the yawning deep
Rides heavy; his storms are unchain’d, sheathed
In ribbed steel; I dare not lift mine eyes;
For he hath rear’d his scepter o’er the world.

Lo! now the direful monster, whose skin clings
To his strong bones, strides o’er the groaning rocks:
He withers all in silence, and in his hand
Unclothes the earth, and freezes up frail life.

He takes his seat upon the cliffs, the mariner
Cries in vain. Poor little wretch! that deal’st
With storms; till heaven smiles, and the monster
Is driven yelling to his caves beneath Mount Hecla.

https://en.wikipedia.org/wiki/Poetical_Sketches

dv 2019 – “de bleke slechter van het tere leven” – A4 + (tot aan de vouw is’t A4 è)

de Ijzerkar van de Bleke Slechter Leeft! het is een organisme van Vleesch en Geribbeld Staal (met groene wielen)

egyptisch


In tegenspraak, uw zinnen tergende,
soit disant als plaag
in duizendvouden dit moment :
hoe langzaam ik je
open, hoe uitgesplinterd in
mijn oor het kirren
van je oudste lach weerklinkt.

Ik, de schender van je opgeruimde
staat, force majeure, riet
dat splijtend naar je diepte dingt :
in vreemde luchten
mond ik uit, stof strandt op mijn tong
van onbesproken
kamers, tomben blauw in jou.

Jij, op barricaden spinnende,
aardse liaison,
omkaderd vlees dat lacht om mij :
langs brede lanen
redt je oog het moeiteloos, deint
je onbewogen
hoofd in wervelingen mee.

Zij, haar museale schoonheid is
vanzelfsprekend nu
in stilstand bevende nabij :
schril tableau vivant,
van hoe je uitverkoren door
haar zee mag komen,
hoe mijn leger sterft in jou.

inputtekst (uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’)

dv 2019 – AR van ‘egyptisch’ – A4 – potlood, crayon, bister