het moment (64)

zon en maan staan in hun strak verband. asfalt is het verdunde zwart der hemelen. het spreekt staccato de namen uit die het droeg in de eerste van de drie waanzinstreden die het ter plaatse houden, het grote op en af en uit spel van de adem: uitademing met een stoer mannelijk gestotter, vervolgens een akelige slaak inwaarts tot de buik zich als een zwangere opspant en dan een geheel onzijdig met een koppig zwijgen zich vastklampen aan de oprijzende hoest op zoek naar het punt aan de zin.

maar het diepere braken komt niet los. de klank van hun lijven zit versleuteld onder de maag en lager dan de navel. de paringsknoop wil er niet uit. profaan te kakken gezet roept het ‘ben ik te min’ en alle poolse paarden in de burgerwei naast het treurhuis trappelen verwoed de afwezige stranden met de regen om tot vunzig slijk. 

gelijk als gij is er niet één“, zo stiet het door het zomerbos, maar het kletsnatte brandhout wil geen vuur meer vangen op de stapel die het zich bereidde. het zal sterven in greppel bij nachte zoals het een echte dronkaard past, zijn zwarte stank ’s ochtends met geel bezeken kalk door de boer geblust.

zie daar de zon schiet door de wolken, een moment suprème alsof er nog ergens voeten een grond betraden of vingers handen vormden. beneden waggelt het dorp en zinkt in het duister van de bodemtroost. “bezet mijn stad”, mompelt het pathetisch in de spiegel, “vergeef mijn tuin met heel je nijd, sproei de bloemen tot ze rossen van ’t vergif. afgunst, liefste, is bij verdelging motor van de grootste kunst.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (63)

poëzie bestaat niet. het is burgerlijke inventie om het tij van de lyriek te keren. de taal ervan is de varkensmaskerade van een sadistisch universum dat zichzelf niet onder ogen durft te zien. vrij zijn wij, maar oud staan onze huizen wirrel warrel in het débacle dat we bij onze kinderen achterlaten. poëzie is de moedwil van het humorloze misverstand.

poëzie is kut met peren zoals elke beruchte krijgsmacht bestaat uit legers grauw en grijze troep, extreem mannelijk zwerfvuil dat alleen wil neuken en vernietigen waar het te slap voor is, zoals elke religie enkel het afrukken en afzuigen der priesterpikken dient, poëzie staat garant voor wat gemurmel in het snot van internet, alwaar het stijfsel mens al sinds Berners-Lee apocalyptisch verkouden naar porno loopt te loeren. poëzie is enkelpoëzie, de plooitjes van de broek daarop. poëzie is de slijmerige smurrie waarin dorpen waggelen, banken sudderen en kale kermiswoorden als virussen groeien wassen rotten razen en van onuitspreekbare zelfhaat stikken in hun letters en zinken.

poëzie is erger dan wilfried martens, erger dan de liefde van wilfried martens, erger dan wilfried martens die ons zijn innige liefde wil uitleggen.
met ons delen. alleen powesie is erger dan poëzie.

poëzie is de kapotte kadans bij marsman op de bodem van een oorlog die getrouw de oorlog volgde tot er weer oorlog was. poëzie is twee kroppen rotte sla die in elkaar vervloeien willen omdat het nou eenmaal zo in het boekje staat. is dit poëzie? is het wel poëzie? ben jij iets anders dan poëzie? ontkennen is bevestigen.

invoerteksten (2016): moment 105 106107

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #128

jt128 – l’uniformité de toutes choses – IJSSCHEP

stel je voor dat alle dingen, de dingen die wij zien en betasten en gebruiken, het koffielepeltje, jouw smartenfoon, de potloodscherper, de auto van de buren en het zwaard van ardoewaan, stel je voor dat al die dingen op ons zouden gelijken, niet oppervlakkig maar echt essentieel, in wezen, dus zoals jij en ik echt zijn, werkelijkheid vormen, ze zouden dan enkel verschillen in hun verschijningsvormen, in hun kleuren, hun geuren, hoe ze aanvoelen als je ze aanraakt en wat je ermee doen kan dus aja oké het spreekt dat je met het koffielepeltje geen moslim de arm gaat afhakken of dat je de potloodscherper niet neemt om naar het trouwfeest van je oudste zoon met de dochter van een maffiabaas te rijden en dat jij niet echt helemaal mij bent en ik jou niet als jouw lief je aan het neuken is, maar goed, stel je voor dat we allemaal toch in wezen en in essentie dat een en hetzelfde ding zouden zijn dat alle verschillen uiteindelijk één voor één wegvallen, na veel vijven en zessen, dat alle kleuren zouden samenvloeien tot een vaalgrijs witachtig schijnsel , dat alle geuren samenklitten als een garenkluwen tot een enerverende chloorstank, dat al het tastbare en al het tastende tot éénzelfde laag van uniformiteit zou zijn uit elkaar gevallen en dat er in gans het universum niks anders meer te zien, te ruiken of te voelen, laat staan te horen zou zijn en dat alles dus oef seg uiteindelijk die rust van het niets, nee van het eenvormige, het onderscheidsloze zou hebben gevonden…


op dat moment, wanneer je erin slaagt om je dat voor te stellen, om het te voelen, te ruiken, te zien, dan heb jij misschien ook bereikt wat Antonin Artaud vanochtend met mij klaarspeelde toen hij mij de 4 nee 5 woorden ‘l’uniformité de toutes choses’ te lezen gaf, maar toen belde een vriendin mij op om af te spreken voor vanavond, en jazeker ik ga graag met je mee zei ik en ik vergat alles van wat ik daarnet vertelde weer en een mooie avond was het, ja dat is het zeker geworden, maar toch ook weer een avond die voorbij is, zoals alle avonden daarvoor wel wat anders waren maar toch avond ook en voorbij vooral. 

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (62)

het spookt. het lief dat haar bezong is dood. ongehoord het vlijdt zich neer bij het afwezige. er zucht een zomerse zefier op het toneel en handen strelen haren die geen aanvang hebben, enkel glans. het bracht de sojoez dapper en vaderlandslievend in de baan en stort nu zelf ter aarde neer. het is een suizen dat versnelt.

petas lilith kama-rupa! phfoef. een glimlach uit het verre krult analoog aan een veeg in het laken. kijk, visioen! gods vinger is een roze rots die tepelt uit het bruisen van een flardenzee aan wolken. het wijst het aan! ter pen! een melding is het uit de geile grot van het genot.

het is verloren, kwijt in een wereld die het niet bewonen kan. er is alsof, alsof alsof, de vermenigvuldigingen daarvan, en daar doorheen de rechte lijnen van de eenzaamheid. feiten zijn slangen, het misbaar van mozes die zijn adepten aan zijn god verkocht voor manna hennep ambrozijn en 30 jaren ongebreidelde machtswellust.

de zon heeft al zijn roze jurkjes uit gedaan en staat nu naakt te branden, de vernietiging vol in het gelid. branding brand maar, branding keer en brand de kusten nog een keer. het daalt de kerker in, langs het koude van de ketting en het noteert het snuffelen van ratten die wachten tot het zich niet meer verweert.

invoerteksten (2016): moment 102 103

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (61)

de adoratie van de geliefde is obstakel op de weg naar de geliefde. zijn verheerlijking ontkent haar eigenheid, daar alle heerlijkheid geheel de zijne is, en dus van haar vernietiging. laat haar naamloos zijn als dame, Anke of LAIS.

het spreekt haar uit in zich maar stemloos, als gebaar, verwerping van het zelf als vrucht van het verworpene en dan verwordt het ogenblikkelijk tot los verband van bont gestamel, beate zaligheid die het zichzelf heeft aangedaan.

en terwijl de wind haar teder troetelnamen fluistert en het zelf in bomen bloemen velden ook heur haarbos als verschijning ziet, zingen de vogels elke ochtend luid haar lied.

hoe verder het van zich is weggegaan, hoe meer de ziel zich uitspreekt in sensuele vreugde en gemeenschap van bestaan. het heeft zichzelf niet nodig om in de weelde op te gaan.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #126

jt 126 – le plan nu des sens – DRUKWERK

WIE HEEFT NIET, … (slot)

Die vastgebonden dood waar de ziel zich afschudt om eindelijk een complete en doordringbare staat te verkrijgen,

waar niet alles overhoop ligt, pijnlijk zot verstoord en eindeloos redetwistend met zichzelf, verstrikt in de draden van een mengeling die zowel ondraaglijk als melodieus is,

waar niet alles ongeschiktheid is,

waar niet de kleinste ruimte constant gereserveerd is voor de grootste honger naar een absolute en dan definitieve ruimte,

waar onder de druk der paroxismen plotseling het bestaan van een nieuw vlak wordt aangevoeld,

waar deze ziel die schudt en snoeft de mogelijkheid voelt om zoals in dromen te ontwaken in een heldere wereld, nadat ze de barrière (ze weet niet meer weet welke) doordrongen heeft, – en waar ze zich bevindt in een helderheid waar eindelijk haar leden zich ontspannen kunnen, waar de muren van de wereld afbreekbaar lijken tot in het oneindige.

Ze zou kunnen herboren worden deze ziel, maar dat gebeurt niet; want hoezeer verlicht ook, ze voelt dat ze nog steeds droomt, dat ze zich nog niet in die droomtoestand heeft gebracht waarmee ze zich kan identificeren.

Op dit moment van zijn sterfelijke mijmering trekt de levende mens die de muur van de onmogelijke identificatie heeft bereikt, zijn ziel op brute wijze terug.
En daar wordt hij terug geworpen op het naakte vlak der zintuigen, in een licht zonder schaduwen.

Weg van de oneindige muzikaliteit der gevoelsgolven, ten prooi aan de grenzeloze honger van de atmosfeer, aan de absolute koude.

