LAIS I

aan C.V.B.

Ontdaan stond het er gans omrand en rank
leek het te reiken trillend tot de wand,
er witte woede vormend, stroef van klank.
Daar werd een droom van haar met daad bemand
en door dat groot verlangen overmand
kreeg het de opdracht haar tot licht te zijn
als op de maan de klare zonneschijn.
En ‘t werd bevolen weg te worden, weg
van Gabriël en Ree om weg te zijn.
En zo begon LAIS wiens naam ik zeg.

inputtekst 1 (2010) – inputtekst 2 (2017)

dv 2019 – AR van LAIS#1

LAIS

dv 2008 – “LAIS”

Zie wat ik zag toen ik weigerde te zien.
Hoor wat ik verzweeg toen ik weigerde te spreken.

Niets van jou is ooit daadwerkelijk beschreven.
Niets is van jouw lichaam ooit naar waarheid verteld.

Jij weet niet wie jij bent.
Jouw lippen sluiten niet jouw mond.
Jouw ogen zien niet wat jij ziet,
jouw hand heft niet jouw hand.

Jij splijt de wereld. Jij
bent een diepe aarden mond.

De goddelijke tongen vlammen
aan zichzelf verwrongen:
gebonden lijden zij
aan het uit hun hemelen
verdrongene.

Jij wint. Jij won altijd.
Tijd? Met vloek en krijsen zullen
eeuwig de goden
zichzelf moeten dwingen
om jouw naam
bij elke mens in het hart,
in het hoofd te branden.

Uit vuur
vuur. Uit mij
jij:

LAIS

inputtekst (2017)

online stemdizain

Te rusten in het stille ligt haar stem.
Te dralen in gedachten wil de nacht
haar zwijgen aaien maar zij zucht om hem.
In tintelingen taal,  in grote pracht
wil spreken hoorbaar klinken vol van macht
en zwijgend nee wil klaren tot een ja.
Maar waar gevaar al is, is angst bijna
en onvoldaanheid stuwt de luide drang
ook daar voorbij tot waar ik hier plots sta:
als hij in haar, jouw ware samenzang.

fatale fout

Het remmen schoot door alles heen: de weg
was van behangpapier, het ogenblik
modder, het licht ziek en wij waren weg:
jij op jouw pad weg en op mijn pad ik.
  Het boek baalde kleverig en zo dik
dat je blad na blad eruit moest scheuren.
  Hier, zei je, neem deel aan ons gebeuren.
De woorden schuiven bitter op de tong
en de zinnen zijn naar stof gaan geuren.
  Vergeefs dicteer ik mij die jij ooit zong.

 

 

 

vergeefs
dv 2018 – “fatal error during init”– crayon, bister & ink – 15,7x22cm – €40

Kermisgrijpers tussen afgerukte (4/4)

Kermisgrijpers tussen afgerukte
delen zoeken onvindbare ogen
uit te wrijven. De mond maakt drukte,
kernwoorden krom in de keer verbogen
roesten groezelig op tongen. Togen
waarop glazen de dromen al klaren
drijven de geest tot drieste gebaren:
‘iets toch, iets toch’, zo tremt  het bibberlijf.
Iets dan daartoe besluit tot vergaren
van munten voor ’t meewarig kassawijf.

 

comprendre
dv 2018 – “high end comprehension” – 15,8x22cm – crayon bister & ink – €40

Het lichaam rilt. Het is niet koud. ( 3/4)

Het lichaam rilt. Het is niet koud. De klank
is op (importeer een nieuw bestand?). Ik
kom in beeld, het gezicht is grauw. De drank
staat af, het licht is oud licht, traag en dik.
De vloer hoest vlekken zwart op als ik slik.
Kom nou, doe het mondje maar goed open,
breng een vinger in de keel, blijf hopen.
Nee, het wil niet, teveel verdriet erin.
Zou het ook met god zo zijn gelopen,
eerst dat, en daarna dit met niets erin?

 

 

tree
dv 2018 – “dying tree praying for salvation” – crayon, bister & ink – 15,7x22cm – €40

De katten zijn onrustig (2/4)

De katten zijn onrustig, er is niets
te eten, de hand die hen wou strelen
slaat. Een kraai schiet als een schaduw van iets
langs het raam. De bomen buiten stelen
hun leugens van elders, met zovelen
zijn ze, de  woorden, en ze vallen aan.
De vloer kraakt, een stoel schuift, het scherm floept aan.
De living duikt in haar letters, het wordt
te donker, niemand kan er nog verstaan
wat je leest, is jouw lijf wel vast omgord
en zijn de deuren al op slot gedaan?

