Miraval


De mond van de Heer verhing zich in de bergen.
En de mensen verdaagden de dag naar de nacht.
De storm aasde in het oog van de storm op de plof
van haar eenzame stilte, de kracht binnenin. Ik zag

de kinderen krijsen tot de ouders hen de schedel
spleten, ik hoorde vlees en bloed op het grijze ijs
kwakken van de zwelgende zwijgtijd. Niets nog
zeiden de vlotte schotsen, niets de vaste stenen.

Niemand zag het blauw of het wit of de vlok
in de pels van armijnen. Water verstikte in water
en de zon vergaste de zeeën en de aarde vervlakte,

verviel. Het licht van het vuur verwaaide het licht
van de sterren. Bel m’es q’ieu chant e coindei.
Pois l’aur’es dous’e-l temps gais.
Miraval was hier.

 


 

 

her_o
dv2018 – “where’s her o?” -A5
Advertenties

van nu en straks


nu de daad gebaart
in droge kronkels
van het net niet raken
aan de kiltetegels dood

en als het straks van grijze lippen niet wil nippen,
als het straks van starre tongen niet wil likken,
als het straks op zoek naar het moment de monden
met monden in de haatmonden open spalkt,

doen vloeien te zeer de stem zal gebieden de lichamen
die hun vlees beamen met hun kokhalzende spreken
van de kolkrivier, van de gutsletters en zich verslikken
in het woordstolsel vlokkend in de misselijk makende tijd;

een stenen slang zijt gij
die mij mijn naam ontnam
en mij als woord vervlecht
in uw lege woordenleer

maar mijn gram palt in de klokgaten
en marmer stuift nog eerder weg dan dan dit
verlangen stoppen zal verlangen op te roepen,
door mij in u en dwars door u zó op te leven

zoals uw bekken bij het golven op scharnierde,
zoals uw hoofd en oog de trilling had van donker licht,
zoals uw huid en hand tot spiegelijs verglaasde,
zoals uw tong de kilte gaf en kloeg van uw genot.

 

 

 


gramschroef
dv2018 – digimontage “trisonique”

tumult


droom van stof een droom en
zie de ogen tranen:

barsten zweren in de oorgang,
bloed streept uit de mond, hele
delen van het hoofd verwelken,
armen vallen week van schouders.
krasse vleugels schuren hemels open
en de maan schiet op hun zweven af.

het rennen ploft door rotte benen
het dansen en het zingen
rafelt in de dode kelen uit.
een worm bijt trage gaten
in het dichte wurmen  rond
het wereldgat. de dagen en

de dingen daveren en dra een stang
slaat los en splijt het pogen botweg
open in de draai. levenloze molm
zakt in tot stof. stof staat heet
op stof te stuiven, zand zet hoog
een rug op zand.

laat de ogen tranen, toe maar,
droom van stof een droom

 

tumult
dv 2018 – “tumult” – A5

echt waar


“The doctors of medicine have discovered that certain dreams of the night, for I do not grant them all, are the day’s unfulfilled desire, and that our terror of desires condemned by the conscience has distorted and disturbed  our dreams.”

W.B. Yeats, Per Amica Silentia Lunae XII, 1917

-> waar is het woord wie zal het weten
wie is verantwoordelijk wie zal het
zoeken wie zal het zeggen aan welke
betrokkene wie zal geloven wie niet

wil zal niet willen wie niet hoort niet
antwoorden wie zal de hoofdrol wie
een bijrol vertolken waar is het voelen
wie staat er daar in het donker wat

heb jij gedaan voor de zaak wie ben je
ècht hoe durf je mij te verwijten weet
je wel waar je wel weet je wel wat je wel

en hoe wij lijden het verdriet de terreur
de rompslomp van het verlangen ik gun ze
niet alles die dokters want dit is nog echt

 

PASL-scheme
dv 2018 – schema van de werking van het maskerconcept als poort in Per Amica Silentia Lunae

noten hierbij:

  • merk op dat als het masker wegvalt als ‘active image’ heel het systeem alleen maar kan instorten: er moet een Daimon achter het masker zitten, de presentie is nodig anders vallen alle stromen stil, de ‘keuzes’ Dichter-Held-Heilige storten in en er rest enkel nog het fatum van de materiële noodwendigheid die als onleefbaar wordt gedacht
  • er is wel al een sterk aanvoelen van noodwendigheid in de expressie: de Dichter kan enkel spreken uit teleurstelling, de Held enkel ten onder gaan, de Heilige enkel renonceren
  • de anteros van de Heilige wordt neutraal-afstandelijk gedacht, de afkeer is slechts onthechting, heeft qua intensiteit niets van het verlangen, de lust van de Dichter. Het religieuze lijkt hier voor Yeats enkel interessant als het een eenmakingsverlangen is, van Juan de la Cruz citeert hij ook de unie-met-god-extase
  • Yeats denkt echt in ‘beelden’: de Daimon drukt de impressies (van het avondlijke schermen) op de ogen van de dichter voor hij inslaapt, de beweging in bv. sectie VIII is goed te volgen in echte ‘tekstbeelden’ zoals bij Petrarca in de Triumphi de opeenvolging van mythologische tropen de beelden in het brein worden geactiveerd, zo activeert Yeats de tekstbeelden van Goethe – Heraclitus – The Wanderer, komt zo op de Daimon uit die als ‘tegenspeler’ meteen de geliefde (‘sweetheart’) activeert dan astrologie etc: dit is geen ‘logisch’ tekstverloop (je moet niet de ‘ideeën’ volgen achter de woorden, maar de woorden toelaten de beelden te triggeren) maar een Swaanenburgse degressie, een dérive, een fatale gedrevenheid door de Daimon, een lopend programma dat haar beoogde werking op de lezer niet mist, het maakt de overtuiging van Yeats waar, van hardware op hardware.

    Yeats schrijft de gedachtebeweging, het leest ook in leesduur de duur van de gedachte (wat het tekstmasjientje hier ook doet: de schrijfact is weggeschreven, de auteur lost op in de geschriften).
    Op deze manier sterkt Yeats zich natuurlijk ook al schrijvende in zijn overtuiging: hij leest de eigen schriftuur en ervaart keer na keer de ‘waarheid’ ervan: “I know this to be true”

    Het is ook ‘waar’, t.t.z. niet te falsifiëren, als je alle ‘hulpklassen ‘ beschikbaar hebt, alle data inclusief informatieve ‘fermenten’, dan wèrkt het programma ook en al lezende ervaar je de beeldenreeks van Yeats inclusief zijn waarheidsgevoel.

    De ontologische status van die ervaring, van die ‘waarheid’ is N.O.P.. (Niet Ons Probleem), wij onderzoeken slechts of dit schema mits de nodige aanpassingen nog bruikbaar is, hoe dit kan bijdragen tot een beter auteursbegrip en in hoeverre we de Lyriekervaring programmeerbaar kunnen maken.

nimmer


in jouw ogen zie ik niet jouw ogen
in jouw handen voel ik niet jouw handen
in jouw lichaam ken ik niet jouw lichaam

jouw ogen geven mij de ogen wel
waar het zicht als licht in glanst
jouw handen reiken mij het raken wel
dat ik tastbaar in jou voelen kan
jouw lichaam kronkelt wel de wereld uit
als jij bij mij komt en danst in mij

maar niets van jou is ooit van mij
niets van mij komt weg uit mij
in dit leven kom ik nimmer naderbij

 

 

 

tous2sout

lot BE 62.07.30-241.16


jij: ik ben er.
ik: wat is er?

de tekst: in de gleuf van het gekende
maakt geen zwaard nog snee of bloot;
in de sleuf van het verglijden
is het nakende bekend;
in het foefje van de godin
maakt het nieuwe gek of dood.

zij: wat is er?
hij: ja, wat zou er zijn?

zij: er is de afstand tussen mensen
die er afstand deden van zichzelf
(zij wilden plaats of tijd slechts maken
voor de naam die hen beschermt).

hij: er is geld als je telt, er wordt geërfd.
(er is niets als je sterft).

wij: niemand had het lachen.
niemand heeft de pijn.
niemand had de vreugde van ons samenzijn.

(niemand dacht aan morgen
waar wij altijd anders zijn).

 

rijksregistER
dv 2018 – “Tallontelling – voorstel voor een meer attractieve representatie van het rijksregisternummer op onze paspoorten”