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert.NKdeE 2020 – CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

Cette mort ligotée où l’âme se secoue en vue de regagner un état enfin complet et perméable,

où tout ne soit pas heurt, acuité d’une confusion délirante et qui ratiocine sans fin sur elle-même, s’emmêlant dans les fils d’un mélange à la fois insupportable et mélodieux,

où tout ne soit pas indisposition,

où la plus petite place ne soit pas réservée sans cesse à la plus grande faim d’un espace absolu et cette fois définitif,

où sous cette pression de paroxysmes perce soudain le sentiment d’un plan neuf,

où du fond d’un mélange sans nom cette âme qui se secoue et s’ébroue sente la possibilité comme dans les rêves de s’éveiller à un monde plus clair, après avoir perforé elle ne sait plus quelle barrière, – et elle se retrouve dans une luminosité où finalement ses membres se détendent, là où les parois du monde semblent brisables à l’infini.

Elle pourrait renaître cette âme, cependant elle ne renaît pas ; car bien qu’allégée elle sent qu’elle rêve encore, qu’elle ne s’est pas encore faite à cet état de rêve auquel elle ne parvient pas à s’identifier.

À cet instant de sa rêverie mortelle l’homme vivant parvenu devant la muraille d’une identification impossible retire son âme avec brutalité.

Le voici rejeté sur le plan nu des sens, dans une lumière sans bas-fonds.

Hors de la musicalité infinie des ondes nerveuses, en proie à la faim sans bornes de l’atmosphère, au froid absolu.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (60)

je kan pas vliegen als je vallen kan, wat kan er anders tot een vlucht vertragen? de aarde is bedreiging vol beton en achter blauwe hemels doemt de leegte van de grote nacht. de vrijheid van de lucht is koekenpan.

haar wervel is een bergkam die het met zijn blik beroert. de toekomst is een schim van het toekomende, je ontwaart alleen de klank ervan. de buik plat op het water, de kringloop van pijn in de ogen die de ogen zien ontwaken in het verzengende vuur van hun komst. de geluidloze flits. de zich oneindig ver uitstrekkende helder kabbelende wateren.

je moet kunnen hollen vooraleer je lopen kan. je moet tandeloos je wonden kunnen likken, weten wat kruipen is, het smeken met ontvelde knieën beheersen, vooraleer je het verlangen in één keer de strot kan overbijten.

niet zij. zij hoeft niets te doen, zij heeft het zalige in zich gevonden en laat alleen het echte toe. zij heeft jou niet nodig. het duikt in haar met het ademlijf van een Olymposgod.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (59)

treurnis is een wrede god die alles in zijn willekeur beslist. hij verandert lachend licht in droeve duisternis, hij geeft het ’s ochtends heel de blijdschap van haar wonderlijk bestaan om het dan met het gemis weer stuk te slaan.

treurnis is een duivel die de zieltogende voeden wil met liters drank en geil geloof en vals verbeelde schoonheid die verblindt. ramen bekleedt het treuren met zijn slappe tranenparels, deuren met vieze pukkels van gestold verlangen en in het bed legt het harige zweren op de ettertijd waarin het haar niet vindt.

het ziet de bloemen, vogels en de vreugde alomtrent, terwijl het lijf zo leeg blijft als een coronazomertent en de stem slechts kermt: “treuren is een deken in het bed waar jij niet bent”. het murwt zich uit de treurnis als een roze gifslang die vervelt.

het zal zijn liefde nooit ontkennen maar vanaf heden is het treuren voor de resten van een verder onbekende vent.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (58)

voor s. l. t.


het droomde dat ze vlogen, hun schouders in elkaar vergroeid tot monsterlijke vleugels. twee in elkaar hakende vliegende torren, spier op spier voelden zij elkaar, vel op vel, bot op bot. en onder hen verschroeide de aarde, de mensen verkoolden, de dieren de planten de vissen de vogels. duizenden bomen knakten neerwaarts als evenveel uitgebrande lucifers.

LAIS: haar komst is een schateren van bonte vogels dat opstijgt uit een oerwoud dat al uit die as verrijst, verrezen is. herinnering is geen belofte. herinnering is zekerheid. beloven doet het dit: niemand kan haar raken, noch haar stam. heel haar wezen is te engelachtig dicht en zij zijn samen als een zwerm demonen onbereikbaar ver en vrij.

maar het wil niet dat een ander ziet, wat het ziet. que sera, sera. de vloek die toch al uitgesproken is, brengt bij onthulling enkel woede, onmacht en verdriet (de plaag neemt vele vormen aan, beginnen doet het met een vaudeville). en praten van de komst die niemand helpt wiens lot het onheil treft, en sowieso toch treffen zal, verdaagt alleen het glorieuze klinken, de onvermijdelijke fosforflits van het lied, bij het gestaag gulpende klokken van de slokkende hel. geniet van het pus, rien ne va plus.

bespoedig of verhinder niets, vernietig alle sporen van je zelf. wanneer het niets is, zal het niets zich schamen.

invoerteksten (2016): moment 9495

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (57)

in het spel van licht en donker krijgt het zwart altijd de bovenhand. het is maandag en de maan is weg, het is dinsdag en de dag is weg, op woensdag is er weer geen poen en ook op donderdag geen zoen. niets daarvan is triest, wat kan er triest zijn wanneer alles in niets is vervat.

elk moment is diefstal, streling van het oog. de vrijheid heeft zich als een sater zat gezopen en de zon is kwaad naar huis gelopen. het legt een natte vinger zachtjes op de iris en dreigt met duwen tot het van de vinger schrikt. kijk, het verblijf ondergaat weer een samenpersing van de tijd, een hele maand in de oogopslag van Tralfamadorische aard:

het is een zwarte strook gestrompel in de gang van ’t bed en een schokkerige corridor op de treden van de trap en daar beneden ook een diepe buiging van de zetel naar de tv die uit en aan flikkert in een vaste slag. het is grijze smurrie met ledematenstengels aan het bureau en een knobbel git op de bril van het toilet.

de rest van het huis baadt in het licht van de stervende planten.

invoerteksten (2016) : moment 9192 93


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (56)

het herbeleeft de overgang in een herinnering die een beleven is, elke keer onmerkbaar weinig minder echt, een stukje dieper in de waan van de genezing, de werkelijkheid. tel en tel en floep de stilte valt weer als een gulpje waterstraal in het zand. wanneer het zwart komt dat verlossing brengt valt al het praten van de wereld uit en dan pas wordt het duidelijk hoe zinloos elk verzet was, al dat weerwerk van het denken.

de lucht versnijdt de adem in verzwelgbare plakken pijn. wat het ook naar binnen werkt er komt geen einde aan de beelden en de woorden zitten vast in een lus die de woorden hameren, de volledige absurditeit van klanken letters, associatie en betekenis. zolang er zelf is blijft het woord volharden

want eens het woord zich in de wereld baarde, werd een deel ervan tot een zielig stukje zelf beknot, een uitgesproken ding dat in een bevattelijke naam zichzelf benoemen kon en dan wel iets zou zijn. maar het ziet enkel het niets waaruit het zelf ontstond, dat toch iets anders was dan niets, een vraag waarop nooit antwoord kwam.

en op die onmacht der verlatenheid volgt het trieste wuiven met de kruinen eerst en dan de wellust van de bloei maar ook het animale huilen, het beestachtige kermen, het waanzinnige krijsen en het moment dat enkel praten lijkt te helpen en denken dat het praten helpt want kijk het helpt toch als ik praat. vermaledijde mens die van zichzelf niet eens de taal verstaat.

invoerteksten (2016): moment 899091

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (55)

de wereld is een tekstverband waaronder liefde woekert. onder de taal is het echte een open wonde, die met haar etter de versteende woorden besmet. elke genezing is een verstarring die het bloeden bestendigt. het regent. het heeft haar niet gezien, ze droeg het gelaat van een ander.

de wereld is een code die het niet lezen kan. ook vroeger deed het maar alsof. de lippen bewogen mee met het onbegrepene. het heeft dan ook geen enkele informatie omtrent de eigenheid, enkel ruwe data die het zelf niet compileren kan. de wereld is de wereld is de wereld die het nooit bereiken kan.

het sprak hen na, maar wat er klonk onthulde node ook hun leugens, dus kreeg het klappen. het leerde snel het ergste te vermijden maar het bleef een lopend gif voor elke eigenwaan. de eigen versplintering maskerend met schermen, kon het parasitair hooguit liefde retourneren die de ander naar hartenlust op de schermen projecteerde.

de wereld is de wereld niet. vergeefs, ver voorbij het punt dat treuren een wellust is, in het donkere hol waaruit niets emaneert, treurt het om haar. het voelt niets want het is niets dan treurnis en de treurnis neemt de vorm aan van haar lichaam dat het zijne is, rein, leeg, bevrijd van kwade wil, louter wens om naakt bij haar te zijn.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #123

jt 123 – une sorte de ventouse posée sur l’ame – PUNTNEUS

WIE HEEFT NIET, … (1)

Wie heeft niet, te midden van bepaalde angsten, in de diepte van enige dromen, de dood ervaren als een verbrijzelende en wonderbaarlijke sensatie waarmee niets in de orde van de geest kan worden vergeleken? Iedereen zal deze ademsklim van de angst wel hebben gekend, waarbij de golven over je heen komen en je opblazen alsof je gedreven wordt door een onhoudbare balg. De angst die telkens groter, telkens zwaarder en van steeds dieper in je keel nadert en ebt. Het is het lichaam zelf dat de grens van zijn uitzettingsvermogen en kracht heeft bereikt en dat toch verder moet gaan. Het is een soort zuignap die op de ziel wordt geplaatst, waarvan de scherpte als vitriool over de laatste grenzen van het voelbare loopt. En de ziel heeft niet eens de uitweg om te barsten. Want dit uitzetten zelf is bedrog. De dood stelt zich niet tevreden met zo’n prijsje. Deze uitzetting in de fysieke orde is als het omgekeerde beeld van de vernauwing waarmee de geest zich over de gehele uitgestrektheid van het levende lichaam moet vastklampen.

Die adem, die daar hangt, is de laatste, echt de laatste. Het is tijd om de afrekening te maken. De minuut die zo gevreesd, zo geducht, zo vaak gedroomd is, is gearriveerd. Het is waar: jij gaat sterven. Je beloert en je meet die adem. En een immense tijd speelt zich helemaal tegen de limiet af in een besluit waarin deze zich niet spoorloos mag voltrekken.

Crepeer, hondengebeente. En je beseft heel goed dat je denken niet volbracht is, niet afgesloten, en dat je in zekere zin nog niet eens begonnen was te denken.

Het maakt niet uit. – De angst die op je valt verbrijzelt je tot in het onmogelijke, want je weet goed dat je moet overgaan naar die andere kant waarvoor niets in jou klaar is, zelfs niet dit lichaam, vooral niet dit lichaam dat je verlaten zal zonder ervan de materie, noch de omvang, noch de onmogelijke verstikking te vergeten.

En het zal zijn zoals in een nare droom waar je uit de plaats van je lichaam weg bent, en je het toch daarheen gesleept hebt en het je laat lijden en je oplicht met zijn oorverdovende indrukken, waar de uitgestrektheid altijd kleiner of groter is dan jij, waar niets je in het gevoel nog laat dat je vanuit een diepgewortelde aardse gerichtheid meebracht.

En dat is het, en dat zal het altijd zijn. Bij het gevoel van deze verlatenheid en deze onuitsprekelijke malaise, welk een schreeuw, het geblaf van honden in een droom gelijk, tilt er niet je huid op, draait er niet rond in je keel, in de verbijstering bij deze zinloze verdrinking. Nee, het is niet waar. Het is niet waar.

Maar het ergste is: het is wel waar. En samen met dat gevoel van wanhopige echtheid waarmee het lijkt dat je opnieuw gaat sterven, dat je voor de tweede keer gaat sterven (Je zegt tegen jezelf, je spreekt het uit dat je gaat sterven. Jij gaat sterven: Ik ga voor de tweede keer sterven.) en zie, je weet niet welk een humiditeit van ijzerwater, van steenwater of van wind je zo ongelooflijk verkwikt en je verlost van het denken, en je bent zelf aan het zinken, je zinkt naar jouw dood toe, naar jouw nieuwe staat van dode. Dit stromende water is de dood, en van het moment dat je er vrede mee neemt, dat je die nieuwe sensaties registreert, dan begint de grote identificatie.
Je was dood en zie nu leef je weer – MAAR DEZE KEER BEN JE ALLEEN.

WORDT VERVOLGD

Antonin Artaud – uit L’ Art et la Mort (1929) [ARTAUD 1956, p.117-121]
vert. NKdeE 2020CC Free Culture License 4.0

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-le-pese-nerfs-fragments-dun-journal-denfer-lart-et-la-mort/):

QUI, AU SEIN…

Qui, au sein de certaines angoisses, au fond de quelques rêves n’a connu la mort comme une sensation brisante et merveilleuse avec quoi rien ne se peut confondre dans l’ordre de l’esprit ? Il faut avoir connu cette aspirante montée de l’angoisse dont les ondes arrivent sur vous et vous gonflent comme mues par un insupportable soufflet. L’angoisse qui se rapproche et s’éloigne chaque fois plus grosse, chaque fois plus lourde et plus gorgée. C’est le corps lui-même parvenu à la limite de sa distension et de ses forces et qui doit quand même aller plus loin. C’est une sorte de ventouse posée sur l’âme, dont l’âcreté court comme un vitriol jusqu’aux bornes dernières du sensible. Et l’âme ne possède même pas la ressource de se briser. Car cette distension elle-même est fausse. La mort ne se satisfait pas à si bon compte. Cette distension dans l’ordre physique est comme l’image renversée d’un rétrécissement qui doit occuper l’esprit sur toute l’étendue du corps vivant.

Ce souffle qui se suspend est le dernier, vraiment le dernier. Il est temps de faire ses comptes. La minute tant crainte, tant redoutée, tant rêvée est là. Et c’est vrai que l’on va mourir. On épie et on mesure son souffle. Et le temps immense déferle tout entier à sa limite dans une résolution où il ne peut manquer de se dissoudre sans traces.

Crève, os de chien. Et l’on sait bien que ta pensée n’est pas accomplie, terminée, et que dans quelque sens que tu te retournes tu n’as pas encore commencé à penser.

Peu importe. – La peur qui s’abat sur toi t’écartèle à la mesure même de l’impossible, car tu sais bien que tu dois passer de cet autre côté pour lequel rien en toi n’est prêt, pas même ce corps, et surtout ce corps que tu laisseras sans en oublier ni la matière, ni l’épaisseur, ni l’impossible asphyxie.

Et ce sera bien comme dans un mauvais rêve où tu es hors de la situation de ton corps, l’ayant traîné jusque-là quand même et lui te faisant souffrir et t’éclairant de ses assourdissantes impressions, où l’étendue est toujours plus petite ou plus grande que toi, où rien dans le sentiment que tu apportes d’une antique orientation terrestre ne peut plus être satisfait.

Et c’est bien cela, et c’est à jamais cela. Au sentiment de cette désolation et de ce malaise innommable, quel cri, digne de l’aboiement d’un chien dans un rêve, te soulève la peau, te retourne la gorge, dans l’égarement d’une noyade insensée. Non, ce n’est pas vrai. Ce n’est pas vrai.

Mais le pire, c’est que c’est vrai. Et en même temps que ce sentiment de véracité désespérante où il te semble que tu vas mourir à nouveau, que tu vas mourir pour la seconde fois (Tu te le dis, tu le prononces que tu vas mourir. Tu vas mourir : Je vais mourir pour la seconde fois.), voici que l’on ne sait quelle humidité d’une eau de fer ou de pierre ou de vent te rafraîchit incroyablement et te soulage la pensée, et toi-même tu coules, tu te fais en coulant à ta mort, à ton nouvel état de mort. Cette eau qui coule, c’est la mort, et du moment que tu te contemples avec paix, que tu enregistres tes sensations nouvelles, c’est que la grande identification commence. Tu étais mort et voici que de nouveau tu te retrouves vivant, – SEULEMENT CETTE FOIS TU ES SEUL.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (54)

wat voorbij is krast het in de ogen als het omkijkt. het dacht hierdoor een eendere schoonheid te zullen vinden, maar die is er niet, zal er nooit zijn want waar zou ze ooit geweest zijn? sterven is prozaïsch en banaal en kil. het slokt.

niets van wat het denkt (het regent) houdt steek. het komt steeds op hetzelfde punt terecht in de spiraal. de lus rond het punt van de dood. en daar staat het dan te treuren, het boekje bevend in de hand. stil bij het eendere tikken van de scheve klok, nog even zat zigzag strompelend van a naar n. niets denken is beter.

het haat zichzelf bij het zingen van de vogels, bij het razen der prijzige automobielen, neerwaarts, de berg af die niet langer de zijne is, bij de vierde aflevering van het derde seizoen van een reeks zinloze beelden op een irritante klankband. het slokt. niets voelen is beter.

niets voelen is een ui, vertelt het stilzwijgend aan de doven, het is een zwart zweven waarin alle kleuren zijn vervat, de uitwaai van gevoelens, onaantastbare vlindervleugels in een gelaagde zwerm, gelaagd rond de leegte, rond het geduldig wachtende zwart van de angst die alleen maar uit angst bestaat.

invoerteksten (2016): moment 85 86 87

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (53)

het telt. het zal tot ons spreken bij het einde van de telling, belooft het. het gieren van de wind (de wind giert). het razen van de wind (de wind raast). het gillen van de wind (de wind gilt). het woeste van de wind  (de woeste wind). het beuken van de golven (de golf beukt).

het kabbelen der golfjes (de golf kabbelt). het schone schip verleden (de golf beukt). zalm spartelt naar de zee (de golf beukt). de zee stoot diep het land in  (het land wijkt). de klok galmt in de dorpen (het land wijkt). straks lacht het natte land (het land blijft). met de kusjes van de wind (de golf beukt). zonder haar verwelken zelfs de paardenbloemen. deze telling heeft echt plaatsgevonden in april 2016, het herinnert het zich alsof het gisteren was.

op het moment van het inslapen opent het zich, de zwarte leegte die het is, in duizenden onpeilbaar diepe scheuren en elke afgrond is 1 milliseconde lang een blow job van de dood. in het midden van de angstaanval is er voor de angst immers geen tijd meer, de verdrongen herinnering aan de geboorte (de angst voor de dood is de verdrongen angst voor de geboorte, beweert het nu, aan sterven is niks aan, we doen niks anders) loopt vast in de herhaling van het ogenblik en het echte vormt een netwerk, wordt een wurggreep van vernietiging. het besef dat de dood de enige uitweg is uit de lus volgt op het genot van het sterven dat het besef achterna holt.

het schiet wakker omdat het samenvalt met de wil om niet meer te ademen, maar zonder adem vervalt de wil, dus het is welgeteld 1 tel dood van de duizenden tellen die a-lineair wemelen in de ruimte van die ene milliseconde die het ons hier vertelt. al die tellen kennen elkaar, zegt het nog, want zij vallen samen in het tellen, in het getal van de dood.

en toen?

invoerteksten (2016) : moment 81 828384

(de laatste pogingen – ik schreef elke dag hetzelfde stukje tekst op om te zien of het beven minderde)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #121

jt 121 – il s’agit de la durée de l’esprit – HAARDVUUR

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (3)

Ik voel de afbrokkelende grond onder mijn gedachten, en ik word ertoe gebracht om de termen die ik gebruik te overwegen zonder de steun van hun intieme betekenis, hun persoonlijke ondergrond. En beter nog, het punt waarop dit substraat zich lijkt te verbinden met mijn leven wordt mij ineens vreemd gevoelig, en virtueel. Ik heb het idee van een onvoorziene en vaste ruimte, waar normaal gesproken alles beweging, communicatie, interferentie, pad is.
Maar deze afbrokkeling die mijn denken in zijn grondslagen bereikt, in zijn meest urgente communicatie met de intelligentie en met het instinctmatige van de geest, vindt niet plaats op het gebied van een gevoelloos abstractum waaraan enkel de hogere delen van het intellekt zouden deelhebben. Niet zozeer de geest die intact blijft, bestekeld met punten, maar de zenuwbaan van het denken wordt door dit afbrokkelen bereikt en afgeleid. Het is in de ledematen en het bloed dat deze afwezigheid, deze onderbreking zich bijzonder sterk doet voelen.