 

 

building
dv 2018 – “some concrete walls writing themselves off into the wind” – 15,7x22cm – crayon bister & ink – SOLD

Een hand grijpt naar het vallen (1/4)

I

Een hand grijpt naar het vallen van regen
in regen, begrijpt  dat het een hand is
die het vallen voelen wil van regen.
In het haar krabt iets dat wat anders is,
een zich dat zowel hand als geen hand is
en het hoofd dat eerder mond is of tand,
schudt nee, vraagt zich af waar het nu beland
is, of onderhand we nu  kunnen gaan?
Een been houdt zich stijf alsof het verstand
is, twijfelt aan houding, grond en bestaan.

 

handschrift
dv 2018 – “hand attempting to write itself in the rain” – 15,8x22cm – crayon bister & ink – €40

 

‘eerste van een reeks van voorlopig 4 gerelateerde dizaines

de trekplek en de dreun

trekplek

staarlicht veertien door het wolkenhemdje 
rokstofrest veert op geur van oevergras
aarde traag betrekt de fluksontbloting
LAIS handvlakvol al graagte klatert

      hemelscheurend helder is het vreugdelied
      van eufraat tigris is zij stroomgebied

blik die philtrumaait, likt en schouderdruipt
weerzin al daar enkel weerzienswanhoop 
ziet het zien.
              verlangen stuwt verlangen
tot het in de takken kladden taal vertrapt


deze Ouwense trekplek is meteen ook vertrek voor een alternatief ritmisch-melodisch dizain dat het rijmcorset vervangt door (al even beklemmend, het moet spannen è) een  recursieve, ritmische ‘enveloppe’: een dreun.
ge kunt, en nu wordt het interessant, die enveloppe ook tekenen è, zo bv. in een dubbele articulatie van het schriftgebaar zoals in graffiti de spuitbeweging verzelfstandigt tot een tag:

laisfrase

die grafische tag wordt dan de mal voor de beweging, die natuurlijk primair een gedachtenbeweging is, een mentaal gebeuren (dat ge ook neurofysiologisch kunt gaan detecteren, identificeren, coderen en wie weet: programmeren)

de LAISdreun is een basisritme van drie hoofdklemtonen en een bijklemtoon dat uitdeint Die dreun wordt ook in het hele dizain als structuurprincipe gebruikt, vandaar dat het een recursieve dreun is. Op het einde, in de laatste verzen, verwatert de dreun zodat je het hele dizain kan lezen als 10 x de dreun die op zich ook weer een dreun is: het dizain als elfje, hihi.

uiteraard kon ik het niet laten om in het midden van al dat gedreun een wat ik noem ‘lyrisch stretto’ te plaatsen. al dien dreunen, dat werkt fugatisch in op de hersenen omdat ge met de ene dreun in de echo van de andere dreun terecht komt en daar waar de dreunen verstrengelen kunt ge als Bachliefkozer natuurlijk een strettooke placeren è, want wat is ne fuga anders dan een omstandige manier om net die stretto mogelijk te maken? joost zal het geweten hebben!

ge krijgt een  epigram omgevormd tot gram-epiek: er wordt niet naar een conclusie toe geschreven maar het schrijven is de aanzet, vaak een irrationele taalcluster, de gebeurtenis  die uitdeint in het geschrevene.

hier is de gebeurtenis de nogal rijke cluster ‘staarlicht veertien’: het licht van de zon is het staren van Apollo/Acteoon op de jonge nimf Daphne/Diana, dat staarlicht valt dus op haar maan en veert daar op de tien van haar perfectie (oeieoei en zo jong nog, daar schuurt de censuur al heur billen), de onschuld van het uitspelen van de klederkens en het waterplenzen.

het verlangen van de geilblik van de medeplichtige lezer ook al, mannelijk, of lesbisch, ge ziet hoe onlosmakelijk diep ‘filosofisch’ het schrijven versleuteld is met het mannelijke begeren, tja, maar bon, soit, het begint hier op het uitleggen van uw eigen mop te lijken,-

ik wou maar zeggen : dit ligt meer in het verlengde van de resultaten van het asemische schriftonderzoek waar ik momenteel net die ‘bewegingsenveloppe’ in  het sublexicale consistentievlak aan het onderzoeken ben.

de boeken van Jim Leftwich, dat moet gezegd,  komen al dadelijk goed van pas om de gevolgde onderzoeksmethoden hier te documenteren.
leest:

” there’s more to do, in the close readings to discover how nonverbal fields envelope clusters of words with an ancanny emanation of what, not meaning, stuff
Stuff, i dont know, light, energy of some sort “

Tom Taylor in een brief geciteerd door jim leftwich in rascible & kempt, Vol I, p.18

