13 indringende cirkelzagen (14/14)

KETTING

“God geef ons meer droogte,” bid ik, “dan stinkt uw lijk niet zo”,
maar de hitte verdort ook de droogte en het Er zinkt
in het zinken zoals een do zich herkent in een dalende do.
‘De maan is sonoor gereedschap’ brult Johanna die stinkt

uit haar mond naar het zaad van Maped, de nepnihilist
en ook uit het Wij is gemeenschap hardhandig gewist.
De weg Altijd loopt dood. Olie doet de wanden glanzen.
Geen Er is nog brug. Ik sta te preken als paus bij de ganzen

en ik verstrik mij dusdanig in mijzelf als personificatie
dat de bars in de barst van het ik losbarsten, ophoesten hun rot.
De stortvloed Immens werpt zich walmende op als rectificatie

en krijt beukende op de rotsen: ‘seks alleen is echte communicatie!’
En zo sterft het jongetje Wij dat met aarde de helmen vulde tot
daar waar de gelaten hun toeven verlieten van vader en god.

EXIT

13 indringende cirkelzagen (13/14)

A4

XIII. en daar ligt het jongetje Wij dat met aarde de helmen vulde

Wij, wij allen vallen maar wij vallen niet samen. Er is galm, Er
is kermen. Niet, zeg ik hoorbaar het niets aan, neen, niet
herhaal ik want het niets is buitenissig, en wij hebben geen
keuze want zie toch de woorden lopen als potvissen de woorden

af en op naar het droge alwaar ze ons opbiechten eb te zijn
en aan hun stinken beginnen waardoor ons bijna het hart
als vermolmd uit de borstbeenderen valt en het stof zelf ons
gebaart niet meer verder te willen. Ziehier nu het mooie

van ons, onze schreiende blinkoogjes die schreien omdat
wij onze verwekkingen in al hun schoonheid zelf niet de baas
meer zijn, dat het ons ook maar overvalt en het vakkundige toch

van het versnijden, wegsnuiven, opschrijven dat niet blijkt te
volstaan noch het afknotten of het de strot toenijpen en evenmin
het met onze stalen tippen tot moes stampen van het jongetje

Wij, wij allen vallen maar wij vallen niet samen. Er is galm, Er
is kermen. Niet, zeg ik hoorbaar het niets aan, neen, niet
herhaal ik want het is buitenissig, wij immers wij hebben geen
keuze want zie toch de woorden lopen als potvissen de woorden
[…]

invoer (2007-2017)

13 indringende cirkelzagen (11/14)

XI. de stortvloed Immens met heur geuren werpt zich op als rectificatie

Bevroren mortel! Bloedstank bij de opvangbekkens! Bij hergebruik
scheuren vaak de lijkzakken zoals de toekomst het eerder al
uitwees, zo, op de geijkte wijze inslaande op de borstkassa’s die
in het halfrond lafhartig staan opgesteld in hun slachtorde, wij

de schoenzolen van het Verzet, hamerend op de eisen van vliegrecht,
vervroegde pensioengerechtigdheid en zeker ook sterkere zekeringen
want die hitte. Laat ons voortaan regulariseren en zo de toevloed
met het bestaande stremmen! Dan kan toch al de Zijnsaangroei gestopt.

Nu reeds liggen de vooronderstellingen geil op blootlegging te sissen,
dit kan enkel leiden tot onberekenbare tijdsklem en sentimentenrot.
Dat niet meer opnieuw! Nee, wij van het Aqua Clara, wij bruisen enkel

indien nodig, de borstjes plat maar de benen knellen woest en streng.
Kom. Sta. Kijk. Hoor. Achter de glooiing doemen op de koplampzonnen,
de stormrammen strak op het chassis gelast, klaar voor de nieuwe raid!

