voorbij

kleurherstelavvoor N. L.

Deze wereld is de onze niet, mijn lief,
Wij beven niet in vreze voor de nijd:
Wij hebben aan elkaar genoeg gerief
& In een kus is hier de eeuwigheid.
De Kathedraal bevrijdt ons van de tijd,
Ons zoeken dat nu vinden, bouwen is:
Licht doorkruist ons, dwars door duisternis,
Jouw klare zingen [vangt al aan in mij],
Een klank die boven mij verheven is,
Jouw zon in het rozet gaat mij voorbij.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

rij na rij

val2voor N. L.

Schaduw van het licht komt altijd te laat
& Het gebrek is geen gebrek van jou,
Jouw zijn is wat er daar in hen vergaat:
Hun duister kleurt jouw hemel hemelsblauw
Hun zwart is klaar, ik zie slechts licht in jou.
De tekens van de tijd verarmen mij,
Daden, onleesbaar rij na rij na rij,
Wereld die in mijn droom van jou vergaat,
Ik heb geen spijt, er is geen nijd in mij:
Jij bent de tijd die nu voor mij bestaat.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

verbeurd

voor N. L.
weg

De steden die de heren beheren
De heren die de steden verteren
De namen die de plek der heren eren
Letters gaan aldaar met hen verzweren
Vage krassen bij het vuur der heren.
  Ik heb mijzelf in jou verbeurd verklaard:
Ik hou nu op, ik ben tot Niets bedaard,
Mijn lijf is licht, ik ben voor jou gezwicht,
Mijn duister is tot zonneschijn verzwaard:
Jij hebt in mij jouw hemel aangericht.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

instrumentaal

twirl

voor N. L.

Ik wou jou vatten in een klankgedicht
Jouw naam verletterd tot een toverspreuk
Jouw stem de roep waarvoor ik gaarne zwicht
Bazeltaal met intellectuele jeuk,
Perverse onderstroom, dat is zo leuk!
Ik zie jou nu, het wonder dat je bent:
Der minne eenvoud word je nooit gewend.
Ik: jij leert mij om mij heen te kijken
Naar het lege waarin ik word gestemd
Tot instrument, ’t Niets dat wij nu ijken.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

meer

DSC07431

Het is zo donker dus ik stoot wat om,
Glasbreuk bewijst het naakte van voeten.
Ik word wakker & ik weet niet waarom,
Is er toch nog wat dat wij U moeten?
Was ’t niet genoeg?  Moeten wij nog boeten?
U heeft mij laatst nog de keel gewrongen
(U was in dromen binnengedrongen
& Eiste liefde op die u niet kent),
Wij beefden in uw nijd, maar toch zongen
Wij, wij,  het schone dat U niet kent.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

visioenen

‘But these visions of Johanna, they make it all seem so cruel’
Bob Dylan, Visions of Johanna

elijk

Geen mens kan jou ooit nog evenaren,
Jij hebt de plek bereikt waar ruimte tijd
& Tijd weer ruimte wordt. Mijn gebaren
Stremmen in stilte nu, & zonder spijt
Om hun bewegen, ooit een bron van nijd,
Strijk ik jouw lijf dan aan, een woord van glas:
Ik zie wat komt, wat is, & wat er was.
Ik drijf uit mij de verzen die ik maak
Ik ben niet daar, geen woord waarin ik pas:
Jij bent het schone, dat waar ik niet raak.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

het trieste van de liefde is haar lied

https://www.youtube.com/watch?v=ZVITZUQ_uIU

fruitVliegteksten_kleur

Ik leg de wereld nu aan banden, schat,
‘k Verjaag de ratten,  & spoel weg het slijk:
Ik druk het mormel mensheid in ons plat
& Leg het aan ’t infuus van jouw gelijk,
Want jouw zijn is rein & het maakt ons rijk
’t Schone  te ervaren dat verscholen is
Onder de pijn, & ’t kwaad, de ergernis
Die onze stem ternauw geen klank meer laat.
  ‘k Doof ’t vuur in d’asse van geschiedenis:
Ik zet ons op de weg  waar jij al gaat.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

legaal

othoon_3_500voor N.L.