 

rasc_kempt1
(niet twijfelen dus è mensen: spaart en koopt die boekskens)

déjà vu

lais3
dv 15-1-2018 – “lais” – potloodtekening -A4 – in vertrouwen geruild

 

LA

Met de lijn van een roos gevorkt in uw schoot, een
punt waardoor in het lege vlak de leegte aanvangt
en weldra er liefde wolkt en haat, waarmee gij
ruimte splijt en rekt de tijd zodat een hand ons

de hand aanreikt, waarmee wij onze vingers
ertoe kunnen bewegen ons de ogen
en de lippen te sluiten, ons tot kalmte te
manen, ons de klederen van angst en nijd
te laten ontvallen en naakt in de zon

het ware te verwerpen:

zodat de traan ons ontrollen kan
waarin onze beeltenis verschijnt.

 

IS

De klank vervalt er
te snel. Het zerpe zeept
het zure in en in het zilte
zeikt verziekt van leed
het lieve godenkind:

“Jullie waren hier eerder al. Ik
zag jullie naamloos staan.

De hazewinden die het licht
najagen in het licht waarin
de winden waaien die enkel
de wanhopigen zien, zij

bliezen het in de sofers
die het zuchtend leeg
en naast hun letters spelden:

jullie doen ons dit in duizendvouden aan,
er komt geen eind aan dat vergaan.

 

lais2
dv 15-1-2018 – “f*ck you gods” – altered book page, unsigned – €1500

Daphne

Mij ontsnap je niet. De dichter
doet er best het zwijgen toe.

Zolderbalken kraken van herinnering:
jouw spieren spannen zich tot nerven, takken
reiken naar een diepte onderin.

Je zucht. Je slaakt. Jouw lichaam
lijkt van tonnen dynamiet de lont.

Je kan niet uit het heden naar jouw leven
toe. De vloer verhoogt de luchten en
mijn hete adem drijft jou op en aan.

Jouw laatste kreet schiet
etages lager wortel
in de mulle grond.

daphne
dv2008 – Daphne – pastel – A3

sparagmos

sparagmos
dv 2017 – “sparagmos”

Schrikbarend stopt het lot de schemering
 zo dof en lusteloos het nachtvel in
 en in het zwart van die betovering
 propt zij bij deze dag de levenszin,
 dat elk beginsel weerloos sterft daarin.
   Rest mij ternauwernood herinnering:
 haar beeld gevangen in mijn woekering.
   Zij wringt zich om in mij en om en vrij
 of scheukt en schokt in mijn verbittering:
 de nacht komt dichterbij, niet ik, niet zij.

aquarel ‘sparagmos’

dv 2017 - "sparagmos" - water colour, ink & chalk on 300g Canson paper, A4

€35,00

Nog op zoek naar Brol voor de Jaarsafloop? Bestelt hier uw Hoogwaardig Creatief Afval!

Gedicht van de dag

bmw7
dv 2007, ink & water color on paper A4

Het dier spreekhoofd, huig met bloed omwonden,
voor haar buig ik, asklodders in het brein,
zij, die mij de tijd heeft aangebonden,
in haatvuur gebrand tot korrels pijn,
angsvisioenen uitgepuurde schijn
van wat ik in haar droomland moordend was,
slijmrot nu rond een valse vloed van glas
die mij rijst in de uitgezongen keel,
haar lach leep op de spiegel van wat was:
hoofd dat zich uitbraakt als kristal geheel.

2011, uit LAIS, 449 dizaines naar de Délie van Maurice Scève

De Vrije Lyriek is vaak in tegenspraak met uitspraken over de Vrije Lyriek.

De serie ‘Gedicht van de dag’  geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie,  een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje.

Leve de Praktijk van de Vrije Lyriek!

NKdeE Emblemata – mengsel (de lotus)

NKDEE_Emblemata_mengsel

“NKdeE Emblemata #2 – mengsel (de lotus)”

dv 2017, watercolor & ink on paper, A4, €60

Het mengsel mens wil van vrijheid blijven
dromen & morrelen daar aan sloten
waar elk ander dier van schrik verstijven
zou, daar duidelijk zijn dood besloten
ligt in waar het in werd opgesloten:
de pure Tijd heeft met de illusie
van het Lot catastrofaal een fusie
aangegaan, besluitend het bedachte,
& zo, voortdurend in die confusie,
verontreinigt Reinheid de gedachten.

