het moment 34

nog even en het heeft zijn dode toekomst ingehaald. het woord is al weg, de straat ervan is opgebroken. er stijgt nog zang op van voltooiing waarin het zweven kan terwijl de wereld barst van zelfgenoegzaamheid. iemand zeikt het wat complimenten in de mond.

een cluster klanken wil nog iets beduiden. ‘deze winter bloeit de winter open met een naakte rug’, zegt het, en: ‘de koude brengt in iedereen de koude tot zichzelf.’ het leest witte haat in de starre ogen der gestolen gezichten.

de raven staan te pikken op de lege wei. het is november, de eerste scheur in het behang. het legt verklaringen af, een oprisping leek het eerst, met mondjesmaat, maar al snel braakt het zeeën van zurig slijm. er is het onmiskenbare gevoel van totale bladersterfte.

het bracht een ijl en langzaam lied in haar. het bloeden is al niet meer te stelpen. strompelend van duisternis naar duisternis ontdekt het de onbegrensde weidsheid van het ware veld.

invoertekst (2015)

het moment (22)

het zwijgen heeft haar middelpunt gevonden: woorden slaan de handen in elkaar, zin speelt in de gedachten. het gebaar doorbreekt de pose, bloed wil spatten, vingers grijpen, nijpen en in holtes dringen. zeven maagden doorprikken driftig met hun apparaten de ijdelheid van maagdenvlies.

engelen storten zich als vliegen in ’t verderf. het vloekt en tiert en tatert vol taboe, het wil van wreedheid rituelen en van het vieze liturgie. het torent op een berg van lijken en laat zich vol vertrouwen vallen, achterwaarts de steden in.

het strooit vergevend vlokken tot een laken doodse stilte op het bloot en stomp geraas. het opent vol gena maria’s doosje dat het kreeg. het wijsje gaat van tingeling ting ting. is het wit niet oogverblindend, oorzaak van het kwaad? het is verbaasd dat het ontwaakt.

het lacht en kleedt haar uit. ontdoet haar van het nodige. het wil haar zeggen dat zij het is en het zij maar het is te heerlijk. het komt niet verder dan een kus.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (21)

tralalie tralala. swuzie mtake kumbadze. woorden dienen om het moment tot ogenblik te herleiden, schakel in de tijd, berging. de afgeworpene, de ontkoppelde, heeft geen taal meer waar hij thuis is. klanken hameren hol, een eindje rubber kletst in plassen op de grond. instortende nieuwbouw. het lalt.

het heeft uw geisers en vulkanen niet meer nodig. niets hoeft het nog van u. ’t is dubbelweefsel, wel, de scheerslag lichaam dwingt het tot verband. het knipt de band doormidden en schenkt de armen hun anale schuiven in Tomorrowland. kraak de fles, de afdronk lonkt. het vloekt.

geen angst vervalst nog het zwart met een vreemde kronkel. het ziet het deinzen van de mensen, weg van de onzijdigheid. de dagen zijn kortaf als goden in november. letters worden tralies voor de mooiste ogen. wat maakt het uit, het heeft het glashelder in de hand. het lacht.

het is zwart. de nacht is gevallen. geen deken. lanceer het sein, een rilling in de lendenen. het strijkt haar open, zij sijpelt in de opening en het in haar. het is volbracht.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (20)

de schoonheid van een gedachte zit gevangen in het denken van de gedachte, een opgepropte vlinder wachtend op bevrijding uit zijn cocon. voel het weke gefladder dat uitbreekt, zie hoe er wat slijm drupt, schrik dat het draak wordt, plots een gevleugelde

kaart met lijnen en onleesbare cijfers en letters. het moment verschuilt zich en wacht geduldig op jouw afwezigheid, tot je lijf het gebaar vergeten is die de gedachte opwekte, ving in het vervagen van haar herinnering. er is geen verweer mogelijk tegen de uitbraak van het weerloze.

elk begrijpen vernietigt het ontluikende. wij vergeven ons geheugen met harde taal die onze behoefte vergeet, onze nood aan het ondenkbare. dat zijn van je is een sterven en het sterven besmet het levende met de voldoening van de dood.

in het bloeiende rood rilt het, het weet niet meer wat het is. handen strelen armen maar dat zijn de hare, dus wat is het nog? wie is dit geluk?

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (18)

in de kinkhoorn reikt de klank tot diep in het verlorene. een lichaam ligt roerloos op een drijvend veer. de hand in het water omspoelt de stille zee zoals de zee de hand, elkaars gelijke. slak in het slaken, grot in de holte: dit is het zieltogen van vingers die niets raken.

de nacht plooit het duister in het zwart van de nacht en het lijf wil het lijf van de koelte. het droomt streling van golven, witte schuim bij het naderen van stranden. onafwendbaar de boeg klieft de weg die al koers was, uitgesproken zin van het zinloze varen.

schepen benaderen schepen met het ruisen van wakkere zeilen. vervolgens is er het schuren van hout op rompen. de nostalgie van dode bomen naar land welt op uit een scheur. de blinde scheepsjongen huilt. genese.

het likt zilte tranen in de plooien van haar huid. handen glijden langs het kronkelen van aders: ‘het lichaam is een plein’, zegt het, ‘plooi het open’. het komt in haar tot eenvoud, het wordt een wil tot besluit.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (17)

raakt het? machtig het zand verdwaalt in het zand. de stof baant zich een uitweg naar het onstoffelijke zoals je ook woorden wel eens ziet woorden dragen naar hun einde. alsof het lijk van god erbarmen wekt.

de droogte is reeds omtrent, het eerste krimpen is een krimpen van de longinhoud. de mensen dragen de jammerklanken als tulpenbollen in de borst maar met harde repressie kan de stilte onder de schuldigen nog bewaard worden.

dit glijden is van alle tijden, zelfs de sneeuw die de nieuwslezers verblindt. vergeefse zonnebrand is het. de kinderen zingen ‘een pluchen mandje voor het poesje uit peru’ en ‘de kooi van dode kraai voor papegaai’.

het poogt verwoed haar lippen los te laten, kust het niets dat hen belichaamt in een lus om weg van haar alsnog haar lome leegte aan te raken. het raakt

invoertekst (2015)

het moment (16)

het wachten is altijd van uiterst korte duur. het al is al zo vaak gebeurd, de tijd is een spiraal in elf dimensies, een web van draden in de stilstand van het onvermijdelijke.

pijn herhaalt in elk moment de pijn. het genot herkent zichzelf in elke zucht. de woorden spinnen als dwaze tollen rond het falen om hun leegte met enige zin te bekleden.

wacht je al uren op verlossing? dagen? jaren? in het striemen van de regen
licht het juiste nummer van de bus plots op. of niet.  het wachten heft hoe dan ook het wachten op.

alles is altijd van uiterst korte duur. het hoort de klik in het slot. zij staat er al, aan het voeteneind, de dood van het verlangen naar genot.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (15)

in de smalle tuchtkamer van het genot waar alles vlamt en rondom laait,
wordt langzaam zichtbaar de zwarte pit, zaad en voeding, motor van verval. de dagen tellen ons, de tijd loopt vol met onverschil.

wolken overdrijven ons. het land wordt zand. wij overwoekeren het naken van de ondergang. het heeft het en niets in handen dat het niets omgeeft als karteling, een zweven in het zweven dat het doet in haar.

nutteloos, armtierig als de letters die zijn woorden vormen willen tot geroemde woorden die haar lijf omarmen, maar het komt niet verder dan een manke zin.

in de kamer is de duisternis van hen afkerig, in het zwart likt het de lippen van haar zwijgen. rode, het al breekt in haar open. niets is wat er staat.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (14)

doorheen de perverture* van het zijnde valt de eenvoud van de eeuwigheid. het ene sijpelt door alsof het niets was, in zichzelf gegrond. hulpeloos, met kromme benen de lieden lopen alom verloren.

waarheen trekken wij vandaag ten strijde? de voddenman doet alle vodden in een mand. de lijken mogen slapen in het lege ledikant. er kwettert wat gevogelte, diep in het bos en een boom laat van schrik alle blaadjes van zijn takken los.

de straat heeft zich rood van liefde een weg gebaand, de muis piept angstig in de kattekop. het onheil dat ons treffen zal, is van ongekende omvang maar een einde is ons niet dan in de guurte van de eenzaamheid gegund.

langs deze lijnen uitgezet raast het woeste woeden van het lijf in haar heftiger dan storm. het brandt de zon in haar als amulet, de tijd is nu op nu of nooit verzet.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

