ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

LOS

so[ro]res


zusters lieve zusters wees toch lieve zusters f* (sorry) mild voor ons alles immers (ook dat wat blijkbaar levensvatbaar was) is weer helemaal wég no f* (sorry) virus found in outgoing message –  checked by AVG Free Edition 7.5.430 zoals het mondje thuis glinstert, zo ook de opdrachtenlijst: kinders … aborteren; stoelpootjes … afzagen letters … uitgommen … als een hangend handje dat als een hand van g*d (sorry) de […]

Lees verder →

met Isis de trein op


Bij het zich tijdelijk wegcijferende slingeren der intensiteiten kwakt de hylomorfe fluim landschap mij het spiegelraam op. In onderscheid ik ontwar het ingewikkeld zijn der lijnen: beeld van het beeld dat ik u aanstamp, hic et nunc. De krullen. Kent het geen vorm of mal waaruit winst sectorieel sijpelen kan, zo is er geen hand die lippen dermate labiel in die wolk kan strepen. Jij. Toch is zoekgeraakt onderweegs onze […]

Lees verder →

ode aan helena


  heur slibber-gladde strengen haar de oogopslag in / de inval op het oog uit, de wilde blik wild op het bordeel van de hoop; op de stoeprand van de beleving; in het met kunst bemetselde portaal der banale tastbaarheden; de rode gloed van haar welwillende lichaam de amstel in; de seine in; de [mijnRivier] in; op de kleffe deurmat van de dood; in de ros-fluwelen gaanderijen van het niet; […]

Lees verder →

de koorzangen ik


Het werkpaard recht de rug het werkpaard spreekt: “ Gunt mij het recht, het slecht, het oud, het all-gemeen, het onbemorst gebruijck van wat ghij hebt gesproken” De stal knort & draait zich om in haar stal morst wat mest op het stro & de hoop druppelt een fijn straaltje geel in het gele spaarlampenlicht. Het licht loopt uit, het herfst alom & het baalt om het beest dat staande […]

Lees verder →

het snotjoch g*d


wij uw steden ingelokt ja wij die wij zijn: de spotziekte met haar vrieskou grijnst ons aan, de pneumatische hechting niet onze handen aan het asfalt wijl de oorlappen op de lellen opwippen en de order gedwongen flatlandinlijving de blauwe armpjes in een stalen vat brak water steekt; wij zijn die wij zijn: de mouw die ons klef omvouwt wijl de in troostmist rijzende zakzon de laatste boomgezangen leegvreet, wijl […]

Lees verder →

radicaal


Passie is een enkelinge, ze strompelt als vergeet-mij-nietje uit de keuken, verspreidt het woord vanuit de Naad & is het eens met het vuil onder de tegels, zwiert de N van haar set bij een bos uit de kleren, sleutelt aan rozen, weet dat het een roos is, roos is, roos op, roos af, die roos, vezel per vezel, 1 bloemblad per bloedbad, 1 rampspoed per stengel of ze slaapt […]

Lees verder →

Zijn en Pijn


I Als je met jouw teen, jouw grote Teen, tegen een uitstekend Randje van de Badkamertegels in de Bad- Kamer stoot, waar Zich het vollopende Bad bevindt, dan is er, mijn Liefste, geen hoger- of achterliggende Tegel achter of vóór die Tegel waartegen jij je de Teen stootte & evenmin kan er ooit nog Ergens een Teen de jouwe genoemd worden die zich aan het stoten nog onttrekken kan.   […]

Lees verder →

visionair


mijn werk een dode klomp lood die door de rotte draden van een zakdoek zakt.   2006-2017, uit “HEMELNETLYRIEK – Lyrische teksten van vilt.skynetblogs.be 2004-2007” P.O.D.-boekje in voorbereiding     De serie ‘Gedicht van de dag’ geeft sinds 2/06/2017 dagelijks, in de laatst bewerkte versie, een andere dv-tekst met dagelijks een ander dv-prentje. (gelieve taal- of spelfouten of andere stoorsels te melden als reactie hier, dank!) Leve de Praktijk van […]

Lees verder →

Kunstberg


De mens is massa & de mens Massa heeft massa, massa bulkt uit & de massa is er & er vormt zich In het klankloze wemelen der te water gelaten woorden wier plaatsen niet te onderscheiden zijn van wat er plaatsvindt, daar, bijvoorbeeld, waar her en der een maagd in heilig oliesel draaft/drijft Apollo driemaal daags op Daphne jaagt/zwoegt &/of enkele nette heren een Wahnseeconclaaf beleggen er vormt zich aldaar […]

Lees verder →

de badwaternimf


Wat slokt in het bad is het opgezogene spuugzat, de angel verzweert diep in de cervix. Hellebaard. Wat ’n vaart. Snelste stijger na de sterfafslag is heden de weggooigeboorte (na de boodschap live vanop de belt): Aansluitend op de triomftocht met klokkenspel de  eensgezinde verankering: de klaptong klakt, de hoofddoek zakt. Ja het spartelt na! Snel, wapper wind in haar blouse, teken huid onder het strelen, veeg in hoogglans de […]

Lees verder →

prangel


Je ligt er afgewonden bij, een draadje ik klost dagelijks de aardkloot om & om & aan het eind daarvan daar spartel jij. Je danst misschien of iemand duikt je haren in maar zelfs je arm heeft weet van hoe het laken zal van de schouder schuiven. Handen klam op de rand. Groeven daar, een ferme kweek krasjes alreeds in het huidbeeld, wachtend op een lezing, vergeefs. Op je tong […]

Lees verder →

rif


  RIF De blinde wien het danst voor de ogen ziet er wellicht nog de grap van in. Wij meesmuilende wij de gelatenen wij verdoen & vergeven onszelf al doende zoals het een ruiterlijk toegeven is van dit ik aan zijn ontbinding, van dit lijf aan haar zucht, de lust die giert in de zinnen om niet hier niet daar niet ergens hoeven te zijn. Zoals ook meewarig de zee […]

Lees verder →

rot in de routine


“mecanolodiamauro” – dv 2008   Het fout gekleurde water klotst o god de kade aan, frutselt ingenieus gedraaide parafrasen uit je oor alsof a) de mestvlieg plakt op je hand b) de kooldag schopt keet onder de stapelwolk c) het beddengoed kleeft tot ver boven de heupwieggrens Verder het gras is niet fel genoeg het sop niet snel genoeg iets hangt hing – onvoldoende – knets – in de ruimte […]

Lees verder →

tralieliedje


alles is weg is zo tragisch alles is weg traag is de weg is alles is tragisch tragisch alles liep de weg traag is alles de liedjes tralies tralalalies de wegweg de tragisch de weg die de vraag is de maag is de tragisch de lied is de wegweg is tragisch de man is de mand is de heg is de weg is zo tragisch zo sliep & zo slipe […]

Lees verder →

Epigram


(te sturen naar een geletterd persoon van uw voorkeur bij haar/zijn zoveelste publicatie) (de links zijn naar de za-li-ge onlineversie van het WNT) Hawaar gij nederzijdse kettermeester(es) die op de havezate van gestookte heretiekers legt uw gore ondergrauw van ’t babels wrochtsel hier hebt ge nog wat zomp’ hernuttertjes, zo moogt gij vretend  onder d’heren vrolijk & voos te weepstaarten komen. Maar hou toch in uw schompermuil de weepsche kwijl […]

Lees verder →

Kapel Constantijn Huygens


De Kapel Constantijn Huygens (KCH) is een plaats (NKdeE:Locus) in de Kathedraal zoals de Meret Becker Plaza ook een plaats is in dat virtuele bouwsel, of je kan het ook een ‘object in het geheugenpaleis’ van de Kathedraal noemen zoals de Tombe van Maurice Scève er ook een is. De KCH gebeurt sinds 1992 toen in onderstaande teksten schreef die nadien nauwelijks nog veranderden, alsof ze meteen alleen maar zo […]

Lees verder →

schroef


“schroef” uit het 2008 A5 “Suena”-boekje   “Dans le continuum d’ un monde compossible, les rapports diférrentiels et les point remarquables déterminent donc des centres expressifs (essences ou substances individuelles) dans lequels, à chaque fois, le monde tout entier s’ enveloppen d’ un certain point de vue.” Gilles Deleuze, Différence et Répetition, ISBN 2 13 045516 6, p.69   Verduistering. Het ene zakt uit het schitterende ene. Schemer. Nacht. Vallen […]

Lees verder →

afloop ()


dv 2008, “was- Afloop” uit Suena, een onafgewerkt A5 boekje afloop ()   importeer (lamentaties); in het andere zoekt het ene de contouren van het ene; uiteindelijk gaan allen op in angst (op in angst) & heen in vrede (heen in vrede); wijl de lamentaties altereren: de muil gaat open, waarin gorgelt de afloop (afloop) van de zoektocht naar het ene; 2008-2017, lyrische pseudocode uit ‘Suena’ De serie ‘Gedicht van […]

Lees verder →

Lemmet


Werken van Catherine Buyle op MestFest 2017 LEMMET Zilver draaiend blinkt het ijl & zinkt verstild de weide in. Op de worp na gleed het heft je glad de hand uit. Wat het inhield, werd je nooit te los om te bepraten, verraadde nooit van angst zichzelf, hoe vast het in je lag. Was het bloed dat nu gestold de snede tekende, of is van wat verdween dit zwarte de […]

Lees verder →

Anna’s anagram


“Den tijdt die gaet voorbij // en hij Bewijst scheydens termijn/ Gheen blijven hebben wij // hier vrij” Carel van Mander De tijd gaat hier voorbij  & hij bewijst op zicht door zijn termijn dat wij niet blijvend zijn of vrij. Met pijn verscheiden wij per dag een dag als straf van ons verblijf weer af & raken wij reikhalzend met een vingertop verlangen de ochtend straks al aan. De […]

Lees verder →

sonnet #149 c


Hangt niet egaal het vlak aan de hanger? Gaapt niet uitdagend het gat in de slaap? Slingert nerveus niet de lijn op het laken? Het velletje bengelt alleszins aan de lip. De spits priemt al wolken aan torens. Het punt glimt de glans hoog op de kin. Het bollen van zeilen kraakt helder blauw open middenin de waanzin der immer zwellende zin. De hand van de macht heeft overal vuisten. […]

Lees verder →

de bosbrand ‘het bos brandt’


‘de bosbrand “het bos brandt”‘ dv 2017,  Hellegatpigmenten & ink on paper, A4 (w/ horizontal scanner stripes) de bosbrand ‘het bos Brandt’ brandt hevig vlug, vlucht weg, over de rand van waar de bosbrand brandt Mmmmmmmmmmm brandt de brand, MMMMMMMMM (mijn staart staat in brand) !

Lees verder →

het buitengaatse


Een buitenissig het is het, het houdt geen steek alsof het ooit. Kijk, al dat, dit hier & daar de bladeren zullen domweg denk ik verschrompelen, de differente kleuren zullen indifferent in het grijze van de treinrit als pils verschalen, het feest x en y verwordt resp. zakt weg dan tot een wegzakkend resp. weggezakt feest, de steeltjes verbuigen in versnellende verfilming naar onderen toe. Er zit een knak in […]

Lees verder →

IC 2011 – level 1 – zoom +5


[IC is een spel op basis van mijn cyclus ‘indringende cirkelzagen’  – een ‘cirkelzaag’ of level in het spel is een  sonnet waarvan men (minimaal) het eerste kwatrijn  dient te herhalen ter indicatie dat de tekst normaliter eindeloos doorloopt in een lus – er zijn 14 levels  –  de sonnetten kunnen door de speler ter verhoging van de fun worden open geplooid tot grotere tekstruimtes, een beetje zoals inzoomen op […]

Lees verder →

lyriek 4 dummies


Ik is niet, jij is niet & alles draait. Mijn band loopt lek, jouw rok verdraait: geen haan die kraait. Ik zeg jij, & jij zeg ik & alle kindjes vragen ons brutaal: waarom niet wij? Ik is niet & jij is niet & alles wat je wil vergaat.     uit dv,  “STH 2 WAKE UP WITH” , augustus 2002, rev. 19/12/2010  

Lees verder →

nighttime is the right time


de mond verloor de lippen eerst & dan de opening. van armen vielen af de handen, zij verstramden. de huid verschuift in plakken op de rug. de hals ligt open & al het vel is van de schedel afgevreten. het hart ligt als een honkbal in de handschoen van de ribbenkast. wij waren mooie brave kindjes. wij hebben alle ons vertoonde wegen met volharding afgelopen. wij deden alles wat wij […]

Lees verder →

Agressieve experimenten met productplacement


foto van Herre Stegenga -1. Van de Ectocarpus siliculosus, een draadwier, hebben de mannelijke gameten vooraan een lange flexibele zwiepdraad & achteraan een korte rigide flagel, die als roer dienst doet. Licht valt op de zwarte ruggen. De glimmer sluit de belettering op in een luchtloze zwaarte .  Elke rug van leder  heeft van haar levend vel nog weet zoals ook ik je liefde uit die dagen tel: de hel […]

Lees verder →

MIRAVAL


De mond van de Heer verhing zich in de bergen. & de mensen verdaagden de dag naar de nacht. De storm aasde in het oog van de storm op de plof van haar eenzame stilte, de kracht binnenin. Ik zag de kinderen krijsen tot de ouders hen de schedel splijtten, ik hoorde vlees & bloed het grijze ijs opkwakken van de zwelgende zwijgtijd. Niets zeiden de vlotte schotsen, niets de […]

Lees verder →

stof


Ik droom van stof een droom & alle  ogen tranen toe meteen. Barsten zweren in de oorgang. Bloed streept uit de mond. Hele delen van het hoofd verwelken, armen vallen week van schouders. Scherpe vleugels schuren hemels open & de maan schiet op het zweven af. Het rennen ploft de angsten door & het dansen & het zingen rafelt in de dode kelen uit. Een worm bijt brede gaten in […]

Lees verder →

blauw?!


SCHUURSEL “This sadnesse makes no approaches, but to kill. It is a Darknesse hath blockt up my sense, And drives it to eat on my offence, Or there to sterve it…” Ben Jonson | John Donne(?) –  Under-wood 40. An Elegie vandaag is het hout dood hout dood hout zijn wij maar ik schuur je af afschuren afschuren het schuursel opsnuiven afschuren sigaretje met schuursel & dan de dikke lagen […]

Lees verder →

Harmonie


In de knusse beknelling van onze dode veren prangen wij de lamme vleugels & als knipkip & kemphaan & tijdens het malle rennen der kipmannen in de letterbak wij allen schuiven onder & door & in & uit elkaar. Vrijheid van eindnoot zoemt op de kabels in de bekabelde velden. Orde. Opschietend onkruid recht zich aan scheefhangende pijpen. Zinkt in het zomp hoe toen deinden de tonen oneindig door luchten. […]

Lees verder →

Binnenin


Binnenin bestaat de zanger: bij de stalen kevers, bij het gruis & de vetten voor het glijden. Monden spuwen er voortdurend bloed in de bezongen monden & in de monden duiken vervolgens de zingende monden & de lallende monden brullen mee met de malende monden & de huilende monden vervormen de happende monden tot in de gevormde, de sprekende monden. Door het rukken van mondige tanden bijvoorbeeld aan het rottende […]

Lees verder →

l’homme URInoir


Sequia. Het slijm zakt vlugger in. De resten verharden tot zoutkorsten. REBAIXES. De stad wordt inderdaad tot op de draad bezeken. Bij elke straal verpulvert er een stuk van de geblokletterde korting. Give me, give me, give me a man after midnight: een vierkoppige sliert jeugd uit Parijs lurkt zich suf aan elkaar. Ça pèse, être l’homme URInoir à Barna ce matin. ABBA. BAAB. AAB. BBA. Juli 2008. We naderen […]

Lees verder →

3 gedichtjes


Kelder Wij kruipen in de kelder de gevaren af. Hier ligt een roestende nagel. Daar de dode hertog in zijn graf. Wij duiden alles aan, maar niemand wil de kaarten lezen. Natte wensen druipen donker van de deuren af. Licht Ik stapel het zonlicht in dikke lagen mist zodat ik je vannacht met inzicht kan bestoken: hier, hier & daar heb je je van droom vergist. Je lichaam welt mij […]

Lees verder →

niet


het licht is niet  het licht een lijf is niet een lijf als ik u kus of uw lijf openplooi & in het licht van de lamp u in de oren fluister dat ik u kus dan plooit gij open dan is er licht in het licht omdat ik u kussen ga maar niets daarvan ziet gij want het licht is niet het licht

Lees verder →

wordt rijk terwijl ge wacht


Van Veldeke verramsjt “In den tiden dat die rosen tounen manech scone blat” Heinric van Veldeke Zoekt gij maar peren aan de beukebomen zoekt gij maar schone vodden in de afslagbak zoekt gij maar lijven om te strijken in uw mand pakt gij maar eender waar uw holle darm naar snakt Ik kotst mijzelf wel uit mijn venstergoot ik brand wel op in ademnood ik rij mijn wiel tot waar […]

Lees verder →

thuis voor gevorderden


Gij Kom. Kom hier gij. Zit. Hier ben ik, een hemd. Trek mij aan. Uit. Voel je het? Nee? [slaat] En nu? Hè? [slaat] Nog niet? Hè? Hè? Het is heet, pokkeheet is het & ge ziet een zwembad, het dampt in de hitte & het lonkt met de koelte van koel water maar op het water drijven cactussen, honderden, duizenden cactussen liggen er in met van die heel fijne […]

Lees verder →

Blink, Klink, Sweelinck &


DE GLASLINK Booischot 1969. De zon hangt in de haag, haar speeksel drupt & glinstert. Het witte linnen kraakt strak rond mijn stekkebenen. Ik maak ik. Vóór de mensen was er enkel lucht, blauwe lucht & overal meikevers. Een fossiel is het woord solfer, de lucifers weg, de geur weg uit de ruitjes van Union Match, maar de pootjes schieten telkens weer de spleetjes van het doosje uit. Snel! Wat […]

Lees verder →

tijd verstrengelt alles in een tijdelijk geratel


[VIER BOMEN EN DE MAAN] 4×3 strofen bij een schilderij van iderden Natte maan In plassen zwart verregend op het asfalt zie ik het karige fonkelen. Het droeve glimmen van het stille dat bewegen wil. Zwijgen zuigt het zwijgen aan het zwijgen, vingers leggen vingers op de snee & wrijven het bloed op het bloed in het wit van de wonde. Kaal huivert je hof zich de bladeren af, in […]

Lees verder →