rigorisme


In vreze om larven
die minzaam ebbenhout
tot zwartste nacht vermalen,

wanhopig om regen
die de witte twijfel
voor de vraag van antwoord dient,

en rillend om warmte
die het geroofde ei
gaaf de grauwste bek uitstoot,

kokhalzend het leven

aanbeden als de dood
voor jouw aalgladde
dageraadswoorden.

inputtekst (2017)
>1993

“Rigorisme” in het tweede groene verzenboekske zoals ik toen (1993) nog poëzij pleegde…

geleid bezoek


“In ’t dakraam toen getekend stond: de maan,
zijn lach in ’t glas, die schoorsteen daar die ving
in’t zwart geschreven klanken van haar naam
die zo voor even in de tijd gelijk geweven hing.

Bemerk ook het ontbreken van kleur en
in zijn dromen louter droefenis die nacht,
en hoe dan ’s morgens de zonnepracht
in hem haar licht verspreidt en de geuren

van haar leugen tot gewisse waarheid maakt,
dat hij beamen moest wat lang al was beslist,
dat haar lust hem daar zijn leven gaf, en geeft.

Hier wordt van hem de staande trots ontbloot,
daar hij haar ziel van hem gescheiden wist
en zich niet overgaf, alleen, en weigerde de dood”.

datering inputtekst: 1-7-1992
uit het eerste groene boekje (7/1992 – 6/1993)

B26


In laaiend vuur verworpen
neemt het droge blad van lucht,
vuur en aarde alle kleuren
in zich op en zweeft.

Het krult en weegt zich
al krullende af. Ook de roos
vergeelt tot tere lijntjes
waarin de herfstzon trilt. Wit

gebald wil een strakke hand
als van zijde het voelen
van de hand nog raken: 

van wieg tot graf
wacht de mens vergeefs
op licht dat niet het zijne is.

inputtekst (2017)
>2000 uit ‘123 Manieren om Herakleitos te lezen’

dv 2019 – AR van B26 – A5

LAIS XXVI


Een speld van git bij parels kornalijn,
granaat en amber, en donker diep klaart
heur hals uit met van geuren een gordijn
en krult een lok die wit gefonkel gaart
en hij die als een god op aard bedaard
haar zich voor hem ontdoen ziet van heur praal
en uit de zijden stappen haar verhaal:
de ster die in zijn armen branden gaat,
’t van elk idee belichaamd ideaal,
dat is LAIS die stralend voor hem staat.

inputtekst (2017)
>2011

dv 2019 – AR van LAIS XXVI

LAIS XXV


Is zij het daar die hij ziet, haar blanke
vuur van huid verhoogd met manestralen?
   Zijn het in die wilde baren daar haar ranke
hals, haar ogen die het licht doen dralen
voor het in de nacht verdwijnt? Bepalen
de grond en ‘t kleed de tekening van ‘t lijf?
Is haar te zoeken deel van haar verblijf?
   Maakt haar te zien geheel haar wezen uit?
Is zij dan zin en doel van zijn bedrijf?
   Was lust voor haar altijd al zijn besluit?

inputtekst (2017)
>2011

dv 2019 – AR van LAIS XXV

LAIS XXIV


LAIS waarvan hij het gemis bezit,
en honderdduizend soorten duisternis:
’t perverse schrijn waar niets het niets aanbid,
verloop van tijd, vrij van gebeurtenis,
paleis waarin de ruimte leegte is.
Hij is die leegte die zichzelf herkent,
herhaalde spiegel van het mankement.
De daver dreunt hier vers na vers voorbij:
een rotten van absentie dat nooit went.
Kom, doe er nog een scheutje derrie bij.

inputtekst (2017)
>2010

dv2019 – AR van LAIS XXIV