*perverture: in de Neo-Kathedraalse Evidenties (geschriften die na 2054 zullen verschijnen) wordt gewag gemaakt van drie fazen in de kosmische cyclus, de eeuwige spiraal: ouverture, perverture en cloture. de perverture valt samen met het ons bekende stadium van het Kosmische Rot: de inwikkeling, verdraaiing van het Gebeuren in de alles vernietigende complexiteit

het moment (12)

de dag is een blauwe knikker op een zwarte tong. vurig de verhalen schieten kuit in de vijver der verhalen. werktuiglijk de zon stookt zijn fikgrage soefi’s op, hun flitsen doen spiegelscherven vlammen in de zee.

het raakt de einder aan alsof er iets bestond. het streelt er wuivebomen, krijgt wuivetakken in de mond. ernstige bergen berusten in hun glooien, neerwaarts naar het dal waar het zich heeft neergevlijd.

er zit een zwarte panter in, harig en vervaarlijk. het klauwen evenwel is rag, het krast kristal. het scheurt de wereld open tot een nu dat niet wil zijn, maar vonkt, dat bijval regent van de eeuwigheid in blijde schittering.

traag de woorden gaan de trap af naar hun zinloosheid, hun zin een langzaam naakt, hun letters mul als zand. het weet: het wordt een glinster op haar strand.

invoertekst (2015)

het moment (11)

het denkt en de gedachten spiegelen de broze dingen in de val naar hun vernietiging. flessen niets op zoek naar ’t hele ding daarvan. het lijf is hunkering. er zijn geen ramen daar, geen deur naar een besluit.

alles zinkt in d’ inkt van de beslommering, de schadeloze schijngestalte van het ware woord dat opgewonden dromen tot goedkope brol verwoordt. winst is zijde zachtjes glijdend op haar huid. ’t genot is van gebrek verdubbeling.

uit het rot van alle dingen wordt het heden als een vuurbal opgelicht. kijk, de wereld wil zichzelf verklaren in de mal van haar weerspiegeling. mensen worden opgeslagen in een waardeloos bestand.

het vrijt en de gebaren zijn verslingering rond haar. de vlammen in haar ogen verlichten het totaal. het wordt gezegde diep in haar, ontplooid zijn zwijgen op de toendra van haar orgelpunt.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (10)

voor c.b.

de dag zit in het web der dagen, weerloos ingesponnen tot cocon. de minuten  willen uren duren verslingerd op hun een met zestig zijn.
de seconde heft haar treitervingertje en wakkert weer ’t verstrijken aan.

het denk aan nergens, ziet de jaren daar verglijden, hoe zij tijd aan tijd en lijf aan lijf verdoen. ’t oktobergrijs is hen een zilvereinder, die bleke zon te schamel voor hun gouden schaterlach.

de mensen zijn maar mensen in de wereld en de katten hebben zich van hen verschoond. vissen slurpen zee en algen wiegen slierten op hun traagste liederen van slaap en lieverlee.

liefde heeft in hen haar zotste lief gevonden. “kom,” zegt het, “we gaan weer heden maken, lieveling: maak een einde aan het einde, knoop het in je haar en vlinder weergaloos”.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (9)

de waarheid is de waarheid en niets dan de waarheid: een lijn van A naar B die van A B maakt en van B A terwijl je C wil,  of D, het hele alfabet, verdomme. de waarheid kwetst omdat de waarheid geen waarheid is maar niets dan de waarheid.

ellende. dit gaat niet echt vooruit. kak. de wereld is de wereld is de wereld niet maar onze wereld. tak. het herfstblad sterft niet om haar val
in prozaverzen beschreven te zien. werkelijkheid moet je maken, maar het echte maakt jou.

het blad ziet alles. er is een streling in haar val, erosieroes. muziek die naar een einde loopt dat niemand horen wil. het zachte is niet van menselijke aard, alleen geweld is humaan.

het raakt haar aan.  het heelal raakt in vervoering. de zon is stralend, alles geurt naar paradijs, haar lip is einder, zinkt als woord in een gebrek aan taal. alleen het echte ontsnapt aan het bestaan.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (8)

uit de ondraaglijkheid van het bestaan komt voort de ijzige wind die op de ogen slaat. uit de ogen komt het lelijke gekropen, de schilfers pijn van de ondraaglijke wind. de schilfers breken en dwarrelen neer, en vormen een laagje stof op de glanzende huid van het schone.

de blik is naar het licht gericht en blij  maar vindt de duisternis van waaruit het niets ons overvalt. de wind is wild en wil meervoudig hozen met de namen van orkanen. het oog dwaalt, de zin verspreekt zich veel te haastig bij het breken van het eerste woord.