Bevroren mortel! Bloedstank bij de opvangbekkens! Bij hergebruik
scheuren vaak de lijkzakken zoals de toekomst het eerder al
uitwees, zo, op de geijkte wijze inslaande op de borstkassa’s die
in het halfrond lafhartig staan opgesteld in hun slachtorde, wij

[…]

invoer (2007-2018)


13 indringende sonnetten (10/14)

de waarheid Johanna

X.  dat de barst diep in de barst van het ik losbarst en prijsgeeft haar rot

barst in de gedachten, scheurt in het gemoed, ontsteekt het aanzuigeffect
van de afgrond. Hoopvol stemt ons de groei in de afvalsector, het verhaal,
onaf,met heimwee naar het onbegonnen werk, het niets in de brandkast
van het ontbrekende kapitaal bij de rente op deze aflopende reeks

verraderlijke sonnetten. Zo zomert het midden april, misschien
moeten we ‘s praten jij en ik? het toch zo niet verder, de kinderen.
hoe schrijnend hierboven. hoe pijnlijk de knieschijven hieronder
tegen de tafelpoten geplet. Ons even te ontfermen, opdat één der 

onzen het jongetje toch recht in de ogen zou kunnen kijken en zeggen
dit is de droom, Wij, waaruit je nooit ontwaken zal, je vader, je moeder
wij zijn gestorven, en jij bent het jongetje maar je hebt ons nog
,

de wijzenden die elkaar naar de ander verwijzen en ach kinders
wij zijn het niet,  en, Er, wij hebben het beste … neen best niet te diep
in het verhaal kijken nu, – Johanna, jij loeder maak dat je weg komt, j
ij

barst in de gedachten, scheurt in het gemoed, ontsteekt het aanzuigeffect
van de afgrond. Hoopvol stemt ons de groei in de afvalsector, het verhaal,
onaf,met heimwee naar het onbegonnen werk, het niets in de brandkast
van het ontbrekende kapitaal bij de rente op deze aflopende reeks
[…]

invoertekst (2007-2017)



13 indringende cirkelzagen (9/14)

IX. en ik verstrik mij dusdanig in zelfbereide personificaties

regressie: in de doodsangst die ik onderga herken ik mij
zoals mijn naam ook in het schrikwit van uw ogen lettert:
uitputtende mijzelf sta ik zo in mijn vrees te dingen
naar een einde dat blijft dreigen maar niet komt. kom,

ik roer mij met de gestorven hond Neo tot kalmte om,
die dwangmatig als vanouds de scheve schutting afloopt,
waarbij de stofwolk groter, het gras van droogte scherper
en onze woede zich intenser verenigt ter gemengde bol.

daar, te midden bereikte rust, zit dan weer uitdagend
de poes Tempel ruim twee tuinen verder, een rosse van enige
afkomst. Er zwaait wat met livingduister, kippengaas

en plasverbod. Gespiegeld in de herkenning staat ook
het jongetje Wij, Johanna en een kniezende Maped
ons uit de bewaring weg te schrijven, een eindeloze

regressie: in de doodsangst die ik onderga herken ik mij
zoals mijn naam ook in het schrikwit van uw ogen lettert:
uitputtende mijzelf sta ik zo in mijn vrees te dingen
naar een einde dat blijft dreigen maar niet komt. kom,

[…]

invoer (2007-2017)

13 indringende cirkelzagen (8/14)

VIII. en Ik, de vrezende, sta gebogen te preken als paus bij de ganzen

onze hoeren worden goedkoper dan een pilsje. De productie
aldus kunstmatig op peil gehouden. Gelaten. Het stelde sowieso
al niks meer voor sinds. Hoor mij tenminste als ik jouw naam
uitspreek, Johanna. Wat lig je nou weer te huilen,verdomme
! Kijk

mij aan voor ik je de ogen sluit. Ik zie ik zie ik zie A) de weiden
verdorren B) de vijvers verdampen F) het bloed koken D) de aders verstenen. Ik besluit: het verdwijnen zál ons lukken. Overigens. Met
het oog op de toekomst. Voel de pijn als ik jou in gang por, sloerie.

