ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

DAPHNE, 449 dizains

DAPHNE (voorheen DIANA) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

NKdeE Emblemata – mengsel (de lotus)


“NKdeE Emblemata #2 – mengsel (de lotus)” dv 2017, watercolor & ink on paper, A4, €60 Het mengsel mens wil van vrijheid blijven dromen & morrelen daar aan sloten waar elk ander dier van schrik verstijven zou, daar duidelijk zijn dood besloten ligt in waar het in werd opgesloten: de pure Tijd heeft met de illusie van het Lot catastrofaal een fusie aangegaan, besluitend het bedachte, & zo, voortdurend in […]

Lees verder →

het pakt geen verf


Als ik dit zeg, zeg ik niet hetzelfde dan als ik zeg dat ik hetzelfde zeg, want als ik spreek, zeg ik nooit hetzelfde hoe vaak ik ook dezelfde woorden zeg, want altijd ga ik van hetzelfde weg. Woorden reiken ons van een bewegen onbestaande stilstand aan waartegen alles weerloos lijkt & goed begrepen, maar  de woorden hebben dit verzwegen: van hun dingen heeft niets plaatsgegrepen.

Lees verder →

een vleugje necrofilie


Glibberig van slijm glijdt glanzend het rot van de gelaagd gezalfde gelaten. Gel in de monden & vaak  daar het bot van een woord wiebelt als nagelaten oprispingsrest van pogingen praten of hoog verheven zingevingsstreven: inderdaad is met gaten omgeven elk botje in de glimgrot der kelen. Hier was de walg tot waarde verheven: ‘wij zijn heel mooi want wij zijn met velen’.   LAIS is een reeks van 449 […]

Lees verder →

op schattenjacht met Petrarca


In het sonnet ‘Cercato ò sempre solitaria vita’ is er sprake van een mooie schat: ‘ il bel tesoro mio’. De berijmde vertaling van Verstegen en zijn verklarende noten roepen meer raadsels op dan dat er verklaard wordt, dus die laten we effen in haar, euh,  voor ons onbereikbare schoonheid schitteren en we onderzoeken hoe het zit met de identificatie van Laura met deze tesoro aan de hand van ander […]

Lees verder →

aan de lezer


DAPHNE, mijn tombe, dit, mijn val in haar Die duren zal tot ook dit woord vergaat. Venus niet, de ster waar ik naar staar, Niet de boog, strak van liefde naar de haat: Het zijn de doden die ik hier verlaat. Lees de fouten in mijn epigrammen, Lust deed mij ze schrijven, dit is mijn daad: Liefde weerstaat de hel van haar vlammen. HET LEED NIET BELIJDEN DAPHNE (werktitel) is […]

Lees verder →

ontkenning


Ik ben ontkenning van mijn geschriften Mijn woord is wet, krast door het perkament Het blad is vlies, kleed om op te liften Ik schrijf dit niet, ik ben niet permanent Mijn lijf is heet, dat is mijn testament. Lyriek is niet wat er geschreven staat Lyriek is vrij, nu & hier waar het vergaat Ik wil jou niet, maar jouw hijgen, de jacht Op het schone, hoe jij in […]

Lees verder →

initiatie


Ik schenk jou mijn verlangen, dit heelal, De  sluier der stelsels vliedend van nu: Mijn woord, dit hier, het was er altijd al. De tijd is daarvan teken, residu: De eeuwigheid is nu, niet continu. Omarm mijn waarheid als warmte, gebeuren: Mijn liefde is dans, zweet, zang & geuren. Ik geef jou mijn wereld, tedere bries Die je toekomt, het trillen van kleuren, Orkaan van lust omdat ik jou verkies. […]

Lees verder →

aubade


voor s.h. De volte van mijn eenvoud keert in jou, Het licht verschuift, mijn stralen daagt je uit: Verblind, jouw tranen parelen als dauw & Schaduw glijdt als strelen van jouw huid Het git wordt wit, & kleuren breken uit. Mijn woord is weelde op je lippen, zucht Mijn hand het woelen, witte wolkenlucht. Jouw lichaam wentelt zich in lust, in mij Jouw zang komt los, haar schoonheid is berucht […]