het lichaam wordt opstandig lijf dat zich van lijf ontdoen wil. de armen gooien radeloos de armen, handen, vingers van zich af. in de tweede adem van de adem breekt de lucht gedwee en woordenloos. het zucht.

het hoort gestommel op de treden van zijn trap. een jas die ploft, een bloesje dwarrelt neer en aarzelt, maar daar reeds zoeken haar lippen naar de lippen die haar waarheid zijn.

invoertekst (2015)

NKdeE – ‘beduidend – voor Unica Zürn’ – potlood, wasco – A5

het moment (7)

het heeft god gezien: een marter in een kippenhok. hij hapte er naar vrede, en zoog op doorgebeten kippennek. hij was er een en al en ongetwijfeld. en het zag gods lijfje bibberen, klets en kaal en gans van ondoorgrondelijkheid ontdaan. en het dacht: we hebben dat nog niet zo slecht gedaan.

haar lichaam leest het als een kathedraal, een duivels plan met verraderlijke bochten naar het hogere. het leesvingertje volgt kronkels van liefde rond haar borsten en wordt begeesterd wanneer het de crypte van eenvoud ontdekt die het prompt open likt. er was eens een snee.

alles in de wereld wil de wereld leven geven, alleen de mens kan slechts het krijgen zien.

god is dood en groot in ons, een stukgelezen boek dat niet meer open gaat. zijn tetragram is een veelkleurige darmsjanker met de zwarte aleph in stuitligging. maar nu speelt het zwarte steen en het wil ommegang.

draai jouw lieve lijfje rond”, zingt het, “en rondom mij. bewijs mij, hef op de prangende spalt van mijn verlangen en ik zal rivier zijn, bruisend vol met zoete verse zalm voor jouw ommondende zee”.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (6)

de wereld is de wereld is de wereld is gerooide oerwouden van de vrije wil en oceanen van vrijheid vol plastiek. er loert een gordelmonster met haar pinnen nijdig in de aarden mond. de toekomst, het inzicht: op elke planeetplek zal ooit wel ’s een martelaar hebben gestaan, elk woord wordt op een dag profetisch.

het vlees in de scharen kan nooit gaar genoeg gekookt’ en ‘schuld maakt taai‘, oppert het oordeel dewijl het kauwt op een lijf tot het letterharnas splijt. zin druipt, hoeken kraken en verdwijnen. niemand herinnert zich in deze zwarte tijden nog de eigen naam. de waarheid douchet in kinderbloed en droogt zich af met een leugen.

de mensen doen elkaar de zonde aan, en dan weer uit. economen berekenen de aangroei van de virtuele onschuld. handjes beven, enkel de angst pruttelt nog in de bevroren circuits. zon: brand en versteen ons.

het rukt het laken van haar af. “kijk:”, zegt het, gek en geil als een Caligula, “schoonheid die zichzelf aanschouwt”. maar in dit ogenblik het rilt en schrikt van hoe diep het zich in haar verslikt.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (4)

hoe meer het typt, hoe verder weg de woorden zich verwijderen. hoe verder weg, hoe meer zij het binden. er sluipt tragiek in wat het zegt, niet zegt. het drama van zijn zwijgen wint veld.

de dagen dromen zich van dagen vet en vol, de weken zoenen bleke maanden, magere jaren neuken de maanden verwoed. en iedereen zegt iets, de perfecte omschrijving van het niets. het blijft moeite doen, knijpt de seconden uit als puisten. soms is er wat etter zichtbaar als besluit.

het wroet, het neukt, het lacht, het komt nooit ergens. het ziet zijn muze stralen in een paradijs van ijs. “maak mij vrij “, schrijft het, “onthecht mij van de tijd”. zo erg dat het weer klinkt. wat scheelt er toch?

er komen sterren in haar ogen, nevels lichten op in stille schittering. het daalt zo diep in haar, de taal is weg en het verdwaalt.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (3)

er zijn dit jaar veel okkernoten, de oude boom gaat onder eigen vruchtbaarheid gebukt. hoog in het gebladerte weet het fladderend getortel geen blijf met de tot duif verruimde ziel, dat geile lijf. het houdt niet op.

blonde gladiolen worden stil wanneer zij een paar ogen ontmoeten en de weerschijn van hun schoonheid zien. de scheve klok die hier de tijd vertikt
heeft kennis van het feit dat god zich soms verslikt omdat zij niet had gezien, waartoe haar blinde liefde ons herleidt. het is telbaar.

