helena

“That’s all right,  I still have my guitar”


Jimi Hendrix @ the Ilse of Wight

[zanger Izeganz na het voleinden van het lied ‘Purple Haze’ .
een zwarte engel staat naast hem als wou die hem een interview afnemen. ettelijke meiden liggen halfnaakt voor hen op de planken vloer van het immense podium in zwijm.
slechts door heel gaarne te willen kijken zie je in de verte de talloze uitzinnige toeschouwers.
je vraagt je af waarom…]

“Het zal u leren”, begint Izeganz,

“U is ten hemel, geen maren, gifgroen
de strijk is gedaan, de mand manwas
opgeplooid in verdomhoek het duister,

de sommen angst en pijn zijn verdeeld, u hebt
de zijde met het zilver, de afvallige
kerselaarsbloesem kust u teder de voeten.

uw voeten, Helena, waren ook mij de
napalmbestrooide moederschepen,
uw haren de duinkerkse kruisjesvelden,

en hoe

standbeeldstijf gij heden in uw waanzin rust,

zo

hebben roomse keizers het keelsnijden
nog van u te leren en geen grootse griek

doet u de planning na die u de dag inpropt,
noch een provençaal het frunniken aan lied
en dauw opdat het in uw vingers ontrafelen zou

tot water, voedzame noten en de kruipende
schaduw van dit tot kerm en stervens toe
verbeten leven. Wormen, wijk en maak diepte!

vreet mij op geheel opdat ik weer opnieuw begin.

[Izeganz sterft.
de zwarte engel keert zich af en weent]

inputtekst (2010)

dv 2019 – “de vaardigheid verbaast de hand en wrijft” -ink pastel – A4

addenda voor ‘Het Pad van de Wenende Nacht’ (1)

[SCENE: de eerste dood van Izeganz
personages:
– Izeganz, illuster zanger die minstens 1 keer per dag sterft
– Reva, een schone furie, zijn onbereikbare geliefde
– Mijnheer T., een anonieme verteller]

[een plank op de grond, een tang, een hamer & een roestige nagel. de verteller wil er niets mee te maken hebben en sluipt weg op kousenvoeten]

REVA: 

[roept woedend de verteller na] ” Moet ik het weer allemaal zelf doen ja?

(richt zich tot het publiek)
mensen,  voor mij staat Izeganz 
met een bloedend gat in zijn hand, bevend.
wanneer hij begint te spreken verstillen zelfs de kraaien buiten. 
in de kamer verdwijnt elke beweging, 
                                    we zijn Er 
                                                      en de stilstaande as 
van de tijd biedt enkel plaats voor de klank van zijn stem."

IZEGANZ:

“ik sta zot van u Maaike, gij zijt 
een groot zwart gat in het oneindige veld
van mijn gedachten, gij sleurt mij
de letters als vislijnen uit de mond,
de weerhaken verscheuren mijn slokdarm, 
ik braak lieftallig bloedende troetelnaampjes
uit de drek mijn dromen,
ik wil ze niet zeggen, niet zo besmeurd, 
maar ze rommelen
                       en bruisen geil
                       en botsen met weerzin in mij
want mijn maag niet mijn keel niet mijn tong niet
niets van mij is hun tintelende klinken waard
en ze moeten eruit en zij zingen want gij zijt zo schoon Maaike
uw lijf is het licht van een lamp en
ik vlieg naar u als een zwerm motten
want in uw schoot worden de sterren geboren
in uw ogen versmelten het wit van de maan met het rood van de zon
en in dat kolken slijmt ook zelfs de harde korrel
van mijn ziel tot een groenige parel aan en zie mij hier:

verworden tot een veelarmige krab met het vlees als een  giftige worm in de kilte van mijn schalen en  ik scharrel maar wat rond op de bodem van stinkende putten ik schuifel ik tjaffel ik val om van verdriet en colère

en  het deksel van de put wordt gelicht 
en ik besef het
en de zee van uw liefde overspoelt mij
en vol dankbaarheid roep ik uw naam Maaike
Maaike Maaika Michaela Maria
en in uw licht word ik licht
en...”

[Izeganz flikkert op in een solferflits, een zwarte rookpluim rest]

REVA: 
(plechtig tot de rookpluim)
"uw getal kere weer naar de rust van de onbenoemde getallen.

[tot het publiek]
dat was dat.  de vele papieren van zijn geschriften besmeur ik met honing ’s ochtends met honing en ’s avonds eet ik ze op, zonder haast maar gestaag want elke maand is er een nieuwe.

de rij stervende Izeganzen is eindeloos maar ik hou het vol door enkel aan de volgende te denken, te genieten al van het opspringende hart bij de herkenning, de vreugde die als een bliksem zal oplichten  in de eindeloze nacht van hun wanhopige ogen…
[kijkt om alsof ze iemand iets hoort zeggen]

(kwaad) ja, iemand moet er voor de kinderen zorgen, toch?"


dv 2018 – “inept for writing – l” – ink/bister – A4

Izeganz tot zijn harpijen

[SCENE: Zanger Izeganz, die op het einde van elk VLAK op Het Pad van de Wenende Nacht een pijnlijke dood moet sterven om ongenadig in het volgende weer te verrijzen, richt zich op het einde van VLAK 16 tot de Harpijen, een bende nijdige oude eksterwijven die zich aan de rand van het bos schuilhouden en wachten tot de Nacht valt om de zanger te bestormen en zich te goed te doen aan de rottende resten van zijn vlees en vooral ook aan het Slijm van zijn Ongewenste Lyriek (SOL) die hem bij het sterven rijkelijk uit de poriën gutst.

Met die SOL wrijven zij immers medaillons met oude foto’s van henzelf in waardoor zij hun vergane schoonheid kunnen herwinnen en ietwat tijdsbestendig  bewaren.)

IZEGANZ:

Ik sterf en duizend wijven springen op mijn lijk.
Eentje rukt het lauwe hart en kauwt op aders.
Eentje snijdt de vingers af en speelt klein duimpje.
Eentje scheurt het lid en zegt oops floep.

De wereld is vol daagse liefde voor de dwaze kloten
die blijven streven in hun strakke dienstverband.
Dit levend lijk wordt ’s nachts met lood begoten
alliage die mijn rotten voor uw beeltenis wil kooien.

Zeker is de ondood is mij een welgekomen stasis
want uw goesting heeft genoeg in mij gewoeld.
Uw modewoorden zouden mij alsnog doen braken
maar ik heb in dagen al geen honger meer gehad.

Zing maar, mormels, brul het luid de venters aan
hoe gij genekte dichters alsnog poëzij laat kelen.
Hoe groot gij zijt en in getale groter nog, hoe snel
hoe glad, hoe dodelijk gij uw slijm wel halen kunt.

Straks wacht u  in uw  pracht het ijselijk gelijk
waarin mijn adem niet uw stilstand nog zal zoenen.
Straks bind ik  al mijn wormenwoorden aan de zon
en brand ik alles op tot licht waarin ook gij verdwijnt.

IZEGANZ sterft.
Vogelgekrijs en pikgeluiden in het volslagen duister.

DE WENENDE NACHT:

Met miljoenen zijn ze: zonder zon ziet mij geeneen!

[weent]

 


 

 

 

lekstoktongen
dv 2008 – “lekstoktongen / gwarth” – 2x A5

VLAK 14

eilandvlak
dv2017 – “lelies” – pastel/inkt/waterverf – 21×18 cm

[Zanger Izeganz & twee Ingezetenen van het Salon]

Izeganz klopt zich het kunstroet van de loden jas.

De handen zijn hem opgezwollen met de zweren van beteugeling.
Hij stinkt: de zon zelf zou zich blauw in het roestige donker willen splijten
om hem uit de weg te kunnen gaan, en uit zijn sliertige haren gutst een
zure spray van schilferig bestipte dauw die dwars door elke hel kon branden.

  • Zijn aanblik baart het onbedachte in het weke van uw brein
  • Zijn bewegingen plonzen door het web van de gekende werkwoorden
  • Zijn stem valt woorden af, zij zet geen zinnen in of aan

Maar het vuur dat in zijn zingen huist, schroeit, bezweert alsnog de bezwaren:
het bloeden van de kreten stelpt, de vogeltaal verstaald, de straten zullen sidderen.
Zich preparerend met een zucht voor sterfscene nr 14, versie 3.1, take 2
richt hij zich tot wat er nog rest van de Ingezetenen
en zich richtende spreekt hij en

  • bij het gebonk en het geraas van de splijtende toon- en trekbanken
  • bij het kreunen der krukassen onder het instuikende verhaal
  • bij het gieren der sirenes en het afschrikwekkende gebrul der hongerige horden
  • bij de stervensweeën woelend in de opstoffende droogvlakte
  • in de natuurwinkel te midden het bonte kluwen van het botergeile kapitaal

orakelt hij als volgt:

“en de duisternis zal duisternis uitademen
en het licht zal uit de gezichten vallen
in de duisternis van het reeds
volledig uitgevallen licht

en de tijd stokt en stroopt zich de minuten op
tot een verduurde ring van uren

en de tranen stelpen in de oogleden en
met dikke brokken zilt glazuur
bedekken de tranen de tranen,
bedekken de tranen de ogen,
dekken de tranen
de gezichten
toe.

en in het zwart schiet een schicht
zwart dieper het zwart in.

en jouw lippen met mijn lippen roer ik je de lippen om.
en jouw handen in mijn handen neem ik je de handen aan.
en jouw tong vertel ik met mijn tong dat onze tongen tongen raken:
hoe wij al lichaam waren lang vóór de aardse tijd begon;
hoe elke duisternis met licht begon;
hoe het licht de duisternis bezong;
hoe het licht zich tot de duisternis verschoonde
en het leven als ware het niets
met de schaduw van het al
beloonde.

en de krijsende kreeften van je angsten
hak en sleep en sleur ik uit jouw lijf:

ik hak en ik hak en
ik hak een tijd uit voor het hakken
en ik hak een tijd uit in het uitgehakte hakken

het is een diepe schelp versteven in het donkerrood,
met naast de zotte polsslag van jouw krolse heden
een droeve nis voor al het nakende gemis”

 

1ste Ingezetene:

Sjonge, sjonge is er nog chips? het
heeft wel wat om het lijf allemaal…

2de Ingezetene:

Het ís een lijf, en het blinkt ook wel af en toe,
maar het zou wel ’s in de douche mogen,
en bovendien wat meer eten want je kan
welhaast de lucht doorzagen
met die kartels van ribben!

