opgave (5/7)


“De noodklok bengelde in ’t gehucht”

het theatrale van de eenzaamheid is het lege theater
waarin de tijd explodeert:

de armen vermenigvuldigen het moedeloze schokken
van neerhangende schouders;
de handen tonen bij duizenden het wit van de palmen
met hun hartstochtelijk gemis en het gat van de mieren;
de monden zijn een veelvoud van de mond die zich oefent
in het braken van veren;
de kussende monden verzoenen de minnaars met het sissen
van hun vurige tongen;
het kurkdroge knispert, de vezels verlangen, de maan licht het pad
op naar de zelfontbranding

ja goed, verder, een beetje dieper, daar,  ja

dorpers, de ogen verzonken in zwart kabaal.
gezangen die grimmig de pijn van de verlatenheid
uitbenen in de etterende oorschelpen
de klanken komen schrikbarend geklonken
uit de stramme stilte van de kraakspar, zijn
ontworteling bij de afscheurwand

nog nge h r

ja nog ja
doe maar wat harder nu

ong

n——— — ———————n
e——————-—————-o
o—————-——————g
n———————————–e
g———————————–e
n———————————-g

inputtekst (2010)

dv 2019 – “ses cuisses laborieuses expriment la volonté de porter”

opgave (4/7)


IV

Anke slaat heur lange benen over elkaar, de diafane zijde
schuift geluidloos over het oker van haar dijen.

jij, die geborgen gloed, het goed
dat je onze ogen doet


– Maaike

ze doet perfect wat er van haar verlangd wordt, volgt
tot de letter het protocol. ze is het protocol.

ze breekt met haar wijsvinger voorzichtig het zegel
ruikt even aan het topje van haar vinger
om de geur van was op te slaanontrolt
de rol. een slok water nog, een vlugge blik 
naar mij, het einde dat ik nog ben,
dit stompje van mijzelf.

en dan vangt ze vastberaden aan,
in klare stem, met de lezing van 


Anke Veld
of
de 8 Geschiedenissen van de Afloop, geschreven en schrijvende,

van en tijdens
de Ondergang

inputtekst (2010)

dv 2019 – “sa touffe le cœur noir de la lumière” – A6

opgave (3/7)


III – De Stem en de Del

import baudelaire.lFdM;
import quignard.Délie;

kraak hem de schalen, breek hem de schubben
eet hem rauw, hef het roze vol in het licht,
ontdoe hem van dit euvel, ontdoe dit
stervende stof van uw hitsige trilzang,

aanhoor hem, brakke muze, voel hier en nu
zijn slapte bij het tasten van uw honger
hoor het schorre brullen van de ontkende,
de zich ontkennende stem die mest is, drek.

[het sletje zit in een lijfje sliploos
op een houten tafelhoek te wiegebenen,
krult een haarlok rond heur vinger,
klakketongt en tekent met een dikke teen

heur zuchten in de lucht.
de hoek glimt ]

inputtekst (2010)

dv 2019 – “my legs went limp, the heat was scorching”

opgave (2/7)


II

ik ben het nu, ik ben het hier

het is de dode, de blinde,
de schaduw van het zwijgen
in het luchtledige

in het beweegt het
het kruipt onder de slechtende roede

kleine gewervelde dieren, aas, afval
infecties, gewemel, het wroeten in het bolwerk
de container waar de stank walmt van het verleden
dezelfde vergasten die nu verzuipen
dezelfde gekeelden die rond u kreperen
dezelfde weigering spreekt in uw ogen
dezelfde weigering barst uit uw gelaat als reine, zwarte haat

ziet, Julia,
de meikever komt
union match ignite
glas in de arm,
het gutst het

het zwart
het geel
het rood

het zwart
het geel
het rood

botten boten boterham
(lo ki koei)
motten moten motoren
(lo ki soot)
koppen kopen koperen
(taaiger taaiger)
potten poten potelen
(beurning braait)

dans la forêt de la nuit
‘the fox condemns the trap, not himself’
uw trots is uw rots
uw rots wordt uw lava

lava schrijft java

al het denkbare is een beeld van het ware
en het beeld
beweegt

ik zeg het
en

het
gutst.

inputtekst (2010)

dv 2019 – “face à l’ amour aux pieds nus l’ écrivain est perdu” – A6

opgave (1/7)


I

een binnenste handpen. onduidelijk of geheel
afwezig is de bandering

(ook de lichtval speelt een rol)

“we dienen de letters open  te breken
om de klanken te bevrijden”

inputtekst (2010)

dv 2019 – “my hand felt cold from reaching out into the void”

maanlief


branding, snelle wolkensliert
geur van scherpe dennen en de maan
heur felle schijn verbergt de maan.
het zijden licht bloeit ragfijn open in de open zee.

dodemaansdeken dovende het donker golven,
zo vervluchtigt zij, nevel in de nevel
van het leven. ik zal haar likken
hoe zij daar te wiegen ligt. ik
slaap en slik.

komt fluks dageraad, naakte staat
met zilte zonnestraal die bloedrood rijst.
nu, zo brandt hij mij in jou met kraters daar volledig door.
wij, zo doet zij stonde nog met schemer, dauw en mist.

onze wanden spannen zich verwoed tot tremolo.

doe, zon, duw en prang maar maan
spring mee door het raam en echter laai,
spiegel mij in mij, straal jij, laat haar lippen
gulzig zwelgend los op mij.

inputtekst (2010)

dv 2019 – “sa cheville à chaque moment déplace la grâce solaire” -A6

methadon



de telefoon staat af : ik ben weg. het lacht. het
daalt en dwaalt in het wonder dat zij hebben wou 
het neuzelt door roestende bestanden naar iets
dat lijkt op haar, een wulpse warreling, een schijn

van oude snedigheid, beelden in de hand gegrift.
selecteer alles en verwijder. ik paste, het past niet,
de nacht is te ondiep, de dag te duur de duur te vol.

het stuurse bekt dat het maar het is terwijl zij vreemd
te mokken ligt doorstoken van wat anders. beter? ‘wat je
maar wil schat, het is het goed zat’. hier is haar mozart

in een pink en in het herenslipje hangt heur hart
te bonzen. heroïne was het toen en zie haar lopen nu
haar marathon is quasi gratis wel maar methadon.

inputtekst (2010)

dv 2019 – “la bipède déplace la lumière” – A6