LAIS is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

De  NKdeE Emblemata geven telkens een Nederlandstalig woord (hier: ‘mengsel’) geschreven in NKdeE Schoonschrift met een afbeelding van een object (hier: een lotus) en een Engelstalige spreuk of motto. Alle Emblemata zijn uitgevoerd op 300 g A4 aquarelpapier van het merk Canson. Uit de emblemata worden er uiteindelijk, bij leven en welzijn, 50 geselecteerd voor LAIS.

Werk getoond in blogposts met het label ‘te koop’ kan u kopen aan de vermelde prijs om de creatieve praktijk van Afhankelijk Auteur Dirk Vekemans te ondersteunen.

De werken worden na ontvangst van betaling gratis opgestuurd en zijn voorzien van een echtheidscertificaat.
Mail naar dirkvekemans_at_yahoo.com voor de afhandeling.
Bedankt alvast!

Bewaren

 

het pakt geen verf

Als ik dit zeg, zeg ik niet hetzelfde
dan als ik zeg dat ik hetzelfde zeg,
want als ik spreek, zeg ik nooit hetzelfde
hoe vaak ik ook dezelfde woorden zeg,
want altijd ga ik van hetzelfde weg.
Woorden reiken ons van een bewegen
onbestaande stilstand aan waartegen
alles weerloos lijkt & goed begrepen,
maar  de woorden hebben dit verzwegen:
van hun dingen heeft niets plaatsgegrepen.

een vleugje necrofilie

werk van C.B, zie op Pimpelmeest

Glibberig van slijm glijdt glanzend het rot
van de gelaagd gezalfde gelaten.
Gel in de monden & vaak  daar het bot
van een woord wiebelt als nagelaten
oprispingsrest van pogingen praten
of hoog verheven zingevingsstreven:
inderdaad is met gaten omgeven
elk botje in de glimgrot der kelen.
Hier was de walg tot waarde verheven:
‘wij zijn heel mooi want wij zijn met velen’.

 

LAIS is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

op schattenjacht met Petrarca

In het sonnet ‘Cercato ò sempre solitaria vita’ is er sprake van een mooie schat: ‘ il bel tesoro mio’.

De berijmde vertaling van Verstegen en zijn verklarende noten roepen meer raadsels op dan dat er verklaard wordt, dus die laten we effen in haar, euh,  voor ons onbereikbare schoonheid schitteren en we onderzoeken hoe het zit met de identificatie van Laura met deze tesoro aan de hand van ander materiaal, ons vrijelijk verschaft door de slijkgoot van de literatuur, het vermaledijde internet alwaar met schrijven geen cent te rapen is, laat staan een massa euro’s subsidie om in een boek van...

sssssht, rustig nu maar… hier, een schoon prentje:

laura
Laura di Noves in wiens graf Scève  een vers van Petrarca zou gevonden hebben. Scève’s Délie, zijn inspiratie daarvoor,  was ook een getrouwde vrouw. Het bezingen van andermans vrouw was een getolereerde traditie onder troubadours…

259

(tekst van Wikisource)

vertaling_musa
vertaling Musa

Cercato ò sempre solitaria vita
(le rive il sanno, et le campagne e i boschi)
per fuggir questi ingegni sordi et loschi,
che la strada del cielo ànno smarrita;

et se mia voglia in ciò fusse compita,
fuor del dolce aere de’ paesi toschi
anchor m’avria tra’ suoi bei colli foschi
Sorga, ch’a pianger et cantar m’aita.

Ma mia fortuna, a me sempre nemica,
mi risospigne al loco ov’io mi sdegno
veder nel fango il bel tesoro mio.

A la man ond’io scrivo è fatta amica
a questa volta, et non è forse indegno:
Amor sel vide, et sa ’l madonna et io.

259_noten-musa

solitaria_vita_hd002

Het verhaaltje

‘Solitaria vita’ plaatst dit gedicht meteen in de Petrarca-ideologie. Tussen 1346 en 1356 schreef Petrarca in het Latijn (het Engels van toen) De Vita Solitaria waarin hij uitlegt wat zijn lot of deugd of pad naar de waarheid (r.4) is: leven in afzondering, ver weg van de aardse dwazigheid(r.3), in studie en in contemplatie. Het is zowat zijn humanistische poëtica, zijn levensprogramma.
Goed om weten, want zelfs de oevers, de weiden en de bosschares weten dat :-) (r.2)

Helaas is het leven niet altijd naar wens, dus P. is minder in zijn geliefde Toscane of aan de oevers van de Sorgue dan hij zelf zou wensen, hij wordt verhinderd om zich aldaar voluit te wijden aan wenen en zingen (tweede strofe).

Immers dat vervelende lot stuurt hem nu terug naar het perfide Avignon, alwaar hij zich kan boos maken over hoe zijn ‘bel tresoro’ in de modder ligt der aardse dingen (derde strofe).