Lees verder →

she’s like a


De huid die ons omsluit heet eenzaamheid (in termen van gemis: gevangenis). De trage daad waarmee zij van mij glijdt schenkt mij een lijf lang wat vergiffenis (je ziet de liefde weer die er niet is). Dan & daar toch worden wij ons waardig, tot ons hersteld, fier & sterk, evenwaardig. Ik herhaal mijzelf in haar, oog in oog lijkt de wereld op wat ik vervaardig (de zon in haar […]

Lees verder →

zelfportret, zonder


Kamer, leeg salon. De zetels staan er, aan de haak mijn harnas , jouw nachtjapon. De woorden die wij waren vergaan er. Non Si Non La: gebrek is levensbron. De schilderijen zijn een liaison, Hechter dan wij waren, doods in elkaar. Ik zag mijzelf, het is een oud gebaar. Het vuur brandt nog, ik wou het liever zo, Je mag de hoop niet doven, hier of daar: Het is & […]

Lees verder →

nergens


Ik ben de bodem die ik niet bereik. Ik ben het vallen dieper in het zwart. Ik was een daad, maar smelt als sneeuw in slijk. Ik was een woord, maar ben tot naam verhard. Ik word gezegd, gezicht, dit boek is hard. Wij vinden slechts elkaar in ons bestaan: De taal heeft ons met liefde aangedaan, Wij zoeken iets dat nooit iets ergens was. Ik ben geheel tot niets […]

Lees verder →

parel


Ik wil schoonheid schoonheid laten raken Wimpers langs mijn lippen, hier, oog aan oog, Stil, je lichaam zee, je ziel een baken: Beweging is het doel van mijn betoog. Jij wordt moment waarin het nu bewoog, Straal waarmee het licht zichzelf betekent, Een stroom die in de stroom zichzelf herkent, Parel in de zin van jouw verlangen, Geheim dat in een zucht jouw naam bekent: De wereld breekt, barst, brult […]

Lees verder →

perforatie


door een veld van afgeknotte stengels bevroren aarde, lage zon, verblind verkleumd, de kraai crowd (ik breek mijn engels) mischief brokkelt af mijn woord, niets verbindtmijn stelsel nog, eyes break, mijn huid vertint. airborne mijn lijf wordt flies files lifes go up in designated lies, my name’s a stub. mijn hand crumbles into code, mijn dood loopt dood in java. I halt. mijn wed is nood, I run inside this […]

Lees verder →

Winterlied


Fragiele poorten, noorderwind & schriel De meeuwen krijsen aan het strand. Nood brandt In de magen der verdoemden, de hiel Is naaldhak, bijtend zuur, het droge zand Verglijdt in de klemmende hand, de wand Is leegte naar de andere wand, niets Is volledig, het licht is van kant, iets Heeft mij in mij als van papier verbrand. Ik wil jou lezen & ik zie het niets, Zwarte brij, zwaarte, inkt […]

Lees verder →

parel


Dag jij. Ik kus je huid, zilte parel Van de dood die ons omsluit, ik draai om & Om jouw zuil van licht, het is een rel, Staatsgreep, vlecht, lok, ik voel mij heerlijk dom & Slecht omdat ik vroeger dan jou kom. Die ochtend dan. Ik blijf erin bestaan. Jouw lach is goud, de zon wil in jou gaan. Er is de nevel van jouw zijden kleed Dat ik […]

Lees verder →

tong


Op het einde der tijden, de dood van de nacht Zal ik als een ster verschijnen, minnaar Van uw al. Ik kleur uw wangen rood, zacht, Mijn licht is jurk, glijdende zijde daar Waar uw oker zich onthult, huid, gebaar Van u in het nieuws van mijn eeuwigheid. Ik laat mij door uw leden leiden, scheid Hemel van aarde, hel van ons zijn, lik De tong van ons bestaan: stilte, […]