 

Elke moment in mijn geschiedenis
Is één met wat mij heden overkomt:
Elk beeld dat in mijn hoofd gevangen is
Al ’t vergetene dat in mij verstomt,
Is nu een roos, elk blad rond jou gekromd.
Ik heb de dagen in mij afgedaan
Ik leef geheel in jouw bestaan voortaan,
Ik heb ’t oude zonnelicht nu afgezet
& ’t Gloeien van jouw lamp al aangedaan:
Jij bent als nacht, als zon, als maan mijn wet.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

adem (home made)

donkeroranje(pour ma lampe d’air)

Mijn adem is jouw adem & een kus
Mijn lichaam is jouw lichaam & een zucht.
Ik ben in jou verheven, Niets, een lus
Van jou in mij & ik verstuif tot lucht,
Verstrengel vuur met lucht tot vlucht:
Laat ons in elkaar verweven zweven
Laat ons in elkaar elkaar beleven.
Jouw adem is mijn adem in een lus
Ik zucht, ik ben uit mij geheel ontheven:
Jij bent het Niets dat ik nu vurig kus.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

wielewaal

LO_2009_0042045, in a place not so far from here

Oud, getaand daar ’t vele lusiteren
Met in hun splitsen steeds de scheve klok
Die schaarslagen lang de tijd wil weren
Uit hun schuilen in ’t dorpse dichtershok,
& Elk geruis van pijn verguist tot  tok,
Verstaan voortaan de dichter & zijn vrouw
Elkander in hun stille Iets op ou:
Haar Niets dat werd verwoord tot Kathedraal
Zijn daad die slonk tot taal, totale trouw.
   Daarbuiten zong voor hen een wielewaal.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

de wil der schoonheid

voor N.L.
eloge_writing

Het schone is het schone dat in jou
Berust, & daar, aan randen van zichzelf
Zichzelf herkent, ontroering brengt & wou
Dat al jouw liefde werd tot één gewelf
Waar ieder schuilen kon, & ook jijzelf.
Jij hebt in jouw verdriet verdriet vergaard
& Pijn in pijn tot harde steen verzwaard.
Ik heb mijzelf in jouw bestaan herkend
& Mijn bestaan is nu in jou geaard
Want elke zucht van jou is mij bekend.

DIANA (voorheen Lylia) is een reeks van 449 dizains, een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

aan Hypatia

Mag ik je zien, horen, huldig ik op mijn knieën,
het sterrenhuis voor ogen, waar de jonkvrouw woont.”
Palladas aan Hypatia

Hypatia op het Klebnikov Bankje

Geen christenhond zal jou nog raken ooit
Geen dwaas kan jou met schande belagen
& Al het kwaad verschuift van toen naar nooit
Niemand moet jij nu nog ooit behagen,
Jij moet geen lafheid meer verdragen,
Jij bent zo vrij in mij als ik in jou.
Zie, lief,  hoe sterk ik  muren om ons bouw:
Elk woord van mij wordt klaar & vast & echt
Het onomstotelijke van mijn trouw
Jij bent de vrouw voor wie ik zing & vecht.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

 

versmelting, ochtendlijk

voor N. L.

isxsJij bent de diafane dageraad
Een weerschijn die de ganse nacht optilt,
Een rode sluier die in wit vergaat
Aurora die mijn wilde hart verstilt.
Ik zie het schone dat jij voor ons wilt,
Jouw licht dat dwars door tijd & plaats bestaat
De stille liefde ver van alle haat
Hoe wij verbreken, stilaan, in elkaar
De zegels van de pracht die voor ons staat,
Hoe alles aan ons smelt tot één gebaar.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

tjilp

beurtman_A2

In ’t donkere woud van mijn verlangen
Is dit, mijn zang, mijn uitverkoren daad.
Ik dien tot niets, ik dien geen belangen
& Zang verdwijnt als druppel rond het zaad:
Het is de ware naam niet van de haat.
Wat leeft in mij, leeft overal: de taal
Vereist een slotakkoord aan elk verhaal,
Kabaal verslikt zich in kabaal dat moet
Omdat het moeten moet, ik zing, ik haal
Het niet, omdat ik nog beginnen moet.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

licht

prins witje & de sneeuw

Er is teveel.  Ik schakel alles uit:
Ik doe het licht uit want dat licht is niet
Jouw zon die brandt in mij, die weerschijn stuit
Op alle wanklank ook, die hoor ik niet.
Ik hoor jouw stem die mij in mij gebiedt
Tot onaantastbaarheid & mijn smaak
Verbeurd verklaart, mijn zwijgen wil, & ik maak
Een einde aan het geuren van de haat.
Het wordt sneeuwwit, dit blad waarin ik haak
Als niets in niets, een glans van zilverdraad.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