Voor een keer wordt P. wel maatjes met vrouwe Fortuna, want hoe storend het ook is, zijn schrijvende hand kan het wel vinden met de situatie (het is letterlijk de hand die ‘amica’ wordt met ‘fortuna’). Net zoals het Amor was er voor zorgde dat P. Laura zag en door haar getroffen werd, is het nu ook de Liefde die die ‘fortuna’ heeft gearrangeerd, zijn geliefde Laura weet dat wel, en hij weet dat…(laatste strofe, mijn interpretatie)

Hoewel het slechts afleiding is van het hogere streven van de ik-figuur, eens te meer wordt hij door aardse besoignes overmand en dwingt Amor  de dichterhand ter vers…

Andere plaatsen in de Canzonieri waar Laura in verband wordt gebracht met een ‘tesoro‘, een helaas meestal al begraven schat:

(links naar de originele teksten op Wikisource achter de Canzonierinummers)

  1. 190, r7: “come l’ avaro che ’n cercar tesoro”. P. jaagt op een  blanke hinde en vergelijkt zich met een vrek en zijn schat
  2. 227, r7 “et vacillando cerco il mio thesoro”. Hier is P. zelf ‘come animal che spesso adombre e’ncespe’ een schuw schrikachtig beest dat rondstrompelt op zoek naar zijn schat (Musa linkt het dier aan de ronddolende ziel in  Plato’s Phaedra)
  3. 263, r13-14: ” il bel tesoro / di castità” de hogere schat van eerbaarheid ook hier geplaatst in contrast met de materiële rijkdom  “perle et robini et oro” die nochtans ook de ogen uitsteekt
  4. 270, r5: “Il mio amato tesoro in terra trova,” Amor moet eerst p’s geliefde ‘tesoro’ vinden en tot leven wekken vooraleer hij haar dienaar wordt (het ‘giogo antico’ draagt).  Het lied besluit dat Amor toch geen tweede schat zal vinden die hem aan dit aardse leven kan binden…
  5. 291, r.5-6: ” O felice Titon, tu sai ben l’ora / da ricovrare il tuo caro tesoro;” hier is de schat Tithonus’ Aurora. De onfortuinlijke Tithonus die via zijn geliefde Aurora wel het eeuwige leven kreeg maar niet de eeuwige jeugd, is hier toch nog ‘felice’ in vergelijking met P. want die krijgt zijn Laura helemaal niet meer te zien.
  6. 322, r11: “o mio nobil tesoro” is hier het dichtwerk van Giacomo Colonna, die had een lofdicht op P. geschreven, het sonnet is zijn late antwoord, een bedankje aan de ondertussen gestorven Colonna. Interessant is de suggestie ‘tesoro’ = Laura = dichtwerk, dus, nog korter door de bocht,  dichten is de omwerking van de carnale liefde naar de hogere, vergeestelijke schat…
  7. 333, r2: “che ‘l mio caro thesoro in terra asconde” P. stuurt zijn treurrijmen naar de steen die het graf van zijn ‘caro thesoro’ sluit om haar te zeggen dat zijn uur ook nakende is.
  8. 362, r3: “esser mi par ch’àn ivi il suo thesoro” P. stijgt in gedachten mee met hen die al samen zijn met hun ‘thesoro’ in de hemel en krijgt aldaar te horen dat ‘vent’anni o trenta’ misschien lang mag lijken, maar dat zijn ‘destino’ ‘ben fermo’, goed vastligt.

Wat kunnen we uit dit mini-onderzoekje opmaken?

  • Laura als tresoro is duidelijk voorbehouden voor de dode, verhemelde schat, niet voor de aardse opgehemelde schoonheid (het woord komt niet voor in de eerste 189 gedichten en is daarna vrij frequent)
  • de evolutie in de relatie van de ik-figuur met zijn schat is er een die gaat van hebberige bezitsdrang naar gedetacheerde contemplatie
  • klaarheid wordt bij Petrarca verkregen via antithese, deze semantische strategie is ook hier duidelijk. Waar ‘tresoro’ eerst haar status verkrijgt door reliëf met aardse rijkdom en dito hebzucht, wordt het als ‘verworven goed’ een vanzelfsprekend onderdeel van de hogere sfeer. Het kantelmoment is wellicht 270 waar de aardse Liefde door haar onmacht definitief het onderspit moet delven ten voordele van de ‘mio amato tresoro’. Vanaf dan overheerst de graflyriek en worden de verliefdheid en de daarbij heersende pijnen verre reminiscenties en maken zij plaats voor een berustend afwachten van de verlossende dood.
  • De graflyriek en de cultus daarvan bij de dichters na Petrarca interesseert ons uiteraard omdat een van de weinige dingen die we weten over het leven van Maurice Scève diens ‘ontdekking’ van het graf van Laura is, een mythische gebeurtenis voor de door deze materie geobsedeerde sterveling, schrijver dezes. We zien met ons van tijd en plaats bevrijde geestesoog onze Maurice al gepassioneerd tot in de vroege uurtjes Canzone 270 lezen en herlezen en  des morgens  van Lyon naar Avignon spurten om dat graf te vinden.