Lees verder →

er


Er is geen god die hier voor ons bestaat. Er zijn geen wetten die ons leiden kunnen. Er is geen vijand, geen duivel die ons haat. Er zijn geen woorden die ons redden kunnen. Er is leed dat wij met wrok verdunnen. Er is spijt, verdriet dat wij niet willen. Er is weelde die wij nu verspillen. Er is schoonheid, diep in de lelijkheid. Er is een zucht die taal […]

Lees verder →

schaal


De steen der wijzen is een dode klomp. Ons hart van goud is stervende, orgaan Dat in mijn lichaam klokt, slokt, blind & lomp. De hemel is een dunne laag bestaan In de ruimte die ons is aangedaan. De groene leeuw is driest, een bijtend zuur Dat tijd verdrijven wil uit ons, elk uur Verschrijft tot verlangen naar een metaal & Ook de taal verkrampt de tijd tot duur: Voor […]

Lees verder →

nu


In de droom van mijn daden, de wilde Schijn van het gebeuren, zijn de dagen Mist & zon & velden die verstilden Tot de kilte van dit leven, jagend Naar mijn heetste dood, het nu verdagend Tot ooit, een hier of daar of toch maar nooit. In de daden die ik droom was er ooit Het ergste ware, droom die daad doorbrak: Ik, schim met mijn verlangen opgetooid, Die u […]

Lees verder →

last


In het verdroogde oord van dit bestaan Worden mensen woorden, woorden breken Het licht is jaren ver van ons vandaan, De zon straalt krom, enkel dit, de bleke Schijn van het schone waar ik op reken, Blijft in mij bestaan, alsof ik iets was In dit tomeloze tuimelen. Past Mijn hand niet in de handschoen van Uw niets, Misschien? Heb ik iets misdaan? Is er last Omdat ik van U […]

Lees verder →

de verstomden


“O, der Wansinn der großen Stadt, da am Abend / An schwarzer Mauer verkrüppelte Bäume starren” Georg Trakl – An die Verstumten Grotesk doorschoten grauwe berg bederf, In plas & blik vergeefs een spiegel zoekt Zich het mismaakte, schuift van erf naar erf. In lekke kelen Waanzin gorgelt, vloekt Dat Zin alhier geheel is opgedoekt. Hoeren dealers druipen door de straten, ’t Herenwijf heeft ons reeds lang verlaten: Zijn dronken […]

Lees verder →

wonde


” Wenn es Abend wird, Verläst dich leise ein blaues Antlitz.” Trakl, Verklärung Blauw, violet met purperen vruchten De avond vouwt zich langzaam de handen & Vogelzang waart weids door de luchten. Streng de nacht bekruipt de trage wanden & Zon bloedt uit in wazige randen. De peulen der graven barsten open In het wit van de maan, lijken lopen Doodsdronken het dorp uit, de velden in. Etter komt de lijven uitgelopen: Mijn […]

Lees verder →

Nachtlied


“Gewaltig ist das Schweigen im Stein” Trakl, Nachtlied. De zwaarte is het zwijgen van de steen Hemelsblauw dat tot het zwarte verstart: Onbewogen gaat alles van ons heen De ruimte is de leegte in ons hart. Het onverschil, het buiten maakt ons hard & Vogels dragen maskers hedennacht. Het donk’re water waar de maan in lacht De bleke bodem lokt, haar licht is koud: Het is van huiveringwekkende pracht. De engel […]

Lees verder →

er


Wanneer ik mij richt naar het bestaande Vindt de wereld plaats in mij. Er ontstaat Gelegenheid, tijd voor wat er gaande Is. Mijn gedachte is dan wrede daad: Geboren woorden hebben immers haat Voor wat hen van het onbestaande scheidt Omdat hun zin niet naar het ware leidt. Pas wanneer jij dit ook klank & waarde Geeft, horen zij zichzelf met wrok & spijt Zo letterlijk weg, niet hier op aarde. DAPHNE (werktitel) is een reeks van […]

