online stemdizain


Te rusten in het stille ligt haar stem.
Te dralen in gedachten wil de nacht
haar zwijgen aaien maar zij zucht om hem.
In tintelingen taal,  in grote pracht
wil spreken hoorbaar klinken vol van macht
en zwijgend nee wil klaren tot een ja.
Maar waar gevaar al is, is angst bijna
en onvoldaanheid stuwt de luide drang
ook daar voorbij tot waar ik hier plots sta:
als hij in haar, jouw ware samenzang.

fatale fout


Het remmen schoot door alles heen: de weg
was van behangpapier, het ogenblik
modder, het licht ziek en wij waren weg:
jij op jouw pad weg en op mijn pad ik.
  Het boek baalde kleverig en zo dik
dat je blad na blad eruit moest scheuren.
  Hier, zei je, neem deel aan ons gebeuren.
De woorden schuiven bitter op de tong
en de zinnen zijn naar stof gaan geuren.
  Vergeefs dicteer ik mij die jij ooit zong.

 

 

 

vergeefs
dv 2018 – “fatal error during init”– crayon, bister & ink – 15,7x22cm – €40

Kermisgrijpers tussen afgerukte (4/4)


Kermisgrijpers tussen afgerukte
delen zoeken onvindbare ogen
uit te wrijven. De mond maakt drukte,
kernwoorden krom in de keer verbogen
roesten groezelig op tongen. Togen
waarop glazen de dromen al klaren
drijven de geest tot drieste gebaren:
‘iets toch, iets toch’, zo tremt  het bibberlijf.
Iets dan daartoe besluit tot vergaren
van munten voor ’t meewarig kassawijf.

 

comprendre
dv 2018 – “high end comprehension” – 15,8x22cm – crayon bister & ink – €40

Het lichaam rilt. Het is niet koud. ( 3/4)


Het lichaam rilt. Het is niet koud. De klank
is op (importeer een nieuw bestand?). Ik
kom in beeld, het gezicht is grauw. De drank
staat af, het licht is oud licht, traag en dik.
De vloer hoest vlekken zwart op als ik slik.
Kom nou, doe het mondje maar goed open,
breng een vinger in de keel, blijf hopen.
Nee, het wil niet, teveel verdriet erin.
Zou het ook met god zo zijn gelopen,
eerst dat, en daarna dit met niets erin?

 

 

tree
dv 2018 – “dying tree praying for salvation” – crayon, bister & ink – 15,7x22cm – €40

De katten zijn onrustig (2/4)


De katten zijn onrustig, er is niets
te eten, de hand die hen wou strelen
slaat. Een kraai schiet als een schaduw van iets
langs het raam. De bomen buiten stelen
hun leugens van elders, met zovelen
zijn ze, de  woorden, en ze vallen aan.
De vloer kraakt, een stoel schuift, het scherm floept aan.
De living duikt in haar letters, het wordt
te donker, niemand kan er nog verstaan
wat je leest, is jouw lijf wel vast omgord
en zijn de deuren al op slot gedaan?

 

 

building
dv 2018 – “some concrete walls writing themselves off into the wind” – 15,7x22cm – crayon bister & ink – SOLD

Een hand grijpt naar het vallen (1/4)


I

Een hand grijpt naar het vallen van regen
in regen, begrijpt  dat het een hand is
die het vallen voelen wil van regen.
In het haar krabt iets dat wat anders is,
een zich dat zowel hand als geen hand is
en het hoofd dat eerder mond is of tand,
schudt nee, vraagt zich af waar het nu beland
is, of onderhand we nu  kunnen gaan?
Een been houdt zich stijf alsof het verstand
is, twijfelt aan houding, grond en bestaan.

