in het duister

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
geen wrange woede daar,
geen tieren dat rond mij komt staan.

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
geen woeste mannen daar,
geen fel gebaren dat mij dood wil slaan.

in het duister neemt het duister
al de koude weg uit mij.
in het duister speelt het duister
stille warme melodie voor mij.

in het duister kan ik wonen
in het duister kom ik thuis.
niemand ziet nog wie of waar ik ben:
in het duister ben ik weg van hen.

30/03/2020

SHIT JONG

Iwatani kan mij niet helpen.
Het water is vreemd, de bomen zijn vreemd
en het is winderig. Wind stroomt in de lucht.
Er is geen grote golf. Het pad is moeilijk.
De situatie is altijd anders.

Het water uit het lied is niet
het water dat uit de diepte
van het gebergte is gebroken:
het is belangrijker.

Deze wilde strategie is te lang
voor elke stap en het is moeilijk
om terug te keren. Ik heb de mosziekte al omarmd
en toch lijd ik nog steeds.

Shuo Shui Jian, Jian Qiu Qiong, Yao
Fresh Fish Long Qi: geen van hen is visachtig
en de grot is grotachtiger dan haar naam.
De sneeuw komt het dal binnen, de sterren
zijn verspreid, het geluid van de lucht is
drukte, het rijm is gebroken en het verlies
breekt de stem. Zwart tuimelgras, ijzer en
het witte mos is het drijvende ijsgeld.

Bovendien wordt het recht om bekend te worden
door het neushoornsysteem nog steeds ontkend
in de woeste cultuur en opvoeding van Jinggang.
Hij kijkt eerst naar de lege vallei en luistert
naar de rustige en vervolgens turbulente geest.
Het scherpe hoog-zwakke onderscheid loopt dwars
over de blauwe trap, leunt tegen de blauwe
wapperende kraanbotten en vliegt rond
Ao Beiting. Shit jong.

Honderd-voet spiegel, Qianqu Hanxing
Xingfei, waste de oude dingen voor de Jun,
omdat de nieuwe kleren geen vuil dronken,
maar wel sneeuwvorst, hongerige stenen,
ruggen, slank gras, grassen uit de Qiongye
Vallei en meer nog. Goed en fout is goed en
fout in attributielandschap!

Voer de diepten van het plezier in, ga
naar de top, zoek naar de beste, vind
de overwinning, zie de ontsnapping
van de gewoonte, het punt van de stroom,
het draaien van de trucs, vergeet de dingen.
De beesten zijn erg bang, de Luo Qiao, voor
de vreemdheid van de plaats en de angst:
word volledig een fan. Shit jong.

Puin, diarree, gebarsten jade
en He Wei, als je het niet kunt
afstemmen, is het maar een wijsje.
Maar het is humoristisch, oud,
verschrikkelijk, geschokt en
schokkend. Xie Gangjian haatte
vroeger veel waas en zwak, en
adviseerde je botweg om voor
jezelf te zorgen.

In het verleden was het zuidelijke
landschap van Panshuo vaak zo dun
zo dun, en de glimlach is nog steeds
eenzaam, de zon en de maan
zijn bevroren, de rand van de sneeuw
is vorst, de schaduw is leeg, de jade
is gespoten en het ijs is niet geboren.

Hoewel de nieuwe overwinning terugkeert,
blijft de voormalige provincie comfortabel.
Hoewel het voorzichtiger is geweest,
is het niet in staat geweest om te corrigeren
waar de zon is opgekomen en waar hij is
naar de gelederen gestegen. Shit jong.