Lees verder →

woud


Wij zijn woud waarin wij samenkomen Wij worden handen doorheen de varens Wij strelen het zuchten door  de bomen, Wij worden één & zonder grens: Wij zijn elk anders onszelf alvorens Wij in het donker tot elkander vergaan Wij blijven los van jij & ik bestaan Een adem die als nevel in ons hangt Een woord, een droom die niet meer weg wil gaan Een jij die mij, een ik […]

Lees verder →

jeremiade


op de wijze van André Hazes Ik word het liefst van al door jou versierd Niemand anders kan mij meer bekoren Ik ben als ruimte voor jouw sterrensliert Heelal heb ik mij aan jou verloren Ik ben jouw kleed, dit lied, jouw toebehoren. Dus doe maar alsof jij mij niet kent & kijk mij aan als was ik vreemd, een vent Wiens lijf je wil, wiens jeremiade Jij luide horen […]

Lees verder →

taal


Donker & rood is alles dood in mij Volmondig stilte, begrepen heelal Vergeten leven, alles ging voorbij De wereld is jouw wereld & ik val Dronken torende in het diepe dal. Zwart & zacht is de nacht. Einde verhaal. Niets wordt met niets & niets verzacht, de taal Is vriend & verraad, een plaag die herhaalt Hoe diep in ons de dood begon, hoe kaal Het afgrijzen, hoe niets om […]

Lees verder →

tien aan mijzelf


Uw wereld is de mijne niet, ik heb Mijn angst in deze woorden omgezet Ik spreek mij vrij, gevangen in dit web Dat mij tot mij verdaagt: hier is uw wet, Ik ben daartegen slechts een zwak verzet, Een talmen in ’t lijf, spijt die overblijft Omdat mijn zijn in u wordt ingelijfd. Toch, al uw letters zijn zo laf & krom Het is uw taal die faalt of overdrijft: […]

Lees verder →

lam


voor m.g. Engel, jij raakt mij aan waar ik niet ben Jij maakt het schone in mij klaar & waar Jouw wereld is een wereld die ik niet ken Ik ben zo reddeloos verloren daar Jouw zijn is mij een schitterend gevaar. Ik was mijn duister zo intens gewend Ik stond te brullen daar als echte vent In vuur & vlam voor liefde die nooit kwam. Nu geef jij mij […]

Lees verder →

angelisch-diabolische dialoog (1)


angelica Hoe miserabel is dit mirakel? Slaapdoos, stoefdoos, een levenloze roos Bier wordt wijn wordt bier als  bij parabel: De duivel opende Pandora’s doos Hij vond de lage engel die hij koos Gebroken vleugels, pijn van het landen. Oh wonder der woordloze verbanden Duivel en engel in deez’ aardse hel Laat ons samen in’t Heilig Vuur branden Genot beknot tot miserabel spel. diabolo De ellende is ons wonderbaarlijk De erotiek […]

Lees verder →

slow day slow


voor m.g. Traag is hieromtrent de dag begonnen Met het tasten naar waar de lijven zijn Hoe wij in jij & mij nu zijn begonnen Hoe ik verdwijn in jouw afwezig zijn. & Toch, de spieren zijn verkrampt in pijn Omdat zij nog aan streling zijn gehecht & Het zijden is naast jouw huid niet echt Het zachte heeft een woord daar opgelegd. Een lus rond kussen is mijn mond, […]

Lees verder →

lamp


De liefde is een lamp waaronder al Het donker zijnde glimt & om ons glooit, Sensuele schaduw in het klare valt Van hoe de liefde liefde om ons plooit & Argwaan bij het afval wordt gegooid. Wanneer zij slechts heel even heeft gebrand Bracht zij een eeuwig licht voor ons tot stand Waarin beweging werd een werveling, Waarin een hand in hand na hand belandt & Steeds de hand is […]