 

Uit : Het Pad van de Wenende Nacht, een Illegale Patch voor het Zangezi programma van Velimir Chlebnikov (1922)

kroning

Daphne-2008
dv 2008 – “Daphne” – potloodtekening – A5

KRONING

de kiemen komen uit het droge
land gekropen, de glazige korst barst
op de kerfnaden open, danig
waait het in op de mensen en de mensen
verhalen loefwaarts het verhaalde.

op hun donkere kilte kregelig het kutkind Aristaios
schoffelt het overtollige licht naar beneden –
enkel de toplaag mijn jongen, steek niet te diep .
De zonzak zeurt, niks nieuws daaronder.

Izeganz strompelt en botst
schouderschokkend in april
op de weergalm die hem als
in wonden in zijn woorden houdt:

ik red jou Reva mijn rillende raafje ik kroon jou
tot toorts der tijden, tot orchidee lik ik je
van binnenin uit het verzwegen gezegde.

ik hak jou glanstreden in zilveren stilte, mijn
vingers versnellen tot koortsige letters
op jouw slikkende diepte, het klatert
waar je denkt dat je bent en
je bent er nog

even en

altijd patrijzen, zegt ze, dichters
zijn schoften.


uit Het Pad van de Wenende Nacht -  Tienen 2019

vroeg, vergde

vogelvangst
dv 2008 – “vogelkot” – litho crayon op papier (boekje) –  dubbel A6

> Het Pad van de Wenende Nacht, een theatrale supersaga naar het  Zangezi-recept van V. Chlebnikov

VLAK 11 – sterfscene 451/3 – izeganz bekent zich marsyaans aan de muze

[…]

al het grove hebben we al:

wat hen uitstraalt bedekt mij
wat hen opjaagt & jent

het stroopt mij in en bedruipt mij
de walg staat in mijn holtes te stollen,
te lezen waarin ik snelde & vocht

waar ik gestremd al u nog zocht
waar zij de leegte rond de ontstemde letters van uw naam
bepotelen willen, er het licht uitpulken

mijn zoete restanten met hun rasptongen
tot glas slijpen, opglazen
tot het goudschijnt,
klaterplast,
sist

tot ze ook
in de gezichten die de hunne zijn
op aantoonbare wijze
hun namen bij de mijne met bloednagels
van nijd hebben staan krabben

al het roze al
al het bloeden

hebben we we hebben het

hier

hebben

en dan, daar

 

zijg neer in mijn borst
tel jezelf op tot een zwerm
vette kraaien, strijk neer en
haak je honderden bekken
in mijn bloedende klomp

 

waai mij in
weef mij spin mij in
met uw adem witheet
in het garen & van het
garen de windsels
wikkel mijn fophuid in balen

genummerd,
bestemmingsgeschikt,
conform de speerpunttechno-logica der cohorten,

in enkel voor ons dit eeuwige wijken
onhoudbaar het hunne

ach, uiteindelijk

[..]

schep mij uit, ontader mij en
stop uw hand in het stof
je kop in de stopverf

hou je pinkje ter stuiting
voor de raamspleten van het buiten
waarin de wind zijn waanzin giert
tussen de klembillen van binnen

steek je gebaren in een handschoen van taal
hou ver van je woordgeurige neus

die nare klankscherven dat snikken bv.
jouw helsblauwe withemelse zucht

in ons tentje heerste steevast luchtgebrek
wilde paarden draven waar wij hijgen
kom we vermaken het leed tot een klucht
zo verzon ik je het maanglazige zwijgen

 

[.]

hier

nu

balanceer het
taalstaal op het
koude tongpuntje
van bv. de schone van Li –

plof het mes schroevend
in mijn onbuigzaamheid

mijn stramme vers zal niet spartelen

prop je liefde valse liefde erbij
je meewaren en het schokken vooral
van je hulpeloos klaarkomende lijfje

draai het maar uit,  span mij op
in de takken van je haat:

ik ben jouw dode
wereldhuid

portaal 2.0

 

(Ziehier een pas ontdekte scène van Reva en Izeganz, de begenadigde en ietwat geschifte zanger die in Het Pad van de Wenende Nacht herhaaldelijk sterft & telkens weer herboren wordt. Dit  in een halsstarrige poging om de liefde van Reva te bereiken, een liefde die hij ziet & voelt & ondergaat, maar die hij niet kan beschrijven, zelfs niet in de reine taal van de Vogels. Alleen zo zal hij het Gehuil van de Nacht kunnen stoppen & kan het publiek, onder zijn verlicht despotisme, een ogenblik soelaas vinden in de Glorie van de Vrije Lyriek)

“Je vais te dire un grand secret J ái peur de toi”

Aragon, ELSA, poème, Gallimard Paris 1959, p.10

fireish

[het is avond onder een blote sterrenhemel. Reva en Izeganz liggen bij een knisperend kampvuur, drinken groene thee met rode bessenextracten, roken hash  & mijmeren, onder omstandige strelingen, zachtjes over hun Liefde. Links vooraan op de bühne, onzichtbaar voor Izeganz, staat het Bord der Telling, met een zevental kruisjes er op. Het gaat fout als Reva per ongeluk haar thee uitkiepert in het vuur…]

REVA: Water was het, helder water, klaterwater
Van een klare bron maar in de tongen van het vuur
Werd het vulgair lawaai. Reinheid is van korte duur.

IZEGANZ: De tijd, mijn lief, is producent van dwaas theater,
Leeg vertier, wirwar van seconden, elk zwevend uur
Vergaapt zich aan het naakte glijden van haar duur, niets
Van dat verduren reikt verder dan de grens van later,
Want verderop blijft niets van hier als hier bestaan.

Maar wij, wij komen trager, dieper in dit leven aan:
Als ik jou kus,  dan kus ik water, helder water,
Van een klare bron & door het schroeien van dit vuur
Ontsnappen wij, een witte wolk, aan dag & uur.

REVA: Mijn lief, ik zie nu plots… zeg niets…laat die twee woorden
Vallen in het stof van de stilte, zie hun omtrek daar
In een verbeeld heelal van letterloze oorden.

IZEGANZ: Ik faal, helaas, ik zie het duidelijk & klaar:
De dood is mij een meer vertrouwd & makkelijk gebaar
Dan in de liefde vrij te staan, los van de plaag van mijn taal.

mroeu woe meieu woo mraeu wioe,
kiheulij kihoela arezi mroeu:

prto mi no, i zimba do

MROEU WOE MEIEU WOE MRAEU WIOE,
KIHEULIJ KIHOELA AREZI MROEU:

PRTO MI NO, I ZIMBA DO

MROEU WOE …
(6x, van heel stil naar loeihard en dan fluisterend)

REVA (extatisch, zij heeft al lang geen oog of oor meer voor de zanger
die doorgaat , schuimbekkend, in de dode vogeltaal) :

Mijn lief, geloof die woorden, zie hoe leeg & diafaan
Zij worden bij het ruisen van de zeilen van de Tijd:
Zij zijn: een steen die ligt, een hart dat klopt, voortaan
Perfect gebeuren, volmaakt verloop & ideale vorm
In de stilstand van het nu tot in de eeuwigheid.
(masturberend)
Ah, woorden zonder zin zijn voor het Al portaal,
Neem dit lichaam, eet mij, drink mij & vertaal!

IZEGANZ:
Portaal? gij dwaze vrouw: dat Al mondt uit in in ’t zwarte Niets
Mijn sidderaal brak duizendmaal de lippen open,  vernielde
Van het zijn in jou de materiële wand & hoe ik ook knielde,
Smeekte, huilde, brulde & mijzelf geheel vergat:
nooit was ik daar, nooit was er licht, nooit zag ik iets.

Goden, steek mij toch de ogen opdat ik zou zien! Het woord
Is moord & lijk & wet & letters zijn voor elke klank de dood
Muziek, lyriek doet ons verlangen naar een beter oord
Maar zingend sterven wij van spijt & nijd & lust & nood.

