koude vlam

voor c.b.

haar lijf is koude vlam, heur haren vuur
haar lippen zee waarin ’t verdrinken wil
haar ogen licht dat geselt en bestuurt
haar huid is rein, dat maakt het boze stil.

het wil haar wereld en daarvan ’t moment
het wil geheel in haar vergaan bestaan.
het wil wel het nog zijn, maar enkel zoenend
het wil in haar slechts onbepaald bestaan.

de krullen van heur haren krullen in zijn mond
haar woorden worden daden, vast ongezond.
haar handen strelen, het wordt eenzaam, lont.

in de stilte, midden in het ruisen van de storm
treedt het haar bij, ze rilt en zweet, zo dicht erbij.
zij wordt heel tenger dan, ze maakt het blij en vrij.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het sterft

droomdood. de zon spat open in de beide ogen,
het ziet het licht, het achterliggende, en het
ziet de mensen blij van zijn gedoe bevrijd.
die boeken zijn alvast geen cent meer waard.

het gaf zijn woorden onbetaald verlof,
het legde zich lam in ’t spoor van het gezag,
het schreef alleen nog wat men lezen wou en
’t zou massaal verblijden met gepast gelach.

er is geen leed, de kinderen verzuipen niet.
er zit geen rot in ’t groeien van elk blad
en terroristen worden steevast tijdig opgepakt.

“geniet. de wereld is weide, een groots festival.
het land is heden wel wat anders ingericht maar
wij noteren graag hoe u wenst dood te gaan.”

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

ambrozijntje

het zag haar lang, heel lang geleden plots
voor zich staan: een wulpse hinde, jong,
onaangedaan. pretoogjes, wangen met kuiltjes,
flarden jurk die speelden met de kindse wind.

er was geen tijd om aan te raken, er
was geen plaats om bij elkaar te zijn.
maar elk moment maakt krullen in de tijd
en ’t heeft alsnog haar lieflijkheid gevonden.

“ambrozijntje, tierlantijntje, gooi
je kleren op de grond. ambrozijntje,
florentijntje, maak de wereld heel en rond.
ambrozijntje, rozerode egelantier.”

het ziet alleen nog haar, het paradijs is nu en hier.
weg is ’t zwaar verdriet: het geeft haar licht plezier.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

ogenblik

de aanvang van de stilte likt de stilte open
met een zucht. de val van het duister spreidt
de dijen van het licht dat leidt naar duister.

de drang van het heden om verleden te zijn,
nu en in de toekomst wordt onhoudbaar
nu het jouw jurk oplicht. jij spreekt het aan
met open ogen, onvoldaan. het graaft verwoed
in jou, zoekt reden van bestaan. vingers vlechten
met jouw vingers vlinders, armen drukken
neer opdat jij stijgen zou. jouw streling is
een plots en wonderlijk gebaar. ontsnapt
aan de behoefte, bevrijd van mededogen
komt de wereld in jou klaar. het zwijgen is
er van de duisternis, het ogenblik is daar.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

boek

in de uitgemaakte zaak van zijn bestaan
strijkt het de zorgen weg als plooien,
sporen van het slapende lichaam
in het zijdezachte wit der lakens.

het deelt zichzelf uit als een spel,
elkeen die het kent, krijgt kaarten
die waarheid zijn voor eigen hel:
winst, verlies, het boeit niet fel.

het houdt de hemel klaar voor ogen,
zwart op zwart en nergens dat of dit:
dit git heeft niemand ooit belogen.

in de stilte die de taal vereist,
is er nog sprake van woorden:
geen boek verzwijgt die spoken.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

petanque

het geheugen is een hoer die je betaalt
met je geweten. hij is erg professioneel.

het is zomer en het speelt petanque met
zijn vader. zijn lach is schoon en waar.
het staat op zeven stranden, Normandië
bevrijdt. het heerst, want het is nu daar.
zand glijdt door de vingers en het kucht.
de hoest geeft bloed, dat kan geen kwaad.

het strand van het verleden heet toekomst,
de zee was het heden, het loopt op tijd.
het duwt zich af aan uw genade, waarde
die het slechts bij vangst erkent. ‘raak mij
niet aan’! roept het vergeefs want het wil
bij god niet weten wat het heeft gedaan.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het zoent

voor h.j.

paleis gebouwd met zonnestralen,
ruimte neemt de vorm aan van het ogenblik.
tijd gebeurt wanneer haar jurk naar huid verglijdt.

licht is berging van de duisternis.
zij is de muren van dit paradijs:
haar handen omarmen hun falen.

dochters met de gave van weelde,
hun teveel is haar aanwezigheid:
de brede lach die hun gelaat verblijdt.

o blanke bloem die in de wereld bloeit!
haar raken wil het niet. ’t speelt wind
die gaaf de baren zoent der bloemenzee.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording