ViLT

Neue Kathedrale des erotischen Elends, nl weblog (v.2)

LOS

Anna’s anagram


“Den tijdt die gaet voorbij // en hij Bewijst scheydens termijn/ Gheen blijven hebben wij // hier vrij” Carel van Mander De tijd gaat hier voorbij  & hij bewijst op zicht door zijn termijn dat wij niet blijvend zijn of vrij. Met pijn verscheiden wij per dag een dag als straf van ons verblijf weer af & raken wij reikhalzend met een vingertop verlangen de ochtend straks al aan. De […]

Lees verder →

sonnet #149 c


Hangt niet egaal het vlak aan de hanger? Gaapt niet uitdagend het gat in de slaap? Slingert nerveus niet de lijn op het laken? Het velletje bengelt alleszins aan de lip. De spits priemt al wolken aan torens. Het punt glimt de glans hoog op de kin. Het bollen van zeilen kraakt helder blauw open middenin de waanzin der immer zwellende zin. De hand van de macht heeft overal vuisten. […]

Lees verder →

de bosbrand ‘het bos brandt’


‘de bosbrand “het bos brandt”‘ dv 2017,  Hellegatpigmenten & ink on paper, A4 (w/ horizontal scanner stripes) de bosbrand ‘het bos Brandt’ brandt hevig vlug, vlucht weg, over de rand van waar de bosbrand brandt Mmmmmmmmmmm brandt de brand, MMMMMMMMM (mijn staart staat in brand) !

Lees verder →

het buitengaatse


Een buitenissig het is het, het houdt geen steek alsof het ooit. Kijk, al dat, dit hier & daar de bladeren zullen domweg denk ik verschrompelen, de differente kleuren zullen indifferent in het grijze van de treinrit als pils verschalen, het feest x en y verwordt resp. zakt weg dan tot een wegzakkend resp. weggezakt feest, de steeltjes verbuigen in versnellende verfilming naar onderen toe. Er zit een knak in […]

Lees verder →

IC 2011 – level 1 – zoom +5


[IC is een spel op basis van mijn cyclus ‘indringende cirkelzagen’  – een ‘cirkelzaag’ of level in het spel is een  sonnet waarvan men (minimaal) het eerste kwatrijn  dient te herhalen ter indicatie dat de tekst normaliter eindeloos doorloopt in een lus – er zijn 14 levels  –  de sonnetten kunnen door de speler ter verhoging van de fun worden open geplooid tot grotere tekstruimtes, een beetje zoals inzoomen op […]

Lees verder →

lyriek 4 dummies


Ik is niet, jij is niet & alles draait. Mijn band loopt lek, jouw rok verdraait: geen haan die kraait. Ik zeg jij, & jij zeg ik & alle kindjes vragen ons brutaal: waarom niet wij? Ik is niet & jij is niet & alles wat je wil vergaat.     uit dv,  “STH 2 WAKE UP WITH” , augustus 2002, rev. 19/12/2010  

Lees verder →

nighttime is the right time


de mond verloor de lippen eerst & dan de opening. van armen vielen af de handen, zij verstramden. de huid verschuift in plakken op de rug. de hals ligt open & al het vel is van de schedel afgevreten. het hart ligt als een honkbal in de handschoen van de ribbenkast. wij waren mooie brave kindjes. wij hebben alle ons vertoonde wegen met volharding afgelopen. wij deden alles wat wij […]

Lees verder →

Agressieve experimenten met productplacement


foto van Herre Stegenga -1. Van de Ectocarpus siliculosus, een draadwier, hebben de mannelijke gameten vooraan een lange flexibele zwiepdraad & achteraan een korte rigide flagel, die als roer dienst doet. Licht valt op de zwarte ruggen. De glimmer sluit de belettering op in een luchtloze zwaarte .  Elke rug van leder  heeft van haar levend vel nog weet zoals ook ik je liefde uit die dagen tel: de hel […]

Lees verder →

MIRAVAL


De mond van de Heer verhing zich in de bergen. & de mensen verdaagden de dag naar de nacht. De storm aasde in het oog van de storm op de plof van haar eenzame stilte, de kracht binnenin. Ik zag de kinderen krijsen tot de ouders hen de schedel splijtten, ik hoorde vlees & bloed het grijze ijs opkwakken van de zwelgende zwijgtijd. Niets zeiden de vlotte schotsen, niets de […]

Lees verder →

stof


Ik droom van stof een droom & alle  ogen tranen toe meteen. Barsten zweren in de oorgang. Bloed streept uit de mond. Hele delen van het hoofd verwelken, armen vallen week van schouders. Scherpe vleugels schuren hemels open & de maan schiet op het zweven af. Het rennen ploft de angsten door & het dansen & het zingen rafelt in de dode kelen uit. Een worm bijt brede gaten in […]

Lees verder →

blauw?!