[Izeganz grijpt een gloeiende pook uit het vuur, steekt die door zijn rechteroog, uit een ijselijke kreet & sterft. Reva komt klaar op het moment van zijn kreet.
Enige ogenblikken stilte. Reva staat op, stapt kalm naar voren  & zet een kruisje bij op het bord]

u, een apocrief vlak van het Pad van de Wenende Nacht

Izeganz tot het Onderbergse

u, de oordelenden
jaloers, wrokkig, inhalig

u, die mij de Stem ontzegt
van alle grote lyrici in mij
opdat ik uw gebral
versterken zou, uw krijsende
smeekbede om uw dood, uw ontkenning
van het leven

dat uzelf halsstarrig aan uw kinderen ontzegt
omdat u verkrampt staat
in de illusoire strekking van uw ik
een lid van het niets, een gat op oneindig
zoals u het strenger, sterker door uw ouders is ontzegd
& uw ouders straffer nog door de hunne
& zo tot in de verste verte
van uw kapitaal verleden
de dode einder der dingen waar uw ogen
brandend begerig blijven op gericht
met uw ruggen, stijf van het fatsoen
onwrikbaar gericht naar het heden

u, de oordelenden
die elke andere van de uwen
de ban in wil van uw verlangen
& slechts uzelf in hen herkent
als hen iets ernstigs overkomt,
op welke tijdstippen u zich dan
verlustigen kan
in het stromen der tranen
naar uw tranendal, niet om hen
maar om uzelf in hen,
het overlevende, het overleven
van uw dood op hun leven.

u, de oordelenden
jaloers, wrokkig, inhalig

u, die mij de Stem ontzegt
van alle grote lyrici in mij
opdat ik uw gebral
versterken zou, uw krijsende
smeekbede om uw dood, uw ontkenning
van het leven

u, de veroordeelden.

maaike (1)

scuttletillyeburst

De eerste dood van Izeganz

Een plank op de grond, een tang, een hamer & een roestige nagel.

Izeganz staat voor mij met een bloedend gat in zijn hand, bevend,  maar wanneer hij begint te spreken verstillen zelfs  buiten de kraaien. Elke beweging verdwijnt, de stilstaande as van de tijd biedt enkel plaats voor de klank van zijn stem.

“ik sta zot van u Maaike, gij zijt een groot zwart gat in het oneindige veld van mijn gedachten, gij sleurt mij de letters als vislijnen uit de mond, de weerhaken scheuren mijn slokdarm, ik braak u de woorden uit de drek mijn dromen, ik wil ze niet zeggen maar ze broebelen & bruisen & botsen & ze moeten eruit want gij zijt zo schoon & uw lijf is het licht van een lampe & wij vliegen naar u als motten want in uw schoot worden de sterren geboren & versmelten het wit van de maan met het rood van de zon & in dat kolken slijmt ook de korrel van mijn ziel tot een groenige parel aan & aan & ik ben verworden tot een veelarmige krab met ne giftige worm in mijn schalen & ik scharrel maar wat rond op de bodem, ik schuifel & ik taffel & ik val om van verdriet & kolère & ik zie hoe het omhulsel verpulvert & uw zee overspoelt mij & ik krepeer”

Zijn lichaam verbrand ik,  de reine papieren van zijn geschriften besmeur ik met honing & ik eet ze op.  Een eerste getal keert weer naar de getallen.

&

update

voor k.v., op haar verjaardag

Later als je dit tergende vergeten bent vergeten, later
als dit schraperige zwijgen uit het zwijgen is geschrapt,
& als je dit verkorven heden als een kever uit je haren
in de leegte onder af & dood zal willen slaan,‐

Later, als je in de openslaande gaten de gaten
in de gaten krijgt waarin ik mij tot stof ontviel
& hoe ik in je hand je hand als hand kwam leggen
die het ware kloppen voelde telkens van mijn ziel,‐

Later, als het kale knikken van je ik je elke veer
ontzegd heeft & in de rafels van het rafelende gat &
je lijf je rafelige denken uit die warboel redden wil:
het gapen in van de afgrijselijke gang naar de dood,‐

Dan schiet ik plots weer alle hoeken van de wereldzeeën door,
dan stijgt vierkantig hoog de volle maan in zonverwezen glans,
dan zing ik ver & diep & hoor je ‘t zachte lied van later dan,
als je mijn vergeten bent vergeten & elke ongedane woordendans
daarin, daarrond, daar godvergeten om & onomkeerbaar van.

Van later was ik toen de maker, ontbonden nu, uw zanger  &  je man.

dv, kessel-lo,  2008 / 09-08-2009

addiction to vlak 19

o ogenherder, gij, o schittering. verbijstering. je sirenen
nemen zang van deze al te platte aarde op. iets afspelen
is overbodig: onzin, want de opname verschrompelt

meteen. het einde wacht op eendere einders: jij. een set
bloederige keukenmessen. je hoort je zon & denkt dan
zonde, versmacht het ruisen vliegensvlug in vuilniszakken.

beschadigd ben ik & plastic wappert het plastic, hond zegt
de hond. mijn kinderen fluisteren niet eens mijn kinderen, ze
haten de adem die jouw lippen dwongen vrucht te worden.

schade.

het bruin kruipt dieper  in de strepen bruin, je snuift
gedonder onderaan het ondergaan van zon. solfer,
& de jaarringen jammeren  dat men dat ene jaar te karig

heeft omringd. ik vervloek de leesbaarheid van rupsenplagen,
want op de vlinders kon geen boom nog wachten. de keuze.
verdelging heeft wat mooiers dan extinctie. & slaafs in dit nu
ga je de banden af, verheffing van je wielen in moeras.

onmacht schittert in mijn onmacht.

mijn kracht verdraait er in,  losse riemen rond een wals. dat
pletten heeft wel iets. schaamte overkomt ons niet, je leeft & beeft
erin. al mijn liefde wordt in goddelijke  wet ontsloten. het rot
zinkt in mijn woord, de asse in de kelen,  het dorre van het droeve

priemt erdoor.  ik heb nog bot, & enigszins beweging, maar heel dit lijf
hangt bij je doodse klanken waaiende  op stok. je kerft mij dieper
door & af & uit dan ik mij dromen kon. de steunmuur scheurt, er
zitten barsten in de beren & de stad vervaagt in stille winden. stank

schuift over daken, sneeuwen wil het wel maar niet in hemelvrij
geslaak. de zuchten rotten immers  in je krocht, je zet er dompers op
maar  zelfs de lucht wordt elke vorm van vuur te zwaar. doof. blind

is de nacht voor het zwart in de nacht terwijl gewoon je licht ontbreekt.

ach, ogenherder, izeganz, neem toch die blikken weg. het hondse
in haar ziel verkast mij wel. zet het nieuws maar op, daarin
verdwijn ik wel, vervloei je  letters tot een zwemerige etter,
je zelf, het openbarsten van een eeuwenoud gezwel. ik vertel.

rev.  25/06/2009

MOND

mond

dv,  10/06/09 @ 1u10,   ‘mond’ – eerste staat
pastelpotlood, potlood & balpen
uit het klebnikreukelboekje

MOND

Myrthetelgen …, Der welcker bloeysel smett’ met reuck aen allen enden. Den asem van de lucht,
HOOFT, Ged. 1, 115

u bent het volk in de hel van K.
u bent de ziel van de opgeschorde L.
uw klinkers deren niet, er is geen mij.

jij droomt je vallende een schreeuw. A.
spreeuwen storten zich op kersenbomen. N.
de kirsch zeikt uit je mond. jij smet. K.
jij klampt je aan verschroeide takken. E.

uit  het bloesemen zinkt je dag met mij vergaan. N.

dv, kessel-lo 10/06/09 22:28
rev. 12/06/09 17:39

Aan U Allen

wraak. het woord bestaat.
mijn tranen zijn klaar.
de sneeuwstorm warrelt,
geesten zonder klank
ik ben met gaten vol doorboord
de  speren van de geestelijke honger
doorstoken door hongerige speermonden.

Uw honger heeft honger hij dorst
naar de stoofpot van een smakelijke pest
hij bietst om eten, in het diep van een schooierzak

En dan stort ik in, zoals Kuchum
op de speren van Yermak.

Om de honger van speren te stillen
dien ik mijn geschriften te vermoorden.

Ach g*d, daar kan ik dan de  paarlen vinden van hen die ik beminde
in het krijsen van het viswijf op de straat!

Waarom toch liet ik mij die bundeling ontgaan?
Waarom was ik zo opzettelijk stupied?
Niet enkel wangedrag  van bibberende boerenjongens
die mijn boeken op de stapel brandden-
overal bijltjes en aksen
en de tere lijfjes van mijn gedichten.

Alles wat deze drie jaar ons gegeven heeft,
gedichten, hoop en al een honderdtal
een cirkel gezichten u allen vertrouwd-
waarheen je ook kijkt druipen lichamen van tsarinnen,
overal Uglich, die godverlaten lelijkheid!

Velimir Klebnikov- 1922

(vrij vertaald naar de vertaling van Paul Schmidt)

n.a.v. de vele rottende pegasuskadavers op het Pad

Izeganz tot zijn harpijen

Ik sterf & duizend wijven springen op mijn lijk.
Eentje rukt het lauwe hart & kauwt op aders.
Eentje snijdt de vingers af & speelt klein duimpje.
Eentje scheurt het lid & zegt oops floep.

De wereld is vol daagse liefde voor de dwaze kloten
die blijven streven naar  uw strakke dienstverband.
Dit levend lijk wordt ’s nachts met koper in & om begoten
gloeidraad die mijn rotten tot uw beeltenis verbrandt.