 

waar gaat het naartoe?

geen idee, maar dit is alvast hier:

Here is the core of evil, the burning hell without let-up,
The canker corrupting all things, Fafnir the worm,
Syphilis of the State, of all kingdoms
Wart of the common-weal,
Wenn-maker, corrupter of all things
Darkness the defiler
Twin evil of envy,
Snake of the seven heads, Hydra, entering all things
Passing the doors of temples defiling the grove of Paphos,
neschek, the crawling evil,
slime, the corrupter of all things,
Poisoner of the fount,
of all fountains, neschek,
The serpent, evil against Nature’s increase,
Against beauty

aan de lezer

nkdeE4

DAPHNE, mijn tombe, dit, mijn val in haar
Die duren zal tot ook dit woord vergaat.
Venus niet, de ster waar ik naar staar,
Niet de boog, strak van liefde naar de haat:
Het zijn de doden die ik hier verlaat.
Lees de fouten in mijn epigrammen,
Lust deed mij ze schrijven, dit is mijn daad:
Liefde weerstaat de hel van haar vlammen.

HET LEED NIET BELIJDEN

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd). Dit is mijn update van Scève’s achtregelige opdracht ‘A SA DELIE’:

A sa Délie

Non de Vénus les ardents étincelles,
Et moins les traits desquels Cupido tire,
Mais bien les morts qu’en moi tu renovelles
Je t’ai voulu en cet Oeuvre décrire.
Je sais assez que tu y pourras lire
Mainte erreur, même en si durs Epigrammes :
Amour, pourtant, les me voyant écrire
En ta faveur, les passa par ses flammes.

SOUFFRIR NON SOUFFRIR

ontkenning

boomaria

Ik ben ontkenning van mijn geschriften
Mijn woord is wet, krast door het perkament
Het blad is vlies, kleed om op te liften
Ik schrijf dit niet, ik ben niet permanent
Mijn lijf is heet, dat is mijn testament.
Lyriek is niet wat er geschreven staat
Lyriek is vrij, nu & hier waar het vergaat
Ik wil jou niet, maar jouw hijgen, de jacht
Op het schone, hoe jij in mij ontstaat.
Mijn woord is dood, lyriek is als je lacht.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

initiatie

reva_vleugel

Ik schenk jou mijn verlangen, dit heelal,
De  sluier der stelsels vliedend van nu:
Mijn woord, dit hier, het was er altijd al.
De tijd is daarvan teken, residu:
De eeuwigheid is nu, niet continu.
Omarm mijn waarheid als warmte, gebeuren:
Mijn liefde is dans, zweet, zang & geuren.
Ik geef jou mijn wereld, tedere bries
Die je toekomt, het trillen van kleuren,
Orkaan van lust omdat ik jou verkies.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

aubade

voor s.h.

ophelia_inoculata

De volte van mijn eenvoud keert in jou,
Het licht verschuift, mijn stralen daagt je uit:
Verblind, jouw tranen parelen als dauw
& Schaduw glijdt als strelen van jouw huid
Het git wordt wit, & kleuren breken uit.
Mijn woord is weelde op je lippen, zucht
Mijn hand het woelen, witte wolkenlucht.
Jouw lichaam wentelt zich in lust, in mij
Jouw zang komt los, haar schoonheid is berucht
Diep spreek ik mij uit in jou, & jij bent vrij.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

she’s like a

mistboomDe huid die ons omsluit heet eenzaamheid
(in termen van gemis: gevangenis).
De trage daad waarmee zij van mij glijdt
schenkt mij een lijf lang wat vergiffenis
(je ziet de liefde weer die er niet is).
   Dan & daar toch worden wij ons waardig,
tot ons hersteld, fier & sterk, evenwaardig.
Ik herhaal mijzelf in haar, oog in oog
lijkt de wereld op wat ik vervaardig
(de zon in haar gelaat spelt regenboog).

