22B11


haar lichaam valt mijn vingers uit en zinkt
het vormeloze in. elke zucht verwijdert
beelden en verdaagt geluid. haar hals
is klaar een vaste waas van licht, ik durf

de ogen niet te sluiten. er is koude die niet
wijken wil. kale takken tikken op het raam.
de frigo slaat aan, het ruisen van haar adem
hoort hier niet en dat krijsen was geen trein.

zot verbolgen draait de aarde lor met mij, haar
gronden als vingers willen af van snot, haar zeeën
walgen wee van koortsdelier,  haar geile zon

doet stiekem teken naar de maan:  geheel de naam
van mijn bestaan wordt langzaam uitgesproken, en 
zo jaagt mij en al wat kruipt zij voort met vloek en stok.

[deze tekst maakt deel uit van het NKdeE Heraclitusprogramma: ‘Heraclitus lezen’ (1999-heden)]

22B41


haat doorboort.  haat bakt. niets ontsnapt.
een barbecue op het strand is altijd een succes

op het rooster is de offerande 
hard en zwaar en heet aan je vingers, 
de breinaald peilt en prikt, je liet mij rijgen
aan een spit, je haalde draden aan en bond

mijn hals toe en mijn anus. nu kan je pronken. mijn vel
is goud en knisperig,  voorwerp van bewondering. 
in mijn leegte kookt verlangen vet, in mijn navel
pruttelt het. verheerlijking.

voor ieder wat. alleen dat ene deel, dat wil je niet.

een meeuw spreidt hoog zijn wieken uit
en krijst: één is het ware, het weten
dat alles alles met eenvoud bestiert
.


dv 2018 – ‘inept for writing: z” – ink/bister -A4

54 fragmenten


  1. de vlammen in je handen verslinden de geschenken
  2. de letters dansen een mazurka
  3. het wordt hem oker voor de ogen
  4. eerste links, tweede rechts en dan een kuiltje graven
  5. er komt paarse damp uit de hamvraag
  6. een geruststellende nederlaag met het oor op de grond
  7. zij wil dat het toeval een geleedpotige is
  8. het begin is nog niet in zicht
  9. het vermoeden versterkt de zekerheid, zonder dewelke er geen vermoeden zou zijn  geweest
  10. Hooft was een pottenbakker
  11. de gewassen groeien beter op het kerkhof
  12. de zon heeft een grotere harde schijf
  13. als je bij volle maan tegen een muur plast, maak je de maan blij
  14. vernietigingswapens spreken zichzelf tegen
  15. je kan geen twee keer in dezelfde hondenpoep stappen
  16. er hangt iets aan je onderbuik, maar als je kijkt is het weg
  17. als ik mijn nachtlamp doof, is het buiten donker
  18. de vervanger vervangt eerst zichzelf en dan pas de andere
  19. de boel staat op stelten, we kunnen er niet meer aan
  20. ik ging buiten
  21. we moeten sterven om te kunnen leven en we maken kinderen om te kunnen sterven
  22. snel, het einde is net vertrokken
  23. het is voor dichters niet zo goed om gelezen te worden
  24. de avond stijgt uit de verzuchtingen van een cactus
  25. warme chocomelk met honing is beter dan koude
  26. zij die blind geboren worden begrijpen beter wat begrijpen is
  27. schenk me je hart en je krijgt mijn tanden
  28. de taal is een luchtballon zonder zandzakjes
  29. de zon brandt het felst in een diamant
  30. het kleine maakt het grote kleiner dan zichzelf en grijpt dan naar het immense
  31. de vogels vertalen ons gebazel voor de wind en de zon
  32. twee plus drie is twee plus drie
  33. het gebeuren is  voortgang van energie met de tijd als dissipatief vermogen
  34. de zang vernietigt het denken, de lichamen draaien als door zichzelf bekeken
  35. de herhaling herhaalt enkel zichzelf
  36. de muziek verzet zich tegen de stilte die ze zelf creëert
  37. de regen valt en valt niet
  38. voor elke levende zijn er evenveel doden als er levenden zijn
  39. de adem [is zichtbaar] in koude, de geest in het vuur
  40. de vrouw vrijt met de man in zich, de man met de vrouw, tot ze één worden in het niets
  41. sinaasappelen zijn het enige fruit [ het andere is afgeleid of cake]
  42. zuiverheid is de stilte van het oog, stilte de focus van het oor, lucht het water van de neus, water de smaak van de dood
  43. lopend ken je de vermoeidheid, rustend het lopen
  44. als de verhalen beginnen te stinken, moet je de stofzuigerzak verversen
  45. als je een kokosnoot wil verklaren, moet je hem doormidden hakken
  46. we zien wat we willen zien, maar willen niet wat we zien. we willen wat we zien, maar zien niet wat we willen.
  47. je moet er in roeren,  anders proef je de honing niet
  48. als je de drek niet ruiken kan, ontgaat je ook de geur van de fajalobi
  49. een boom is een boom als een boom een boom wordt (en niet een badeend). Vervolgens wordt de boom een boom. Daphne & Apollo zijn in afwachting alvast maar getrouwd, gescheiden en hebben volgens de media nog steeds een ‘intieme relatie’
  50. als je meegaat, ben je meegaand; als je niet meegaat, ben je tendentieus
  51. zij die het geluk zoeken kennen het meeste spreuken over het geluk
  52. vrouwen moet je ruiken, mannen proeven
  53. het heelal deint uit tot het ontploft
  54. een steen moet geen seconde nadenken om de wijsheid te bereiken


dv 2018 – ‘inept for writing: y” – ink/bister -A4

hé jij


hé jij ja jij hé

hé jij ja kom doe je
meisje uit zet je moeder af
en strek je naakt uit in je
lach van nooit tevoren

hé jij ja kom ik trek
mijn vader uit gooi 
de jongen op de vloer
en maak je dol en blij

in mij ja jij hé hihi

ikikikikikiki
kiki wij hihi

ha ja jij hè jij 

(da capo)

‘debuutteksten’ zijn lyrische teksten die voor het eerst verschijnen op ViLT (het Gedicht van de Dag programma herneemt oude teksten in een nieuwe versie)

dv 2018 – “prentje op zoek naar een gedicht”

22B25


van de instortende gangen. een rookpluim siert
de heuvel (het gevederde hoofd), dwarsbalken
branden, een hand tekent een M in het roet 
en valt stil. ‘kom, de zee wacht op ons.’

(de nacht deint op de nachten in haar ogen, er
zitten vele werelden in, haar  ranke lichaam is
een doorsnede, kaart van het Al, versie 2).

slaat over in brullen, schreeuwen, snikken. pal
boven zijn hoofd, op het einde van de hellende
straat, staat de maan, schildert hem af, zwart
op de keien, hobbelende  neergang, een duwtje

volstond. briefjes van 50 wapperen weg.  de kraaien.
dode arbeid, de geur van urine. hoe grootser nu
je sterven, hoe groter toen je aandeel was.
 de tijd

is de eenheid van plaats en handeling, meet het
onvermogen. haar vuur brandt in je vingers.


dv 2018 – ‘inept for writing: x” – ink/bister -A4

pffffffvfl


Ik bezocht eergisteren nog eens het grootste filiaal van de Standaard Boekhandel in Leuven, samen met Peeters in de Bondgenotenlaan en de Fnac-vestiging de enige boekhandel die Leuven nog heeft. 

//screenshot van de website van het VFL



Het was wel interessant. Men heeft op de locatie waar vroeger de Club was het oude filiaal in de Naamsestraat nagebouwd met een kleine prioriteitsverschuiving. De bureauartikelen en de ontspanningsliteratuur uit de kelder, liggen nu beneden als je binnenkomt en de vier vakken literatuur die nog rest zijn boven weggestopt. De afdeling poëzie die 15 jaar geleden nog twee rekken besloeg en tien jaar geleden nog 1, is nu een halve toonbank waar zo’n 15 à 20 boekjes op liggen.
Boekhandel Peeters overleeft in onze universiteitsstad dankzij de academische contracten. Er gaan hardnekkige geruchten dat Fnac overweegt om te sluiten en volgens insiders zou ook de Standaard Boekhandel in moeilijkheden verkeren. Ach, geruchten. 

Het criterium dat bij het VFL gehanteerd wordt om iemand voor te stellen en te subsidiëren als auteur via hun auteurslijst is dat je een boekwerk uitgegeven hebt bij een van de om mij geheel duistere redenen bevoorrechte bedrijven. Boeken uitgegeven in nieuwe fondsen, vernieuwende eenmansuitgeverijen, in P.O.D., laat staan in eigen beheer komen niet in aanmerking. Literaire festivals organiseren en 20 jaar dag na dag literaire teksten publiceren op internet kwalificeert je hoegenaamd niet als auteur voor dit Fonds dat uiteraard werkt met middelen die uit uw aller zak komen, belastingsgeld dus.

Begrijpe wie begrijpe kan. Ik snap overigens niet dat u het nog tolereert dat al die centen op die manier besteed worden zonder ook maar de minste rekening te houden met de realiteit, maar bon, u wist het misschien gewoon niet, dus leg ik het maar ff uit. Het VFL deelt uw belastingsgeld dus onrechtstreeks uit aan enkele bevoorrechte firma’s in Vlaanderen en Nederland. Zogezegd ter bevordering van de literatuur die in die bevoorrechte boekvorm onverkoopbaar dreigt te worden (eigenlijk al lang is ma bon ja, ge moogt dat niet zèggen è).

Ik bekijk deze alsmaar verder afglijdende  toestand nu al zo’n 20 jaar, ik heb ertegen gefulmineerd, ik heb gepoogd de aandacht te trekken op alle alternatieven die ons gratis ter beschikking staan om het schrijven en lezen van literatuur efficiënt te promoten, en ik heb het, ik moet eerlijk zijn, opgegeven. Al een jaar of vijf nu.

Trekt uw plan, allemaal, dat denk ik nu. Ik schrijf gewoon door in de hoop dat later als het woord ‘literatuur’ helemaal uit de breinen zal zijn verdwenen, enkelen van mijn werk kunnen gebruik maken om te (her)ontdekken wat schrijven nu zo ontzettend boeiend maakt en hoe je ook in deze realiteit als creatieve praktijk kan uitbouwen, niet door in kwissen te gaan zitten of cocktails te drinken en te slijmen bij een van het selecte ons-kent-ons groepje dat het label van de literatuur heeft opgekocht, of door je snoetje op de sociale media te hypen,  maar gewoon door te schrijven tussen de lezers, een lezer die je zelf ook altijd bent, zeker als je schrijft, omdàt je schrijft. Het internet is, zeker voor korte teksten, voor lyriek, een quasi kosteloos middel om je werk te verspreiden. Je hebt dus dezer dagen echt geen duur, bomen vretend of met inkt besmeurde plastic bladen vervuilend boek meer nodig om gelezen te worden. Dat kan hier, nu en altijd 7/7 24/24 via de talloze schermen die met deze mega database verbonden zijn. Ik doe dat en blijf dat principieel doen net om aan te tonen dat het kàn. Na 20 jaar ben ik een van de weinigen, zo niet de enige  in gans ons taalgebied die kan en wil zeggen dat het effectief kan. Immers ik doe het nog steeds en je hoeft geen fan te zijn van mijn werk om toe te geven dat misschien enkele van mijn lezers maar toch nooit allemaal zich compleet zouden vergissen als zij meenden in dit werk enige kwaliteit te ontwaren .

Dacht ik zo è.

Ik kan altijd mis zijn è. 

Bon. Weg met de emotie, daarvoor is dit te belangrijk. Ik doe dat nu al 20 jaar zo, en ik durf beweren dat mijn schrijfpraktijk floreert, dat merk ik aan de vele geïnteresseerde lezers en aan het genot waarmee ik elke dag verder werk, voor mij is dat criterium genoeg. Ik zou mijn kennis volgaarne delen met andere geïnteresseerden, meehelpen om onze jeugd te leren hou je een online schrijfpraktijk kan uitbouwen, maar ja, ziet ge volgens het Vlaams Fonds van de letteren kan ik tot op heden enkel smalend als internetschrijverken betiteld worden, en is de naam ‘auteur’ voorbehouden voor de tientallen producenten van scheefgeplakte boekskens die de Sleghte in hemelsnaam niet meer binnen hebben wil, want wie koopt er nu dat nog?

Zo’n producenten mogen dus wel een gesubsidieerde auteurslezing geven in dit Vlaamsche land. Enfin weet ge, è. Maar alom geachte vernieuwers in de literatuur zoals Sven Staelens, die moeten ‘ik ben slamdichter’ aanvinken op het online formulier om daarna bij wijze van uitzondering aan te tonen middels een portfolio dat hij tevens ‘visuele dichter’ is.

Komaan è kinders. Sven Staelens is een van de weinigen in dit land die het begrip ‘auteur’ een actuele en ontzettend relevante inhoud weet te geven. En die moet zich in duizend bochten wringen om toch ook maar een lezingske te mogen geven.

Soit. Ik laat mijzelf wel buiten, dank u. Het is uw belastingsgeld è.