Deze ondood is mij nu een welgekomen stasis
na het woelen van uw goesting door mijn hart.
Uw modewoorden zouden mij alsnog doen braken
maar ik heb in dagen al geen honger meer gehad.

Zingt maar mormels, brult het aan de straten aan
van hoe goed gij de genekte dichters kelen kunt.
Hoe groot gij zijt & in getale groter nog, hoe snel
& glad &  dodelijk gij uw gelijk wel halen kunt.

Straks wacht u  in uw  pracht het stille, kille staan
waarin mijn adem niet uw adem nog zal zoenen. Straks
bind ik met mijn  wormen al de woorden aan de zon
& brand ik op tot licht waarin ook uw verdoemenis begon.

Stemcel, Zang en Draagvlak van de Vrije Lyriek

Een vrije lyricus gaat – misschien, soms & als het Ware – te werk als een muzikant van oosterse inslag.

Voor de oosterse muzikant is de kosmos één geweldige dreun waarbinnen de auctoriële monade een zo intens mogelijke stilte creëert. Die stilte is  nooit absoluut, verre van, het is steeds een oscillatie rond een immer afwezig nulpunt, de periodieke afloop van een non-lineair proces.

Hoe eenvoudiger de oscillatie, hoe sterker de Stemcel. De Stemcel van de Vrije Lyriek is als het Ware het virion, het enkelvoudig viruspartikel ervan.

Stemcel van de Vrije Lyriek in ongemarkeerde staat bij ons thuis op de kast
Stemcel van de Vrije Lyriek in
ongemarkeerde staat bij ons thuis op de kast

In de Stemcel oscilleert het (lineaire) DNA van de Stem: een louter kwantitatief gegeven, de periodieke aftelling naar het Niets van het Er.

Het benaderen van de (innerlijke) Stem vergt vele jaren oefening.

Vanuit die oscillatie wordt tijdens de virale burst een zich opwaarts slingerende melodie opgebouwd, een levende ritmiek op basis van  de ritournelle rond het Niets.

We spreken op dat ogenblik (de virale uitstorting) van de Stemaanhef.
De Stemaanhef is niet zoals in de westerse muziek een doorbreking van de stilte door een singulier gegeven, maar een explosie ervan die in feite een (gemuteerde) recursie is van de kosmische dreun zelf.

De Stemaanhef gaat in toenemende complexiteit over in de Zang.

De Zang creëert op haar beurt via een afvalverwerkingsproces het Draagvlak van de Vrije Lyriek. Elk Draagvlak is dus een procedurale staat, zij kan zich soms uitkristalliseren in een poëtische/lyrische structuur maar elke structuur is secundair aan het temporele gebeuren. Uiteraard is de aangenomen tegenstelling plaats-tijd op haar beurt slechts een humaan-noodzakelijke fictie, vereist om dit betoog in stand te houden gedurende haar looptijd. Elk betoog zal steeds een zekere rek behouden, een zekere onsamenhangendheid. Gemakshalve duiden we deze onsamenhangendheid met de term Tijdsrek.

Op dit ogenblik is enkel het  Draagvlak programmatorisch wegschrijfbaar en benaderbaar. Ik verwijs naar de Vlakken in Het Pad van de Wenende Nacht. U merkt het ook daar: de vereiste poëtische programma’s bevinden zich ook nog maar in een pre-alfa staat, het zijn slechts schetsen, al dan niet werkbare  mock-ups van de beoogde programmatuur, die vaak in (schijnbaar) geen enkel opzicht verschillen van klassieke poëtische code.

ZAUMACHINE door Marko Niemi

Stilaan beginnen we toch aan het archief van het KLEBNIKOV CARNAVAL 2008. Bij Grapes of Art kan je al een beknopt verslag lezen.

Eén van de inzendingen die door de omstandigheden van de tentoonstelling op het KLEBNIKOV CARNAVAL nauwelijks aan bod kwamen, was de ongelooflijk mooie ZAUMACHINE van tovenaar Marko Niemi.

Dit werk, een animatie geheel gegenereerd door javascript, neemt brokken tekst uit mijn ‘Pad van de Wenende Nacht’ en transformeert die op heerlijk-vervreemdende wijze tot non-nederlands in diverse geanimeerde typografische opmaak. Telkens nieuw, je kan er uren naar blijven kijken.

Een simpel maar loepzuiver werk, ik vind het absoluut geweldig.
Bedankt Marko!

Lettermanifest door Natalia

Natalia, een deelneemster uit Moskou aan het VIA werkkamp voor jongeren op De Bereklauw, leest het Lettermanifest van Het Pad van de Wenende Nacht, enkele dagen voor de start van het Carnaval.

Natalia kent nauwelijks Nederlands en worstelt zich door mijn tekst zoals ik Chlebnikov zou voordragen, mocht ik het Cyrillische schrift al machtig zijn (tja, alles op z’n tijd…).

LETTERMANIFEST

A    ambieert het zijdelingse tijdruisen tijdens de dissolutie van het ik
B    beoogt het sterbezaaide oponthoud in de dissolutie van het ik
C    wil de stilte ’sans cesse’ bij het verzwijgen van de dissolutie van het ik (voortaan verzwegen)
D    zoekt het Wicht in de Noodweerbalans, haar stromen, haar zandzakjes
E    poneert de lichtgrens analoog aan de boomgrens (houthakkersmentaliteit)
F    zucht om de kwetsbare stemspleet
G   aanbidt de verwantschap ten einde als het Ware te verschijnen
H   omcirkelt de fazen instantiatie – distantiatie – kwantificatie -(dis)kwalificatie
I    is het in van de letters, het uitloze van de cijfers
J    plakt de schaduwen rondom de schaduwen rondom de schaduw van de leegte
K   verwezenlijkt de perverture van haar schoonheid daarin
L   belichaamt het openbloeien der lusten van groen tot purper tussen de beddelakens
M   herhaalt het zilveren dijglijden in, uit, waar of hoe dan ook, van de onbetamelijke begeerte
N   verbeeldt de druipende essentie van horror in de donkerste put van uw dromen
O   omzeilt de bleekheid van het zich generende vlees in de lagen velours gewikkeld
P   beslaat het geheugen van een eiland dat  een eiland in het geheugen is, de palmboom ziet al schepen voor het strand getekend is
R   ratelt de tijdsrek die wij stervende verwekken
S   sommeert de troost, altijd verschralend bij het aanbreken van de woordendageraad, van de innige liefde
T     gebiedt te genieten van elke zonsondergang zoals wij ook genieten van uw ondergang
U    zuigt als een attractor de zoekende stem aan van het gebed in het untsoweiter
V    vervelt als een slang met de nieuwste bevelen uit  het untsoweiter
W   verwenst de onafwendbaarheden, snerpend & zuur als ware het vol van Tiens citriet, in het untsoweiter
Z    bepaalt de prijs van het untsoweiter

Programma zaterdag 23/08

OPTREDENS op het KLEBNIKOV CARNAVAL op zaterdag 23/08/2008

Didi de Paris, Lucas Hüsgen, Han van der Vegt, dv, TOX!, Yerna Van Den Driessche, Brahmaanse Inlichtingendienst, Lexicon Valley, Grapes of Art

Reva (Vlak 18) op de KC-Expo
Reva (Vlak 18) op de KC-Expo

12u:  Het Pad Van De Wenende Nacht – VLAK 15 (dv)
14u:  Het Pad Van De Wenende Nacht – VLAK 16- 17 (dv)
15u – 15u30: email-opera wHen we was strange birds door de Brahmaanse Inlichtingen Dienst
16u15 -17u00: Lexicon Valley
17u25: Het Pad Van De Wenende Nacht – VLAK 18 (dv-id)
17u30:
Lucas Hüsgen en/of Han van der Vegt
18u00:
Yerna Van Den Driessche
18u30:
Lucas Hüsgen en/of Han van der Vegt
19u00: Het Pad Van De Wenende Nacht – VLAK19 (dv)
19u15:
Didi De Paris – LAST POST FÜR VALERIE CHLEBNIKOV
19u20: Lucas Hüsgen en/of Han van der Vegt
20u00: Brahmaanse Inlichtingendienst
20u30:
TOX! (Tine Moniek, Olaf Risee& Xavier Roelens)

Afsluitend op Zondag 24/08/2008 van 12u tot 19 u

Oneigenlijk Gebruik van het Wiel (Vlak 15) op de KC-Expo
Oneigenlijk Gebruik van het Wiel (Vlak 15) op de KC-Expo

  • Openbare Veiling der Onverkoopbaar Gedachte Goederen
    (onder meer de twee werken op de foto’s worden g
    eveild)
  • Literaire picnic met Herlinda Vekemans, Alain Delmotte, Grapes of Art en Dirk Vekemans (plus gebeurlijke restanten van andere lyrici)

Het KLEBNIKOV CARNAVAL is een uniek deelnemersfestival voor vrije lyriek dat plaatsvindt van 17/08 t.e.m 24/08/2008 op de Evenementenweide van het Provinciaal Domein in Kessel-Lo.

De rijkelijk gevulde tentoonstelling biedt o.m. werk van Helen White, Johannes Gutenberg, Arnout Camerlinckx, Ilse Derden, David-Baptiste Chirot, Jaan Patterson, Marko Niemi, Jan Pollet en SAGE.

