ongegrond


Niet eens beweegt
haar hand: het boek
ligt jarenlang open
op dit onbeschreven
blad:

discrete leegte, zegt men,
waar de functie jij en zij
geen waarde heeft.

Dag na dag en
uur per uur zie
je in haar blik seconden
afgemeten staan

die het moment
millennia verdagen
waarop je haar het
woord kon vragen.

Zo heeft ook de lucht,
zegt men, rond een klaproos
daar hoegenaamd
geen weet van.

dv 2019 – AR van ‘ongegrond’

inputtekst (1994)
Advertenties

toverzang


er is geen tijd
en niets staat ons te wachten,
er is geen bed
waarop mijn naam geschreven staat,

maar dagelijks
is jouw schoonheid krijtend
op mijn zwartgeblakerd land

een toverzang,
geborgen klank van zilversnaren
handen, dansend die mijn talen breken

en klakkeloos
van liefde spreken alsof geen wervelstorm
ons in die oogwenk ooit nog raken kon.

dv 2019 – AR van ‘toverzang’

hoe het ooit


een parel wordt het oog
gelijk. hout raakt hout waar
vingers waren en gevoel.

de wacht strekt. elk ogenblik
reikt verder dan Andromeda.
stilte heerst, die het stille wil.

het komt. een druppel eerst,
een tweede en het water
barst doorheen de steen.

ook de zon stroomt leeg, licht
wordt schietgebed, een schijn
waarin gewettigd ligt de stem.

het wiegen in de wind was
werveling, begin. nu. straal
uit as omhoog is het: de

schicht, verstrengeling.

dv 2019 – AR van ‘hoe het ooit’
inputtekst (1994)

schichtig


de speeltuin bolt
de lijnen op, rolt
weg in het donker.

‘ik schommel’, kriepte
het kind, en de kraaien
bevlekten het gras.

het benodigde dient
afgewogen, fijn gemalen,
spaarzaam toegediend.

koud en tastbaar is het
altijd beter, een strakke
vorm verbergt toch het

schichtige karakter,
het onafwendbare.

dv 2019 – Asemische Lezing van ‘schichtig’

ferm


het werkte. een doel was
niet vereist: de bal rolde
en dat volstond. de vraag

was nu naar het punt
waarop het zeggen kon
dat er bestaan was, dat

het bestond. de nacht
bood gouden regen die
nooit de ochtend haalde.

de rat draait in het rad.
dit ademen ademt. geen
ander trekt zo elk gelaat

in striemen afschuw, in
lijnen letterlijke haat. het
zong iets, ter affirmatie,

en brak ferm en op tijd.

dv 2019 – AR van ‘ferm’
inputtekst: ‘WOUD’, 8 gelijnde schriftbladen gedateerd 11/11/1994 tot 26/11/1994

ut pictura poesis


Het verschil tussen grijs
en zilver
is de opstandigheid
van zwart
in de waan van het wit.

Het verschil tussen geel
en gouden
is de onzichtbaarheid
van zwart
in een geslaagd gedicht.

inputtekst (19-20/06/1993) een kopie is enkel op aanvraag en persoonlijk af te halen gesteld dat u al aan de zeer strenge voorwaarden zou voldoen

evident


Bij oogopslag verdwijnt het, zinkt
slaafs als een afbeelding in de afgebeelde
zee waarmee het zichzelf toe plooit, uit

zet, in het niets uitstrekt. Nochtans
de nacht lang laafde het zich aan
het sijpelen van de roestige kraan,

het druipen van engelenbloed
waarvan elke drup het antwoord
geeft dat in de vraag al was vervat.

Zo versmacht in rook en koffiegeur
vervolgt vergeefs het lichtziek oog
de kracht die daar tot stof verstijft,

dat het vloekt en krimpt en snikt
om hoe onbarmhartig weinig er
geschreven blijft, terwijl het lezen

zich zo evident besluiten laat.

dv 2019 – Asemische Lezing van ‘evident’ – 27,8 x 20,4cm

inputtekst (1993) enkel op aanvraag persoonlijk af te halen enkel indien u aan de zeer strenge voorwaarden voldoet