Lees verder →

open is het Al


Niets is eindig & open is het Al.   Exclusief benoemt elk woord het lege, Diep in zichzelf: het buiten was er al & Daarin zit, om zichzelf verlegen, Niets dat eindig is & lang verzwegen.   Jouw lippen raken vluchtig de mijne Jouw handen zie ik sierlijk verdwijnen In ’t droeve donker van de tederheid.   Niet met woorden wil ik jou omlijnen, Mijn strelen opent nu jouw eeuwigheid.   DAPHNE (voorheen […]

Lees verder →

eenvoud


Ik mis jouw lijf, jouw adem in de mijn & Ook de eenvoud van verstrengeling, ’t Samenzijn waarin ik kon verdwijnen. Ik ben in zeeën tijd een drenkeling & In’t vergane schip verstekeling Ik mis jouw lach die in mij vrede bracht, Ik mis jouw huid, jouw haar, jouw hele pracht. Ik zie de wereld om mij heen vergaan Het doet mij niets want niets is in mijn macht. Alleen […]

Lees verder →

tik


Hoe alomvattend niet is één gebaar, Het strelen van haar, de kus op een wang & Plots is alles hier & zonneklaar: Het lot verbindt ons onder zachte dwang, De wereld wijkt & wij zijn naakt & bang. Ik ben niet hier, jij bent niet langer daar Wij lossen op in dromen van elkaar. Er komt geen einde aan dat ogenblik Jij bent de eeuwigheid waarin ik staar. Dan breekt […]

Lees verder →

hemel & aarde


vrij naar Zhuang Zi voor t.k. niets is eerst & daarin al het ene & naamloos is het al er zonder vorm.   hier de kracht is van het al het gene goed is daar, in het stille oog van storm: het lot dat troost, maakt alles uniform.   licht verwekt rivieren in de dingen: hoor de dingen van de dingen zingen!   ons lichaam haakt die zinnen in elkaar ik kus haar […]

Lees verder →

regenboog


Een raam, & dan de honger van de storm. Je ligt te waken in jouw huis dat huilt. Je vreet jezelf de tijd door als een worm. Je lust is wanhoop waar de angst in schuilt. De schoonheid heeft zich met zichzelf vervuild. Alle wegen lopen dood in Rome. Mensen zijn de doden die nog dromen.   Een wolk scheurt weg, een straal verbindt jouw oog Met waar je was, waar […]

Lees verder →

body & soul, een valentijnsduet


Ik schrijf jou neer: jouw rug wordt ranke lijn Jouw huid het zuchten van de lucht in klank Die ik codeer. Jouw schoonheid wordt geheim, Ik omkader jou met bladen zilverrank, Jouw lippen nippen aan een minnedrank. Niemand leest nog wie jij bent, de woorden Worden sluier, drachtig van de oorden Waar ik jou in mijn dromen bewonder. Nu dien ik mijzelf nog te verwoorden Dan zijn we samen verdicht […]

Lees verder →

hemd


Dit, mijn git, nacht waarop ik heb gewacht Hoe ik hier ben, hoe ik het leven laat Hoe ik jou voel, hoe diep jij mij hier bracht Hoe donker dit, hoe loos dat je lacht, praat. Hoe menselijk jij bent, zo vol van haat. Ik wil in mij als niets verdwijnen nu Ik ontbind mij tot lot, muziek in u Ik word de lucht, het water waar jij zwemt Alles […]

Lees verder →

maar ja maar nee


Jij danst alsof er leven is maar nee De dood heeft al het nu omkranst, verniet & In het duister lacht er niemand mee Daar hoor ik stilte toeslaan op dit lied Daar zie jij mij in wat jij achterliet Vergaan, omstandigheid van dit bestaan, Ik ben een schaduw in de volle maan. Het lege loopt leeg in wat liefde was, Die heb jij als een kleedje uitgedaan. Jij danst […]

Lees verder →