Alles is gratis en er is kinderanimatie voorzien.

contact: dirk vekemans op  0476 494818
(mailen helpt niet wegens offline tot maandag)

Klaar voor Lyrisch Weekend!

Alles klaar voor het weekend!
Alles klaar voor het weekend!

Na een behoorlijke portie tegenslag zijn we er toch in geslaagd alles in gereedheid te brengen voor het weekeinde.

Morgen treden naast ‘vaste waarden’ Didi de Paris en uw dienaar ook Herlinda Vekemans en Alain Delmotte op. Peter Holvoet-Hanssen moet forfait geven wegens ziekte, maar we konden alsnog Elvis Peeters strikken voor een duozitje met Didi de Paris, morgen van 19u45 tot 20u30!

Verder is er grime met Heidi en komen Moabi, Michael en Yvan ons vermaken met een muzikale mimevoorstelling geinspireerd op het bekende lach-gedicht van Chlebnikov,

De rijkelijk gevulde tentoonsteeling biedt o.m. werk van Helen White, Johannes Gutenberg, Arnout Camerlinckx, Ilse Derden, David-Baptiste Chirot, Jaan Patterson, Marko Niemi, Jan Pollet en SAGE.

Het KLEBNIKOV CARNAVAl loopt nog tot en met zondag 24/08/2008 op de evenementenweide in Kessel-Lo. Alles is gratis en u wordt verzocht eigen proviand mee te brengen.

uit de weg gij

Enige inspiratie bewoog zijn hand;
hij wenkte naar de Heilige Maagd:

‘gij & zij, gij  zijt zusters, gij ,
daar heb ik nooit aan getwijfeld, ga
maar samen daar’, zei hij , ‘ik ken
geen plaats voor gij of gij onder
het volk van deze wereld.

waterbruid sterrebruid
ga hand in hand & stroom
zoals een rivier door de netten
stroomt of weeg het web van
de constellaties af als een
reusachtig rozet in de ellende
van de grote kathedraal.

Ge zijt  gedoemd gij
om wit in het wit te verdwalen
als goddelijke golfslag in de dagelijkse
feiten, in de witte kerk of zwart in het zwart
van de donkere stal,

om te leven als bedelaars in de schaduw
van de hekkens, om vreemden te zijn
in lompen en vuil, om de golven te klieven
op jacht naar aardse geneugtes
& een nest van infecties te zijn

gloeiend in de godheid van uw ogen

om te slapen op de grond op strobalen
onder de blinkende hand van de nacht,
in berkenspelonken & tranenvalleien
of in een huis vol bittere zuchten

Weet: ge zult ballingen zijn overal.
Een  bitter  noodlot wacht u op, altijd
zult gij moeten horen: “Uit de weg, gij,

uit de weg alstublieft.”‘

fragment uit
“De Dichter” van Velimir Chlebnikov (1919/1921)
botweg uit het Engels vertaald

Grafische Vlakuitvoeringen

Vlak 5 van \
Minimale uitvoering
van Vlak 5 van het
Het Pad van de Wenende Nacht

in Marie’s Water Colours op papier (A4 formaat)

Nogmaals een voorbeeld van een uitvoering van de broncode van een Vlak van het Pad.

Mijn in hoge mate idiosyncratische leesmachine ( deze keer gebruikte ik mijn amateur-aquarel apparaat, een schilderkunstige vergroeing waar meestal nogal ‘vlakke’ afbeeldingen uitkomen) gaf het bovenstaande als output.

U ziet dat het niet altijd uitgebreide of arbeids-intensieve ‘lezingen’ moeten zijn, je kan met je machinerie echt wel alle kanten op. Zoals het hoort met degelijke OS-onafhankelijke code!

Voor uw uitvoeringen van Vlakken in grafische vorm pogen we tijdens het KLEBNIKOV CARNAVAL een tentoonstellingsruimte hier in Kessel-Lo te vinden, plus zorgen we natuurlijk ook voor een overzicht van alles wat inscanbaar of fotografeerbaar is op internet.

Scans of foto’s van uw werk stuurt u vóór afloop van het KLEBNIKOV CARNAVAL met vermelding van uw naam, uw woonplaats en het desbetreffende Vlaknummer naar dv@vilt.net.

Tenzij u dat anders vermeldt, verschijnt op de tentoonstellingswebsite alles onder Creative Commons Licentie by-nc-sa 3.0

Werken ( mail-art bijvoorbeeld ) die u tijdens het KLEBNIKOV CARNAVAL fysiek in de tentoonstellingsruimte wenst opgenomen te zien, kan u vanaf heden al opsturen naar

KLEBNIKOV CARNAVAL
Elfnovemberlaan 52
B-3010 Kessel-Lo
België

Het is natuurlijk veel plezanter als u uw spullen net voor de opening of zelfs nog tijdens het KLEBNIKOV CARNAVAL persoonlijk kan komen brengen. U kan ons dan in levende lijve toelichten omtrent uw werkwijze & ervaringen en meteen meegenieten van de rest van het gebeuren.

Geld is er niet, maar we zullen niet nalaten pogingen te ondernemen om enige media-aandacht te genereren, en ik ben zinnens om nadien een selectie van het tentoongestelde werk gemaakt door een team van deskundigen via ViLT in een POD uitgave te laten verschijnen. Het is niet uitgesloten dat u daar plots wereldberoemd mee wordt, & dan hebt u de poen maar voor het oprapen. Wie weet ( wie zal het zeggen – de banken worden kunstafvalgeiler met de dag) vind ik nog wel ergens centen om vooraf een cataloog te laten drukken.

Het KLEBNIKOV CARNAVAL vindt voor het eerst plaats in Kessel-Lo, België en via internet in augustus of september 2008, ik hoop u tegen het einde van de week uitsluitsel te kunnen geven over de juiste periode.
Tijdens het
KLEBNIKOV CARNAVAL proberen we naast aandacht te geven aan het werk van Velimir Chlebnikov ook zoveel mogelijk uitvoeringen van Vlakken van Het Pad van de Wenende Nacht te laten zien.

De Broncode voor Vlakken van Het Pad van de Wenende Nacht vindt u via http://khlebnikov.wordpress.com


Het
KLEBNIKOV CARNAVAL is een neo-kathedraals groeisel en ziet in die hoedanigheid af van elke top-down benadering. Het gebeuren is een gebeuren voor en door de deelnemers. Wij ( alle deelnemers tot dusver) zetten enkel de tijdspoort op, wat daardoor tevoorschijn komt zal grotendeels uw werk zijn. Untsoweiter.

De Klasse Hij

Hij opent stil het oog in trage golven waardoor je droge leven loopt.
Hij duwt het raderwerk de olie in dat in je hoofd zat vast ineen.
Hij glijdt je grotten door waar droef het water in het duister droop.
Hij steekt je lichten aan waar elke lijn in schemering verdween.

Hij brengt het ritme van de sterren in je starre lijf van grond.
Hij zet het slijk in vorm & blaast je lichaam om tot glanzend brons.
Hij boort een tunnel naar de ochtend in een nacht die nooit begon.
Hij spreekt de taal van vóór zij jou verkopen kon in Babylon.

Hij zaait het leven waar de aarde barst van lijken in de ondergrond.
Hij snoert het onrecht aan het onrecht tot een gladde gouden eeuw.
Hij brengt weer eenvoud in je lakens & gooit je plat met verse sneeuw.

Hij zet je wereld om in strakke huid & staal & glanzend porcelein.
Hij sluipt je bloedbaan in, je hoest hem op, hij maalt je hersens fijn.
Het was een vonk, het is het vuur, hij brandt je op, het is een zwijn.

dv, 07/06/2008

De Klasse Zij

Zij murwt haar zinnen donker in je zwartste gaten.
Zij smeedt je warmte aan het woeden van haar nacht.
Zij klemt haar vlakken aan de rimpels als je lacht.
Zij stoot je woorden af als koortsen op haar pracht.

Zij schatert om de bonte schimmels van je nijd.
Zij maalt je onmin snerend om tot dure spijt.
Zij braakt de klaarte die als lust in u begon.
Zij schittert waar je net een maan van haar bezong.

Zij slaat haar armen om & af & uit je kom.
Zij keert haar aarde voor je droeve zuchten om.
Zij breekt je ijs, ontsteekt het vuur & spettert zuur.

Zij schrijft de wetten van je leven uit in minder dan een uur.
Zij draait haar wensen als een fishstick in je om.
Ik richt haar in & aan in u , zij is uw reinigende kuur.

dv,  Bérismenil / Kessel-Lo
02/06-06-2008

Reva past haar nieuwe vleugeltjes

Vanaf morgen liggen de Neo-Kathedraalse Opera vier dagen stil, maar vandaag tussen het pakken door heb ik toch nog vlug Reva’s vleugels ingenaaid.

De techniek om de vleugels te maken is iets met paardenogen & stukjes hout om de ijzerdraad op te spannen, & dan een fuga van Shostakovich om het aannaaien van het plastic doek ( een soort geweven polyester is het waaruit puinzakken gemaakt worden) te inspireren.

Toen de vleugels vanmiddag bij het opspannen van het doek plots hun topografisch bevallige vorm kregen ( je ziet het niet goed op de foto’s, maar ze bollen wonderbaarlijk als zo’n goeie ouwe catastrophe graph van Woodcock & Davis) , vielen de toekijkende mussen haast in zwijm.

