CXIV


Niets is het nog: vermoeid, vervloekt, gehaat,
verfoeid, fragiel, weerloos, geprijsd, ontdaan.
Niets nog, nummer in het rot van de staat
skelet van letters, puin van het bestaan,
de banvloek uit het zijn hem aangedaan.
Kuilen gapen, ogen breken, kindjes slaken
scherpe kreten, moedermonden braken
betekenis in bloed op het laken
van de sneeuw. Dode dichters waken.
Niets is het nog, zijn voetstappen kraken.

invoertekst (2012)

Advertenties

LAIS CXIII


Verfoeid is het, men duldt het bij gebrek
aan tijd. Het netwerk is een circustent:
oogjes en hartjes flikkeren als gek
de spanning stijgt, weldra komt het cement,
dan kan de vorm gegoten in de vent.
  Het spookt in de stad, er liggen flarden
te rotten waar de stem verhardde
tot gestalte, vet slijk waarin het pook
is, het stijve lijk der dode barden.
Zo roert het nog de wereld aan de kook.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXIII

LAIS CXII


Vervloekt is het, dolgedraaid in zichzelf,
verwoord en daardoor in de ban gedaan
van wat het woord benoemt, een mager zelf
dat buiten het beamen van de waan
geen ruimte heeft, geen werkelijk bestaan.
Het kent haar stem, haar klank, haar guitig lied:
zij is het binnen dat het buiten ziet
zij is doorgang, engte, kraan en ventiel
hen wordt het haar eeuwig grensgebied,
zij is zijn weg, en de weg is haar wiel.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXII

LAIS CXI


Weerloos is het, in staat van genade
heilige larve, enge temptatie,
infestatie, hooggeleerde made,
vuil onder de nagels van de natie,
puinwaaier, grijze sedimentatie,
steuntrekker, lowlifer, verbaal kabaal
voor alle zeven dichters in de zaal.
 Het, het breidt zich uit in tijd en ruimte
het explodeert, het vlamt, het gaat globaal:
flitspaal wordt het in de hyperruimte.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXI

LAIS CX


Vermoeid is het, de ogen parelen
droef in ’t donkere, drijvende zoeken
op gedachten die neerwaarts warrelen,
naar been in ’t woelen,  huid onder doeken:
het vindt er niets. Het wil tieren, vloeken.
  Vaal valt het licht erop van de schermen,
de wereld is een veelheid van zwermen,
er is angst, het woord is dode letter,
hier ligt er iemand eenzaam te kermen,
daar zinkt alles weg in slijm en etter.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CX

LAIS CIX


Fragiel is het, doorschijnend in de wind
flarden doek dat wappert aan wat haken,
onzeker qua bestaan, ziekelijk kind
trillend voor de hand die hard kan raken
en toch nog wreder zelf in het kraken
van wat er onder hem nog zwakker is.
  Het draagt van kromme liefde het gemis,
het wou niet haar en zij niet het meer zijn
zij waren voor elkaar gevangenis,
en kennen nu de loutering door pijn.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CIX

LAIS CVIII


Geprijsd is het ter waarde van het vlees,
vet residu met kleffe dromen, god
versjankerd bij het rot van bot en pees,
verblind door wanen met een kop vol snot
en hees gekrijs, negatie van het lot.
  O ware het toch, dat het niets meer deed,
of dacht, dat het slechts sliep, at en scheet,
het zou nog eer en die prijs bewaren.
  Maar het gebral klinkt uit elke spleet
der containers voor bedorven waren.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CVIII