 

handschrift
dv 2018 – “hand attempting to write itself in the rain” – 15,8x22cm – crayon bister & ink – €40

 

‘eerste van een reeks van voorlopig 4 gerelateerde dizaines

de trekplek en de dreun


trekplek

staarlicht veertien door het wolkenhemdje 
rokstofrest veert op geur van oevergras
aarde traag betrekt de fluksontbloting
LAIS handvlakvol al graagte klatert

      hemelscheurend helder is het vreugdelied
      van eufraat tigris is zij stroomgebied

blik die philtrumaait, likt en schouderdruipt
weerzin al daar enkel weerzienswanhoop 
ziet het zien.
              verlangen stuwt verlangen
tot het in de takken kladden taal vertrapt


deze Ouwense trekplek is meteen ook vertrek voor een alternatief ritmisch-melodisch dizain dat het rijmcorset vervangt door (al even beklemmend, het moet spannen è) een  recursieve, ritmische ‘enveloppe’: een dreun.
ge kunt, en nu wordt het interessant, die enveloppe ook tekenen è, zo bv. in een dubbele articulatie van het schriftgebaar zoals in graffiti de spuitbeweging verzelfstandigt tot een tag:

laisfrase

die grafische tag wordt dan de mal voor de beweging, die natuurlijk primair een gedachtenbeweging is, een mentaal gebeuren (dat ge ook neurofysiologisch kunt gaan detecteren, identificeren, coderen en wie weet: programmeren)

de LAISdreun is een basisritme van drie hoofdklemtonen en een bijklemtoon dat uitdeint Die dreun wordt ook in het hele dizain als structuurprincipe gebruikt, vandaar dat het een recursieve dreun is. Op het einde, in de laatste verzen, verwatert de dreun zodat je het hele dizain kan lezen als 10 x de dreun die op zich ook weer een dreun is: het dizain als elfje, hihi.

uiteraard kon ik het niet laten om in het midden van al dat gedreun een wat ik noem ‘lyrisch stretto’ te plaatsen. al dien dreunen, dat werkt fugatisch in op de hersenen omdat ge met de ene dreun in de echo van de andere dreun terecht komt en daar waar de dreunen verstrengelen kunt ge als Bachliefkozer natuurlijk een strettooke placeren è, want wat is ne fuga anders dan een omstandige manier om net die stretto mogelijk te maken? joost zal het geweten hebben!

ge krijgt een  epigram omgevormd tot gram-epiek: er wordt niet naar een conclusie toe geschreven maar het schrijven is de aanzet, vaak een irrationele taalcluster, de gebeurtenis  die uitdeint in het geschrevene.

hier is de gebeurtenis de nogal rijke cluster ‘staarlicht veertien’: het licht van de zon is het staren van Apollo/Acteoon op de jonge nimf Daphne/Diana, dat staarlicht valt dus op haar maan en veert daar op de tien van haar perfectie (oeieoei en zo jong nog, daar schuurt de censuur al heur billen), de onschuld van het uitspelen van de klederkens en het waterplenzen.

het verlangen van de geilblik van de medeplichtige lezer ook al, mannelijk, of lesbisch, ge ziet hoe onlosmakelijk diep ‘filosofisch’ het schrijven versleuteld is met het mannelijke begeren, tja, maar bon, soit, het begint hier op het uitleggen van uw eigen mop te lijken,-

ik wou maar zeggen : dit ligt meer in het verlengde van de resultaten van het asemische schriftonderzoek waar ik momenteel net die ‘bewegingsenveloppe’ in  het sublexicale consistentievlak aan het onderzoeken ben.

de boeken van Jim Leftwich, dat moet gezegd,  komen al dadelijk goed van pas om de gevolgde onderzoeksmethoden hier te documenteren.
leest:

” there’s more to do, in the close readings to discover how nonverbal fields envelope clusters of words with an ancanny emanation of what, not meaning, stuff
Stuff, i dont know, light, energy of some sort “

Tom Taylor in een brief geciteerd door jim leftwich in rascible & kempt, Vol I, p.18

 

rasc_kempt1
(niet twijfelen dus è mensen: spaart en koopt die boekskens)