O ja: hier is de broncode van Het Pad van de Wenende Nacht, versie 4.6 in pdf-formaat: het-pad-van-de-wenende-nacht46 (Reva is een uitvoering in afval en rommel van de broncode van Vlak 18).

Dit is de basistekst voor het Klebnikov Carnaval. Er komt geen nieuwe release meer tot na september 2008. Deelnemende uitvoerders kunnen zich dus zonder zorgen baseren op deze teksten voor hun ‘lezing’ van een vlak naar keuze.

Na volgend weekend heb ik wel uitsluitsel over de data, wanneer het Carnaval zal plaatsvinden. Vanaf dan kan u mij melden wanneer u welk vlak in welke hoedanigheid zal komen uitvoeren, hier in Kessel-Lo, op internet, via een tijdschrift of op een andere publieke plaats. Tv en radio mag ook, maar enkel als je echt niks anders kan.

Het Klebnikov Carnaval is zoals u onderhand wel weet, dé culturele gebeurtenis van 2008. Geen enkele waarlijk creatieve geest zal het Carnaval zonder één of andere vorm van deelname laten passeren!

Tot zaterdag.

Vers laagje vel op de zure melk

(Verslag met Video & Foto’s met selectieve kleuring
van onze grapëistische uitstap
naar de Dialyse tentoonstelling in Gent)

Leden van het collectief Grapes of Art
testen de acoustiek van de Campo-Santo Kapel
net voor de tentoonstellingsopening

Dialyse is project IX van vzw Kunstnier met Lieven Cateau als curator. Het loopt van nog tot 15 juni in de Campo-Santo Kapel aan de Antwerpsesteenweg in Gent(-St-Amandsberg), vlak bij de Dampoort.

Je kan het elke zaterdag en zondag van 14u00 tot 17u00 gratis bezichtigen of na afspraak op 0497 44 18 01.

Er hangen daar drie schilderijtjes van Ilse Derden, de video van vlak 13 van ‘Het Pad van de Wenende Nacht” wordt er vertoond en tijdens de opening afgelopen vrijdag mocht ik enige verzen ten berde brengen die echter in de nagalm van de kapelklank op passend-illustratieve wijze geheel onverstaanbaar waren. De Klassen ik, jij en U zweefden er enkele ogenblikken onvatbaar boven de hoofden van het talrijke publiek waarna zij geheel in het geroezemoes in de kapel vervluchtigden.

Er waren die vrijdag ook enkele performances van o.m. Judith Verween, die midden de kunstophoping te bedelen zat & ook de NCNP van Van Der Borght & Bras. 0 overviel met een terroristische interventie de kapel.
Het obligate bloot werd achter doorschijnend plastic een dame die zich tot twee maal toe op uitdagend-verspillende wijze ver-dronk aan een kan melk. Het moederlijke koeievocht vloeide & drupte het bevallige lijf langs in de daartoe geplaatste bak, het gordijn glinsterde, de camera’s flitsten.

Maar de gehele tentoonstelling overtuigde mij toch meer door andere elementen in de doorwerkte curatele van Cateau, die ook al Staalkaart in Gent bracht. Met name was ook hier de interactie met de omgeving treffend uitgewerkt. De curator maakt optimaal gebruik van de confrontatie tussen de bric à brac ophoping van de kunststofophopingen in de kapel en de selectief uitgelichte religieuze iconen & slaagt er zo in het in kunstmiddens altijd op de loer liggende Onverbiddelijke Grote Lapzwansmonster met zijn Onstelpbare Kapitale Tekst-, Kak- & Slijmproductie toch op enige werkbare afstand te houden.

De door mij bewonderde kleinoden van Derden verdwenen helaas in de vergruizelde spaanplaat van kunstwerken die Cateau over de kapelmuren smeerde, maar daardoor kan je ze ook weer gaan ontdekken. Een gezichtsculptuur van schoen en hout hing op bekoorlijke wijze boven de rest van het artistieke afval te zweven en maakte mij duidelijk dat ene Adam Smith een gezonde praktijk moet lopen hebben want zijn opgeknoopte ding heeft daar nog de leren lippen van vol. De artificiële overlevingsstrategiën spoelen hier hun verworpen schelpjes de kapel binnen, het raast wat & het ruist vooral, zoals de klankdesign van Graf & Zerk die door de boxen galmde, maar het is o zo teer allemaal & houvast bieden doet het al helemaal niet.

De juiste vragen naast de grote dilemma’s vallen u misschien wel in, terwijl u van tussen de omliggende graven de verkunstelde kapel induikt, zodat je met een gezonde portie irritatie omwille van de eeuwige patsstelling & omwille, ook al, van de schraalheid van de geboden uitwegen, invalshoeken en vluchtparcours weer op weg kan.

In deze tijd is dat te willen & vervolgens kunnen bereiken voor een groepsexpositie al een vol glas melk.

Dialyse van vzw Kunstnier is nog tot 15/06/2008 elke zaterdag en zondag van 14u00 tot 17u00 gratis te bezichtigen of na afspraak op 0497 44 18 01 in de Campo-Santo Kapel aan de Antwerpsesteenweg in Gent(-St-Amandsberg), vlak bij de Dampoort.


Visioenen van reva (Vlak 18)

Bij het Vervellen van de Tijd

there’s nothing, really nothing to turn off

Bob Dylan- Visions of Johanna

Het licht duikt in de tunnel. De mot
zit in de schepping, haar vleugels
duwen teer de wanden aan & om.

Izeganz staat. Izeganz staat
waar hij altijd staat & laat zich
door een boom het zachte
gelaat aftasten. Wind voert feilloos
de takken, bladeren raken ter streling

de wangen, de neus &
de brandende ogen. De droom
is in beweging, dood
is alles wat wij wakker zien.

“Makkers, scherpt uw hoornen veren! Vat moed!”
Tot de eenden spreekt Izeganz, zij bedrijven nog
de liefde van water voor het aardoppervlak.

Onaanraakbaar, verloren,
in het vale licht van de tunnel
als geen ander het lijf
van het Wicht met de Wieken*
in de ogen der ontelbare reizigers
te trillen staat:

  • haar fijne figuurtje verluchtigde niet
  • het gevleugelde Gat van de Wanhoop flaneert in het rood in het rond
  • het onweer stapelt de grijze gezichten
  • de grijze gezichten vullen volledig het Ene
  • het Ene vervelt
  • de tunnel vult zich geheel met het Vel

Het licht duikt uit de tunnel.

———–

* dedju. Wieken. Wie had dat gedacht.
Dat betekent massa’s extra werk aan de uitvoering in Afval!

PWN revisie – Vlak 11

het-pad-van-de-wenende-nacht4punt4 (pdf bestand)

Drie slierten van het Leed

1

Een trage sliert van deernis & verdriet
die vak na vak dieper & dieper
naar het diepe daalt
waar niemand is
& niets.

Als je roert in het niets
beweegt er niets, dan heb je
dat toch al :

in stilte schuur & neerwaarts wervel ik mij uit
éénling in de vlinderslag van je verlangen
& bij het gruis van de verdingelijkte goden
splijten bulderend uit onze lijfelijke wildernis:

  • een schip, waarop je naam gaat overstag
  • een kelk, waarin je lichaam uitbloedt tot een woord
  • een bed, met de rimpels van het affe woelen
  • een kaars, vernietiging waaraan je haargeur zich onttrekt
  • een boek, bedrog met al je hoogst toepasselijke verhalen
  • een boom, waarin je witte weigeren bij het mijne rood verkronkelt & vertakt
  • een ladder, maar het doel & je ogen ontbreken

2

Een trage stoet vol deernis wekt verdriet &
zie: bij het zwart achter de hoge ramen we
deinzen schokkerig achteruit want plots

de zwarte angsten spiegelen zich in zwarte angsten &
in de metronoomslag van het nare putten wij ons uit
in loodzwaar geritmeerde excuses, starre gebeden

die ons vergeven de oogafwendingen zoals wij u vergeven
de hoopgevende schoonheid in het licht van de tunnel
naar de zwartrode pletmuur waar gij ons verbrijzelt, de gebeden

waarin wij keer op keer de moed vinden voor nieuwe beloftes.
We beloven elkaar de verlossing in: in, op & door elkaar,
zoals wij ook verlossen de anderen: in, op & door elkaar, de gebeden

Waarin het telkens opwaarts gaat & neerwaarts dan:
we hebben het, we hebben het geheel in de hand, we
nijpen de tijd & het al & het bloed uit het lopende zand.


3

& Op het einde sta je
op het einde van
een smalle gang halfnaakt
met het wit van je buik & je
billen te schitteren
terwijl de stront daarvan
& uit je bakkes het kwijl
druipt & de verpleegsters
je de les lezen want eindigen
doet het niet & je lacht
& je neemt het masker
& je zet het op & af & op…

Ik zie ik zie wat jij ook ziet,
& het is ellendig. & Hoe snel
ik mij ook in je denk, ik krijg
de loopse krul in je mond
maar niet meer te pakken. Kom,

sleep maar je sliert, ik draag
de deernis wel & het verdriet.

Update Het Pad van de Wenende Nacht

Het Pad van de Wenende Nacht, release 4.3 (pdf bestand)

houtskoolschets van V.I. Tatlin voor de decors van de uitvoering van Zangezi in 1923, een jaar na het overlijden van Chlebnikov.