bij de deling in vuur aarde water en lucht hoorde immers ook als rest het verschil in waarden. uitgesproken ordent het woord. zij wil soms wel, soms niet met de naam van zeus aangesproken worden. het twijfelt.

maar een vinger glijdt een ronding langs, ontdekt plots mesopotamië (bloedstromenland). haar zweet belooft er paradijs. het moet erheen.

invoertekst (2015)

[Nkdee 2020 – potlood, pastel en wasco, A5]

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (2)

de toekomst wordt een dagverblijf met accommodatie voor het heden. overnachten kan voorlopig niet, lust kan best zonder dromen. de vrije wil was ooit een waterlelie, want water wil altijd wellen in de bloei die het wou.

maar de bomen kuchen snoepen lachen en wuiven: niets zal hen ontgaan. hun wortels ontaarden in woorden en jonge takken willen in hun stammen bladeren.

taal besmet de materie : elke vogel wordt zijn melodie, een zin. de hemel gaat van wolken dromen, de aarde kreunt en wil nog eens, de zee kolkt over tot in haar oesters. het stormt. alleen de zon is. razende.

het heft haar jurkje op, ontdoet haar van kousen.
“kom”, zegt het ” leg de zwaarte neer, dit is nu, en hier: de wereld is niet meer.”

invoertekst (2015)

NKdeE 2020 – potlood en wasco, A5

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

het moment (1)

er was gewelf : onderaardse bogen naar het zwarte meer, de spiegel waar het in boorde, boorde en… een zucht kwam vrij. verleden wou het heden toebehoren, wervels van de toekomst groeiden door het vel van jarenlang verzwegen woorden. het ontdekte.

en vocht welde, stroomde, werd zee, een zij, een oceaan werd het. het jubelde, zij jubelen. het is zon en geeft haar golven glinster. het zakt als duizend daalders goud in haar. het licht haar op, en er is storm.

met tromorganen in de gorgelbuik toetert het voor mens en dier gezuiverde vergetelheid: “er is geen zin of reden dat wij leven hier, er is slechts dit, dit zilte bruisen hier.

invoertekst (2015)

over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.

verval (slot)

ENVOI

het houdt van u, maar liever vanop afstand.
uw wereld maakt het triest, noch boos noch blij,
uw geest is lucht met ’t stinken van de nijd erbij.

het ziet uw kommer en uw kwel, uw blijde tranen,
uw woord dat elke droom verdraait tot lompe daad,
het telt in uw gelaat de diepe groeven van de spijt.

het gaat nog liever dood dan naar uw vreemde land.
het was bij haar en voelde streling van een hand.
het wordt nu korrels slijtend in een zee van zand.

invoertekst (2017)

verval (9)

HAAKS

er zijn profielen, geschreven lijf in tegenlicht.
er is ontelbaarheid die ook geen woorden vindt.
er is een toekomst zonder hen, de weg is vrij.
de dagen korten, traagjes, deze zomer is voorbij.

het ziet mensen in de straten, ratten in de val
van ratten. alles is tot alles opgeteld, niets
van waarde weert zich nog, alles is goedkoop.
’t is van plastiek, ’t heeft allemaal een code.

het draait de handen af en doet ze in de was,
het geeft de armen aan de armen, maakt ze blij.
er is een strook, het zet zijn haakse streep erbij.

‘s ochtends, mocht de huid nog huid herkennen
en de zon zijn stralen nog door plooien strooien:
het
trekt jouw slipje uit. het zucht en het bekent.

invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (8)

GRIJS

het lied werd dode lus en schelpte woord:
moerglans in ruwte, leeuw aan de koord.
het latente klotst nog in code aan de pier,
kapotte botten, alg en kelp en wier.

het zwijgen heeft haar kern bereikt:
het is nu stip, punt, korrel in de tijd.
het zingen had kortstondigen verrijkt:
parels in hun kop van haat en nijd.

droom werd wet, verwoordde moord,
harpoen die zich door lijven boort.
kleur is uitgeknipt, grijs is het land

een hand grijpt haren samen in een dot.
het richt de lippen en het lijf wordt zot.
het breekt het open, duwt, en ’t strandt.

invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (7)

voor c.b.