giacometti’s gave

giacometti_grande-femme-iv_l

Het lijf is een lijn,  teder huiveren
Van  ruimte in de ruimte die wij zijn.
Handen willen de handen zuiveren
Armen de armen ontdoen van de pijn
De wereld wordt in onze ogen klein,
Het lichaam punt in’t vlak van eeuwigheid
& Draagt zichzelf voorbij de lelijkheid
Tot waar jouw staren sterren doet ontstaan,
Tot waar jij ons in mij met jou verblijdt,
Tot waar ik schoonheid vind in mijn bestaan.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

vuur

dwijnen

Met het ranke, het reine van woorden
Die tot niets verdwijnen in hun zinnen,
In de klaarte van het hoge noorden
Waar het zonlicht licht in licht beminnen
Wil, opdat het onze kan beginnen;
In een verstrengeling van ik & jij
Tot wij, opdat het groter, mooier zij
Zo vraag ik nu & steeds jouw hand ter hand
Zo gaaf wil ik jou eeuwig aan mijn zij,
Zo traag beleef ik onze wereldbrand.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

voor diana

slierteen

Ik heb een stem gehoord deze avond
Die mijn dag aan eeuwigheid deed klinken
Niets nieuws was het dat mijn gehoor daar vond
Want ik hoorde mij in jou weerklinken:
Teder strelen dat in ons bezinken
Wil & niets nog van ons vragen, stilstand
Wil in dagen, een einde hand in hand.
Ik heb geluid gehoord die stilte eist
Witte kern van de immense brand:
Jouw liefde die mijn liefde ziet, verrijst.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

systems failure

mariee_det002

Jouw adem voel ik & jouw nabijheid al
Terwijl dit niets van nu mij hier beperkt
Jouw handen zijn alreeds gekend als mal
Voor ongevormde liefde die al werkt:
Ik voel mijzelf door jou al lang gesterkt.
Ik wil jouw lijf dat in mijn handen trilt
Ik wil jouw ziel die ons in mij verspilt.
Ik wil jou nederig ter dood beminnen,
Jij bent wat elke dichter schrijft & wilt,
Antwoord op de vraag in alle zinnen.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

nacht

voor N.L.

melancholia

Vlinders die elkander openwrijven,
Als harde diamanten in de nacht
Sterrenstof bekleedt de lieve lijven
Bij hun labeur dat niets van hier verwacht
Maar van de hemel wil de pure pracht.
Wij, als nacht zo nodeloos geboren,
Zwart op zwart & in dat zwart verloren:
Wit licht dat om zichzelf verlegen zit
Te wachten tot goden ons verhoren
Met diep in ons van elke god de pit.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

diamanten

LO_2010_001

Wij beleven thans het diepe duister
Een weldaad van de nacht die ons ontziet,
Wij hangen in elkaar,  sier & luister
Wij zien elkaar, maar elkaars ogen niet:
Dit is een vreemd & woordenrijk gebied.
Hier heb ik jouw klare licht ontvangen,
Hier is enkel actueel verlangen,
Daar is niets dan nijd, een droef beleid:
Het wil het nu aan het niets verhangen
& Al jouw schoonheid aan een vlek van spijt.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

weg

daphne_apollo2

Op het reine pad van jouw afwezigheid
Herken ik elke karteling, hoe jij
Niet bent waar ik besta, hoe jij wegglijdt
Van het vaste rondom mij, & hoe wij
Ontstaan volledig aan het niets voorbij.
O neem vannacht mijn beide handen vast,
Lieveling,  voel hoe alles aan ons past
Als ons in ons, rivier van het bestaan
Weg die weg is, water dat water wast,
Het eindeloze in elkaar vergaan.

DIANA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

de kloof (nieuwjaarsboodschap van franz kafka aan zijn afwezige geliefde)

lamandaii

[lamandaii]

“Bij starten van het spel wordt om MSD 1 gevraagd. De kopie die je nu hebt, voldoet niet, omdat daarop niet de beveiligingscodes staan, die wel op het origineel staan. Doe dus voor je gaat spelen eerst het volgende:

  • Stop het spel
  • Reik met  je beide handen zo hoog je kan naar het zwarte gat van de hemel en roep “HIER”
  • Kopieer het hier bijgesloten programma real2.exe naar die plaats
  • Start het spel opnieuw. Klaar!