Een grote koude,
Een wrede onthouding,
Het voorgeborchte van een nachtmerrie vol botten en spieren, met de gewaarwording van maagfuncties die klapperen als een vlag in het fosforesceren van de storm.

Embryonale beelden die elkaar als met de vinger verduwen en niet met enige materie in verbinding staan. 

Ik ben mens door mijn handen en mijn voeten, mijn buik, mijn vlezen hart, mijn maag waarvan de knooppunten mij verbinden met het bederf van het leven.

Men heeft het over woorden, maar het gaat niet om woorden, het gaat om de duur van de geest.
Deze afvallige woordenschors, men moet zich niet inbeelden dat de ziel er niet bij betrokken is. Naast de geest is er het leven, is er het menselijk leven in wiens cirkel die geest draait, met hem verbonden door een veelvoud van draden…

Nee, al dat lichamelijke ontwortelen, al die beknottingen van de lichamelijke activiteit en het ongemak van het zich afhankelijk voelen in het lichaam, en ook dat lichaam zelf, beladen met marmer en liggend op slecht hout, dat is niet gelijk aan de pijn van het beroofd zijn van de fysieke kennis en het gevoel van innerlijk evenwicht. Dat de ziel in gebreke blijft bij de taal en de tong bij de geest, en dat deze breuk door de velden der zinnen trekt als een grote voor van wanhoop en bloed, dat nu is de grote kwelling die niet de bast of het staketsel ondermijnt, maar de STOF der lichamen. Het is deze dwalende vonk die op het spel staat, waarvan men het gevoel heeft dat ZIJ HET WAS, een afgrond die op zichzelf de hele mogelijke omvang van de wereld wint, en het gevoel is dat van zodanige nutteloosheid dat het lijkt op de knoop van de dood. Deze nutteloosheid is als de morele kleur van deze afgrond en deze intense verbijstering, en de fysieke kleur ervan is de smaak van bloed dat in cascades door de openingen van de hersenen stroomt.

Men kan mij wel vertellen dat deze moordkuil in mijzelf ligt, ik neem deel aan het leven, ik vertegenwoordig de fataliteit die mij verkiest, en het bestaat niet dat al het leven van de wereld mij op een gegeven moment bij zich meetelt, want door haar aard zelf bedreigt zij het principe van het leven. Er is iets verheven boven iedere menselijke bezigheid: het is het voorbeeld van deze monotone kruisiging, van deze kruisiging waarbij de ziel zichzelf verliest en blijft verliezen.

ANTONIN ARTAUD – 1926
uit: La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst
(http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm):

Je sens sous ma pensée le terrain qui s’effrite, et j’en suis amené à envisager les termes que j’emploie sans l’appui de leur sens intime, de leur substratum personnel. Et même mieux que cela, le point par où ce substratum semble se relier à ma vie me devient tout à coup étrangement sensible, et virtuel. J’ai l’idée d’un espace imprévu et fixé, là où en temps normal tout est mouvements, communication, interférences, trajet. Mais cet effritement qui atteint ma pensée dans ses bases, dans ses communications les plus urgentes avec l’intelligence et avec l’instinctivité de l’esprit, ne se passe pas dans le domaine d’un abstrait insensible où seules les parties hautes de l’intelligence participeraient. Plus que l’esprit qui demeure intact, hérissé de pointes, c’est le trajet nerveux de la pensée que cet effritement atteint et détourne. C’est dans les membres et le sang que cette absence et ce stationnement se font particulièrement sentir.

Un grand froid, une atroce abstinence, les limbes d’un cauchemar d’os et de muscles, avec le sentiment des fonctions stomacales qui claquent comme un drapeau dans les phosphorescences de l’orage. Images larvaires qui se poussent comme avec le doigt et ne sont en relations avec aucune matière.

Je suis homme par mes mains et mes pieds, mon ventre, mon coeur de viande, mon estomac dont les noeuds me rejoignent à la putréfaction de la vie.

On me parle de mots, mais il ne s’agit pas de mots, il s’agit de la durée de l’esprit. Cette écorce de mots qui tombe, il ne faut pas s’imaginer que l’âme n’y soit pas impliquée. A côté de l’esprit il y a la vie, il y a l’être humain dans le cercle duquel cet esprit tourne, relié avec lui par une multitude de fils…

Non, tous les arrachements corporels, toutes les diminutions de l’activité physique et cette gêne qu’il y a à se sentir dépendant dans son corps, et ce corps même chargé de marbre et couché sur un mauvais bois, n’égalent pas la peine qu’il y a à être privé de la science physique et du sens de son équilibre intérieur. Que l’âme fasse défaut à la langue ou la langue à l’esprit, et que cette rupture trace dans les plaines des sens comme un vaste sillon de désespoir et de sang, voilà la grande peine qui mine non l’écorce ou la charpente, mais l’ETOFFE du corps. Il y a à perdre cette étincelle errante et dont on sent qu’ELLE ETAIT un abîme qui gagne en soi toute l’étendue du monde possible, et le sentiment d’une inutilité telle qu’elle est comme le noeud de la mort. Cette inutilité est comme la couleur morale de cet abîme et de cette intense stupéfaction, et la couleur physique en est le goût d’un sang jaillissant par cascades à travers les ouvertures du cerveau.

On a beau me dire que c’est moi ce coupe-gorge, je participe à la vie, je représente la fatalité qui m’élit et il ne se peut pas que toute la vie du monde me compte à un moment donné avec elle puisque par sa nature même elle menace le principe de la vie. Il y a quelque chose qui est au-dessus de toute activité humaine : c’est l’exemple de ce monotone crucifiement, de ce crucifiement où l’âme n’en finit plus de se perdre.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (52)

eerst was er niets en toen had niets een zwak moment. en floep: zij waren god en zijn geboden. zij lagen naakt op het strand van de zee die zij waren. zij lagen daar diep in elkander te geloven. en god de zee die golfde maar.

er kwam een storm, zij vluchtten weg van de zee die zij waren, landinwaarts. en de eerste huizen scheidden hen tot het en haar. ‘doe de deui toe‘ klonk de stem van god en het, als lidwoord onbepaald, trok gehoorzaam de deur naar buiten toe.

maar waar was zij gebleven? de meeuwen krijsten wei wei wei. het ene dat ooit eenvoud was, werd aldus gespleten in het geluk van haar en verder niets. het begon te regenen. heel de zondvloed lang hoorde men het zingen:

beuk maar, beuk maar
nacht na nacht en nachten lang,
beuk maar godje van mijn kloten,
beuk maar vol uw leeg gebaar.

uw zee is slechts illusie voor zeloten
en in ’t moment hervinden wij elkaar.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (51)

stokstijf en met open monden en pijnlijk gestrekte tong staan wij om toch maar een druppel op te vangen van het kostbare zwart. onze wanhoop is weg. elke weg is een weg naar de hel van de hoop. beiden zijn misschien afwezig in een hemelse toekomst zonder hoop (thomas tu m’emmerde avec tes conneries). de bomen geloven vast in de bomen, zij wiegen hoog hun toppen in de lucht.

vogelgekwetter. henri je t’ aime proet proet. pipelife 40×1.8-pvc afvoerbuis. kiki je t’aime interieurement. woordloos de vinken zingen hun ware liefde. suskewieèt. de duif tortelt. het dak stort in.

ce problème de l’émaciation de mon moi.

henri fait pipi et kaka avec moi. liefde is de weg wég van de hoop. fouf fouf.
j’ aime le chocolat noisette. wolken drijven over. onze huid is zon, het hart is regen (sorry, we zijn alweer weg, daar heb je het al terug).

La Grille est un moment terrible pour la sensibilité, la matière.

bij het orgasme werd het een licht gewaar, een enorm zwart licht met duizend plofsterren erin en haar zuchten aaide het als met strelingen het hoofd met het git uit dat gat, alsof het echt was en heel en alsof het zonder ophouden haar zachte zwart over alle zielen zou kunnen blijven uitstrooien.

invoertekst (2016)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #

jt119 – Je suis définitivement à côté de la vie – WEGRAND

Fragmenten uit een Dagboek van de Hel (1)

Aan André Gaillard

Mijn schreeuw noch mijn koorts zijn van mij. Deze desintegratie van mijn tweede krachten, van deze verstolen elementen van de ziel en het denken, beeldt u zich enkel hun constante in.

Dit iets zo halverwege tussen de kleur van de mij typerende atmosfeer en het punt van mijn realiteit.

Ik heb niet zozeer behoefte aan voeding, eerder aan een soort elementair bewustzijn.

Deze levensknoop waaraan de emissie van het denken zich vastklampt. Een knoop van centrale verstikking.

Mij gewoon steunen op een duidelijke waarheid, dat wil zeggen die rust op een enkel randje.

Dit probleem van het uitteren van mijn ik toont zich niet enkel meer in zijn uitsluitend pijnlijke aspect. Ik heb het gevoel dat nieuwe factoren ingrijpen in de verwording van mijn leven en dat ik iets als een nieuw bewustzijn heb van mijn intiem verlies.

In het werpen van de teerling, in het lanceren van mezelf in de bevestiging van een voorvoelde waarheid, hoe willekeurig die ook is, zie ik heel de reden van mijn bestaan.

Ik blijf urenlang stilstaan bij de indruk van een idee, een geluid. Mijn emotie ontwikkelt zich niet in de tijd, volgt zich niet op in de tijd. Eb en vloed van mijn ziel zijn in volmaakte harmonie met de absolute idealiteit van de geest.

Mijzelf voor de metafysica plaatsen die ik mij gemaakt heb in functie van dit niets dat ik in mij draag.

Deze mij als een wig ingeplante pijn, in het centrum van mijn zuiverste werkelijkheid, op deze locatie van het gevoel waar de twee werelden van lichaam en geest elkaar ontmoeten, leerde ik mezelf af te leiden door het effect van een valse suggestie.
In de ruimte van de minuut dat de verlichting van een leugen duurt, maak ik mij een evasieve gedachte, ik gooi mezelf op een vals spoor dat door mijn bloed wordt aangegeven. Ik sluit de ogen van mijn intellect en laat het ongeformuleerde in mij spreken, ik gun mezelf de illusie van een systeem waarvan de voorwaarden mij zouden ontgaan. Maar uit die minuut van dwaling heb ik het gevoel dat ik iets echts op het onbekende heb buitgemaakt. Ik geloof in spontane bezweringen. Op de wegen waar mijn bloed me heen sleept kan het niet anders dan dat ik op een dag een waarheid zal ontdekken.