De verkiezingsthema’s dit jaar: de vele geaardheden van de goede bedoeling in hun eigenheid respecteren, er het rot uitharken,
het sentiment opspannen en het dan vocaliseren, visualiseren,

de mogelijkheden ten volle benutten, de controle opvoeren, de agents trainen in de uitspraak van keywords: google, babes, cellofaan, verpakt, bijlage, krant, heet, naald, nat, plekje, gratis, koop, nu. Voilà:

onze hoeren worden goedkoper dan een pilsje. De productie
aldus kunstmatig op peil gehouden. Gelaten. Het stelde sowieso
al niks meer voor sinds. Hoor mij tenminste als ik jouw naam
uitspreek, Johanna. Wat lig je nou weer te huilen,verdomme
! Kijk

[…]

invoertekst (2007-2017)

13 indringende cirkelzagen (6/14)

VI. en ook uit het Wij is gemeenschap hardhandig gewist

Joa Sè, het endemische bewustzijn, kent in de mens haar
ergste epidemische verheffing. Het compulsief de zee inlopen
wil maar niet aanslaan bij kinderen onder de tien. God‘s
offer heeft niet het beoogde effect: de voortplantingsdrift

is heftiger dan ooit. Racha spint garen uit de behoefte
aan toekomst. De prijs van de ruimte heeft een historisch
dieptepunt bereikt: alleen Johanna ziet er nog wat in
omdat de r zo slonzig kriebelt in haar keel. Wat te doen

ook, als je Er bent? Een gedachte-experiment: ik, de
vrezende
, zit in een trein op een spoor dat miljarden
lichtjaren lang is. De trein rijdt in een achtbaan en daar

waar het traject kruist, komen als bij wonder alle atomen
die voorheen de trein en mij uitmaakten weer samen, zo
lang is het geleden dat de er trein passeerde. Wie ben ik?

Het endemische bewustzijn kent in de mens haar ergste
epidemische verheffing. Het begeleid de zee inlopen
wil maar niet lukken bij kinderen onder de tien. God‘s
offer heeft niet het beoogde effect: de voortplantingsdrift
[…]

invoer (2007-2017)


13 Indringende Cirkelzagen (4/14)

IV. ‘de maan is sonoor gereedschap’ krijst Johanna die stinkt

Zo, kaal geschoren en beschimpt, Johanna de Waarheid loopt
blind haar eindje om en om want in de ommegang kent
men zijn vrienden. Houdt die slet nu ook al aubade?
Er hoopt op verplaatsing en schuifelt verwachtingsvol

de benen. De hanen kraaien, de hennen leggen, zo
is bij renwet nu eenmaal de gang der pennen. De kont
hoog als een pin-up en de kin op de handpalmen zo
spuwt Racha haar gal over de schepping die weigert

haar God te begraven. Een goede god is een rottende,
lacht ook het jongetje nu het vlug nog verkracht wordt,
wijl het toch al gekeeld ligt te schudderen. ‘Wie ben jij

dan wel?’ breekt het nog in de oogjes en Maped de basgom
bemant nu met stierlijke gave deze volte: “Maped ben ik”
bromt hij vervaarlijk en gomt het obscene gekribbel teniet.

Zo, kaal geschoren en beschimpt, Johanna de Waarheid loopt
blind haar eindje om en om want in de ommegang kent
men zijn vrienden. Houdt die slet nu ook al aubade?
Er hoopt op verplaatsing en schuifelt verwachtingsvol
[…]

invoer (2007-2017)

13 Indringende Cirkelzagen (3/14)

“de weg naar het Niets is een poort in het Er” – dv 2019 – van alles ewa op papier – A4

III. in het zinken zoals een do zich herkent in de do

Het Er is het al waar de hoop zich op richt.
Het Er is de tijd waarin de leegte vervelt.
Het Er is de plaats waar het woord zich verdicht,
waar zweet, bloed en geil zich mengen met geld.

Men bidt tot het Er, smeekt het om seks en erkenning.
Ervaren bouwt men de kinderen om tot de erven Er:
Er: het vervolg’, ‘Er: de terugkeer, ‘Wat na Erna?’. Ver 
is het nooit, Er komt u toe, Er is de dood als gewenning.

Je zal er wel komen, je bent er bijna, beleef jouw Er-volte:
kruip er maar in, er is jouw tunnel, het licht in jouw hel.
Inwaarts de zinnen verbijsteren, uitwaarts je neigt naar een holte.

Er is de barst, een scheur in de tijd, je valt in het gat
je perst het Er uit, en nu volgt op wat volgt al heel snel.
Daar heb je het al: je bent er geweest, je hebt het gehad.

Het Er is het niets waar uw hoop zich op richt.
Het Er is de tijd waarin uw leegte vervelt.
Het Er is de plaats waar uw woord zich verdicht,
waar uw zweet en uw geil zich mengt met uw geld.

13 indringende cirkelzagen (2/14)

” daar is het jongetje wij dat met aarde de helmen vult” – dv 2019 – A4

II – maar de hitte verdort ook de droogte en het zinkt

u, in uw dode mode omdoende nog uw naaste
de das; u, ooit een leven dat er even in u was, te
blind en behoeftig in dit uur van uw waarheid,
waarin ontspoort elke tel tot eeuwen vol nijd;

u: uw huid is het leder gelijk en genaaid als een jas,
uw hart gaat tekeer, uw bloed klopt met spijt
en tegen de voering verpulvert uw zinnelijkheid
als droog schurft, korrels van bloed dat er was

en u ploft als een verduurde ballon en u stofgutst
alom (het applaus opent dreigend de handjes);
in de slipstream der crashende markten klutst u

recepten met fierte door het slijmen van God en zijn moeder
en het jongetje wij krijst luide met het molm in zijn tandjes
en van het sliertige rot in dit heden was u altijd al hoedster :

u, in uw dode mode omdoende nog uw naaste
de das; u, ooit het leven dat er even in u was,
blind en behoeftig in dit uur van uw waarheid
waarin ontspoord elke tel tot eeuwen vol nijd
[…]

invoertekst (2007-2011)

13 indringende cirkelzagen (1/14)

vooraf

Antonin Artaud vertelt ergens dat

  • op een mooie dag de mensheid besloot de idee van de wereld een halt toe te roepen (‘arreter l’idée’).
  • de mens toen moest kiezen tussen de onzaligheid van het oneindige (‘l’infini’) en het pathetisch-kleinschalige (‘l’infimi’).
  • de mens koos voor het laatste en stopte zich vol met koekjes en religie.

Men neme de cirkelzaag ter hand.
Het is koekjestijd.

personages (in volgorde van verschrijving):

  • God, het Stadslijk
  • ik, de vrezende, voorheen bekend als  zanger Izeganz, gerespawned  ergens dicht bij het Einde
  • Racha, de moeder van God, een kwaadaardig loeder
  • het jongetje wij, dat herhaaldelijk wreedaardig wordt omgebracht
  • de plaats er, een oude, verbitterde freezone uit de oude tijdruimte nog, waar de wetten van de Geldruimte nog niet golden. er is een efbee-attentiejunk die zich wil opwerpen als virtuele place to be
  • de Waarheid, een kaal geschoren slet die geilt op alles wat een letter heeft
  • Maped de basgom, een nihilist met smetvrees
“diep in het rotten aan strengen hangt Racha stroef” – dv 2019 -A4

I. god geef ons meer droogte (dan stinkt uw lijk niet zo)

ik, de vrezende, die met grafiet beschrijft het git:
een kraakstem plooit mij heet de letters uit en wit.
kijk: ik schik mij in uw stad, die naar uw lijk verkleurt
en weg spurten de krabben van het rotten dat geurt.

daar is het jongetje wij dat met aarde de helmen vult
zijn knietjes knikken grillig bij de gaatjes neer:
een o die stulpt  naar boven en een naar onder meer
zijn lipjes vertellen hoe de kogel uit de schedel tulpt.

diep  in het rotten aan strengen hangt Racha stroef
het bloed jaagt haar zwart en stijf door de strot
en haar nijd is de nijd van de moeder van God,

nijd om de vrucht van haar lust die zij niet begroef.
ons bestaan in zijn beeld  maakt haar woest en bot
dus zij wil nu ook mij en uw ogen dood en kapot:

ik, de vrezende, die met grafiet beschrijft het git:
een kraakstem plooit mij heet de letters uit en wit.
kijk: ik schik mij in uw stad, die naar uw lijk verkleurt
en weg spurten de krabben van het rotten dat geurt.

[…]

invoertekst (2011)