ALTIJD

het werd al boom voor haar. zijn takken
reikten hoger dan de piramiden en de stam
greep dieper dan het graf. twijgen raakten
’t boesemwiegen en bloesem zoende mond.

proef hoe donker, voel hoe hemels blauw,
hoor hoe geel het zwart nog houdt van haar.
en golven zee bezingen diep haar strand.
en krabben schrijven epen in haar zand.

als ’t hier verdwijnt verschijnt het elders weer.
het wordt de beek die naast haar huisje kabbelt,
het vint gezwind als vlinder uit het ochtendrood.

naamloos is het, het is niets en lucht en ’t zucht.
het legt het leven af en trekt het dan weer aan,
het vindt altijd in haar zijn reden van bestaan.

invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (6)

WOELEN

het is goed om na het vrijen hoog de hemel
in te kijken en te lachen om dat zware licht.
zoals de kraaien kraaien om de bomen
die vergeefs de luchten willen aaien.

in het woelen heeft de wereld zich gekeerd.
het werd zij, zij het, een kruis in het moment.
zij werden nog, begonnen weer elkaar te zijn.
de schoonheid was en had geen kleed meer aan.

het speelt de zee, zij sleurt eraan met macht en maan.
woeste golven bruisen wit de blote stranden op.
water, wier en algen spoelen diep de duinen in.

het is goed om na het vrijen d’ ogen toe te doen.
“bedek de lijven met het wolkenstof en zwijg.
droefenis komt later, hou de volle leegte vast”
.

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (5)

voor c.b.

TIJD

zal het haar dan nu met deze zomerdag vergelijken?
eerst, verlaten in het donker verlangde het naar licht.
het zag hoe ratten vraten aan de wallen van de nacht.
het gleed steeds somber weg van nu naar niet en nooit.

daar staat zij plots, haar bloesje los, en stralende.
het ziet dat het in haar en zij in het de hemel ziet,
en ook al zijn zij vast aan tijd en woord gebonden:
verval is wet, maar dit moment blijft altijd ogenblik.

het schone zal zich na de dood van hen verschonen
maar het geheim is leesbaar in een lied vertaald.
ook al is de weg dan weg, zij blijven samenspraak:
hun klanken kunnen klinken evenwijdig in de tijd.

“zolang het vallen duurt en zij het vallend hoort en ziet,
zolang is het haar nu en hier, en daar vergaat zij niet.”

invoertekst (2015) invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (4)

LUST

er komt verlangen in de zee van het verlangen,
een draaikolk van lust in het golven van de lust.
enkels vormen enkels in het water en het zand.
’t treiterkleedje deint omhoog, en valt nat neer.

nog half aan land omrandt het maanlicht vals
haar zachte lijnen, werpt vage schaduw scherp
op algen, schelpen en botte ribbels in het zand.
het sleurt haar dieper mee, ook zij wordt zee.

er barst een kern van liefde in de liefde open,
zij spartelt blij, een stoute zeemeermin, en meer
van hen dan vuil of vocht komt in de golven vrij.

“het wrijft jouw naam in hoge, droge duinen uit,
en ‘s morgens leest de zon de letters weg. er
kwam verlangen in de zee van het verlangen”.

invoertekst (2015) invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval #3

mot

zwerm gesternte er omheen en het is kern
van niets, niets is het heelal. ongezien
is het er licht, de lege weg voorbij het einde
van de weg. op doelloos draaiende spaken

spalkt de tijd haar tikkel-tokkelen van vuil
dat willoos waait, van stof op gore straten.
stem schroeit in sneeuw, kroepoek snijdt op de tong.
het draagt de rotte rafels van een oud kostuum.

het woord loopt leeg, haar lijf bloedt uit in bed,
het ijlt en kermt Latijn dat niemand nog begrijpt:
heilig is het vers dat men ter dood bewaren wil.

“het ziet je hangen, nat bezweet in het zwart van je kleed.
het trekt de rits omlaag, jij spartelt tegen. een drukke
mot
die zich herinnert de cocon, het licht, haar lot

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

grafiek: Catherine Buyle 2016

verval (2)

VERVAL

het houdt van verval, het trage ontbinden,
de graduele neergang van orde in aarde,
water, slijm, het kleven van woorden
aan handen ontdaan van hun grip, vuur

dat vreet aan molm, gebinte van kerken,
donker gewemel diep in de crypte, barst,
glasbreuk, stofwalm, wormen, steenslag,
roest, gelig vet in de hoek van het blad.

stemloos, maar het laat uw angsten spreken, ’t zal
uw mond met afschuw openbreken. het wordt
verrijzenis. lees het, rol de steen weg van het graf:

een vinger glijdt je mond uit, langs je hals, volgt
het holle glooien naar je navel, tikt je knieën weg,
links, rechts, legt jou open voor zijn zilte davering.

