het


in mijn ogen wellen de tranen om de dode zoon.
in mijn ogen staat gegrift het leed om de gestorven dochter.
in mijn ogen breken open koude zakken vol met bloed.
in mijn ogen helt het zinkende schip naar zinken.
in mijn ogen klaagt en kraait en lacht de kraai om ons.

in mijn ogen danst een lijk dat liefde heette.
in mijn ogen zitten ogen die de genocide leest.
in mijn handen bloeit de kennis en methode van het moorden op.
in mijn mond schreeuwt er een schreeuwen ‘er’ en schuurt de stem uit mij.
in mijn vingers knaagt de onmacht als een felle reumakramp.

door mijn armen trekt het leven weg en uit de lijven.
in mijn aders schuimt en snottert zwakte vol van zelfverachting.
in de nood kent men inderdaad zichzelf en daardoor ook zijn vrienden.

ik ben het.
ik ben het echt.
ik ben het helemaal.

het lacht. het weent. het danst en drinkt. het doet wat u en ik zouden doen.
het wil deeltjes vangen van mijn as in de bewegingen die ik hen leerde.
het zoekt restanten van verlangen in het rot waar ooit mijn tulpen stoeiden.
het breekt de aarde open in een geile hunker naar wat rust en peis.
het vindt daar helder slechts het felle blinken van een zeis.
het is de grimas op een dood en zwaar verminkt gelaat.

het schrijft dat ik het ben en het bestaat.

inputtekst (2010)

dv 2019 – ‘la main se ferme: elle aime le rien que je suis’ -A6

er


voor k.j.

er zijn de dode handen in mijn handen die haar handen waren
er is het ros dat rest van de chrysanten,
er zijn de wiegeliedjes die verwaaien in de wind
er is de stilte als de vogels zwijgen, er is het donker midden in de zon

er komt een trein voorbij, ik hoor gebeente kraken
er is de dag die huizen tekent, straten aflijnt naar het lege plein
er is de hoop die het heden als uit een asla in een sneeuwstorm ledigt
er is de hoop die uit de jaren alle dagen schrapt,

ik kom er, denk ik, ik kom er niet,
ik kom er nooit voorbij.

er is daarvan het slot, moment, het lot, verlaten voor de eeuwigheid
er is het trage tellen tot het niets van tijd
er is mijn wachten zonder wil of strijd

en dan gebeurt van nergens ooit een ranke anjer
en dan gebeurt er uit het reinste zwijgen
dan gebeurt er in dit niets van mij
dan scheurt het echte uit de vliezen van de spijt
dan gebeurt er als een teêr bewegen op geprevel
als een wrede wenteling van leed
tot nieuw heringedeelde wereld

jij.

inputtekst (2010)

dv 2019 – AR van ‘er’ – A6

noodzaak


Hij, de zak aardappelen hoog boven zijn hoofd, dreigend: 
“En als ge nu niet maakt dat ge wegkomt…”.
De oude venter schrok, zijn furie tóch in hem.

Hij had al gauw een hekel aan het eigen mormel:
flaporen, schichten vuur schietend door de brilbokalen,
ros van woede. Hij zag zichzelf maar niet zijn liefde.

Initiatie van het initialenstelsel: maak een poule
van 11 x p met 261<p<520, de grondtoon V krijgt 6 x p,
de J slechts vijf en reken maar: de noodzaak is

geen zaak, de noodzaak nijpt. Ting. Hij is al lang
niet meer waar ik nu ben, maar ’t is zijn liefde wel.

inputtekst (2010)

Vogelsluis


Het enge is het echte in de Vogelsluis.

Angst giert niet door kieren. Drie deuren
reiken de bezoeker een uitweg aan
maar verlossing hier is nooit nabij.

Het net voedt het licht voor de dode vader:
in zijn schrijn verbrijzelt de tijd het gezin.
Zo bengelt er wat buiten binnen steeds, dof

met in april een wrede tinteling. Spookpijn
van verdachte eenheid, alsof er ooit kippen
zonder haan of hok op akkerlanden kakelden.

Onbegrijpelijk is hoe wij in dit kegelperspectief
nog stappen kunnen en er van het enge klare
afgeleiden zien. Ach, laat ons neuken, broeders,

zusters, onszelf zoals wij ook de anderen neuken,
opdat het liefdeslicht ons alsnog breken zou.

inputtekst (2010)

Foto’s van de Vogelsluis, mijn inkomhal in het Smidsehof (2010)

doek


“Je moet het ruimere kader zien” (de Grieken).
“Het zit ‘m in de voetnoten” (de Columbia Rivier).

<haiku stijl=”kortzichtig”> 
op rotsen kribbelt
met de vernederde muur
de lijn haar verband
</haiku>

Schoonheid is een vector
door een immer stijgend aantal dimensies
van schoonheid.

(“Pek & veren, Koning Mark!”)

de code ‘code’ is het doek dat valt
in de lege zalen van de goden.

inputtekst (2010)

dv 2019 – AR van ‘doek’ – A6