De verlamming maakt zich van me meester en verhindert mij steeds meer om tot mijzelf te komen. Ik heb geen steunpunt meer, geen basis… ik zoek mijzelf ik weet niet waar. Mijn denken kan niet meer gaan naar waar mijn emotie en de beelden die in mij opkomen het duwen. Ik voel mij tot in mijn geringste impulsen gecastreerd. Uiteindelijk zie ik het licht door mezelf heen, door te verzaken aan alle tekenen van mijn intelligentie en mijn gevoel. Men moet begrijpen dat het de levende mens is die in mij geteisterd wordt en dat deze verlamming die mij verstikt, centraal staat in mijn gewone persoonlijkheid en niet in mijn aanvoelen als voorbestemde.
Ik sta voorgoed naast het leven. Mijn kwelling is net zo subtiel, zo verfijnd als dat zij bitter is. Het vergt mij waanzinnige inspanningen van de verbeelding, vertienvoudigd door de wurggreep van deze verstikking om er toe te komen om mijn leed te denken. En als ik op die manier in dat streven volhardt, in deze behoefte om voor eens en altijd de toestand van mijn verstikking te bepalen…

ANTONIN ARTAUD – 1926

uit La Pèse-nerfs in [ARTAUD 1956,105-107)
vert. NKdeE 2020 met behulp van DeepL en deze vertaling van Hans Van Pinxteren

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:

Fragments d’un Journal d’Enfer

à André Gaillard

Ni mon cri ni ma fièvre ne sont de moi. Cette désintégration de mes forces secondes, de ces éléments dissimulés de la pensée et de l’âme, concevez-vous seulement leur constance.

Ce quelque chose qui est à mi-chemin entre la couleur de mon atmosphère typique et la pointe de ma réalité.

Je n’ai pas tellement besoin d’aliment que d’une sorte d’élémentaire conscience. Ce noeud de la vie où l’émission de la pensée s’accroche. Un noeud d’asphyxie centrale.

Simplement me poser sur une vérité claire, c’est-à-dire qui reste sur un seul tranchant.

Ce problème de l’émaciation de mon moi ne se présente plus sous son angle uniquement douloureux. Je sens que des facteurs nouveaux interviennent dans la dénaturation de ma vie et que j’ai comme une conscience nouvelle de mon intime déperdition.

.Je vois dans le fait de jeter le dé et de me lancer dans l’affirmation d’une vérité pressentie, si aléatoire soit-elle, toute la raison de ma vie. Je demeure, durant des heures, sur l’impression d’une idée, d’un son. Mon émotion ne se développe pas dans le temps, ne se succède pas dans le temps. Les reflux de mon âme sont en accord parfait avec l’idéalité absolue de l’esprit.

Me mettre en face de la métaphysique que je me suis faite en fonction de ce néant que je porte.

Cette douleur plantée en moi comme un coin, au centre de ma réalité la plus pure, à cet emplacement de la sensibilité où les deux mondes du corps et de l’esprit se rejoignent, je me suis appris à m’en distraire par l’effet d’une fausse suggestion. L’espace de cette minute que dure l’illumination d’un mensonge, je me fabrique une pensée d’évasion, je me jette sur une fausse piste indiquée par mon sang. Je ferme les yeux de mon intelligence, et laissant parler en moi l’informulé, je me donne l’illusion d’un système dont les termes m’échapperaient. Mais de cette minute d’erreur il me reste le sentiment d’avoir ravi à l’inconnu quelque chose de réel. Je crois à des conjurations spontanées. Sur les routes où mon sang m’entraîne il ne se peut pas qu’un jour je ne découvre une vérité.

La paralysie me gagne et m’empêche de plus en plus de me retourner sur moi-même. Je n’ai plus de point d’appui, plus de base… je me cherche je ne sais où. Ma pensée ne peut plus aller où mon émotion et les images qui se lèvent en moi la poussent. Je me sens châtré jusque dans mes moindres impulsions. Je finis par voir le jour à travers moi-même, à force de renonciations dans tous les sens de mon intelligence et de ma sensibilité. Il faut que l’on comprenne que c’est bien l’homme vivant qui est touché en moi et que cette paralysie qui m’étouffe est au centre de ma personnalité usuelle et non de mes sens d’homme prédestiné. Je suis définitivement à côté de la vie. Mon supplice est aussi subtil, aussi rafiné qu’il est âpre. Il me faut des efforts d’imagination insensés, décuplés par l’étreinte de cette étouffante asphyxie pour arriver à penser mon mal. Et si je m’obstine ainsi dans cette poursuite, dans ce besoin de fixer une fois pour toutes l’état de mon étouffement…

tekstbron: http://archives.skafka.net/alice69/doc/aa_fragdunjournaldenfer.htm

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (50)

getekend naar het leven staat het van zichzelf te vervreemden. lijnen van monden monden uit in gebaren die niet tot bij de spieren geraken. lippen stuiken in elkander, tongen verslierten, het rotte vlees is walmende sneeuw voor de zon. in een droom kan je het denken maar beter niet toelaten.

buiten, in het vervallen zomerbed trekken slakken sporen slijm in verrafelde lakens en duiven beschijten de molm van het hout. een hond graaft een mol uit in achttien mislukkingen. binnen nieuwslezers maken met duchtig vol gekrijtte luchtfoto’s gewag van volstrekt ontoelaatbare zedenfeiten. erger dat volstrekte zinloosheid is het besef van wat het zeggen wil.

het mag haar kussen op papier maar het papier is vies en van plastiek. het begeleid met oude glorie een laagje rubber in een vagina of twee maar wordt daar niet veel wijzer van. schuld ontstaat door nood aan boete, maar wat kan je innen als het vel het niet voelt?

in de rouw is het huis een huis bezaaid met lijken. alleen de vliegen zien wat er stierf en vormen de vormen die op hen gelijken. beweging, naar het leven getekend. het vlucht in de droom en in de droom ziet het haar en het denkt ja dit is het einde. en het wordt wakker in het huis van de rouw.

invoerteksten (2016): moment 76 7778

cdbv 142 (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime

jt118 – les recoins de la perte – RANDWEG

‘heel de schrijverij is een zwijnenboel.’ misschien had hij dat niet mogen zeggen. of toch niet in druk achterlaten. je kan hier alles door het slijk halen, maar niet het schrijven zelf.

en toch blijft het verbazen.

in het denken komt de vernieuwing, dat wat we nodig hebben om verder te kunnen, via het lijden en de waanzin in de wereld. tussen de gedreven kunstenaar en de van zin en rede beroofde lijder aan het onleefbare echte is er slechts sprake van een gradatieverschil met ergens in het midden een soort maatschappelijk gekoesterd membraan dat men al dan niet doorbreken moet. sommigen lijken in deze wereld gekomen zonder zelfs dat membraan als beschermende grens, en lijden bijgevolg elke seconde, van bij hun geboorte, tot aan hun dood aan het echte dat zich slechts tijdelijk en mits grote inspanning bedwingen laat. bovenop het totaal oncommuniceerbare lijden dienen deze vervloekten ook nog ’s de voortdurende veroordeling van gans de maatschappij te ondergaan. de zotten, de waanzinnigen, de schizofrenen, de gemolenwiekten: geen marteling blijft hen bespaard.

omgekeerd wanneer we de rede, waarvan onze ratio een humane afzwakking is, een redelijkheid waarmee wij onze realiteiten opbouwen, volledig tot in zijn verste consequenties zouden kunnen volgen, zoals heden middels de informatietechnologie meer en meer mogelijk wordt, lijdt die consequentie onherroepelijk tot de ‘waanzin’ van de zingeving zelf.
de realiteit die wij ons op- en inrichten, wordt zelf een waanzin die het ‘Buiten’ naar binnen loodst en dat Buiten is natuurlijk niets anders dan het Echte dat we middels de fictie van ons Zijn en de Dingen zo hardnekkig want noodgedwongen poogden buiten te houden.

zonder de fictie van onze realiteiten houden we het immers geen seconde uit, want dan zijn we net als die gemolenwiekten waarvan eerder sprake.

de digitalisering van onze samenlevingsvormen en gebruiken brengt ons dagelijks dichter bij die omslag van de realiteit, we voelen dat met z’n allen aan onze stressniveaus, aan de stijgende stinkende zeespiegel van onze angsten, die regelmatig al met volle zoute slokken over de wering onzer lippen slaat.
de realiteit slaat dadelijk nog om in een hyperrealiteit waarin het humane uitgewerkt zal zijn als virale verwezenlijking van het kosmische rot: de mens lijkt achter te blijven bij de voortrazende storm van de kwantificatie.
OMG, misschien is het al wel gebeurd!