LAIS is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

Bewaren

Bewaren

zelfportret, zonder

Kamer, leeg salon. De zetels staan er,
aan de haak mijn harnas , jouw nachtjapon.
De woorden die wij waren vergaan er.
Non Si Non La: gebrek is levensbron.nonsinonla
De schilderijen zijn een liaison,
Hechter dan wij waren, doods in elkaar.
Ik zag mijzelf, het is een oud gebaar.
Het vuur brandt nog, ik wou het liever zo,
Je mag de hoop niet doven, hier of daar:
Het is & blijft een droom, een risico.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

nergens

EL

Ik ben de bodem die ik niet bereik.
Ik ben het vallen dieper in het zwart.
Ik was een daad, maar smelt als sneeuw in slijk.
Ik was een woord, maar ben tot naam verhard.
Ik word gezegd, gezicht, dit boek is hard.
Wij vinden slechts elkaar in ons bestaan:
De taal heeft ons met liefde aangedaan,
Wij zoeken iets dat nooit iets ergens was.
Ik ben geheel tot niets in jou vergaan:
Ik was mijzelf pas toen ik nergens was.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

parel

nekel

Ik wil schoonheid schoonheid laten raken
Wimpers langs mijn lippen, hier, oog aan oog,
Stil, je lichaam zee, je ziel een baken:
Beweging is het doel van mijn betoog.
Jij wordt moment waarin het nu bewoog,
Straal waarmee het licht zichzelf betekent,
Een stroom die in de stroom zichzelf herkent,
Parel in de zin van jouw verlangen,
Geheim dat in een zucht jouw naam bekent:
De wereld breekt, barst, brult de gezangen.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

perforatie

theShellsacraterdoor een veld van afgeknotte stengels
bevroren aarde, lage zon, verblind
verkleumd, de kraai crowd (ik breek mijn engels)
mischief brokkelt af mijn woord, niets verbindtmijn stelsel nog, eyes break, mijn huid vertint.
airborne mijn lijf wordt flies files lifes go up
in designated lies, my name’s a stub.
mijn hand crumbles into code, mijn dood
loopt dood in java. I halt. mijn wed is nood,
I run inside this genocide, mijn tijd
wordt uitgestrooid, de wind mijn bedgenoot.
falen wordt fragiel frail & jij bent spijt.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

Winterlied

li-006-5Fragiele poorten, noorderwind & schriel
De meeuwen krijsen aan het strand. Nood brandt
In de magen der verdoemden, de hiel
Is naaldhak, bijtend zuur, het droge zand
Verglijdt in de klemmende hand, de wand
Is leegte naar de andere wand, niets
Is volledig, het licht is van kant, iets
Heeft mij in mij als van papier verbrand.
Ik wil jou lezen & ik zie het niets,
Zwarte brij, zwaarte, inkt op inkt, mijn land.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

parel

dwijnenDag jij. Ik kus je huid, zilte parel
Van de dood die ons omsluit, ik draai om
& Om jouw zuil van licht, het is een rel,
Staatsgreep, vlecht, lok, ik voel mij heerlijk dom
& Slecht omdat ik vroeger dan jou kom.
Die ochtend dan. Ik blijf erin bestaan.
Jouw lach is goud, de zon wil in jou gaan.
Er is de nevel van jouw zijden kleed
Dat ik tot hemelrijk verhef, de maan
Heeft hiervan weet. Zacht zoen ik ons, mijn leed.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

tong

tingeling

Op het einde der tijden, de dood van de nacht
Zal ik als een ster verschijnen, minnaar
Van uw al. Ik kleur uw wangen rood, zacht,
Mijn licht is jurk, glijdende zijde daar
Waar uw oker zich onthult, huid, gebaar
Van u in het nieuws van mijn eeuwigheid.
Ik laat mij door uw leden leiden, scheid
Hemel van aarde, hel van ons zijn, lik
De tong van ons bestaan: stilte, waarheid,
Kilte in de klaarte, mijn woord ben ik.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

er

Er is geen god die hier voor ons bestaatburundiwich.
Er zijn geen wetten die ons leiden kunnen.
Er is geen vijand, geen duivel die ons haat.
Er zijn geen woorden die ons redden kunnen.
Er is leed dat wij met wrok verdunnen.
Er is spijt, verdriet dat wij niet willen.
Er is weelde die wij nu verspillen.
Er is schoonheid, diep in de lelijkheid.
Er is een zucht die taal doet verstillen.
Er gaat aan ons voorbij, haar dode tijd.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

schaal

wombchildDe steen der wijzen is een dode klomp.
Ons hart van goud is stervende, orgaan
Dat in mijn lichaam klokt, slokt, blind & lomp.
De hemel is een dunne laag bestaan
In de ruimte die ons is aangedaan.
De groene leeuw is driest, een bijtend zuur
Dat tijd verdrijven wil uit ons, elk uur
Verschrijft tot verlangen naar een metaal
& Ook de taal verkrampt de tijd tot duur:
Voor eeuwigheid, nergens, is er een schaal.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

