terug naar de kerkstraat

De keuken is nu keuken.
De living is een Thai. De straat

is opgebroken, men stapt in putten
bij het gaan. De apothekeres

is jolig nog maar schriel en oud,
haar zon verft zwarte ramen goud.

Er waren doden rond in Kessel-Lo:
ze willen allemaal zijn bloed.

De reiger klapwiekt statig in het park.
Het kust zijn lief, zij doet Het goed.

invoertekst (2014)

NKdeE 20 – Asemische Lezing van ‘terug naar de kerkstraat’ – A5

ongegrond

Niet eens beweegt
haar hand: het boek
ligt jarenlang open
op dit onbeschreven
blad:

discrete leegte, zegt men,
waar de functie jij en zij
geen waarde heeft.

Dag na dag en
uur per uur zie
je in haar blik seconden
afgemeten staan

die het moment
millennia verdagen
waarop je haar het
woord kon vragen.

Zo heeft ook de lucht,
zegt men, rond een klaproos
daar hoegenaamd
geen weet van.

dv 2019 – AR van ‘ongegrond’

inputtekst (1994)

toverzang

er is geen tijd
en niets staat ons te wachten,
er is geen bed
waarop mijn naam geschreven staat,

maar dagelijks
is jouw schoonheid krijtend
op mijn zwartgeblakerd land

een toverzang,
geborgen klank van zilversnaren
handen, dansend die mijn talen breken

en klakkeloos
van liefde spreken alsof geen wervelstorm
ons in die oogwenk ooit nog raken kon.

dv 2019 – AR van ‘toverzang’

hoe het ooit

een parel wordt het oog
gelijk. hout raakt hout waar
vingers waren en gevoel.

de wacht strekt. elk ogenblik
reikt verder dan Andromeda.
stilte heerst, die het stille wil.

het komt. een druppel eerst,
een tweede en het water
barst doorheen de steen.

ook de zon stroomt leeg, licht
wordt schietgebed, een schijn
waarin gewettigd ligt de stem.

het wiegen in de wind was
werveling, begin. een straal
uit as omhoog is het, deze

schicht, verstrengeling.

dv 2019 – AR van ‘hoe het ooit’
inputtekst (1994)

uit de vroege geschriften (1992-93)

schichtig

de speeltuin bolt
de lijnen op, rolt
weg in het donker.

‘ik schommel’, kriept
het kind. de kraaien
bevlekken het gras.

het benodigde dient
afgewogen, gemalen,
spaarzaam toegediend.

koud en tastbaar is
het beter, een strakke
vorm verbergt het

schichtige karakter,
het onafwendbare.

dv 2019 – Asemische Lezing van ‘schichtig’

uit de vroege geschriften (1992-93)

ferm

het werkte. een doel was
niet vereist: de bal rolde
en dat volstond. de vraag

was nu naar het punt
waarop het zeggen kon
dat er bestaan was, dat

het bestond. de nacht
bood gouden regen die
nooit de ochtend haalde.

besef. de val slaat toe.
de rat draait in het rad.
het ademen herademt.

geen ander trekt het gelaat
in striemen afschuw, in
lijnen letterlijke haat. ja,

het zong en brak al ferm.

dv 2019 – AR van ‘ferm’
inputtekst: ‘WOUD’, 8 gelijnde schriftbladen gedateerd 11/11/1994 tot 26/11/1994

uit de vroege geschriften (1992-93)

ut pictura poesis

Het verschil tussen grijs
en zilver
is de opstandigheid
van zwart
in de waan van het wit.

Het verschil tussen geel
en gouden
is de onzichtbaarheid
van zwart
in een geslaagd gedicht.

inputtekst (19-20/06/1993) een kopie is enkel op aanvraag en persoonlijk af te halen gesteld dat u al aan de zeer strenge voorwaarden zou voldoen