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

tekening: Catherine Buyle 2016

verval (1) : proloog

‘Ante mare et terras et quod tegit omnia caelum’
Ovidius, Metamorphosen I, 5

chaos was alles, geen woord benoemde leven,
dag was nacht, nacht dag, zee land, land zee,
mateloos wit was alles één, en heerlijk om het even.
verheven niets, geen ding dat deinde met iets mee.

aarde kleefde niet in’t duister, geen zon was daar,
geen kring van maan, geen stipje ster was er te zien.
elk begin was einde, alle wegen liepen door elkaar
onbegaan de paden, niemand had ooit licht gezien.

het zwarte was het witte, alles liep op niets te loop.
het begon. ’t beloofde einde, liefde en de hoop:
verval viel uit van punt naar punt, nog heel fragiel,

en tijd werd cyclus, tel die van zichzelf beviel.
het licht werd lichaam voor gebeurtenis, geluid
begon te golven eerst, en barstte luid in razen uit.

invoertekst (2015)invoertekst (2017)

koude vlam

voor c.b.

haar lijf is koude vlam, heur haren vuur
haar lippen zee waarin ’t verdrinken wil
haar ogen licht dat geselt en bestuurt
haar huid is rein, dat maakt het boze stil.

het wil haar wereld en daarvan ’t moment
het wil geheel in haar vergaan bestaan.
het wil wel het nog zijn, maar enkel zoenend
het wil in haar slechts onbepaald bestaan.

de krullen van heur haren krullen in zijn mond
haar woorden worden daden, vast ongezond.
haar handen strelen, het wordt eenzaam, lont.

in de stilte, midden in het ruisen van de storm
treedt het haar bij, ze rilt en zweet, zo dicht erbij.
zij wordt heel tenger dan, ze maakt het blij en vrij.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het sterft

droomdood. de zon spat open in de beide ogen,
het ziet het licht, het achterliggende, en het
ziet de mensen blij van zijn gedoe bevrijd.
die boeken zijn alvast geen cent meer waard.

het gaf zijn woorden onbetaald verlof,
het legde zich lam in ’t spoor van het gezag,
het schreef alleen nog wat men lezen wou en
’t zou massaal verblijden met gepast gelach.

er is geen leed, de kinderen verzuipen niet.
er zit geen rot in ’t groeien van elk blad
en terroristen worden steevast tijdig opgepakt.

“geniet. de wereld is weide, een groots festival.
het land is heden wel wat anders ingericht maar
wij noteren graag hoe u wenst dood te gaan.”

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

ambrozijntje

het zag haar lang, heel lang geleden plots
voor zich staan: een wulpse hinde, jong,
onaangedaan. pretoogjes, wangen met kuiltjes,
flarden jurk die speelden met de kindse wind.

er was geen tijd om aan te raken, er
was geen plaats om bij elkaar te zijn.
maar elk moment maakt krullen in de tijd
en ’t heeft alsnog haar lieflijkheid gevonden.

“ambrozijntje, tierlantijntje, gooi
je kleren op de grond. ambrozijntje,
florentijntje, maak de wereld heel en rond.
ambrozijntje, rozerode egelantier.”

het ziet alleen nog haar, het paradijs is nu en hier.
weg is ’t zwaar verdriet: het geeft haar licht plezier.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

ogenblik

de aanvang van de stilte likt de stilte open
met een zucht. de val van het duister spreidt
de dijen van het licht dat leidt naar duister.

de drang van het heden om verleden te zijn,
nu en in de toekomst wordt onhoudbaar
nu het jouw jurk oplicht. jij spreekt het aan
met open ogen, onvoldaan. het graaft verwoed
in jou, zoekt reden van bestaan. vingers vlechten
met jouw vingers vlinders, armen drukken
neer opdat jij stijgen zou. jouw streling is
een plots en wonderlijk gebaar. ontsnapt
aan de behoefte, bevrijd van mededogen
komt de wereld in jou klaar. het zwijgen is
er van de duisternis, het ogenblik is daar.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

boek

in de uitgemaakte zaak van zijn bestaan
strijkt het de zorgen weg als plooien,
sporen van het slapende lichaam
in het zijdezachte wit der lakens.

het deelt zichzelf uit als een spel,
elkeen die het kent, krijgt kaarten
die waarheid zijn voor eigen hel:
winst, verlies, het boeit niet fel.

het houdt de hemel klaar voor ogen,
zwart op zwart en nergens dat of dit:
dit git heeft niemand ooit belogen.

in de stilte die de taal vereist,
is er nog sprake van woorden:
geen boek verzwijgt die spoken.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

petanque

het geheugen is een hoer die je betaalt
met je geweten. hij is erg professioneel.

het is zomer en het speelt petanque met
zijn vader. zijn lach is schoon en waar.
het staat op zeven stranden, Normandië
bevrijdt. het heerst, want het is nu daar.
zand glijdt door de vingers en het kucht.
de hoest geeft bloed, dat kan geen kwaad.

het strand van het verleden heet toekomst,
de zee was het heden, het loopt op tijd.
het duwt zich af aan uw genade, waarde
die het slechts bij vangst erkent. ‘raak mij
niet aan’! roept het vergeefs want het wil
bij god niet weten wat het heeft gedaan.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het zoent

voor h.j.

paleis gebouwd met zonnestralen,
ruimte neemt de vorm aan van het ogenblik.
tijd gebeurt wanneer haar jurk naar huid verglijdt.

licht is berging van de duisternis.
zij is de muren van dit paradijs:
haar handen omarmen hun falen.

dochters met de gave van weelde,
hun teveel is haar aanwezigheid:
de brede lach die hun gelaat verblijdt.

o blanke bloem die in de wereld bloeit!
haar raken wil het niet. ’t speelt wind
die gaaf de baren zoent der bloemenzee.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

vurige tong

voor z.h.

Het wil nu langzaam uit zijn lichaam treden,
verlaten deze schelp, spiraal van het bestaan.
Het schenkt haar taaie spieren, hart en ziel.
Zijn steelse vingers worden wandeling, besluit.

De wereld zal het in haar lijf vernietigen,
god vergrijzen in de krullen van heur haar.
Zonlicht wil het in haar mond verbergen:
tong die licht wordt, liefde, en dan tong.

Het wil zich van zichzelf in haar ontdoen vandaag,
haar wulpse wolken tot een regen open strelen.
Het wil het land zijn waar zij druppelt, lacht en valt.

Het zal zijn taal in haar tot storm ontbinden,
tot een kilte in de mythe van haar werveling.
Het wil het schone zijn dat diep in haar ontstaat.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

het valt

Onaantastbaar is het donker van het zinken,
Ongenaakbaar hoe het rotten zinkt in grond,
Onweerstaanbaar is de lust dat het er voedt.

Het sijpelt van begane grond naar diepe zee.
Het brengt de dingen zilt in lome golf teweeg.
Het woeden barst, verparelt, woelt in zand.

In droeve stromen bruisen gele liefdeskernen.
De gedachten slierten tastbaar voor de rode zon.
Zwermen vogels kleuren blauw de avondlucht.

Haat blaast zwarte wolken naar een barre kust.
Vriendschap keert zich om, verhardt tot lust.
Het herkent zich in het wit van de geraamtes.

Het neemt vrede met de tederheid, het zachte
wiegen der gladiolen in de geile lentewind, met
bomen die de hemel blad en tak aanreiken.

Maar de aarde met haar zeeën woelt en bidt
aldoor tot het van haar vervlietende heelal.
Onaantastbaar is het zinken, ongenaakbaar

zinkt het rotten, vrijheid is er enkel in verval.

invoertekst (2015)

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording

atol

Het zegt de dingen zakelijk vaarwel, er
is een dood present die het verlaten wil.
Banden ontbinden, ankers vergaan:
Het word in haar uiteindelijk bevrijd.

Het is atol, zijn aders zijn koralen.
Het is een wegen op het wiegen
van de immer zilte zee, spat
in het oog der brullende zon.

Het spreekt zichzelf niet langer tegen,
Het mengt zijn daden door het woord.
Het zal haar zang niet zijn, het is geen zingen.

Het ziet het naken van de nacht, verlaten
zelfs door de angst, de gramschap der graven:
in kille duisternis wordt het tot niets ontdaan.

invoertekst (2015)

‘atol’ gelezen door dv

HET
is de prequel op
LAIS,
de
Geschiedenis van een Verwording