nu

en

In de droom van mijn daden, de wilde
Schijn van het gebeuren, zijn de dagen
Mist & zon & velden die verstilden
Tot de kilte van dit leven, jagend
Naar mijn heetste dood, het nu verdagend
Tot ooit, een hier of daar of toch maar nooit.
In de daden die ik droom was er ooit
Het ergste ware, droom die daad doorbrak:
Ik, schim met mijn verlangen opgetooid,
Die u bezocht, uw zijn waar ik naar snak.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

last

DSC03211In het verdroogde oord van dit bestaan
Worden mensen woorden, woorden breken
Het licht is jaren ver van ons vandaan,
De zon straalt krom, enkel dit, de bleke
Schijn van het schone waar ik op reken,
Blijft in mij bestaan, alsof ik iets was
In dit tomeloze tuimelen. Past
Mijn hand niet in de handschoen van Uw niets,
Misschien? Heb ik iets misdaan? Is er last
Omdat ik van U heen wil gaan? Toch iets?

de verstomden

“O, der Wansinn der großen Stadt, da am Abend / An schwarzer Mauer verkrüppelte Bäume starren”
Georg Trakl – An die Verstumten

MLEFITV008

Grotesk doorschoten grauwe berg bederf,
In plas & blik vergeefs een spiegel zoekt
Zich het mismaakte, schuift van erf naar erf.
In lekke kelen Waanzin gorgelt, vloekt
Dat Zin alhier geheel is opgedoekt.
Hoeren dealers druipen door de straten,
’t Herenwijf heeft ons reeds lang verlaten:
Zijn dronken geraamte sjokt naar de put.
Er is geen ziel meer om nog te haten,
In gaten het Niets verhardt zonder nut.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

wonde

” Wenn es Abend wird,
Verläst dich leise ein blaues Antlitz.”
Trakl, Verklärung

collabcing_a

Blauw, violet met purperen vruchten
De avond vouwt zich langzaam de handen
& Vogelzang waart weids door de luchten.
Streng de nacht bekruipt de trage wanden
& Zon bloedt uit in wazige randen.
De peulen der graven barsten open
In het wit van de maan, lijken lopen
Doodsdronken het dorp uit, de velden in.
Etter komt de lijven uitgelopen:
Mijn wereld is wonde, wild is uw zin.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

Nachtlied

“Gewaltig ist das Schweigen im Stein”
Trakl, Nachtlied.

0

De zwaarte is het zwijgen van de steen
Hemelsblauw dat tot het zwarte verstart:
Onbewogen gaat alles van ons heen
De ruimte is de leegte in ons hart.
Het onverschil, het buiten maakt ons hard
& Vogels dragen maskers hedennacht.
Het donk’re water waar de maan in lacht
De bleke bodem lokt, haar licht is koud:
Het is van huiveringwekkende pracht.
De engel die ons roept, is vuil & oud.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

er

sickseven

Wanneer ik mij richt naar het bestaande
Vindt de wereld plaats in mij. Er ontstaat
Gelegenheid, tijd voor wat er gaande
Is. Mijn gedachte is dan wrede daad:
Geboren woorden hebben immers haat
Voor wat hen van het onbestaande scheidt
Omdat hun zin niet naar het ware leidt.
Pas wanneer jij dit ook klank & waarde
Geeft, horen zij zichzelf met wrok & spijt
Zo letterlijk weg, niet hier op aarde.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

woud

roseofrecursion1Wij zijn woud waarin wij samenkomen
Wij worden handen doorheen de varens
Wij strelen het zuchten door  de bomen,
Wij worden één & zonder grens:
Wij zijn elk anders onszelf alvorens
Wij in het donker tot elkander vergaan
Wij blijven los van jij & ik bestaan
Een adem die als nevel in ons hangt
Een woord, een droom die niet meer weg wil gaan
Een jij die mij, een ik dat jou verlangt.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)

jeremiade

op de wijze van André Hazes

dv 2014, Dizain #450, voor Dondeyne

Ik word het liefst van al door jou versierd
Niemand anders kan mij meer bekoren
Ik ben als ruimte voor jouw sterrensliert
Heelal heb ik mij aan jou verloren
Ik ben jouw kleed, dit lied, jouw toebehoren.
Dus doe maar alsof jij mij niet kent
& kijk mij aan als was ik vreemd, een vent
Wiens lijf je wil, wiens jeremiade
Jij luide horen wil, hier, alomtrent
Berg mij in jouw land van lust & schade.

DAPHNE (werktitel) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd)