ogenblik


in het station
is de brede trap
naar de tunnel naar de sporen
nog met een deur gescheiden
van de wachtruimte

de treinen zijn
plaatjes van aluminium
geschikt op het uithangbord

ik doe alsof ik
op mijn makker wacht
maar ik wacht op jouw gezicht
tussen de klimmende vlekken jas
en boekentas die naar de deur toestormen
ik wrijf en adem op het raam en wrijf
om toch maar jou te zien

het erge is niet
erg voor mij en ook niet voor jou
in het bijzonder

maar dat het hier was toch
dat het licht begon te trillen in je lach
dat het zingen in je ogen klaterde
en dat je haar zo heel gewoon
tot net niet op je naakte schouder viel

het ogenblik is toen aan ons
voorbij gegaan

 

 

ctel

Advertenties

af


(adagio e dolce – bwv 527)

hoort: het orgel gorgelt hol en droef
ziet: het licht snijdt diep in het gemis.
neen, vermaledijde,
ik wil niet weten wat er met mij is.

gorgel, orgel.
snij maar, licht.
ik zet mij af
en uit het zicht.

 

IMG_3575
dv 2018 – esteinasel-omschrijving van de e

drieslinter blues


de regen valt al dagenlang
de nachten duren veel te lang
mijn vrienden waren vrienden
tot hun vrienden mij vermeden
mijn lief is onvergetelijk
en jarenlang geleden

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd
omdat ik sterven mag

ik buig het hoofd
voor stormen die de mens de mens aandoet
ik buig het hoofd
voor dwaasheid die zichzelf vereert
ik buig het hoofd
omdat wat bloeide ooit
in nijd en waan ten onder gaat
ik buig het hoofd
omdat eerst de stront, de zeik
en dan de zee door alle huizen hier
zal stromen straks

ik buig het hoofd
omdat ik niets vermag
ik buig het hoofd

maar niet voor u
en ook niet nu

 

never_enoughIII
dv 2018 – “Never Enough III” – bister, crayon and chalk on paper

 

 

Uit het Booischotse Liedboek (2037)


Lierke Plezierke

 

Zij:

krullengras, krullengras
pikken pakken plukken plakken
dikke plokken in de prullenmand
pluk nog maar een volle hand

straks op weg van huis naar Lier
alleen mijn lief geeft mij plezier

 

Hij:

fietsen fietsen langs ’t kanaal
elke kilometer telt de paal
harder duwen rapper trappen
dieper hijgen adem happen

’t is van Booischot nog zo verre
maar in Lier daar staat mijn Sterre

 

 

fietselieren

uit het Booischotse Liedboek (2037)


in ’t donker dal
het licht valt diep
door ’t bladerdek

de witte vogel fladdert weg

de gorzen en de rallen
en de schrille karekieten
zingen bij de  rotte stam

in ’t donker dal
het licht valt diep
door ’t bladerdek

wij zwoegen hier en zingen
zweten bij de rotte stam
wij zwoegen hier en zingen luid:

op schorsen slaan en stengels splijten
niemand heeft een beter kleed
alle naden soepel slijten
niemand heeft een beter kleed

witte vogel, witte vogel
vlieg en zoek mijn Minnelief
zeg haar dat ik bij haar kom

op schorsen slaan en stengels splijten
niemand heeft een beter kleed
alle naden soepel slijten
niemand heeft een beter kleed

in ’t donker dal
het licht valt diep
door ’t bladerdek

de witte vogel fladdert weg

 

suicidaalPrentje
dv 2018 – “suicidaal prentje dat zich misbruikt voelt als lokmiddel bij oubollige liedjes uit een niet eens zo verre toekomst”

voorpublicatie uit “LAIS, een genese” (2041)


men zegt dat in de oude oden waarvan je soms nog flarden opvangt in het seniele gejammer van de dementerende oudjes die door hun nakomelingen tegen hun wil zijn meegebracht uit de meest onherbergzame gebieden waar het leven ondertussen geheel onmogelijk is geworden, men zegt dat daarin haar naam wel eens opduikt.

met de meest geavanceerde middelen hebben we alle beschikbare informatie, de meest minuscule resten van semantische samenhang op ontelbare wijzen met elkaar in verband pogen te brengen om tot deze reconstructie te komen, zodat we nu toch met enige zekerheid kunnen stellen dat het oorspronkelijke lied ongeveer als volgt moet hebben geklonken:

haar glijden is het glijden 
van een kano 
laag door het riet

   halmen tokken tegen het hout
en 
       *gloed van verhevenheid glijdend over diepte


de zwarte koude waarin Nereïden zwemmen
lonkt naar de maan en rimpelt afgrijzen in ringen
een gans vliegt op
boven een gordijn van hoge (luchtige?) druppels
een uil laat zijn kroost weten
dat het voedsel reeds gezien is

   zoals wanneer je je een droom probeert te herinneren
   en elke herinnering verder verwijderd is
   van de herinnering van hoe het was in je droom
   daarnet nog

zo zacht en helder en alles doordringend
klinkt het zingen van Laïs
bij haar glijden dat het glijden is
van een kano
laag door het riet

in de 
       *gloed van verhevenheid glijdend over diepte



*de hand van de luitspeler dient zich hier quasi tegennatuurlijk te krommen om de onmogelijke greep op de snaren tot een klinken te brengen

 

003

dv 2018 – photoshop (op basis van gescande pastelschets)

3 eigentijdse manieren om de muze te aanroepen


adoration.jpg
dv 2018 – “l’adoration des nanettes asémiques au printemps de l’ ère post-litteraire”

ATTENT

het oude liedje schiet
haar doel voorbij en keert
dan terug

om zichzelf op te rapen.

*
*     *

GEIL

voor de maan schuift
gehurkt als een bidsprinkhaan
de naakte ziener

*
*     *

VERSTANDIG

de maan is vol
de man is hol
het ware beter dat het niet opnieuw begon