De heilige dynastie doorzocht de rotsvallei
hier om luit te spelen, om ver weg te reizen:
koppige geesten, verbijsterde geesten,
blikken, blikken, woede en water,
om Yu Yu bang te maken. Moeilijk
om te vergeven, vind hij het moeilijk
om naar het treurige Chudian te gaan.

dv 30/01/2020 – Transmutatie (bewust verkeerde lezing en omdichting) van 石淙 (Stony Gurglings) van Meng Jiao – sorry è

moeder aarde

de maan wentelt zich vol
in het licht van de zot
die het ros opstookt     onder

die grotten vingert tot het gorgelt
die aardlippen likt tot ze    wolkt

en de aarde raast ze raast
     hitsig en heet raast    ze
barst in de kop van het golvende rot
scheur in de bol van het spugende zaad
snee in het hart van het rillende kwaad

slok in het diepst van de donkere zee
vonk op de heetst van het vurige ijzer
zweer op het zerpst van de walmende haat
raast ze raast ze     ze raast
en de stem is de stem    van god
en de stem wil weg uit de holte
weg uit dit kot van de loeiende stilte
de stem wil met klankorkanen 
     nog eenmaal

riviermonden doen tongtrillen
de berglongen legen
de ruimte befluimen 
de sterren doen huilen

want het codewoord mens is kapot
zijn letters zijn riet in de schrokgrot
witheet van nijd naar betekenis
brandend van lust naar een zin
ze krast de betonkorsten open
verplettert de steden en breekt alle dijken

en het zwart van hun drijvende lijken
is het zwart van het stof op de maan
stof dat de ruimte doet niezen
stof in het licht van de zot
die het ros opstookt     onder

en ze is weer genezen
en ze stinkt weer zalig       naar god.

mee

niets van wat ik doe, doet wat ik te doen heb.
niets van wat ik zeg, zegt wat ik te zeggen heb.

ik beantwoord niet aan de verwachting.
mijn aanbod is niet afgestemd, ik voldoe
niet aan de vraag. ben ik mijzelf wel,

of ben jij het weer die mij de les komt lezen?
hoe laat is het? ga je weg? kom je morgen terug?

zie je wel, dat jij het bent! hoepel op toch
met die nare spelletjes van je! ik stop er
mee, weet je, ga maar weg, ik stop er

gelaat

verwoed jouw armen reiken, raken
net niet wat je ziet

waar warmte wil haar bron omarmen;
waar vreugde in de schalen klatert;
waar lijven lijven tot muziek aanwrijven.

bosbruin is jouw ongeduld en donker,
en jouw kruin de taaiste diadeem van zonnebrand.

teder uit het duister wordt jouw woord geboren:
lichtval op een tra, beminnelijke ree.

zang ontstaat waar jouw gelaat
de lucht met liefde heeft geraakt.

dv 2019 – potlood-crayon -A5

licht

de nachtreiger daalt.
schuw de scheurpoot haalt
de zwarte vijverspiegel open, schreeuwt

en ’t beeld verbrijzeld, braakt duizend zwarte
kevers in het aangezicht en jij
lacht jouw tanden bloot van zaligheid.

langs je losse haren van merinos
op de glanssteen waarvan algen glijden
kruis ik het votief aan, edelzweer
van je geloof in de diadeem
van je buik. ik vul de krater
met mijn eed van trouw die sist
in het geborgene.

in jouw land ben ik de vreemdeling. nors
dool ik je steppe door en strijk de snaar aan
van je zwijgen.

in de graagte van je gruwen springen ratten
overboord, ik tast de wanden af
van de bekoring: schoon schip gil ik
en al je zeilen bollen vol
betovering.

tel de sterren die mij bij jou brachten goed vannacht
schrijf het getal maar op in vingers tussen dij
en uitgestreken spijt.

ik kom je later met hun licht bezoeken.

wat
het gaf
volstond niet
voor het nemen:
het werd honderden bloedende handen.

invoer: 结爱 – Bond of Love – http://tangshi.tuxfamily.org/mengjiao/mj026.html

jié : knoop, binden, band, verbinden, vastknopen

MENG
is een auteursprogramma van de
Neue Kathedrale des erotischen Elends

VERANTWOORDING
– losse afbeeldingen met de trekorde der Chinese karakters komen / kwamen van http://www.visualmandarin.com
– voor de woordverklaringen werd (ook) het woordenboek van Chinese Reader 8.0 gebruikt
– de gedichten van Meng Jiao werden gelezen met behulp van de vertaling van R. Earle Harris op http://tangshi.tuxfamily.org
– de illustratie bij de output van het MENGprogramma is output van de MENGmethode eerst in het Rodinprogramma, later in het Matisseprogramma