SCHUURSEL “This sadnesse makes no approaches, but to kill. It is a Darknesse hath blockt up my sense, And drives it to eat on my offence, Or there to sterve it…” Ben Jonson | John Donne(?) –  Under-wood 40. An Elegie vandaag is het hout dood hout dood hout zijn wij maar ik schuur je af afschuren afschuren het schuursel opsnuiven afschuren sigaretje met schuursel & dan de dikke lagen […]

Lees verder →

Harmonie


In de knusse beknelling van onze dode veren prangen wij de lamme vleugels & als knipkip & kemphaan & tijdens het malle rennen der kipmannen in de letterbak wij allen schuiven onder & door & in & uit elkaar. Vrijheid van eindnoot zoemt op de kabels in de bekabelde velden. Orde. Opschietend onkruid recht zich aan scheefhangende pijpen. Zinkt in het zomp hoe toen deinden de tonen oneindig door luchten. […]

Lees verder →

Binnenin


Binnenin bestaat de zanger: bij de stalen kevers, bij het gruis & de vetten voor het glijden. Monden spuwen er voortdurend bloed in de bezongen monden & in de monden duiken vervolgens de zingende monden & de lallende monden brullen mee met de malende monden & de huilende monden vervormen de happende monden tot in de gevormde, de sprekende monden. Door het rukken van mondige tanden bijvoorbeeld aan het rottende […]

Lees verder →

l’homme URInoir


Sequia. Het slijm zakt vlugger in. De resten verharden tot zoutkorsten. REBAIXES. De stad wordt inderdaad tot op de draad bezeken. Bij elke straal verpulvert er een stuk van de geblokletterde korting. Give me, give me, give me a man after midnight: een vierkoppige sliert jeugd uit Parijs lurkt zich suf aan elkaar. Ça pèse, être l’homme URInoir à Barna ce matin. ABBA. BAAB. AAB. BBA. Juli 2008. We naderen […]

Lees verder →

3 gedichtjes


Kelder Wij kruipen in de kelder de gevaren af. Hier ligt een roestende nagel. Daar de dode hertog in zijn graf. Wij duiden alles aan, maar niemand wil de kaarten lezen. Natte wensen druipen donker van de deuren af. Licht Ik stapel het zonlicht in dikke lagen mist zodat ik je vannacht met inzicht kan bestoken: hier, hier & daar heb je je van droom vergist. Je lichaam welt mij […]

Lees verder →

niet


het licht is niet  het licht een lijf is niet een lijf als ik u kus of uw lijf openplooi & in het licht van de lamp u in de oren fluister dat ik u kus dan plooit gij open dan is er licht in het licht omdat ik u kussen ga maar niets daarvan ziet gij want het licht is niet het licht

Lees verder →

wordt rijk terwijl ge wacht


Van Veldeke verramsjt “In den tiden dat die rosen tounen manech scone blat” Heinric van Veldeke Zoekt gij maar peren aan de beukebomen zoekt gij maar schone vodden in de afslagbak zoekt gij maar lijven om te strijken in uw mand pakt gij maar eender waar uw holle darm naar snakt Ik kotst mijzelf wel uit mijn venstergoot ik brand wel op in ademnood ik rij mijn wiel tot waar […]

Lees verder →

thuis voor gevorderden


Gij Kom. Kom hier gij. Zit. Hier ben ik, een hemd. Trek mij aan. Uit. Voel je het? Nee? [slaat] En nu? Hè? [slaat] Nog niet? Hè? Hè? Het is heet, pokkeheet is het & ge ziet een zwembad, het dampt in de hitte & het lonkt met de koelte van koel water maar op het water drijven cactussen, honderden, duizenden cactussen liggen er in met van die heel fijne […]

Lees verder →

Blink, Klink, Sweelinck &


DE GLASLINK Booischot 1969. De zon hangt in de haag, haar speeksel drupt & glinstert. Het witte linnen kraakt strak rond mijn stekkebenen. Ik maak ik. Vóór de mensen was er enkel lucht, blauwe lucht & overal meikevers. Een fossiel is het woord solfer, de lucifers weg, de geur weg uit de ruitjes van Union Match, maar de pootjes schieten telkens weer de spleetjes van het doosje uit. Snel! Wat […]

Lees verder →

tijd verstrengelt alles in een tijdelijk geratel


[VIER BOMEN EN DE MAAN] 4×3 strofen bij een schilderij van iderden Natte maan In plassen zwart verregend op het asfalt zie ik het karige fonkelen. Het droeve glimmen van het stille dat bewegen wil. Zwijgen zuigt het zwijgen aan het zwijgen, vingers leggen vingers op de snee & wrijven het bloed op het bloed in het wit van de wonde. Kaal huivert je hof zich de bladeren af, in […]

Lees verder →

twee benaderingen van het goddelijke lijf


Het cirkelen van gieren Ik breek je zwijgen aan. Er brult Er. Het krast de oren uit. Het slaat mijn melodieën af. Opnieuw. Reik me je weigeren, geef het gemis. Ik breek & breek je zwijgen aan. Er brult Er. Een hand verklaart mij nader dat ik mij hier te verstrooien heb. Geschreeuw. Mijn vel vervalt. Mijn nek is niemandal. Ik zak mijn woorden uit & het glijdt mij geheel […]

Lees verder →

metamorfe omvormingsverschijnselen


Klacht van Apollo bij de aanblik van Daphne. De apollinische vloek. […] Zie wat ik zag waar ik weigerde te zien. Hoor wat ik verzweeg daar ik weigerde te spreken. Voel de tempeesten je hitte met de inslag van hagel verhitten. Niets is van je lijnen ooit daadwerkelijk beschreven. Niets is van je lichaam ooit verteld. Je hand heft niet je handen op, maar wat je handen van de lucht […]

Lees verder →

toen begonnen helaas ook nog de spelletjes te verzuren


WISSELBESTAND ! Waarschuwing regel 3: gebrekkige invulling van de klasse jeremie [,,] de lijdensweg verduurt, eerst je schoenen dan je zolen, tenslotte de hele onderkant: er zat te weinig vloeistof in je jerrycan. […] het lichaam, de armen gesticulerend, het wezen dorstend naar licht in de zwarte middagzon schuurt in de hoekjes open, ten tweede male. Hoktus boktus Barst bommel  bats. Drommels wat ’n bitsige start. Maar dan: bliksemende berekeningen, […]

Lees verder →

Ciao bella


Lenterochel Het land schiet zwetend wakker, een heuvel botst de hemel op, de zon ontsteekt de bomen. De aarden mond hoest roest & zuigt de trein de storten langs. Een brakke poel bekt krap naast mij het raam voorbij & klapwind wervelt over rommelige terreinen. Ik zie de zon in plukken wolk vervlokken, gelig licht dat dorpen aan de hemel met haar strepen bindt. Schimmen van een god vervloeken wat […]

Lees verder →

’n schoon spetterend bloedfeest


dv – afdrukbare versies van behouden poëtische teksten (maart 2008) (pdf) NI E T S G A A T V E R L O R E N 1. Diep tot in de hoekskens gaan wie? wat? het? de wijze snuit haar neus met spic & span. het volk is weg maar niets gaat niets gaat niets gaat verloren. de hele woning is proper, zonder afspoelen. de nacht zit in uw […]

Lees verder →

de parelende gaten


STOF stof kruipt in de gaten de gaten parelen & stof schiet uit de gaten ik adem in je adem & je adem daalt in mij wij zijn in de adem & de adem is in mij zo hebben wij de gaten de parelende gaten die gaten hebben wij het licht valt uit mijn ogen ik breek het duister in de lucht maar niets zie ik van je dalen niets […]

Lees verder →

HOTEL ( in 8)


Het huis ligt in de golven, de golven vullen de nacht, de nacht zit in je hoofd & je hoofd staat in het huis. Wat kan er misgaan? Kijk hoe je lichaam daar te wiebelen ligt: ik zet het roermondje erop & hap het lijden open, slurp stilletjes (stilletjes) want lichamen lachen niet. De ernst zit in de materie namelijk (cfr.  het huis), de lust in de mens maar het […]

Lees verder →

Afval


  Diep in het gat, pal in de kern staat de kerk, zwart als de stop van een bad. In het Niets zijn we nu, het Blauwe Niets waar iedereen al die jaren van droomde. De kerk staat er middenin. Hoog drijven de wanden de wanden omhoog. Staalblauw loopt daar de ruimte verder de ruimte in, kil & naar alle kanten. Tot in de wolken, zo lijkt het wel, maar […]

Lees verder →

Sonnet


  De Overvloed – tekening van Nicolo dell’Abbate te vinden bij de Dessin Italiens in het Museum voor Schone Kunsten te Rennes     MELKWEGSTELLING een causaal-temporeel imbroglio   Zolang in deze slingerende weelde van asse & kiemstof de geperforeerde monade zich middels hoge innerlijke druk een weg blijft banen, in het zwart mededeelt het exces aan het zwarte gewemel der golvende ikslierten, zolang u zich naakt aan ons vatten […]

Lees verder →

Onrust


De aarde blaast kattig, het water wil aftochten. Vuur verklaart stormachtig het sterven als het zwart-blauwe uiteinde van windstoten. Bloedrood de wolken trekken zich in afschuw van het ondermaanse af, de besmeurde hemel schuift onrustig met haar dreigende limousines op de straat onderaan. Het duister donkert nog, het woelen wakkert verder het woelen aan. Het iets dat te gebeuren staat, staat hoog op de hitlijsten. De onrust wordt mondig. Paul […]

Lees verder →

eimwee


dv, 2008, ‘madreigaal’, uit de Zwarte Kliederdummy   madreigaals eimwee een eidens sprookje De wereldslang vertierelierde in den Gouden hof. Het was erg warm & best wel tof. De slang kon alle dagen nieuwe slangelijfjes dragen die in het gulle gras massaal te okerblinken lagen. De wereldslang verzon zich dagelijks ook wat nieuwe langoureuze slangewoorden die dan onmiddelijk de aardse wereld met ’t verse slangestof omboordden. Toen kwam Adam echter […]

Lees verder →

goede voornemens


ik zal het lege gele bootje zijn dat dobbert dobbert dobbert dobbert in het grote meer de dode oevers zal ik droevig & doods laten de weidse verte laat ik weids & ver & ook de grashalmen kunnen het wel ik zal het gele lege bootje zijn dat dobbert dobbert dobbert dobbert in het grote meer ik zal uw lijfjeszweet als regen laten in het gele vallen & al uw […]

Lees verder →

telraam


DE VROEGTE het groezelvette doodsalhebbende dekbed, om vijf nog, wie zou nog, wie staat er nog op als de straatstenen al gaan witgaren willen? kloek zoals het weerlicht zoals het oorlogt zoals de bazen rukken de knechten de oren af een zin zeist & zie: uit het niets bloedt het niets uit in een ander niets? zelfzeker zoals hier spreekt men zevens de toverlanders bij borden beweren terwijl het acht […]

Lees verder →

stroef vers dat klankweigerde


SCHILFERS 1. in ijzer je david bij de stroeve oever ook leggen te roesten & tijdig in de verste kraaknette binten niet met zo’n hels lichte uitloop de stulpende wondekraters wit op de hoektong spaarzaam bij verderf het gebruik aanraadt ons van het pruisisch blauwe de rekking matigen van bleekhuid het mauve mompelmufje moet legen de ruimte laten voor het volks verrotte 2. afbreuk doen de afgescheurde klederen in willekeur […]

Lees verder →

Epifenomeen


 Herinneringen zijn geen herinneringen. Hans Faverey  Ik ben de as van de snerpende tonen. Warrige waarheden rondom de draaiende kern. Winden jagen winden tot het suizen in het dolle dolt. Ik zie je het kind de borst reiken. Het trillende lipje. Herinnering verheldert de stilstand van het duister. In dat wit zat ik niet.

Lees verder →

het vrouwelijke zwijgen


het vrouwelijke zwijgen siert haar puntjes de tijden rust waar het hebberige hijgen haar leegte laat vermanen vol het lege met sierlijke stilte wijl tussenregelige arrangementen strijken het niets uit dagelijks dunner tot zonnig & dunst ze heeft haar schaapjes droog & scheert de wol op hoge hakken nu dat ook weer onder vrouwen kan de kinders hoor je op tv het eigen ruisprogramma instuderen: als moeder zong dan vader’s […]

Lees verder →

het mannelijke zeggen


het mannelijke zeggen is hem aangedaan sleutelwoorden in zware ademstoten een gebruik bij orthodoxe priesters nog in voege ontrollen hem voortdurend de tong niks geen klein bier die man hij kan er wat van & doet dat er dan ook om de dood lees je in de krant rommelt in zijn potten zijn knikkers rollen afgemeten hij proeft de kleuren twijfel dauw & in het frans grenouille kiest lijf toch, […]

Lees verder →