Het Pad van de Wenende Nacht, inclusief de Chlebnikoffer, wordt nu met het oog op een eerste uitvoering tijdens het Klebnikov Festival in augustus geheel gereviseerd.
We verwijzen kandidaat-uitvoerders graag naar deze en volgende releases van de broncode.

Uw kandidatuur als uitvoerder van één of meerder ‘Vlakken’ is welkom bij mij via dv@vilt.net of bij het Politburo van Grapes of Art.

Wij proberen ondertussen duidelijk te maken dat de uitvoering van een Vlak eender welke vorm kan aannemen, dat je zelfs zoals het stukje recycle-art hieronder, code die doorheen de Vlakken loopt, zoals de Reva-code kan compileren en veruitwendigen.

Ruischt gij zwarte zeilen van de Tijd!

———————————-

Als voorbeeld van de huidige code-revisie hier Vlak 9.

Wij zijn gestorven wij

(voor i.d.)

wij zijn gestorven wij het bloed
zijkt ons de trein uit & de trein raaskalt, oogrolt
& sjort hoog de zinnen tot in de laatste vier rijtuigen
de praatgaatjes de bestemming aalst liederkerke uitkraken

wij zijn gestorven wij maar niemand
voelt met ons mee de uitval van het licht
hoezeer wij ook op lijfeigen wijze
uit het zichtbare wegdeemsteren

met van de huid de spieren de dikke darm
de befaamde tintelingen bv.
bij het zich voltrekkende stadsnaderen.

Punt het nieuwe punt aan de klasse
zoekt ons op in de curve, de curve
tunnelt zich in hoogglans uit
in het al dat zich op bedrieglijke wijze
als een in voordeed, het alles dat al was
in de kan of in de kruik, stopt

Nu.

Kaduuk & voos van nature,
de veeltuigige slangeleider staat
vereenzamend stokstijf in de kudde

kastanjekleurig beverstaartbeslierte pubermeisjes
die bij de treindeuren snotziek te sjaaltrekken staan, te riemfrutselen
schijfjeslurkend per ipod ik ben ik & het leven is het leven
te lawaaitreiteren : nietige Tiense

tienertjes zijn het bij wie de naad ettert
van de streepjestijd hoe zij erbij zijn zij

want enkel zo zijn zij zij zij

met er middenin die ene ontluikende jij-bloem
bij het wij bij het ons bij het wij onder ons
dat weerom is gestorven & ook de barcode
van de stationsnaam verzweert & overal

barst uit de voegen het rigoreuze verlangen
dat zich tussen ons in een tweespalt baant
zodat wij ons de voetjes weer niet kunnen
netjes aan de benen binden
zodat onze neuzen even nog dóórruiken willen áán,
zodat onze handen een ogenblik nog dóórtasten willen ónder

& zo wij richten ons te gronde nog
wijl de dingen al ter modderplas
in schuinse regen roemloos bezwijken
zo zitten wij de noodwendigheid ingedraaid
als een gloeilamp in een sokkel bakaliet.

& Uw zwijgen
braakt nu de zwijgpit
in onze doodsmonden & de
eeuwige stilte vangt

het suisloze suizen & start zeggen we
daar floept ons het eternele g*dswijsje uit:

macheella michaailee michola micham:
wij nemen de gebroken wereld minnend in de mond
wij helen de naakte lijven liefkozend van hun wonden
wij zetten de geknakte zielen onomwonden bloot & recht

& in de loopse orde der eeuwig wemelende verbonden
verknopen wij de zang aan ’t verglijden van de monden
waarin wij ter dood aan ons versproken staan & stonden

& zo versteven wij verstijvende de barsten in van nu

polyfoon of niet

Het Akkerlied

Gij zijt een akker gij, de grond van lang vergeten tijden.
Uw kluiten wenen vocht & klei om ’t hedendaagse lijden.
Het onkruid schiet gewillig in uw verse keren op.
Wormen vreten wormen dik van al dat landelijk verteren.

& Al de schoonheid bloeit uw diepe lijnen op
& Heel het leven zingt uw brekenspijnen mee

Het land was kaal verteerd bijna & galmde hoog vol lege holte
& Toen kwaamt gij met hemels zicht & aardse zang voorbij
De bodem van de gifpoel zonk van schaamte rot in ’t nieuwerwetse niet
Zoiets als gij verzinnen kon, verdoet men zonder scha & schande niet

& Al de wijsheid breekt uw gulle lachen open
& Alle woede komt weer onomkeerbaar boven

Nu graait ’t gesjacher weer met mollepoten in ons om.
Dan poogt de nijd haar gif in onze grond te deponeren.
Nu wil men u met krans & zilver fatsoeneren tot een pop.
Dan wil de Hertog toch uw wilde krachten in zijn span.

& Onze lust zal elk gebod naar de gebieder om doen keren
& Ons verlangen bergt in u ’t weerbarstig leven veilig op.

Vlak 18 (met een revawerf video)

op http://www.vilt.net/nkdee/reva.jsp

IZEGANZ:

palizari parizali
schtoekami schtoekim

zaripali zalipari
toetsjeri toetsjim

iverni viviverni_iverni toekim
mikoela makoeli miloeka makim

Toeterend klimmen de doodsboten
op de toeterende stromen
& de stromen stremmen de stromen
& de lijven staan stil

& de monden waaien open & droog
& de kelen verkurken
& de longen klappen in

een wiel tuimelt los
van de rijzende straten
blik kermt tot kubieke
schroot in de uitslaande brand

tongbreuk breekt de tongen
tere darmpjes in de rompen kraken
bot versplintert been vermolmt
& glazig komen de ogen te ogen
de zon slaagt haar stralen als nagels erin

uw kleed verkommerde
uw vel verfomfaaide
uw rijk kwam sloom
op het einde uit & aan

uw stramme staan verflinterde,
kwam in het affe op & af te slaan
& uw klank tot een klappen verklaterde
vervolgens in zoemen & stilte verviel

hoog suist rozig het woord
dat het licht uit de donkerte
ter schepping wou zijn

roet in het roet wemelt het al

hoog riep ik vannacht om u
& duwde eenzaam pijnen
op de stapels pijnen aan

roet in het roet wemelt het al

& in dit boek van zand
knaagt de zee als een teef
op het bot van de stilte

roet in het roet wemelt het al

mikam akoelim iloekam aloekim
mikoet inervi_invreni_invrivi

misjoet iresjoet
irapazil arizap

mikoetsch amikoetsch
alirazip parizal

Lucifers van het lot

Vlak 17

[duet van izeganz & reva]


In deze stad van palen, blokken, adders en cimbalen
duwt jouw stem de klacht uit droeve luchten,
breekt jouw lichaam  verte in de volgestouwde straten aan.
Onze hond verdraagt het niet en blaft om stilte. En ik,

jouw licht ontzegt mij al het recht op spreken,
jouw stralen doet mij in jouw klaarte openbreken.

Ik draai het deksel op dit kolken liever niet meer open.
Niets verhardt het donkere woelen daar tot klare schijn.
Jouw mes haalt echter laag na laag de dikke aangroei open en
het bloeden bindt de golven pijn in golven aan de pijn. En ik,

bij elke aanblik los ik in jouw wilde tover op,
bij elke wending valt het zingen als een bodem uit mijn lijf.

Jij draait jouw lichaam als een lampje in het zonlicht aan
de zon verzakt, mijn hand vermolmt en jij blijft staan.
De dood heeft in jouw licht nu ook zijn evidente zin.
Jij werd mijn weg, mijn weg is nu verbijstering. En ik,

ik heb mijn zwijgen met jouw zwijgen toegedekt,
ik heb de klacht in hoger trillen doen vergaan.

 

rev.23/03/2018

het regent weer klachten

Petite histoire d’eau

Wij dansten tot wij regen waren
& vielen dan je haren & je armen op.
We gleden langs je heupen & we daalden
diep tot in je wisselstand. Verrukking. Niets

waren wij, jij nam ons midden in. Honderden
akkoorden trokken groen voorbij & purper dan
& lossen rozig op in mij. Een minnaar brak
de ijlste liefdeskreet in brokken uit je keel.

Ik sprong vooruit & legde natte
woorden in je hart te drogen.
Hij bracht je haar in golven
met haar tover in een liedje uit.

In stilte treuren wij, in stilte
schuiven wij de stilte in de stilte uit.
& Zienderogen zal ons nog de huid
verschrompelen. Hier heb je mij.
Daar ga ik hem in haar voorbij.

Ik durf je lippen al niet meer
bij naam te noemen, iets woelt toch je tanden
met een veelheid van tongen bloot.

Onze armen duwen anonieme handen
in je zwijgen op naar ons. Een brakke
bodem rijst & plooit de klei
in barsten om je heen. Daar heb je jij
of zij of is het toch weer hij?