Veel plezier!”[i]

Op het besloten vlak van onze perceptie doet het leven zich voor als een voortdurend bewegen. In dat bewegen onderscheiden wij fictieve objecten, onbestaande plaatsen & een illusoir verloop van tijd, zodat wij het bewegen als leven kunnen benoemen, het in het bewegen van ons begrijpen (in de al even fictieve stilstand van ons begrip, een voortdurend verschuivend netwerk van interactieve bewustzijnsintensiteiten) kunnen vatten, het in het graf van de taal kunnen opslaan & doorgeven als ware het een ware schat. Maar doorgeven aan wie?

“Ik kan mij geen groter geluk voorstellen dan voortdurend bij jou te zijn, zonder onderbreking, eindeloos, hoezeer ik ook aanvoel dat er in deze wereld geen onverstoorde plaats is voor onze liefde, niet in het dorp, noch elders; en ik droom van een graf, diep en smal waar we elkaar in elkaars armen als in klemmen konden slaan, en ik zou dan mijn gezicht in jou verschuilen en jij zou jouw gezicht in mij verschuilen, en niemand zou ons ooit nog zien”[ii]

Op het gladde, met slijm bestreken oppervlak van onze perceptie houden wij ons staande door een algehele negatie van het bewegen rondom ons in de taal, door het weven van een kleed van intellectuele grandeur rond het voortrazende tumult in ons bewustzijn & door de maskering  van het woekeren van het sterven in onze lichamen, een camouflageproces  dat harmonieert met de maatschappelijk opgelegde onderdrukking van onze voortplantingsdrang. Al onze bewegingen worden er aldus op straffe van verbanning op gericht om het leven, de ene beweging waaraan alles onderhevig is,  te ontkennen. Dood is alles wat wij wakker zien, & wie het aandurft om op het levende te wijzen, wordt als ‘homo sacer’ ontmenselijkt & wordt aan de willekeurige vernietiging door het repressieve apparaat van de staat blootgesteld.

Maar het binnen van onze perceptie bestaat slechts dankzij het buiten dat in de definitie ervan besloten ligt: de illusoire houvast van ons plaatsbegrip berust op deze fundamentele topologische operatie. Onze overmoed bestaat er in deze humane beperking als waarheid te willen opleggen aan het Reële, een moorddadig antropocentrisme dat zich vermomt achter de sluiers van de menslievendheid, achter de schijnsuccessen van het technokapitalisme & achter de ontegensprekelijkheid van de mathesis, de wildgroei van het logicisme.

Wij kunnen niet anders dan onszelf zien als het Centrum van het Gekende Universum, maar dit menselijk falen dreigt ons te vernietigen als wij het niet als dusdanig onderkennen. Een tweede Copernicaanse revolutie dringt zich op: de herpositionering van het humane aan de zijlijn van het immense buiten, de absolute exterioriteit & een opheffing van de natuur-cultuur dichotomie want al het menselijke is óók natuur, wij zíjn het milieu dat wij vernietigen. De huidige economisch-klimatologische  ‘crisis’ is immers de logische uitkomst van de humane doodsdrang, het suicidale karakter van de humane ‘natuur’ die wij in het leven riepen om hem vervolgens te kunnen redden van onszelf. De natuur valt niet te redden, want ze heeft nooit bestaan.

In dat opzicht is een strategie gericht op acceleratie van de huidige instorting van de kapitale orde misschien een betere optie dan deze orde in stand willen te houden ten kosten van miljoenen mensenlevens die buiten de mediaperceptie dreigen verloren te gaan. De kapitale slang heeft zich al lang in de staart gebeten: neem voldoende afstand & laat ze vreten. De vraag blijft wel of er ergens nog voldoende afstand genomen kan worden. Daarom is er allicht ook nood aan een virale herschrijving van het suicidale humaniteitsprogramma zelf. Hiertoe kan de code van het religieuze in haar diverse uitingen doorheen de geschiedenis aangewend worden om te streven naar een renaissance van de humaniteit, een hergeboorte die zich in volle aanvaarding van haar aanwezigheid, afwendt van het negatieve & een integristisch pad naar duurzaamheid blootlegt. Na de dood van god die buiten het humane stond en ons de mogelijkheid gaf om onze onmacht onder de mantel van zijn liefde te verstoppen, is het misschien tijd voor de bewuste creatie van een godin die leeft in ons, waaraan ieder en al het bestaande deelgenoot is en die de (zelf)haat uit onze harten kan verdrijven.

Want gebeurt het niet zo dat, wanneer onze geesten zich tot grote sufheid hebben gewenteld in de artificiële paradijzen van onze middels grootschalig georganiseerde moorddadigheid gebouwde schelpen, in onze tere & poreuze uitdraaien van het Kapitale Programma, wij  overvallen worden door immense angsten, ondraaglijke vernauwingen van de anders zo kalme zee van ons bewustzijn, een verschrikking aan gemoedstoestanden waarvan wij in meer alerte toestand vermoeden dat wij ze zullen moeten doorstaan in het onafwendbaar naderend uur van onze doodstrijd.

“Je hoeft je kamer niet te verlaten. Blijf daar maar zitten aan je tafel en luister. Je hoeft zelfs niet te luisteren, wacht gewoon, wees stil, zwijg in eenzaamheid. De wereld zal zich vrijwillig aan je aanbieden om ontmaskerd te worden, de wereld heeft geen andere keuze,  de wereld zal zich in extase aan je voeten werpen”[iii]

Gebeurt het niet zo soms, dat het leven zich openbaart als het Echte, de afgrond van het Reële, de weerzinwekkende Diepte in het immer voortsnellende splijten van de Kloof, een onhoudbare, fatale corrosie van de Orde van het Woord. Op dat ogenblik, uiteraard, sluiten zich de rangen, want het leven dat zich aldus aan ons openbaart kan, omdat het ons tot in onze diepste gedachten vernietigen kan & zal,  door onze onmacht enkel fout begrepen worden als de Dood, het fictieve einde van onze wereld (die niet de onze is, want de wereld is de wereld is de wereld … die wij zijn) dat wij in ons binnen als een kanker hebben gecreëerd, een monster dat wij dagelijks voeden met onze haat, die onszelf treft, of het herkenbare van ons in de spiegel van de Ander.

“In het uur van de waarheid sluiten wij de ogen, en wachten tot het uur van de waarheid voorbij is”[iv]

& Wij bezweren dus het Leven met het Cijfer van de Dood.
& Wij vluchten in doodsangst van de diepten der Kloof.
& Wij trachten onze vrees te verlichten met het frenetieke exalteren van Orde, Reinheid & Vooruitgang.
& Omdat wij zo talrijk zijn, slagen wij erin om het Leven terug te dringen tot op een veilige afstand, daar waar het weer vergeetbaar wordt, negeerbaar & beheersbaar.

& Er klinkt gejuich in de kerkers van onze steden. & Onze leider richt tot ons zijn woord om ons te bedanken voor onze keuze. & Zijn woord, omzwachteld met de diepste geulen der leugens, vervult ons geheel met vreugde. & Zo glijden wij weerom geheel gerust verder naar onze ondergang.

“Maar jij mijn lief, jij allermooiste omwenteling van mijn verstrengeling in het licht dat jij bent: heb lief die dood in jou, want die dood is niet het sterven, maar de verstarring van het leven, onderhevig aan de wetten van het woord. Heb lief die ter dood versproken dood, bevrijdt met mij de levende godin uit de kerkers van de haat.”[v]


[i] lichtjes bewerkte READ ME van een illegale copie van SIMS 2

[ii] Franz Kafka, Het Slot.

[iii] Franz Kafka, Aforismen

[iv] Grapes of Art

[v] gefingeerd citaat

godin, het pleonasme

oploop

Nu in duizend ongedane daden
Reeds jouw klaarte oplicht op mijn pad
Al die opgespannen levensdraden
& Niets nog wijst op alles dat ik had
Verborgen in het draaien van mijn rad,
Nu ik jouw licht als licht ontvangen heb
& Ook geen zwart meer in mijn duister schep,
Nu voeg ik schoonheid bij mijn dwalend woord,
Nu geef ik zin aan tekens in mijn web,
Nu is mijn bidden toch in jou verhoord.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

de onherstelbare tragedie van het geheugen

monorailzipbikini

In liederen herinner ik wat ik
Al zingende vergeten wil. Ik wil
Het diepe zwart dat ik bemin, & ik
Ben sluitsteen voor het duister dat ik wil,
Voltooiende word ik mijn eigen schil.
Haar ogen branden mij, haar lijf is vuur,
Haar lach is goud & slaat mijn laatste uur.
Er is geen tijd waarin zij niet verdwijnt.
Mijn leven heeft geen zin, mijn zin geen duur:
Ik blijf mijzelf tot zij in mij verschijnt.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

straleneinde schitterkrullen

dv december 2008

Op het einde van jouw stralen, waar licht
Zichzelf verlaat, aan het raakpunt van jouw
Schoonheid waar al het aardse zucht & zwicht,
In zwarte stilte achter hemelsblauw,
In gouden druppels van de ochtenddauw:
Jouw ogen zinken niet, jouw lach klinkt klaar,
Jouw hand herhaalt de ruimte als gebaar,
Jouw haar verstilt de tijd in dat gebaar
& Alles haakt met alles in elkaar
& Ik ontdoe mij van het lijden daar.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

isjtar

Asgrauw de bladeren als bloemen
Hun rot op aarde braken & takken
Te kandelaren staan op de doemen
Te wachten de vloeken het inhakken
Van woord in vlees, & loom te tandakken
De gelaatloze godin staat op het groeien
Haar klemmen te plaatsen & haar boeien
Strak rond de enkels & de hals te slaan
& Haar wraaklied hoorbaar in het loeien
Van stormen rond zij die ne’er is gegaan.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

eens

Dr. Hugo Heyrman – Reality XL -2008

Golfplaten licht gestaag hun koplampen
Trekken de mist het dal in waar ’t duistert
& In de hoop van bestemming dampen
Hun nekken nijg naar voren gekluisterd
& Naar de nimf heeft niemand geluisterd.
  Wielen ter plaatse verdraaien de hel
Tot verplaatsing & de hemel bekt fel
Van slijm & vooruitgang & gefluisterd
Bij  kraaien de spreuk was hier als een spel,
Maar naar de heks heeft niemand geluisterd.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

bosbelletje

Tingeling ging wat ‘r in jouw ogen hing
& Ik dook weg in ’t donkergroene loof
Want daar dat al stoof weg het was geen ding
Die duizenden libellen in de koof
Die dichte zwermen licht in jouw alkoof.
  Jij was niet hier ik was niet daar want daar
Werd hier & ook de tijd kwam in gevaar
Omdat de ruimte prangde om dit al
& Niets dan jij werd ik dan plots gewaar,
Jouw nimfenkleed vol leegte overal.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

bereik

Bevrijd klim ik de berg op die ik ben:
Woud van donkergroene panterogen,
Pad langs de ravijnen, val die ik ken,
Geblakerde ravage, het hoge
Ijs dat kelen stokkend met haar droge
Wind mij van mij ter dood weerhouden wil.
  Maar ik weerleg mij dat ik beef & ril
Ik voel mijn klim & wil de einder tonen,
Verte, diepte waarvan ik ben de schil.
  Vallei ben jij,  rijkdom van het schone.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

komeet

Onaflaatbaar brokkel ik in slierten
Af rond u, nu u met de duur van vuur
De nachten splijt & het ongedierte
Nijd & Spijt & Eenzaamheid & elk uur
Met uw aanwezigheid verdrijft, elk zuur
Verzoet, ’t gemoed van bitterheid ontdoet
& Kolkt van lust & leven in mijn bloed.
  Ik daal in zwermen sintels gloeiend neer
Ik los mij lavend’ in u op, uw goed
Bevrijdt mij van de tijd, ik sterf niet meer.

 

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

LYLIA 1.1

versie 1.1 van LYLIA in afdrukbaar pdf formaat

-zo’n 250 dizains op 142 pagina’s met een index van de eerste regels ( alle behouden dizains tot nu toe, revisie tot 30/06/2012) –

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

Meldingen van spelfouten en syntactische onregelmatigheden zijn erg welkom op dirkvekemans@yahoo.com of als reactie hier!

erotische ellende

Mijn hand ligt mij zoekende  in jouw hand
& Jouw hand is zoek in mijn hand, de taal
Is die van ledematen, een verband
Dat aanspraak maakt op de vraag, een haal
Naar antwoord tussen de dijen, verbaal
Slechts met de schijn nog te willen praten
Terwijl wij samen de kleren haten
Die ons van nu &  ons nog scheiden.
  Elke adem stokt & is gelaten:
Wij beleven een zucht van dit lijden.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

dialoog

Ik mis mijzelf meer dan ik jou bemin,
Dat zei ik haar, wijl ik met groots gebaar
Haar teder dwong & bij  haar binnenin
Een toverbol van lust ontspon, & klaar
Haar op de rijkdom wees, daar diep in haar.
  Hoezo, vroeg zij, terwijl ik uit haar gleed,
Bekleed mijn ik jouw zijn dan toch met leed?
  Toch wel, mijn lief, want ik ben nooit geheel
Mijzelf dan diep in jou: de tijd is wreed
& Leeg rondom & eeuwig klein ons deel.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

vergulde glorie, traag moment

(den dichter bij het aanslaan zijner tl-lamp)

Ik roer in mij om iets van jou te vinden
Dat lila is het niet & evenmin
Die golf van  haat, de vale winden
Die mij ontzeggen wat ik bij jou ontgin:
Goud ben jij in overvloed, ik begin
Een draad  van mij in jou te vinden, kwaad
Dat vooralsnog niet is geschied, maar gaat
Het wel om kwaad? Is er geen goed dat daarom
Staat, daar het door verlangen is gemaakt?
Ik zwijg nu maar. Jouw schoonheid maakt mij stom

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

lot

Er is wat er is, het is obstakel
Omdat er niets is dat werkelijk  is
& Alles is slechts hier als tentakel
Om niets te voelen, dat werkelijk is,
Zoals een meester kijkt naar zijn gemis.
  Ik ben een leerling van het ergste soort:
Ik heb de deugd in elke kiem gesmoord.
  Ik pulk het schone van jouw beeld in mij:
Jij hebt mij met die drang verstoord,
Ik denk aan lijf & daad & dat ben jij.

 

 

 

 

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

marvels of despair

De avond valt. De wolken bulken zwart
Over de toppen der bomen. Onder
Mij gaapt het dorp als een uitgerukt hart.
  De droefte is haast een wanhoopswonder,
Trieste schoonheid die ik diep bewonder,
Want eenieder kent dit donker klagen:
Het is leed dat in zichzelf behagen
Schept, in het moedeloze vreugde vindt
&  Niet wil de dood naar nooit verdagen,
Maar het sterven zelf als haar grond bemint.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

herfstglans

Diep gefonkel in geheugensgroeven,
Jouw glans in droefte van herinnering,
Verre schimmen die mijn zicht beproeven,
Visioenen van het lijf dat ik bemin,
Prognose van een nieuwe kronkeling?
  Mijn lot is rond mijn lust een ijle krul
& Leegte is de plicht die ik vervul.
  Terwijl ik naar het kille buiten staar
Ben jij hierbinnen wat ik mij onthul:
Perfect gebrek, als licht zo fel & klaar.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

DreamGate (Kristus Kut – Oneironaut #1)

[eerste van een reeks dizains bij muziek van Kristus Kut: Oneironaut is release DP020 van het Donkse Oog]

Onyx bezet haar zwiepstaart aardwaarts schuift
& Plet bij grondlage zwavelluchten traag
De nijplarynxen, trillippen gehuifd,
& Bij opspattend schedelgruis nog vraag
Oplucht: dienaars worden wij corpofaag
De armen van hand ontdaan, gekopstanst
De stompen vreten zich naar ieveranst
De geurige aasgang doorboort gans de vaalt.
  Wij zijn de ruwe aars van de hemel, angst
Schuurt ons tot memel: de DroomPoort is Naald.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).

verkenning

(antwoord op een dizain van Ludy Bührs)

Vergeef mij, schone, dat ik even niet
De weelde van jouw schitteren bezing,
Dat niet jouw gouden lokken nu mijn lied
De zang ontlokken, drang die ik bedwing
Omdat ik zag & mij als enkeling
Gevangen weet in nog een dieper zwart,
Dan waar jouw licht zo heilzaam vond mijn hart.
   In mijn zoeken naar de grond van lijden
Trof  plots het ware mij, streng & hard:
’t Zijn de sluiers slechts die ons verblijden.

LYLIA, een reeks van 449 dizains is een hedendaagse herschikking van de Délie van Maurice Scève, een werk, verschenen in 1544, dat op haar beurt veelvuldig verwijst naar de 366 canzioniere (del vario stile) van Francesco Petrarca’s grote Liedboek. Een dizain, in de strikte vorm die Scève (en ook ik nu) hanteerde, bestaat uit tien verzen van tien lettergrepen in een vast rijmschema (ababbccdcd).