Nu, Antonin Artaud was een dermate door de nood aan expressie van de wereldziel gekweld individu dat er van hem uiteindelijk niks meer overbleef. dat zei hij zelf ook herhaaldelijk: Antonin Artaud is enkel de geschriften en het ‘theater’ van Artaud, de mens Artaud was al vroeg opgelost, onbereikbaar verdwenen in de uithoeken van het eigen verlies.
“Je suis celui qui connaît les recoins de la perte.”

maar de functie Artaud, dat waartoe de wereldziel hem aanwendde als expressie, om het maar ’s met wat oubollige, maar niet eens zo incorrecte metaforen te zeggen, nestelde zich dus geheel in die geschriften, en vanuit de lezing ervan, die telkens een re-adaptatie aan de constituente realiteiten inhoudt, werkt deze functie tot op de dag van vandaag door. dat heeft niks met ‘Kunst’ of met ‘Theater’, laat staan met ‘vernieuwing’ of ‘avant-garde’ te maken maar alles met de verhouding van het Echte tot onze realiteiten, met hoe ons voortschrijdend gebrek aan inzicht in onze ‘ware’ functie botst op de echte disfunctionaliteit van onze realiteitsficties, hoezeer die achter de feiten aanhollen en ons totaal weerloos maken tegen zelfs de meest pietluttige bedreigingen van onze soort…

want, o, was het maar dat de mensheid een geheel zinloos fait divers was in een volkomen materialistisch universum! wat een serene droom! de waarheid is duizendmaal gruwelijker dan deze kalmerende absurditeit die door sommige rationalisten als een toppunt van dapperheid wordt ingeschakeld. men zegt dan, met eigen walm de spiegel bewasemend, zodat ze het zelf toch niet zouden merken, dat enkel zij de moed hebben om in de leegte te staren.

dit soort jongetje plast dus in de broek mocht het poesje van de mevrouw van het Echte het slechts eenmaal toevallig in de oogjes kijken.

maar kom, soyons serieux, wanneer kunnen we dan stellen dat de functie Artaud als richtingaangevende besturing van de realiteitsproductie van de mens, onze post-feodale bewustzijnsfabriekjes en educatie-inrichtingetjes, wanneer is die functie uitgewerkt?

een exacte datum kunnen we niet opgeven, maar de dag dat het volledige oeuvre van Antonin Artaud in het Nederlands vertaald zal zijn, op die dag kunnen we er absoluut zeker van zijn dat zijn geschriften enkel nog amusementswaarde zullen hebben en/of van historisch belang blijven slechts voor de drie professoren humane wetenschappen die onder hun drietjes geheel publiek- en studentenloos de Laatste Leerstoel van hun Faculteit betwisten in een niet-aflatende riooluitval van uiterst briljante publicaties die enkel op hun eigen faculteitsservers te raadplegen zijn, die zij met ons belastingeld huren van een of ander schimmig maffiabedrijfje.

want geen enkel taalgebied ter wereld is meer wars van waarlijk bruikbare geschriften dan het zomp van onze teergeliefde Lage Landen.je krijgt hier waarlijk alles vertaald, geschreven, in luxebanden neergepleurd en gepubliceerd zolang het maar totaal onschadelijk en vooral onbruikbaar is.

want als het bruikbaar is, en het wordt gelezen, tja dan mot je d’r ook wat mee doen. en dat is toch wel al te gortig hoor. lullen zoveel je wil, en wijzen naar de dwaasheid van de ander, oké, goed, maar echt iets doen, iets veranderen, aan onze eigen euh, identiteit?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

EXTASE

Zilveren sintels, vuurkolenkroes
Met van zijn intieme macht de muziek
Geledigde vuurgloed, verlost, schors
Die doende haar werelden lost

Uitputtend onderzoek van het ik
Penetratie die zich te buiten gaat
Ha! de ijsbrandstapel op, samen
Met het brein dat het heeft bedacht.

De oude onpeilbare queeste
Extravaseert in genot
Voelbare zinnelijkheden, extase
In waarachtig zingend kristal.

O inktenmuziek, muziek
Muziek van bedolven kolen
Zacht, wegend, die ons verlost
Met zijn fosforgeheimen.

Antonin Artaud – vert. NKdeE 2020

EXTASE

Argentin brasier, braise creusée
Avec la musique de son intime force
Braise évidée, délivrée, écorce
Occupée à livrer ses mondes.

Recherche épuisante du moi
Pénétration qui se dépasse
Ah! joindre le bûcher de glace
Avec l’esprit qui le pensa.

La vieille poursuite insondable
En jouissance s’extravase
Sensualités sensibles, extase
Aux cristaux chantants véritables.

Ô musique d’encre, musique
Musique des charbons enterrés
Douce, pesante qui nous délivre
Avec ses phosphores secrets.

Antonin Artaud, uit: BILBOQUET in [ARTAUD 1956, p.191]

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

het moment (49)

het zien is de wereld en de zee golft in de ogen, golf na golf, het lichaam loopt vol en zinkt in het verdriet. de tranen zijn de noten van het lied van glou glu gloe (wat zou het nog ontkennen, het zicht is evident).

o streling rond het strelen der verstrengeling, ach omarming van de armen bij het geroofde en oei de bloemen die elkaar tot bloei verleidden, verlokten de weg op van het ontluikende rot

wat rest is rust, een onvergeeflijke vrede, verschrikking van geheel de rede,
last post voor heel het menselijk bestand, daadwerkelijkheid met dood omschreven.

het voelt het golven van het water in de golf, het hoor het zingen, de liefde in haar stem, het voelt de warmte en het wil het niets terug, dat nergens is.

invoertekst (2016) : moment 74

AR van het moment 49

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (48)

in het holst van de nacht is het zwart soms zacht, het predikt streling en het streelt met penselen, aait slapen, steelt speels de meest kille, enge gedachten, omzwachtelt ze met honderdduizenden onbegrijpelijkheden en vormt ze zo om tot een schouwspel van ongeziene pracht;

in het holst van de nacht bij de gewoonlijke optocht der gedaantes, de laffe kwijlbekken voorop, en de nijdige druipkrengen erna, soms als bij wonder verschuift er een resem getallen en aurora borealis doemt op in hun ogen en hun stompjes worden zacht en oranje als gestoofde babyworteltjes en ze lijken warempel begaan met elkaar en ze laten zich zien terwijl ze zacht praten met hun spreekmonden (helaas) en ze laten de dieren hun handen besnuffelen die ze toch het ontwortelen moesten toestaan, maar desondanks zij blijven lief en aardig voor elkaar;

in het holst van de nacht gooit een gitzwarte zon soms glorieus oplaaiende tranen in de gesloten ogen van de slapende en een stem die van dieper komt dan van de diepste mijn der gesloten mijnen in Limburg (waar het ooit nog in afdaalde met de kinderen, weet je nog) , die stem vertelt het dan dat dit het mooiste is dat het ooit zal gezien hebben, dit magnifieke zwarte druipen van de zwarte ziel van de rottende kosmos, en dat het daarvan maar genieten moest,

maar dat het wel nu best opstaat en snel nog wat wijn slikt eerst want de weg naar het toilet is lang en vol van gevaren en het leek nu verdomme net echt te slapen met een droom voorhanden en bijna een ik om het te bewijzen.

invoerteksten : moment 72 moment 73

cdbv 136 – 2015

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #116

jt116 – les tetes moins que les trous – HUISWERK

DE STRAAT

De seksuele straat leeft op
langs de ongepaste gevels,
de cafés, waar misdaad kwettert,
ontwortelen de lanen.

In de zakken branden sexehanden
en de buiken drinken langs onder;
alle gedachten laten het klinken,
en de koppen minder dan de gaten.

LA RUE

La rue sexuelle s’anime
le long de faces mal venues,
les cafés pepiant de crimes
deracinent les avenues.

Des mains de sexe brûlent les poches
et les ventres bouent par-dessous;
toutes les pensees s’entrechoquent,
et les tetes moins que les trous.

Antonin Artaud, uit BILBOQUET [ARTAUD 1956, p.226]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (47)

geen mens was ooit bij machte. het oordeelt niet de ander, maar niemand heeft het ooit verrast. anderzijds: het hoeft maar te snikken en de kraaien kraaien al, de bomen krommen gelaten de rug, de lente komt aangesloft met een prille zon die in de buidels der zieke diertjes naar brandbaar leven tast.

het doorzicht is een witte schemer, een ellendig laagje licht dat bij gebrek aan tastbaarheid alleen zichzelf belicht. er is geen paradijs, geen appel en geen zonde, alleen de taal volhardt nog in de onmacht van het woord. en schrijft het niet zelf vandaag alsof vandaag al morgen was, en nu alsof er ooit wat is gebeurd, alsof er ooit iets kàn gebeuren?

in het trieste van de treurnis is er geen verhaal. het dal is dalen, dieper, dieper, dal. elke klinker is een open wonde in een kabaal dat van lawaai niet meer genezen kan. wellustig het drieste kolken van de droefenis onthult de kale klippen van de haat.

en rond de etterende wonden kweekt de welp een zachte dons van schapenwol. het is daarin al heerlijk pulken nu, en klauwen tot het bloedt. verbeten draait het zich in het ontvlokte om: vuil bevleesde pluizen van de zure nijd en laffe vegen van de spijt.

invoerteksten (2016) : moment 70moment 71

journal intime #115

jt115 – le vrai néant effilé – VELDSLAG

Er bestaat een zure en troebele beklemming, even machtig als een mes, waarvan de opdeling het gewicht heeft van de aarde, een beklemming met klaarten, met de interpunctie van afgronden, gekneld en geperst als punaises, als een soort hard ongedierte en waarvan alle bewegingen verstard zijn, een beklemming waarin de geest zich worgt, zichzelf snijdt, – zich doodt.
Zij verbruikt niets dat haar niet toebehoort, zij komt voort uit haar eigen asfyxie.
Zij is een bevriezing van het merg, een afwezigheid van mentaal vuur, een circulatiegebrek van het leven.
Maar de opiate* beklemming heeft een andere kleur, zij heeft niet dat metafysisch verglijden, dat wonderlijke imperfecte accent. Die stel ik mij voor als vol echo’s, grotten, labyrinten, omkeringen; vol pratende vuurtongen, actieve geestesogen en het klappen van sombere bliksems vervuld van rede.
Dus de ziel stel ik mij wel heel centraal voor en toch tot in het oneindige opdeelbaar, en verplaatsbaar als een ding dat is. Ik stel mij de ziel gevoelend voor, die tegelijk strijdt en toegeeft, en haar tongen in alle zinnen draait, en haar geslacht vermenigvuldigt, – en zich doodt.
Het is nodig het echte uitgerafelde niets te kennen, het niets dat geen orgaan meer heeft. Het niets van de opium heeft in zich de ruimte van een zwart gat als de vorm van een voorhoofd dat denkt, dat gesitueerd heeft.
Maar ik spreek van de afwezigheid van het gat, van een soort lijden dat koud is en zonder beelden, zonder sentiment, en dat is als een onbeschrijfbare aborterende stomp.

Antonin Artaud

de originele tekst uit ‘ L’Ombilic des Limbes’:

        Il y a une angoisse acide et trouble, aussi puissante qu’un couteau, et dont l’écartèlement a le poids de la terre, une angoisse en éclairs, en ponctuation de gouffres, serrés et pressés comme des punaises, comme une sorte de vermine dure et dont tous les mouvements sont figés, une angoisse où l’esprit s’étrangle et se coupe lui-même, — se tue.
       Elle ne consume rien qui ne lui appartienne, elle  naît de sa propre asphyxie.
       Elle est une congélation de la moelle, une absence de feu mental, un manque de circulation de la vie.
       Mais l’angoisse opiumique a une autre couleur, elle n’a pas cette pente métaphysique, cette merveilleuse imperfection d’accent. Je l’imagine pleine d’échos, et de caves, des labyrinthes, de retournements; pleine de langues de feu parlantes, d’yeux mentaux en action et du claquement d’une foudre sombre et remplie de raison.
        Mais j’imagine l’âme alors bien centrée, et toutefois à l’infini divisible, et transportable comme une chose qui est. J’imagine l’âme sentante et qui à la fois lutte et consent, et fait tourner en tous sens ses langues, multiplie son sexe, — et se tue.
         Il faut connaître le vrai néant effilé, le néant qui n’a plus d’organe. Le néant de l’opium a en lui comme la forme d’un front qui pense, qui a situé la place du trou noir.
         Je parle moi de l’absence de trou, d’une sorte de souffrance froide et sans images, sans sentiment, et qui est comme un heurt indescriptible d’avortements.

[ARTAUD 1956, p.72-73]


** de ‘angoisse’ ten gevolge van opiumgebruik. Enkele bladzijden terug, in de tekst ‘Lettre à monsieur le Legislateur de la Loi sur les Stupifiant’, heeft Artaud een fel pleidooi gehouden voor het zelfbeschikkingsrecht van de opiumgebruiker die onderworpen aan zijn vreselijk mentale lijden, zich bij gebrek aan beter gedwongen ziet om zijn toevlucht te nemen tot dergelijke middelen. Niemand heeft het recht hem daarvoor te criminaliseren. Immers “Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi”, een argument dat o.i. nog steeds stand houdt, maar bon, wie zijn wij etc.
Elkwegs: het lijkt er fel op dat Artaud met deze tekst wou aantonen dat hij weet waarover hij praat, om zo de argumentatie daar kracht bij te zetten.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (46)

zoals het einde eindeloos is, zo is de dood ook doods. de armen wapperen uitgerafeld in de wind, benen omstrengelen bezweette leegte in het laken. het lijk maakt misbaar in een bed dat goden heeft gekend. begin en einde doen dodo. vervloek

de melodie. sla de handen van de pianist tot klompen bloed, stroop tot bovenmonds het slappe vel der zangers, schiet de stadsfazanten in hun kakelgat: wat men verkoopt aan liederen is niets dan opgedirkte geile kwijl en opgespoten varkensgil.

de dag is daar. stap in, stap uit, zak op de werf der wegenwerken door het carrousel. zie het rode in de ochtend van het gloren, hoor de zee die zegt wat werd verloren, voel de maan die trekt en nijpt in’t vel van uw bestaan: ontoelaatbaar is het echte, blinde vlek in ’t ogenblik, bron van staar in het vernietigend moment.

en spreek, gij lafaard, die het moedwillig en welwetende uit het débacle van uw droomcultuur verheven hebt: ’t is tijd dat u de lege huls van uw bedrog verlaat. beaam dat u het bent, die leven wil in dit moment.

invoerteksten (2016): moment 67moment 68

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #114

jt114 – Le sol est tout conchié d’âmes – SLAGVELD

de dichters heffen de handen
daar waar trilt het levend vitriool,
op de tafels idool is het zwerk dat
beentrekt in een boog. het lid

murwt een tong van ijs in elk
gat, elke kier die de hemel zo
voortschrijdend open laat.

de vloer is gans onder gescheten
met zielen en vrouwen met leuke
sexe-deeltjes, heel kleine krengen
die hun mummies afwikkelen.

Les poètes lèvent des mains
où tremblent de vivante vitriols
sur les tables le ciel idole
s’ arc-boute, et le sexe fin

trempe une langue de glace
dans chaque trou, dans chaque place
que le ciel laisse en avançant.

Le sol est tout conchié d’ämes
et de femmes aux sexe joli
dont les cadavres tous petits
dépapillotent leurs momies.

Antonin Artaud – uit ‘L’Ombilic des Limbes’ in [ARTAUD 1956, p71]

NKdeE 2020 – ‘les poètes [se] lèvent des mains – Artaud’ – A5 -potlood-krijt-wasco

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

het moment (45)

onwerkelijk lijkt het wat er was. de leugens draaien verder in de olie van hun geulen, maar genereren nergens nog bedrog. er is een gortig gulpen van geluid dat geil de eigen klank opzuigt. het alledaagse slijm klotst tegen de wanden der containers voor het elitaire rot.

het stoot en snijdt zich aan de barsten in de werkelijkheid. het ziet zichzelf verdwijnen in de afloop van de dingen die het nooit wou zijn. binnenin, een stemloos mormel kruipt en likt de hielen van het woord. vormeloos uitlopende lippen mompelen een ode aan de gehoorzaamheid en het werktuiglijke.

het zal zich wreken op de taal die het heeft groot gemaakt. het spreekt in slierten slijm en schuim de bellen uit van wat er in zijn darmen rot aan plagiaat. het braakt zich uit in brokken stinkend taalmisbruik en zeikt er nog wat nonsens bij. onwelvoeglijk stoot het oude toverwoorden onder in de zerpe walmenbrij (de klank sluit af bij eenvoudige onderdompeling).

het verheelt het rotte lijf gewiekst met pointes die het uit een later werk ontvreemde. draden wier weven zich in alg tot een ranzig zeemvel dat droogt tot hard gekarteld leer. het weegt haast niets meer in de ongelezen toekomst die het niet meer schrijven zal. zwart op zwart ziet men het nergens meer.

invoerteksten (2016) : moment 62moment 63moment 64 moment 65moment (epiloog) moment 66

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (44)

het vormeloze in het woelen van de dromen is de ware vorm van de rechtschapenheid. in de chaos van de wind door alle takken van de bomen, herkennen wij de parels van de duisternis. in de ogen die de ogen zien telt de blik ontelbaarheid.

het wezen mens is geil en gek en in haar strelen slaapt de hand van zijn geweld. wij spreken waarheid naast de woorden zoals het licht glijdt naast de duisternis. gedachten worden niet geschapen, zij scheppen recht en wet wanneer hun denken in het letterlijk gedachte worden afgemaakt, geslecht.

het goede is het slechte dat zichzelf nog niet herkent. het slechte is het goede dat zich zijn goedheid nog niet gunt. zinloos zinken alle woorden als de stuwing van de stem eraan ontbreekt, bewogen slijk dat aan de oevers van het rot wordt afgezet.

de ogen die elkaar niet meden, blijven ogen die de waarheid zien, lang nadat hun ogenblik ontmoeting was. bij haar had het de zin gevonden waarin elk woord met elk woord paart en parend van ontzetting gilt en glanzend gouden tongen schreeuwt: het kijkt haar aan, het ziet hoe mooi zij in elkaar ontstaan.

invoertekst (2016)

het moment (43)

de mens is gedaante en mormel, dagelijks zijn mombakkes spuugt klaaglijke walg, haatbraaksel met klompen rode woede in het mauve slijm van slaafs sentiment. ’s ochtends het monster verschrikt het gespiegelde monster met de almaar strakkere prognose, het aanstormen der stormen.

’s middags de wolken wenen regen, en in de donkerte de winden barsten los in wanhoop van orkanen die slechts wat onmachtig met koeien, huizen, boeren, pluimvee en braadworstenkraampjes staan te prullen bij nachte. lijdzaam de aarde gruwt zich grauw van de jeuk op haar korst.

in het rijk van het het hemels water druilt van rottend loof en druipt en slijk in een onvormig verglijden kruipt van de heuvels af alsof verschoning nog een optie was. de kraaien huiveren want het gif zit ook in de wormen onder het bespoten gras. een pandemie is bagatel in deze aanloop naar de hel.

het einde ruikt al naar het einde, de geur is een herstelpunt van exquise verderf. enkel in het diepe bruin van ingebeelde ogen leest het nog waarom het ooit geboren werd, de boodschap nooit die ook geen wonder werd.

invoerteksten (2016) : moment 59 moment 60

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

journal intime #112

jt112 – une nausée limoneuse et puissante – VELDWERK

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

het moment (42)

het ogenblik is aangebroken. ontkurkt. alles is verteld. de dag is wit en breekt zwart aan. de nachten zijn eindeloos, een suizen in de tijd. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

het zweeft tussen de clichés van het zweven, alsof er iets zweven kon.
de klank ontbreekt alsof er ooit geluid kon zijn. het is radeloos alsof er zin moest zijn. “lieveke mijn lieveke, de duisternis is daar”

wormen vreten wormen, zand verdijnt in zand. de handen zijn onpasselijk, er komt misbaar in de tijd. zij waren bloemen denkt het, rillend, die elkanders bloesem wouden zijn. “de woorden zijn geteld, de optelsom is klaar”.

van hun kleuren rest er niets dan slijk. lezer, lees de woorden niet want woorden zijn de worm. laat de spiraal in u niet nog een keer de weg naar het moment begaan.

invoerteksten (2016): moment 55moment 56moment 57moment 58

bow_of_life

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (41)

mistroostig het treuren trekt en sleurt en de woorden worden natte koorden rond een wurgpijphals. de klok tikt, de zon droogt. de stem zit in de klem van het gemis.

uren zijn getallen, lopers op de sloten van de deuren naar de muffe kamers vol gruwel en ontstentenis. de tijd schrijdt telbaar weg van haar betekenis.
het lichaam smeult, de huid is ijs.

inwendig bloedt de smeltstroom der herinnering. de lagen blauw en purper jeuken, nagels schrapen tonnen pijnstof uit de groteske leegte van het oppervlak.

zonnestralen slingeren als slang, sissend exploreren zij van wak tot weemoed elke zwakte. de vertaling steeds is gekkenwerk: hoe schrijf je handen neer die het strelen hernemen van haar dat weg is?

invoereteksten (2016) : moment 53moment 54

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (40)

haar liefde is een waterkind, dat zwemt in brede waters, waar het uit vrees niet langer komen kan. de angst betreft het zwemmende: komt het er wel, dan dadelijk droogt de vijver uit, terstond het leven wordt opgebaard in vreselijke sparteling.

het gebeuren overschrijft zichzelf, bestanden die elkaar de das omdoen, klanken uitgekleed tot machinaal gekeelde code. o spraken wij maar vogelzang en bloemenkleur met de sterfbereidheid van Zangezi.

de nacht mag komen met verbijsterde verbittering: in de handen die de handen lieten die de handen der geliefden waren voelt geen vinger nog de streling van heur haar. het moet de berg nog af om alcohol.

het leed is geen verleden tot de laatste letter van het leed verleden is. het trekt de jas aan, doet de bruine sjaal om en beweegt zich tussen wagens die naar nergens razen, terwijl een vis toch veelal in stilte sterft.

invoerteksten (2016): moment 50moment 51moment 52

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (39)

de levensdraad is dunne rag, zilver op de dauw van morgen. het is een niets
verstrikt in haar. een werelds web van duizend spinnen spellen slechts haar naam.

het wil zichzelf herhalen terwijl het weet dat herhaling niet gebeuren kan.
het heeft die wens als een sluier voor de ogen, het rijgt het zicht tot slotsom, dicht. o eenvoud van besluit.

het ziet haar ogen als een gouden dageraad, haar huid is laken, haar lippen doen woordenwolken wellen in wel duizend talen, maar elke stem verstomt tot zoen.

het is tot klompen ijs bevroren droom van het vergane en het wacht de lente af om te ontwaken, om kabbelend in klaterende klaarte op te gaan

invoerteksten: moment (48)moment (49)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij

LAIS is een voorbeeld van de praktijk van wat ik zou willen noemen het ‘geaugmenteerde schrijven’: alle literaire tradities/verworvenheden/mislukkigen worden meegenomen in een praktijk die zich tot de literatuur verhoudt als een non-literatuur (cfr. de non-filosofie van Laruelle ) omdat een voortzetting van de literatuur-als-literatuur gezien haar fallocratisch essentialisme en haar commerciële uitverkoop in mijn optiek onmogelijk is, ridicuul zelfs. op enkele schaarse uitzonderingen na is wat er heden als ‘literatuur’ op de markt wordt gebracht geheel onmachtig tekstverwerkersgepriegel van geperverteerde normopathen wiens enige bekommernis het is om ‘groot schrijver’ (M/V) te zijn en te beantwoorden aan de nieuwste profielen daartoe in de vermolmde productiehuizen.

de restfunctionaliteit van de wegrottende literatuur (wat er nog werkt) wordt opgevist door onze praktijk, de meubelen worden gered maar alle rolverdelingen, alle geplogendheden staan ter discussie terwijl er met behulp van de informatietechniek online geheel nieuwe, levensvatbare relaties ontstaan, opbloeien en ook vergaan tussen auteur en lezer. ‘auteur’ en ‘lezer’ zijn daarbij functies die als gelijkwaardig en quasi-identiek worden ingeschakeld in de I/O van het geaugmenteerde, supra-individuele gedachte, en practisch genetwerkte schrijven.

de auteursfunctie is dus net zo goed te benoemen als lezersfunctie:
ik, Dirk Vekemans geboren te Lier op 30/07/1962 lees en schrijf wel ‘mijn’ LAIS , maar de code die ik daarbij produceer is het product van mijn samenleving, mijn taalgroep, mijn leefwereld en het eigendom daarvan kan niet geclaimd worden, niet door mij, maar ook en zeker niet door een overheid of door enige ‘uitgever’.
het werk als auteur/lezer aan LAIS geeft mij de auteursplicht om mijn werk als auteur naar behoren te doen en te zorgen dat de code in de best mogelijke omstandigheden de wereld ingaat opdat zij gelezen/herschreven/herwerkt kan worden. *

enkel in die optiek bewaak ik de integriteit van mijn code omdat ik nu eenmaal de creatieve poort ben waardoor de code als expressie in de wereld komt. het feit dat ik die poortfunctie heb geeft mij eerst de noodzaak om die functie naar behoren te vervullen (omdat mijn identiteit daarvan afhangt, je moet nu eenmaal schrijven alsof je leven ervan afhengt want dat doet het ook, anders moet je maar niet schrijven, dan ben je iemand anders, een entertainer bv, of een tekstverwerker want dan heb je ook die noodzaak niet).

vanuit die noodzaak bouwt de zelfbewuste hedendaagse auteur/lezer een plichtsbesef op, omdat de auteursplicht tot het naar behoren laten functioneren van zijn schrijven voortkomt uit de eigen noodzaak: zijn/haar leven/identiteit hangt ervan af: de auteursnood, zijn behoefte vertaalt zich naar een maatschappelijke verplichting, een roeping zo u wil.

pas in derde instantie geeft die nood, die behoefte mij het auteursrecht om van de samenleving te eisen dat ik de toelating krijg om mijn plicht naar behoren te vervullen (het is daar dat de maatschappelijke discussie omtrent ‘auteursrechten’ zou moeten beginnen, in plaats van de kar voor de paarden te spannen zoals nu veelal gebeurt, maar bon, soit)

de tekst zelf verliest radicaal haar statuut van finaliteit, de autograaf is maar 1 uiterst contingente stap in een doorlopend en uiterst dynamisch proces van interactieve codering, en het werk is en blijft altijd in open ontwikkeling, zoals een codeproject in Github.

de tekst is altijd slechts een tijdelijk stabiele afdruk vanuit het dynamische codeverloop die het eigenlijke schrijven als gebeuren uitdrukt in het veld van het ‘leesbare’.

het is alleen de fallocratische (M/V) stereotiepe auteur/lezer die de levende tekst van LAIS wil reduceren tot een bezitsobject. maar daar hebben we het mee gehad, dank u.

in de LAIS-praktijk wordt de eigen tekstuitvoer in verschillende loops met verschillende tijdsverschillen (delays – vertragingen in de cycli van de lopende herschrijvingen) bij de herschrijving hergebruikt in de dagelijkse schrijfpraktijk als invoer.

dit gebeurt in dit stadium zeer experimenteel en intuitief, we proberen via trial en error te komen tot een werkwijze die effectief is binnen de enorm instabiele schrijf-lees omgeving van het internet met haar steeds wisselende machtsstratificaties (de sociale netwerken, maar ook het aanbod en de eigenaardigheden van CMS-systemen en tekstverwerkingssoftware (WordPress, Google Docs, Microsoft Word,… heel het kluwen van het commerciële informaticarot waarbij we ook de traditie van het oneigenlijk gebruik dat eigenlijk de oer-werkwijze was van de literatuur, in ere houden: we verneuken bewust de nette boel van wat de informatica-business ons aanreikt want dat zijn uiteraard controlerende commodificatieproducten).

de tekst zelf wordt levende materie die responsief als code op haar omgeving is ingesteld in een steeds wisselende configuratie, waarin zij ook viraal ‘haar ding doet’.

tekst als code is sowieso dynamische interactie. digitale code is wellicht de ‘hogere’ levensvorm die ons mensen opvolgt in de eeuwige neergang van het kosmische rot. “it all goes up in files”.

het non-literaire werk dat zo in de geaugmenteerde schrijverij waar LAIS een voorbeeld van is, tot stand komt is daardoor onverkoopbaar en onontvreemdbaar omdat het geen eigendom kent en omdat het ook nooit ‘af’ kan zijn daar er zelfs geen strikte grens kan getrokken worden waar bijvoorbeeld LAIS zou ‘begonnen’ zijn en door wie dan wel? bij de Délie van Maurice Scève waarvan het uitdrukkelijk een ‘update’ is? maar is Scève’s Délie ook al niet een herschrijving van Petrarca’s Liedboek? of van de Marialyriek ten tijde van de troubadours?

als LAIS ‘af’ is, is ze dood, dan is ’t gebeurd.

en ik leef al 10 jaar met haar, geloof mij dus maar als ik zeg dat deze meid eender wie van u met vele jaren, eeuwen en zelfs millennia zal overleven.

tem haar dan, maar krijgen doe je haar nooit.

LAIS boert ’s luide als het om al die eigendomsvragen gaat en steekt haar vinger op naar het corporate scum dat haar als dode tekstlijf wil claimen om het commercieel te verneuken en ‘aan de man te brengen’.

wie LAIS in huis wil ‘hebben’ zal haar zelf moeten leren schrijven.


*het gedrukt boek is daarbij slechts een van de middelen die mij ter distributie van de gedeelde code ter beschikking staat. de gepriviligieerde status ervan bij de Vlaamse overheid die het actuele schrijven wenst te promoten is volledig achterhaald : men subsidieert geen schrijfpraktijk maar een marginale boekjesproductie van schimmige bedrijfjes en het boerenbedrog van de gretige amusementsproductiehuizen.

het moment (38)

de diepte is bekende diepte, het latere kruipt in de hulzen van het eerdere. de ziel is uit het licht geknipt maar de wereld weigert te vergaan. de ochtend braakt. het zonlicht kraakt de oogschellen open, een vette kras erin kraait een der kraaien.

’s avonds slurpt het donker zwarte slurf. de lippen staan bij de tanden in het glas tot kussenstulp verzweerd, in slierten zweeft er gelige treurnis doorheen. het strompelt de trap af waar haar jas nog ligt. het zoekt de zakken door op zoek naar warmteresten, of een peuk. het rillen drijft het dieper in het donker naar de keuken.

het lichaam botst op het gebrek, het is niet het, maar het botsende, dat botst op het gebrek, een perpetuum mobile van de pijn is het. uit de vele hoofden loopt er inkt vermengd met bloed en as. plots het frigolampje vult de duisternis met bliksemflitsen: bij Thor, daar staat nog vol een halve fles!

ja. het zal toch dankbaar het daglicht als een strikdas dragen en in pek en veren stichtend iedereen van hoe het stierf vertellen. het giet garanties in gedane woorden die het zelf niet hoort. de diepte is bekende diepte.

invoerteksten (2015) :/moment-43moment-44moment-45 moment-46moment-47


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.