Wij keren stelselmatig
dit verlangen om & om,
tot inkeer keren wij.

uitklapbare aanhangwagen

Lied van ´t mobiel Gesticht

de zon zakt weg, het plein loopt leeg &
als een aapken staat ge in uw bange mensenlijf
naar de plakkelucht te tieren & te kijven
voor de wielen van ´t mobiel gesticht

de zang zinkt van uw schoenen af
de ketting klettert uit uw vleugelslag
uw mond trekt zure tongen uit
het masker van uw kinderlijken nijd

maar dan komt reva uit de donderkoppen neergevlogen
dan stijgt de vlammenzang van izeganz uw koude botten in
het trekt uw drieste grieven & uw harde groeven fijn & klein
het doet u siddren razen beven met den duvel zijn venijn


refrein

juli gelei ja gullie daar & gij
ge komt hier niet zomaar voorbij
wij zagen u de oren van uw lijf
wij zeuren tot ge weet waarom ik kijf

heel de wereld staat bijna in brand
de pest zit in de mensen & het zuur
stijgt zienderogen in de zompe klodden
van het scheefgetrokken avondland

de centen zijn allang bij alle wegge centen
door het benepen rooster van uw kiekengat geteld
iedereen wijst & iedereen gebaart van krommen aas
& niemand weet wat niemand heeft gedaan

& als de noten op zijn is de zang gedaan
& als de olie op is zult ge stillekens staan
& als de aarde kotst van ons gaan wij eraan

untsoweiter

Vlak 16 (vallende ziekte)

“Gedichten moet je schrijven volgens de theorieën van Darwin”
Velimir Chlebnikov, notitie uit 1922

[ met een selectie uit de talloze gezangen der institutoir-afvalligen
te beitelen door de platgedesignde & afgezogen vingertjes van de steedse gezangenbeitelaars
in de betonplaveien op het Pad van de Wenende Nacht

Na een tijdje merken de vingertjes dat het écht niet lukt want de plaveien breken bij de minste bebeiteling. Iemand had kennelijk de kauwgom die de stenen bij elkaar hield laten verwijderen. De vingertjes beginnen daarop op afgrijselijke wijze te jammeren dat zij niks meer om handen hebben.

Hun ijselijke jammerklacht plant zich voort tot in het Duistere van de Duisternis Zelf en geeft zo aanleiding tot de tijdige geboorte van de Wenende Nacht. Immers, het commercie-afstotend geweeklaag der beitelvingertjes maakt dat de kortbenige Burgervader Al Hoewi t’oe Barak van een Vlaams provinciestadje kort bij de metropool van Kessel-Lo opschrikt uit zijn verdiende dagrust en het tegentijdse indringen van hun klachten in zijn nachtmerries over Snelle Treinen die Uit De Bocht Gaan verkeerdelijk interpreteert als een onbestemd Wenen van de Nacht. Zo analyseert althans de op korte zinnen met scherpe pointes afgestemde geest van de Burgervader omdat de eveneens kortbenige Held de Mooie Droom wil gaan verlaten.

De Burgervader hecht overigens zelf geen belang aan al dat poeticaal gemurmel, al kwam het grootste deel uit het eigen hoofd, maar Escrevisse, een spion der Tsjeven, een concurrerende meute gelieerd met de Tijdloze Honderd, een nijdig volkje van gerateerde artiesten vroeger bekend als de Top Drie, weet stiekem fragmenten van de BurgervaderDroom te visualiseren door het plasje speeksel dat de man bij het slapen uit mond pleegt te laten vloeien te condenseren tot Leesbare Wervelingen van de BurgerVaderlijke Onrust.


Met een Digitaal Verslag ( in pdf-formaat, 49mb) van een projectie bij de Broeders Alexianen daarvan, trekt hij naar de locale pers die er een wijze Lering uitperst van dubbele gisting. Toen Alfred -Jacobus de Kwakkerde Flap, een Tsjeveneend van enige allure dat opdronk begonnen hem de oren visionair te flapperen en schreef hij een brief naar…

[nvdr: het gehele verhaal is iets langer dan Laurence Sterne’s Life and Opnions of Tristam Shandy, temeer daar het een rewrite van dat boek bevat in een iets ouder Engels gesteld om de opgelopen verteltijdachterstand te compenseren. We knippen het dan ook maar weg uit dit schrijfsel dat overigens – voor een goed verstaander – het neo-classicaal & proto-mystiek-numerologisch gewauwel van Alain Badiou, de man die moest wachten tot Deleuze uit het raam sprong om enig aanzien te verwerven in de Franse filosofie- op louter includerende wijze geheel ridiculiseerd- enfin, comme disent les Anglais: game, set & match] […]

Aldus werd geboren de voorsteedse legende van de Wenende Nacht]

[ beelden van een islamitische begraafplaats]

Bloed & bodem

Het bloed moet vloeien & het geld snelheid maken. ‘ Onheil kome’, zo
verwoordt de speakerin het &’ wrijf het hen met de fabelolie in’. Sloerie.
Pokkewijf. Trek nog wat van die stekkers uit. Sla nog wat schermen in.

Dieper de nacht in dienen wij ons te duwen nog, schatje,
verder de vernieling in. O liefde: sla mij in de droeve gesel
van je frêle armen, klink mij in de klamme sloten
van de minnetaal, verguis dit comateuze ik.

  • Ik druk mijn gelaat in de zwartste inkten op je bodem.
  • Ik spreek je uit, achterwaarts, voorwaarts, van het blad, uit het hoofd.
  • Ik pruts de laatste knoopjes van je ongeloof open.
  • Ik snij de linten rond je bevende verlangen door.

Wij, herauten van de leegte: onze traan versplintert
in de weidse woestijn van de onophoudelijke dood.

[verhaal van een man die een epilepsieaanval krijgt op de brusselse metro]


Beloven doen we dat we komen

Dat hardvochtige vermurw ik, zegt ze.
Daar plant ik een vinger, beweert hij.
De hals verweekt, zo wordt verteld

(& een hand gaat door je blazen) (& de lucht
valt uit je zucht) (& de wanhoop hapert, het hebberige snikken
zet zich in de vette schilfers van het tijdeloze af).

De tijdsslakken als hulzen van het onvatbare
schieten ons hun lege kogelbanen door het hoofd
zodat wij ons het geloof weldra ook lichamelijk
bekennen. De bastaards! De afvalligen! Het canaille!

Het schelden als schilden versterkt onze leegte, ons
sterven de namen als uischillen bruin af, de etiketten verbleken
de bestanden die wij waren strepen zich bij elke lezing verder uit.

Elke daad is zo de wees van een gedachte. Elke golf
van ons is een wissel uit het spoor van ik. Elke
opstoot van ons is de reststroom van een heftig
wrijven lijfje ik op lijfje jij

met beiden ter kitteling een meute fanaten
briesend & tierend van nijd in de zij.

[montage van gedynamiteerde gebouwen (cfr Louis Malle) met een vrijscène (cfr Nicolas Roeg – Don’t Look Now) op muziek van Charpentier]

De strandjurk oplichten

Voorzichtig. Omzeil de verrukking, die leidt toch maar tot stof.
We heffen aanvankelijk de jurk tot op de heupen slechts,
de maan fonkelt maanlicht op je naakte dijen. ‘Een waarheid’, fluister ik
‘herhaalt zich niet’ & ‘je trekt mij als het trekken van de maan’.

Het droge zand schelpt je nog omstandig van nee maar de weerstand
in de scene is een kronkeling van eerdere acteurs, het ritmische breken
van de bruisende golfslag wil het onze, een hoogwit ruisen
namelijk, het kabaal van de stilte op het witte strand.

“De verbeelding zet zich door het vel heen aan het vlees. ”
“Een verstrengeling van lichaam vindt plaats meestal ’s nachts,
de verstilde klomp van het rozige hunkeren, het sensuele
verrimpelt delicaat het strakke dagkleed van de verwensing.”

Ik giet je lippen in de kom met Special K. Het bed van Ikea met
de gele lakens lees ik je als de naakte code van ons verlangen.

[archief/verslag van de Eerste Globale Dag van de Desinformatie op 24-9-2008 : iedereen stuurt dan massaal veel waanzinnige berichten de wereld in- hackers kraken en veranderen op subtiele wijze de websites van kranten en persagentschappen, honderden fictieve terroristennetwerken stellen voorname persoonlijkheden in een kwaad daglicht, aanleg van een berg cd’s , dvd ‘en harde schijven op een hoofdstedelijk plein untsoweiter ]

Autobiografie (orgastisch) van de lezer

Even later vloekt je lichaam mij luidop na, de nacht in,
de nacht, waarvan wij ons op het einde al afvroegen
waar blijft het einde hé einde ha ben je daar

Elke gedachte is zo het eeuwige trillen
van uw afwezigheid in het verval
van mijn gedachte.

Haar verwording die oscilleert
tot ik echt wel van je hou. Een u

dat ik bij je trillende
lurven gespiesd liefheb, dit klapwiekende
libellenlijfje dat ik in het licht hou
van de verdere aftelling. 24, 23,..

Het schattige mormel.

Het universum dat je door je tijdsbaan stompt & stoot,
verratelt mijn verborgen melodie. Je zal het pas zien
als je het hoort, & dan is het te laat. Ik flits in u.

(Klaar is als ik stik in u).

[ schilderij van een onthoofde gekruisigde]

dv 11-12/05/2008 – 14/05/2008

Ken rust

Dochter Charlotte heeft Ken’s prachtige blindeerzak gemaakt, plus nog wat fabuleuze foto’s (zie op PK-LP).
Deze twee zijn maar lepe pixeltrukjes van paps.
U krijgt hier wel bijkomende info over de materialenlijst:

  1. pyramidaal verpakkingsmateriaal van gerecycleerd karton, zwart geverfd
  2. glazen kaderplaatjes, door ons moeder gered van de glascontainer
  3. houten inschuifkader voor de glazen platen, zwart geverfd